Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bij brief van 19 februari 2010 heeft het college van burgemeester en wethouders een verzoek van [appellant] om toezending van de kandidatenlijsten (model H 1) van alle partijen, zoals die zijn ingediend en goedgekeurd voor de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart 2010, gedeeltelijk afgewezen.

Uitspraak



201101148/1/H3.

Datum uitspraak: 16 november 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Amsterdam,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 21 december 2010 in zaak nr. 10/1323 in het geding tussen:

[appellant]

en

de burgemeester van Beesel.

1. Procesverloop

Bij brief van 19 februari 2010 heeft het college van burgemeester en wethouders een verzoek van [appellant] om toezending van de kandidatenlijsten (model H 1) van alle partijen, zoals die zijn ingediend en goedgekeurd voor de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart 2010, gedeeltelijk afgewezen.

Bij besluit van 31 augustus 2010 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 21 december 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 januari 2011, hoger beroep ingesteld.

De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 augustus 2011, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. H. van Drunen, werkzaam bij Juridisch Adviesbureau Maury, en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. J.P. Heinrich, advocaat te Den Haag, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob), verstrekt een bestuursorgaan bij de uitvoering van zijn taak, onverminderd het elders bij wet bepaalde, informatie overeenkomstig deze wet en gaat het daarbij uit van het algemeen belang van openbaarheid van informatie.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, kan eenieder een verzoek om informatie, neergelegd in documenten, over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.

Ingevolge artikel I 1 van de Kieswet , houdt het hoofdstembureau op de dag van de kandidaatstelling, om zestien uur, een zitting tot het onderzoeken van de kandidatenlijsten.

Ingevolge artikel I 3, eerste lid, worden de lijsten, onmiddellijk nadat deze door het hoofdstembureau zijn onderzocht, en, indien vereist, de verklaringen van ondersteuning, door de voorzitter ter secretarie van de gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd, voor eenieder ter inzage gelegd.

Ingevolge artikel I 4 beslist het hoofdstembureau op de derde dag na de kandidaatstelling in een openbare zitting die om zestien uur aanvangt, over de geldigheid van de lijsten en over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten, alsmede over het handhaven van de daarboven geplaatste aanduiding van een politieke groepering, en maakt het deze beslissingen op de zitting bekend.

Ingevolge artikel I 17, eerste lid, voor zover thans van belang, maakt de voorzitter van het centraal stembureau, nadat van alle hoofdstembureaus de in artikel I 9, eerste lid, eerste volzin, bedoelde mededeling is ontvangen, de lijsten zo spoedig mogelijk openbaar.

Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, geschiedt de bekendmaking, indien het betreft de verkiezing van de leden van provinciale staten of de gemeenteraad, door de van de nummers en, in voorkomend geval, de aanduidingen van de politieke groeperingen voorziene lijsten ter secretarie van de gemeente waar het centraal stembureau is gevestigd, onderscheidenlijk ter secretarie van de gemeente, voor een ieder ter inzage te leggen.

Ingevolge artikel V 4, eerste lid, voor zover thans van belang, onderzoekt het vertegenwoordigend orgaan waarvoor de verkiezing is geschied, de geloofsbrief onverwijld en beslist het of de benoemde als lid van dat orgaan wordt toegelaten.

2.2. In het bij de rechtbank bestreden besluit heeft de burgemeester zich op het standpunt gesteld dat het verzoek van [appellant] om adresgegevens van de kandidaten niet als een verzoek om feitelijk handelen kan worden aangemerkt, nu deze gegevens niet voor een ieder ter inzage hebben gelegen en derhalve niet als openbaar kunnen worden aangemerkt.

2.3. De rechtbank heeft, voor zover thans van belang, onder verwijzing naar de nota van toelichting behorende bij de wijziging van het Kiesbesluit (blz. 4, Stb. 2003, 453) overwogen dat de burgemeester in redelijkheid heeft kunnen weigeren de adresgegevens van de kandidaten openbaar te maken.

2.4. Ambtshalve overweegt de Afdeling als volgt.

Onmiddellijk nadat de kandidatenlijsten in overeenstemming met artikel I 1, eerste lid, van de Kieswet door het hoofdstembureau zijn onderzocht, moeten deze lijsten ingevolge artikel I 3 van de Kieswet ter inzage worden gelegd ter secretarie van de gemeente. Vervolgens moet het hoofdstembureau ingevolge artikel I 4 van de Kieswet beslissen over de geldigheid van de lijsten, over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten en over het handhaven van de daarboven geplaatste aanduiding. Indien binnen de daarvoor gestelde termijn geen beroep is ingesteld of indien uitspraak is gedaan op een ingesteld beroep, moeten de geldig verklaarde lijsten ingevolge artikel I 17 van de Kieswet openbaar worden gemaakt door terinzagelegging ter secretarie van de gemeente.

De Kieswet regelt aldus uitputtend de voor de verkiezingen noodzakelijke openbaarmaking van kandidatenlijsten. Uit dit systeem van de Kieswet vloeit voort dat gedurende de verkiezingsperiode de Wob niet van toepassing is op kandidatenlijsten. Deze verkiezingsperiode vangt aan op de dag waarop de kandidatenlijsten overeenkomstig artikel I 3 van de Kieswet ter inzage worden gelegd en eindigt met ingang van de dag na die waarop overeenkomstig artikel V 4, eerste lid, van de Kieswet omtrent de toelating van alle gekozen leden is beslist. Na afloop van de verkiezingsperiode staat de Kieswet niet in de weg aan toepassing van de Wob.

Nu het verzoek van [appellant], voor zover dat ziet op het openbaar maken van adresgegevens van op de kandidatenlijsten (model H1) geplaatste kandidaten, is gedaan gedurende voormelde verkiezingsperiode, is de Wob niet van toepassing op dat verzoek. Aangezien voorts de Kieswet niet voorziet in besluiten tot verstrekking van kopieën van kandidatenlijsten, moet het verzoek van [appellant] worden aangemerkt als te zijn gericht op het verrichten van een feitelijke handeling. De als reactie op dat verzoek gevolgde brief van de burgemeester van 19 februari 2010 is daarom niet op rechtsgevolg gericht, zodat deze brief geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht . Derhalve had de burgemeester het tegen die brief gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

2.5. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen zal de Afdeling het besluit van 31 augustus 2010 vernietigen. Gelet op hetgeen onder 2.4 is overwogen zal de Afdeling het door [appellant] tegen de brief van de burgemeester van 19 februari 2010 gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Deze uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.

2.6. De burgemeester dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Roermond van 21 december 2010 in zaak nr. 10/1323;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van de burgemeester van Beesel van 31 augustus 2010, kenmerk 201010993;

V. verklaart het door [appellant] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk;

VI. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit van 31 augustus 2010;

VII. veroordeelt de burgemeester van Beesel tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1748,00 (zegge: zeventienhonderdachtenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VIII. gelast dat de burgemeester van Beesel aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 374,00 (zegge: driehonderdvierenzeventig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. C.H.M. van Altena en mr. E. Steendijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van staat.

w.g. Vlasblom w.g. Van Hardeveld

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 november 2011

312-591.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature