Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding. Lezen e-mailberichten van werknemer door werkgever. Geen reglement. Inbreuk op privacy werknemer in de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd en proportioneel.

Uitspraak



RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

beschikking ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek

in de zaak

[verzoekster],

gevestigd te [vestigingsplaats],

verzoekster,

gemachtigde: mr. J.L.J.J. Nelissen te Tiel,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verweerder,

gemachtigde: mr. D. Ramsoedh te Tilburg.

Partijen worden hierna aangeduid als “[verzoekster]” respectievelijk “[verweerder]”.

1. Het verloop van de procedure

- het verzoekschrift, met bijlagen, ontvangen op 2 augustus 2011;

- het verweerschrift, met bijlagen;

- de door [verzoekster] voorafgaand aan de mondelinge behandeling in het geding gebrachte aanvullende producties;

- de bij gelegenheid van de mondelinge behandeling overgelegde pleitnota’s, met bijlagen;

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2011. Ter zitting zijn namens [verzoekster] de heer [A], algemeen directeur, de heer [B], financieel directeur, en de gemachtigde mr. J.L.J.J. Nelissen verschenen. Ook [verweerder] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. D. Ramsoedh.

2. De feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van de volgende feiten:

- [verzoekster] is een groothandel voor zeil- en tentmakers, camping- en vrijetijdsproducten;

- [verweerder], geboren op [geboortedatum], is sedert 22 augustus 2006 bij [verzoekster] in dienst, laatstelijk in de functie van commercieel medewerker binnendienst;

- het loon van [verweerder] bedraagt thans € 2.406,87 bruto per maand, exclusief 8% vakantietoeslag;

- Voor [C], vader van [verweerder] en tevens werkzaam bij [verzoekster] in de hoedanigheid als verkoopdirecteur, is op 20 juni 2011 een ontslagaanvraag ingediend bij het UWV Werkbedrijf;

- Door Hofmann Bedrijfsrecherche B.V. (hierna: Hofmann) is een onderzoek ingesteld naar mogelijke misstanden binnen [verzoekster];

- [C] is tijdens een gesprek op 22 juni 2011 van de ontslagaanvraag op de hoogte gesteld en is vervolgens tot nader bericht op non-actief gesteld;

- Naar aanleiding van de ontslagaanvraag van [C] heeft er tussen partijen een gesprek plaatsgevonden. Tijdens dit gesprek is door [verzoekster] aangegeven over hoe naar andere werknemers, relaties en leveranciers diende te worden gecommuniceerd ten aanzien van de gebeurtenissen rond [C];

- Op 28 juni 2011 heeft [verzoekster], [verweerder] bij zich ontboden en medegedeeld dat zij kennis heeft genomen van een aantal e-mails die [verweerder] naar klanten en leveranciers van [verzoekster] heeft gestuurd. [verzoekster] heeft [verweerder] naar aanleiding van de inhoud van de e-mailberichten op staande voet ontslagen;

- [verweerder] heeft per brief van 11 juli 2011 een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van het aan hem verleende ontslag op staande voet;

- De arbeidsovereenkomst van [C] is onlangs, na een 33-jarig dienstverband bij [verzoekster], met wederzijds goedvinden beëindigd, zonder toekenning van een vergoeding.

3. Het verzoek en de grondslag daarvan

3.1 Het verzoek strekt tot ontbinding van de hierboven genoemde arbeidsovereenkomst, primair wegens een dringende reden, subsidiair wegens een verandering in de omstandigheden, voor zover de arbeidsovereenkomst niet reeds door het ontslag op staande voet op 28 juni 2011 is beëindigd, zulks op de kortst mogelijke termijn en zonder toekenning van een vergoeding aan [verweerder], kosten rechtens.

3.2 Aan haar verzoek tot ontbinding wegens een dringende reden legt [verzoekster] het volgende ten grondslag. Naar aanleiding van het ontslag van [C] zijn partijen overeengekomen dat zij ten aanzien van de gebeurtenissen rond [C] absolute discretie zouden betrachten. [verweerder] heeft echter op 23 juni 2011 een aantal klanten en leveranciers medegedeeld dat zijn vader ontslagen was, terwijl alleen een ontslagaanvraag was ingediend. Door deze handelwijze heeft [verweerder] niet alleen onjuiste informatie verspreid, het ging immers om een ontslagaanvraag en niet een ontslag, maar ook de gemaakte afspraken overtreden en de op hem rustende contractuele geheimhoudingsplicht geschonden.

3.3 Naast de e-mailberichten van 23 juni 2011 heeft [verweerder] op 24 juni het volgende e-mailbericht aan een klant van [verzoekster] verstuurd:

“(..) I can tell you it is impossible tot work with pigs, and that is what I am facing now!”

Tevens heeft [verweerder] op 27 juni 2011 in een e-mailbericht aan een klant geschreven:

“(..) Das wissen wir auch night was da los ist, es ist hier ein komplett chaos.(..)”

3.4 Volgens [verzoekster] zijn de uitlatingen van [verweerder] zeer beschadigend voor het bedrijf. Daarnaast getuigen de e-mails van dusdanig grensoverschrijdend gedrag aan de zijde van [verweerder], dat van [verzoekster] in redelijkheid niet kan worden verwacht het dienstverband nog langer te laten voortduren.

3.5 Volgens [verzoekster] is er subsidiair sprake van een gewichtige reden, bestaande uit een verandering van de omstandigheden, van dien aard dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen op zo kort mogelijke termijn dient te eindigen. De gedragingen van [verweerder] hebben geleid tot een vertrouwenscrisis, waardoor [verzoekster] elk vertrouwen in een vruchtbare samenwerking met [verweerder] heeft verloren.

4. Het verweer

4.1 Het verweer strekt primair tot afwijzing van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Subsidiair stelt [verweerder] dat indien de arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden aan hem ten laste van [verzoekster] een vergoeding moet worden toegekend van € 12.997,00 bruto.

4.2 [verweerder] stelt ter onderbouwing van zijn verweer het volgende. [verzoekster] heeft, door zich inzage te verschaffen in de zakelijke e-mails van [verweerder], de privacy van [verweerder] geschonden. [verzoekster] had niet zonder enige verdenking of waarschuwing de zakelijke e-mails van [verweerder] mogen bekijken. [verweerder] erkent een aantal klanten van [verzoekster] in kennis te hebben gesteld van het ontslag van zijn vader, omdat hij dacht dat dit was toegestaan. Volgens [verzoekster] had de afspraak dat partijen absolute discretie zouden betrachten alleen betrekking op dat geen mededelingen zouden worden gedaan over het onderzoek dat Hofmann uitvoerde naar zijn vader. Bovendien zijn de klanten die [verweerder] heeft geïnformeerd klanten waar zijn vader een goede band mee had.

4.3 [verweerder] erkent dat hij zich in het e-mailbericht van 24 juni 2011 niet diplomatiek heeft uitgelaten. Het e-mailbericht dient echter wel te worden geplaatst in de context van de persoonlijke band die hij met deze klant had en de manier waarop hij gewoonlijk met deze klant communiceerde. De e-mail van 27 juni 2011 is volgens [verzoekster] uit zijn verband gehaald. De opmerking dat het een chaos zou zijn bij [verzoekster] heeft [verweerder] gemaakt, omdat het ook daadwerkelijk een chaos was op dat moment. De vader van [verweerder] stuurde 70% van het personeel aan, door zijn plotselinge vertrek bestond er voor het personeel veel onduidelijkheid. Voorts dienen de uitlatingen van [verweerder] tegen de achtergrond van de emoties die het beëindigen van de arbeidsovereenkomst van zijn vader bij hem te weeg hebben gebracht te worden bezien. Door zijn handelswijze heeft [verweerder] niet de geheimhoudingsplicht overtreden. Volgens [verweerder] geldt in het algemeen dat een werknemer niet gebonden is aan een beding dat het geven van kritiek op de werkgever verbiedt. [verweerder] stelt voorts dat hij [verzoekster] niet opzettelijk schade heeft toegebracht.

5. De beoordeling

5.1 Partijen hebben medegedeeld dat het ontbindingsverzoek geen verband houdt met een opzegverbod en er is geen aanleiding aan de juistheid van die mededeling te twijfelen.

5.2 Aan het verzoek tot ontbinding heeft [verzoekster] de uitlatingen van [verweerder] in de e-mailberichten van 23, 24 en 27 juni 2011 ten grondslag gelegd. [verweerder] heeft in dit verband aangevoerd dat [verzoekster], door de e-mailberichten van hem te controleren zonder daarvoor toestemming te hebben verkregen, inbreuk heeft gemaakt op zijn privacy en derhalve onrechtmatig heeft gehandeld. Gezien het verweer van [verweerder] dient allereerst te worden beoordeeld of [verzoekster] zich in de gegeven omstandigheden toegang had mogen verschaffen tot de e-mailbox van [verweerder].

5.3 Op grond van rechtspraak van het EHRM vallen e-mailberichten onder de bescherming van artikel 8 van het EVRM , dat het recht op privacy beschermt, zelfs al zijn deze berichten verstuurd vanaf de werkplek van de werknemer. De werkgever kan op grond van rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens slechts de e-mailberichten van zijn werknemer controleren, indien voor de werknemer kenbaar was of kenbaar had kunnen zijn, dat zijn e-mailberichten kunnen worden gecontroleerd door zijn werkgever, er sprake is van een gerechtvaardigd doel en er voldaan is aan de proportionaliteitseis. Ter zitting is komen vast te staan dat [verzoekster] niet op basis van een reglement of een beding dat is opgenomen in de arbeidsovereenkomst, zich de toegang heeft verschaft tot de e-mailbox van [verweerder]. Naar het oordeel van de kantonrechter brengt deze omstandigheid niet met zich dat het een werkgever in het geheel niet is toegestaan om bij het ontbreken van een reglement de e-mailberichten van zijn werknemers te controleren. Wel dienen er in een dergelijk geval extra eisen te worden gesteld aan de vraag of sprake is van een gerechtvaardigd doel en is voldaan aan de proportionaliteitseis.

5.4 In onderhavig geval heeft [verzoekster] ten aanzien van het bestaan van een gerechtvaardigd doel voor controle van de e-mailberichten gesteld, dat er verdenkingen bestonden dat meer werknemers bij de malversaties van [verweerder] betrokken waren en dat daarom controle van de e-mailberichten noodzakelijk was. De kantonrechter overweegt dat het hier om controle van zakelijke e-mailberichten gaat, waarvoor geldt dat de werknemer, eerder dan bij privé e-mailberichten, mag verwachten dat de werkgever van de inhoud van deze e-mails kennis kan nemen. Tegen deze achtergrond en gezien de familiare betrekkingen tussen [verweerder] en zijn vader en het feit dat laatstgenoemde betrokken was bij de misstanden binnen [verzoekster], is de kantonrechter van oordeel dat [verzoekster] in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs heeft kunnen besluiten om tot controle van de e-mailberichten van [verweerder] over te gaan. Derhalve wordt geoordeeld dat [verzoekster] een gerechtvaardig doel had voor controle van de zakelijke e-mailberichten van [verweerder]. De kantonrechter is voorts van oordeel dat het gekozen middel proportioneel is nu een minder belastend middel om de betrokkenheid van [verweerder] te controleren niet voorhanden was.

5.5 Gezien het voorgaande dient de inbreuk van [verzoekster] op de privacy van [verweerder] onder de gegeven omstandigheden als gerechtvaardigd en proportioneel te worden aangemerkt. Derhalve kunnen de door [verzoekster] in het geding gebrachte e-mailberichten worden meegenomen bij de beoordeling of sprake is van een dringende reden dan wel verandering in de omstandigheden.

5.6 [verzoekster] heeft primair om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een dringende reden verzocht. Voor de beoordeling van de vraag of daarvan sprake is, dient gelet te worden op alle feiten en omstandigheden van het geval, waaronder de aard en de ernst van de als zodanig aangemerkte gedragingen, de aard en de duur van het dienstverband en de wijze waarop [verweerder] in het verleden heeft gefunctioneerd, evenals zijn persoonlijke omstandigheden, zoals zijn leeftijd en de (financiële) gevolgen die de beëindiging van het dienstverband voor hem met zich meebrengen.

5.7 Ten aanzien van de inhoud van de e-mailberichten van 23 juni 2011 wordt als volgt overwogen. De kantonrechter is van oordeel dat gezien de familiare betrekkingen tussen [verweerder] en de vader van [verweerder], [verzoekster] redelijkerwijs van [verweerder] niet had mogen verwachten dat hij omtrent het ontslag van zijn vader geen enkele mededeling tegenover derden zou doen. Dat [verweerder] in de veronderstelling verkeerde dat zijn vader reeds was ontslagen is begrijpelijk, aangezien aan hem was medegedeeld dat zijn vader zijn laatste werkdag bij [verzoekster] had gehad. Dat met [verweerder] is afgesproken dat hij geen enkele uitlating zou doen over het vertrek van zijn vader is door hem gemotiveerd betwist, zodat niet geoordeeld kan worden dat [verweerder] deze afspraken heeft geschonden. Dat [verweerder] zijn geheimhoudingsbeding heeft geschonden is niet gebleken, nu dat beding naar het oordeel van de kantonrechter niet ziet op de summiere informatie die [verweerder] heeft gegeven over het vertrek van zijn vader, maar ziet op vertrouwelijke bedrijfsinformatie. Gezien het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat geen sprake is van overtreding van de geheimhoudingplicht zoals neergelegd in de arbeidsovereenkomst van [verweerder] en evenmin sprake is van een schending van de gemaakte afspraken. Hierin kan dan ook geen grond worden gevonden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

5.8 Ten aanzien van de inhoud van de e-mailberichten zoals onder 3.3 omschreven wordt als volgt geoordeeld. Gelet op de onduidelijke situatie waarin [verweerder] zich bevond, waarbij hem te verstaan was gegeven dat er geen nadere uitleg kon worden gegeven omtrent het ontslag van zijn vader maar er wel door Hofmann onderzoek werd gedaan, zijn vader na een 33-jarig dienstverband op non-actief was gesteld, er reeds een ontslagaanvraag was ingediend voordat het onderzoek was afgerond en dat aan [verweerder] te kennen was gegeven dat zijn vader zijn laatste werkdag bij [verzoekster] had gehad, verdienen de uitlatingen van [verzoekster] weliswaar niet de schoonheidsprijs, maar kunnen deze uitlatingen in de gegeven omstandigheden geen dringende reden opleveren voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Zulks mede gelet op het gegeven dat sprake is van een werknemer met een dienstverband van 5 jaar, waarvan onweersproken is gesteld dat hij gedurende dienstverband altijd goed heeft gefunctioneerd en [verweerder] bovendien kort voor het ontslag vader is geworden en kostwinnaar is van zijn jonge gezin.

5.9 [verzoekster] heeft subsidiair gesteld dat er sprake is van een verandering in de omstandigheden. De kantonrechter overweegt dat [verweerder], door de onder 3.3 omschreven uitlatingen, het vertrouwen van [verzoekster] heeft beschadigd, terwijl de arbeidsverhouding verder verstoord is geraakt door het aan [verweerder] verleende ontslag op staande voet. Derhalve wordt geoordeeld dat een vruchtbare continuering van de arbeidsovereenkomst niet langer tot de mogelijkheden behoort en er sprake is van een verandering in de omstandigheden die van dien aard is, dat deze een gewichtige reden vormt voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst met ingang van de hierna te vermelden datum.

5.10 Nu de arbeidsovereenkomst wegens een verandering in de omstandigheden ontbonden wordt, dient te worden beoordeeld of aan [verweerder] een vergoeding toekomt. [verzoekster] heeft in dit verband gesteld dat de ontstane situatie uitsluitend door [verweerder] is veroorzaakt, zodat er voor een vergoeding geen plaats is. De kantonrechter is echter van oordeel dat dit niet het geval is, omdat in het licht van de onder 5.8 geschetste omstandigheden [verweerder] slechts een beperkt verwijt van zijn handelswijze kan worden gemaakt. Bovendien is slechts sprake geweest van een klein aantal e-mailberichten aan een tweetal klanten, waarvan daadwerkelijk kan worden gezegd dat [verweerder] zich negatief over [verzoekster] heeft uitgelaten. Gezien het voorgaande en het ingrijpende en diffamerende karakter van de maatregel van het ontslag op staande voet dient te worden geoordeeld, dat [verzoekster], door [verweerder] op staande voet te ontslaan, disproportioneel heeft gehandeld. Tegen deze achtergrond wordt geoordeeld dat [verweerder] in beperkte mate een verwijt kan worden gemaakt van de geconstateerde verandering in de omstandigheden. Dit brengt met zich dat bij het bepalen van de vergoeding aan de hand van de kantonrechtersformule zal worden uitgegaan van een correctiefactor van C = 0,75.

5.11 De voorgaande overwegingen leiden ertoe dat aan [verweerder] een billijkheidsvergoeding wordt toegekend van € 4.873,91.

5.12 Gelet op de toekenning van een vergoeding, krijgt [verzoekster] gelet op het bepaalde in artikel 7:685 lid 9 BW de mogelijkheid haar verzoek in te trekken.

5.13 Indien [verzoekster] het verzoek intrekt zal zij worden veroordeeld in de proceskosten. Indien zij het verzoek niet intrekt zullen de proceskosten, gelet op de aard van de procedure, worden gecompenseerd op de hierna te melden wijze.

5.14 Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in deze beschikking is vastgelegd en overwogen niet tot een andere beslissing kan leiden.

6. De beslissing

De kantonrechter:

stelt [verzoekster] in de gelegenheid het verzoek in te trekken door middel van een uiterlijk op 5 oktober 2011 te 12:00 uur ter griffie te ontvangen schriftelijke mededeling met gelijktijdige toezending van een afschrift daarvan aan [verweerder];

veroordeelt in dat geval [verzoekster] in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] vastgesteld op € 400,00 aan salaris voor de gemachtigde;

en voor het geval het verzoek niet wordt ingetrokken:

ontbindt, uitsluitend voor het geval dat later tussen partijen onherroepelijk komt vast te staan dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen nog voortduurt na 28 juni 2011, de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 november 2011;

en kent in dat geval aan [verweerder] ten laste van [verzoekster] een vergoeding toe van € 4.873,91?bruto en veroordeelt [verweerder] deze vergoeding te betalen, nadat voormelde voorwaarde is vervuld;

bepaalt dat elk der partijen de eigen kosten van deze procedure draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Frikkee en uitgesproken ter openbare terechtzitting.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature