Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een mislukte straatroof. Hierbij heeft verdachte het slachtoffer in het been en in de zij gestoken. Verdachte krijgt hiervoor een gevangenisstraf van drie jaren.

Uitspraak



Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-001634-11

Uitspraak d.d.: 17 november 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 4 augustus 2011 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1990],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in P.I. Flevoland, HvB Lelystad te Lelystad.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 3 november 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van drie jaren en toewijzing van de vordering van de benadeelde partij. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. A.M.C. Verheul, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 30 september 2010 in de gemeente [gemeente] op de openbare weg de [straatnaam] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde] te dwingen tot de afgifte van zijn tas, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, met dat oogmerk

- een mes aan [benadeelde] heeft getoond en tegen [benadeelde] heeft gezegd:"Geef hier dat tasje. Geef hier dat geld " en

- (daarbij) aan de tas en/of jas van [benadeelde] heeft getrokken en

- die [benadeelde] met een mes, in elk geval een scherp en puntig voorwerp, in zijn zij en in zijn been, in elk geval in zijn lichaam, heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

en/of

hij op of omstreeks 30 september 2010 in de gemeente [gemeente] op de openbare weg de [straatnaam] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een tas, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- een mes aan [benadeelde] heeft getoond en tegen [benadeelde] heeft gezegd:"Geef hier dat tasje. Geef hier dat geld " en

- (daarbij) aan de tas en/of jas van [benadeelde] heeft getrokken en

- die [benadeelde] met een mes, in elk geval een scherp en puntig voorwerp, in zijn zij en in zijn been, in elk geval in zijn lichaam, heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Namens verdachte is ter zitting van het hof aangevoerd, dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Verdachte heeft de ten laste gelegde feiten ontkend en zich verder grotendeels op zijn zwijgrecht beroepen. De verklaringen van [getuige], dat verdachte hem heeft verteld dat hij iemand heeft gestoken, dienen als onbetrouwbaar terzijde te worden geschoven. Deze verklaringen zijn in etappes tot stand is gekomen. Bovendien is de verklaring die [getuige] ter zitting van het hof heeft afgelegd tegenstrijdig met zijn bij de politie afgelegde verklaringen, aldus de raadsman.

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof gaat - met de advocaat-generaal en anders dan de raadsman - uit van de betrouwbaarheid van de verklaringen van [getuige]. [getuige] heeft bij de politie verklaard dat hij verdachte de bewuste dag op station [naam] te [plaatsnaam] was tegengekomen, dat verdachte hem vroeg hoe laat het was en dat hij vervolgens samen met verdachte en nog een derde persoon naar de [bedrijf] is geweest waar zij iets te drinken hebben gekocht. Daarna zijn zij enige tijd uit elkaars nabijheid geweest. Vervolgens is [getuige] verdachte wederom tegengekomen op het station en heeft verdachte [getuige] verteld dat hij zojuist iemand gestoken had.

Toen [getuige], die in een eerder verhoor minder vergaand had verklaard omtrent zijn wetenschap van de gebeurtenissen op 30 september 2010, door de politie werd gevraagd naar de reden hiervoor, verklaarde hij verdachte een 'lastig ventje' te vinden en bang te zijn dat verdachte hetzelfde bij hem zou doen wanneer verdachte op vrije voeten zou komen. Het hof beschouwt dit als een aannemelijke verklaring voor het feit dat [getuige] niet direct openheid van zaken heeft gegeven. Ter zitting van het hof is [getuige] op verzoek van de verdediging nogmaals gehoord. [getuige] verklaarde onder meer dat hij bij de politie naar waarheid had verklaard. Uit het verhandelde ter zitting noch uit de inhoud van het dossier is het hof gebleken dat de inhoud van de verklaringen van [getuige] onbetrouwbaar zouden zijn.

Naast de aangifte, waaruit onder meer blijkt dat de straatroof heeft plaatsgevonden in de nabijheid van station [naam] te [plaatsnaam], een geneeskundige verklaring en de hierboven aangehaalde verklaringen van [getuige] steunt de bewijsconstructie op de herkenning door aangever van de dader op foto's die afkomstig zijn van de camerabeelden van de [bedrijf] te [naam] [plaatsnaam]. [getuige] heeft verklaard dat de persoon die aangever heeft aangewezen op de foto's dezelfde is als de persoon die hem op het station had gevraagd hoe laat het was en met wie hij vervolgens naar de [bedrijf] is geweest. In een later verhoor heeft [getuige] - zoals hierboven reeds beschreven - openheid van zaken gegeven omtrent de identiteit van de dader.

Gelet op voorgaande acht het hof voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Het hof verwerpt het verweer.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 30 september 2010 in de gemeente [gemeente] op de openbare weg de [straatnaam] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en bedreiging met geweld [benadeelde] te dwingen tot de afgifte van zijn tas, toebehorende aan [benadeelde], met dat oogmerk

- een mes aan [benadeelde] heeft getoond en tegen [benadeelde] heeft gezegd:"Geef hier dat tasje. Geef hier dat geld " en

- aan de tas en jas van [benadeelde] heeft getrokken en

- die [benadeelde] met een mes in zijn zij en in zijn been heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het bewezen verklaarde levert op:

poging tot afpersing.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een mislukte straatroof op [benadeelde]. Hierbij heeft verdachte voornoemd slachtoffer in het been en in de zij gestoken. In verband met de steekwonden heeft [benadeelde] een nacht ter observatie in het ziekenhuis moeten doorbrengen.

Het hof tilt zwaar aan het bewezen verklaarde. Het door verdachte gepleegde misdrijf wordt door slachtoffers in het algemeen als zeer ingrijpend ervaren en heeft gewoonlijk, naast de lichamelijke gevolgen, grote nadelige psychische gevolgen. Dat dit voor aangever ook geldt blijkt uit stukken die zijn overgelegd in het kader van de voeging als benadeelde partij.

Bovendien versterkt dergelijk openlijk gewelddadig optreden de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De rechtsorde raakt ernstig geschokt door dergelijke feiten, die in toenemende mate worden gepleegd. Daarom staat de strafoplegging niet alleen in het teken van de vergelding van toegebracht leed maar ook in het teken van generale preventie. Plegers van gewapende overvallen moeten weten dat het hof voor zulke feiten als regel hoge gevangenisstraffen oplegt. Daarbij baseert het hof zich op landelijke oriëntatiepunten voor diefstal met geweld. Het betoog van de raadsman inhoudende dat in het voordeel van verdachte moet worden afgeweken van deze oriëntatiepunten nu er in casu geen sprake is van een voltooid delict volgt het hof niet, nu er weliswaar niets is buitgemaakt door verdachte maar het meest verwerpelijke van het delict, het steken, wel heeft plaatsgevonden.

Het hof heeft bij de straftoemeting - ten nadele van verdachte - in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 2 november 2011 - meermalen is veroordeeld ter zake van vermogens- en geweldsdelicten. Aan verdachte was in 2009 wegens een straatroof de PIJ-maatregel opgelegd, die nog voortduurde ten tijde van het ten laste gelegde. De opgelegde PIJ-maatregel heeft verdachte er niet van weerhouden opnieuw in de fout te gaan. Verdachte heeft medewerking geweigerd aan een psychiatrisch en psychologisch onderzoek alsmede aan de totstandkoming van een reclasseringsrapport, zodat met een eventuele verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte geen rekening kan worden gehouden. Naast het vorenoverwogene betrekt het hof bij de strafoplegging dat verdachte op geen enkel moment, ook niet ter zitting van het hof, er blijk van heeft gegeven het laakbare van zijn gedrag in te zien.

Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel, dat oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend en noodzakelijk is. Het hof zal verdachte derhalve een gevangenisstraf opleggen van drie jaren. Dit is conform de door de rechtbank opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 486,00 aan materiële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De vordering is door de verdediging niet inhoudelijk weersproken. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 45 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] terzake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 486,00 (vierhonderdzesentachtig euro) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde], een bedrag te betalen van EUR 486,00 (vierhonderdzesentachtig euro) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 9 (negen) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr. J.A.A.M. van Veen, voorzitter,

mr. A.J. Rietveld en mr. W.F. van Zant, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen, griffier,

en op 17 november 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. van Zant voornoemd is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature