Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Bewijslevering bij weigering paspoort op grond van twijfel over voortdurend bezit Nederlanderschap.

Uitspraak



RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/4143

uitspraak van de enkelvoudige kamer ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaak tussen

[A], wonende te [plaats], eiseres

(gemachtigde: mr . drs. L. Roumen),

en

de Minister van Buitenlandse Zaken, verweerder

(gemachtigde: mr. I.S. IJserinkhuijsen).

Procesverloop

Bij aanvraagformulier van 12 oktober 2010 heeft eiseres bij de Nederlandse vertegenwoordiging te Washington (Verenigde Staten van Amerika (VS)) een Nederlands paspoort aangevraagd.

Bij besluit van 6 december 2010 heeft verweerder de aanvraag niet in behandeling genomen.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 14 december 2010 een bezwaarschrift bij verweerder ingediend.

Bij besluit van 8 april 2011 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 6 mei 2011 beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en tevens een verweerschrift ingediend.

Het beroep is op 15 september 2011 ter zitting behandeld.

Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder is aldaar vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Ook verschenen is [B], zwager van eiseres.

Overwegingen

1.1 De rechtbank gaat bij de beoordeling van het onderhavige beroep uit van de volgende feiten. Op 12 oktober 2010 heeft eiseres een Nederlands paspoort aangevraagd. Eiseres heeft bij haar aanvraag kopieën van haar paspoorten, laatstelijk verlengd tot 13 oktober 2010, een kopie van de aankomstregistratie in haar paspoort, het uittreksel van de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) van de gemeente Schiedam van 11 oktober 2010, waarin is vermeld dat eiseres in het bezit is van het Nederlanderschap en een registratie van deelname aan het Diversity Visa Lottery Program 2011 overgelegd.

1.2 Bij besluit van 6 december 2010 heeft verweerder aan eiseres aangegeven dat haar paspoortaanvraag niet in behandeling wordt genomen, omdat niet kan worden vastgesteld dat zij nog over de Nederlandse nationaliteit beschikt.

1.3 In bezwaar heeft verweerder eiseres bij brief van 21 januari 2011 een aantal vragen gesteld om duidelijkheid te krijgen over het Nederlanderschap van eiseres. Verweerder heeft onder meer gevraagd waarom in het dossier twee verschillende kopieën van de Social Security Card (SSC) zijn aangetroffen. Op één van de kaarten is aangegeven 'not valid for employment', op de andere niet. Verweerder vroeg eiseres wanneer zij de SSC heeft aangevraagd en verkregen en of zij ten tijde van die aanvraag diende aan te tonen wat de verblijfsstatus in de VS was. Verweerder heeft voorts gevraagd naar de status van de deelname aan de Diversity Visa Lottery Program 2011.

Naar aanleiding van deze vragen heeft eiseres onder meer aangegeven dat zij wegens haar illegale status in 1991 een valse SSC moest gebruiken. Eiseres heeft voor het verkrijgen van de SSC 'not valid for employment' haar Nederlandse paspoort en het I-94 formulier overgelegd. De uitslag van de Diversity Visa Lottery Program wordt pas in juni 2011 bekend gemaakt.

1.4 Verweerder heeft bij besluit van 8 april 2011 het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard omdat nog steeds twijfel bestond over de huidige nationaliteit van eiseres.

2.1 Eiseres heeft zich in beroep op het standpunt gesteld dat verweerder ten onrechte haar bezwaar ongegrond heeft verklaard. Hiertoe heeft zij aangevoerd dat het besluit lijkt te zijn genomen met een zekere vooringenomenheid nu verweerder zich gebaseerd heeft op niet geverifieerde veronderstellingen. Daarmee is het besluit onzorgvuldig. Ingevolge artikel 9, eerste lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland (Pub) wordt voor het verkrijgen van zekerheid over het Nederlanderschap gebruik gemaakt van het paspoort. Eiseres heeft haar destijds geldige paspoort aan verweerder overgelegd. Bij aanhoudende twijfel dient verweerder ingevolge artikel 9, vierde lid van de Pub een gericht onderzoek te starten. Eiseres heeft voorts voldaan aan het vereiste van artikel 61, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit Verkrijging en Verlies Nederlanderschap , door een uittreksel van de GBA van de gemeente Schiedam over te leggen. Verweerder is onduidelijk over de eisen voor een paspoortvernieuwing. Op de website van verweerder worden slechts drie documenten genoemd - twee daarvan heeft eiseres overgelegd - terwijl er in werkelijkheid meer gevraagd worden. Verweerder maakt nergens melding van de eis dat het niet hebben van de Amerikaanse nationaliteit als voorwaarde geldt. Eiseres heeft meerdere malen om hulp gevraagd voor haar benarde situatie maar is niet geholpen. De eis van verweerder dat eiseres een verklaring van de United States Citizenship and Immigration Services (USCIS) moet halen dat zij niet de Amerikaanse nationaliteit heeft is onredelijk. Eiseres zal onmiddellijk gedeporteerd worden als zij zich bij de USCIS meldt, nu zij illegaal in de VS verblijft.

Ter onderbouwing van de stelling dat eiseres niet in het bezit is van de Amerikaanse nationaliteit, heeft eiseres haar inschrijvingsbewijs voor de Diversity Visa Lottery Program overgelegd. Deelname is alleen mogelijk voor mensen die niet over het Amerikaanse staatsburgerschap beschikken. Dat eiseres op enig moment gebruik gemaakt heeft van een valse SSC was een verkeerde beslissing die eiseres eerlijk opgebiecht heeft bij de ambassadeur. Deze heeft haar vervolgens alsnog een paspoort verstrekt. Voorts kan het niet zo zijn dat eiseres jarenlang paspoorten verstrekt krijgt en nu ineens niet meer.

De omstandigheid dat eiseres zich eerder niet heeft laten uitschijven uit de GBA van de gemeente Schiedam is gelegen in het feit dat eiseres niet emigreerde maar als toerist naar de VS vertrok. Op enig moment werd eiseres door de gemeente Schiedam verzocht zich uit de GBA te schrijven. Door haar Nederlandse nationaliteit in te trekken handelt verweerder in strijd met de verdragen van New York en Straatsburg, die statenloosheid tegengaan.

Ter zitting zijn namens eiseres enige bezwaren van procedurele aard tegen het bestreden besluit ingebracht.

2.2 Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de paspoortaanvraag van eiseres op goede gronden niet in behandeling is genomen, nu niet kan worden vastgesteld of eiseres het Nederlanderschap nog bezit. Het lange verblijf van eiseres in de VS creëert onzekerheid over het bestaan van het Nederlanderschap. Eiseres heeft niet aangetoond dat zij inmiddels de Amerikaanse nationaliteit niet heeft verkregen.

3.1 Artikel 9 van de Paspoortwet bepaalt dat iedere Nederlander, binnen de grenzen bij deze wet bepaald, recht heeft op een nationaal paspoort, geldig voor vijf jaren en voor alle landen.

3.2 Ingevolge artikel 9, eerste lid, van de Pub wordt, voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over het Nederlanderschap van de aanvrager, gebruik gemaakt van het door de aanvrager overgelegde Nederlandse reisdocument, alsmede van de door de aanvrager bij de aanvraag verstrekte gegevens.

Het vierde lid van dit artikel bepaalt dat, indien onzekerheid blijft bestaan over het Nederlanderschap van de aanvrager, daarnaar een gericht onderzoek wordt ingesteld. Dit onderzoek omvat zoveel mogelijk verificatie van de nationaliteit met behulp van door de aanvrager over te leggen documenten die zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit, waaronder zijn geboorteakte, en eventuele andere bewijsstukken.

Artikel 52, eerste lid, van de Pub bepaalt dat een aanvraag waarbij niet is voldaan aan het bepaalde in de artikelen 9 tot en met 51 niet in behandeling wordt genomen.

3.3 Ingevolge artikel 15, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) (oud, geldig tot 1 januari 2003) gaat het Nederlanderschap voor een meerderjarige verloren door het vrijwillig verkrijgen van een andere nationaliteit.

Ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN (nieuw) gaat het Nederlanderschap voor een meerderjarige verloren door het vrijwillig verkrijgen van een andere nationaliteit.

4 De rechtbank overweegt als volgt.

4.1 De ter zitting door eiseres aangevoerde gronden die zien op de formele vereisten aan (de bekendmaking van) het bestreden besluit, kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet slagen.

Ten eerste is namens eiseres aangevoerd dat, nu de beslissing op bewaar niet aan haar gericht is, in strijd gehandeld is met artikel 3:41 van de Awb . De rechtbank stelt vast dat het gebruikelijk is, dat indien de eisende partij een gemachtigde heeft, verzending van het besluit ook plaatsvindt aan deze gemachtigde. De enkele omstandigheid dat bovenaan het besluit van 8 april 2011 de naam van de zus van eiseres genoemd is wil niet zeggen dat het besluit niet op juiste wijze is bekendgemaakt. Op de eerste pagina van het besluit is overigens ook aangegeven dat het gaat om de beslissing op bezwaar van mevrouw [A].

4.2 Voorts is namens eiseres ter zitting aangevoerd dat zowel de beslissing op de aanvraag als de beslissing op bezwaar niet is getekend door een bevoegde persoon. Uit de door verweerder overgelegde regeling mandaat en het ondermandaatbesluit Ambassade Washington, is de rechtbank gebleken dat beide ondertekenaars bevoegd zijn tot het nemen van de besluiten. Voor wat betreft het hoofd van de afdeling consulaire zaken, die de beslissing op de aanvraag tekende, verwijst de rechtbank naar artikel 3, tweede lid, aanhef en onder a, van het ondermandaatbesluit. Voor wat betreft het hoofd cluster bezwaar en beroep die de beslissing op bezwaar tekende, wijst de rechtbank op artikel 4, eerste lid, van de regeling mandaat.

4.3 Verweerder heeft erop gewezen dat in deze procedure niet het Nederlanderschap van eiseres zelf ter discussie staat, maar de vraag of aan eiseres op goede gronden een paspoort is geweigerd. Het verkrijgen van een Nederlands paspoort is een van de rechten verbonden aan het bezit van de Nederlandse nationaliteit. Eiseres heeft aan haar verzoek om verstrekking van een nieuw paspoort haar (gestelde) Nederlandse nationaliteit ten grondslag gelegd en verweerder heeft zijn weigering het paspoort te verstrekken gebaseerd op zijn twijfel over het bezit van het Nederlanderschap door eiseres.

Verweerder stelt terecht dat het bestreden besluit eiseres niet haar Nederlandse nationaliteit, voor zover zij deze nog bezit, ontneemt. Tussen partijen is in geschil of verweerders twijfel aan het voortdurend bezit van de Nederlandse nationaliteit door eiseres op voldoende gronden berust om van eiseres te verlangen dat zij aantoont dat zij het Nederlanderschap niet heeft verloren, alvorens haar een paspoort kan worden verstrekt. Indien eiseres het verlangde bewijs niet levert, terwijl zij het Nederlanderschap niet heeft verloren, kan zij feitelijk aan haar Nederlanderschap niet die rechten ontlenen, die haar wel toekomen.

De rechtbank is van oordeel dat daarom de in geding zijnde vragen moeten worden beantwoord met inachtneming van het bepaalde over het verlies van het Nederlanderschap in de Rijkswet op het Nederlanderschap en de daarop gebaseerde jurisprudentie.

4.4 Ingevolge artikel 9 van de Pub dient de nodige zekerheid over het Nederlanderschap van de aanvrager te bestaan. De rechtbank stelt vast dat aan eiseres in de periode tot en met 13 oktober 2005 steeds een Nederlands paspoort is verleend en daarmee kennelijk geen twijfel bestond over het Nederlanderschap van eiseres. De rechtbank is van oordeel dat verweerder bijzondere omstandigheden rondom die verlening, die destijds niet tot weigering van een paspoort hebben geleid, niet thans aan zijn twijfel over de vraag of eiseres het Nederlanderschap heeft behouden, ten grondslag kan leggen. Als grond voor twijfel aan het voortdurend bezit van het Nederlanderschap van eiseres resteert dan het gegeven dat eiseres reeds lange tijd in de VS verblijft in combinatie met het gegeven dat ingevolge de nationaliteitswetgeving van de VS voor naturalisatie tot Amerikaans staatsburger onder meer een verblijf van vijf jaar in de VS wordt verlangd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat het lange verblijf van eiseres in de VS enige onzekerheid creëert over het voortduren van het Nederlanderschap van eiseres.

4.5 Eiseres heeft naar aanleiding van de vragen van verweerder nadere uitleg gegeven en de in rechtsoverweging 2.1 genoemde stukken overgelegd.

De rechtbank is van oordeel dat eiseres daarmee de twijfel van verweerder, mede gelet op de grond voor die twijfel, voldoende heeft weerlegd.

Verweerder eist ten onrechte dat eiseres een van de Amerikaanse autoriteiten afkomstige verklaring, inhoudende dat eiseres in periode vanaf 2005 niet tot Amerikaans staatsburger is genaturaliseerd, overlegt. Verweerder eist hiermee immers van eiseres een positief bewijs van een gebeurtenis die niet heeft plaatsgevonden, terwijl verweerder niet aannemelijk heeft kunnen maken dat een dergelijke verklaring van de USCIS door eiseres kan worden verkregen.

De rechtbank acht hierbij niet zonder belang dat verweerder, indien in een procedure als bedoeld in artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap , het Nederlanderschap van eiseres door de Staat der Nederlanden zou worden betwist, de Staat der Nederlanden de feiten of omstandigheden, die eiseres het Nederlanderschap hebben doen verliezen, dient aan te tonen. Indien de hiervoor bedoelde feiten of omstandigheden zouden bestaan in de naturalisatie van eiseres tot Amerikaans staatsburger, dan zou de Staat die naturalisatie moeten aantonen. Het enkele gegeven dat naturalisatie op grond van de duur van het verblijf van eiseres in de VS niet is uitgesloten, is daartoe niet voldoende.

5 Het voorgaande leidt er toe dat het beroep gegrond moet worden verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met onder meer artikel 3:2 en 3:4 van de Awb .

6 De rechtbank ziet gelet op het voorgaande tevens aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, van de Awb te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn vastgesteld op € 874,- (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 437,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank 's-Gravenhage

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 8 april 2011;

- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

- bepaalt dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht, te weten € 152,-, vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten ten bedrage van € 874,-, welke kosten voormelde rechtspersoon aan eiseres dient te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Kouwenhoven, rechter, in aanwezigheid van

mr. A. Badermann, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2011.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature