Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

- Vrijspraak van feit 6 (diefstal van benzine, subsidiair verduistering).

- Veroordeling ter zake van 3 vermogensdelicten (diefstal van benzine, diefstal van een pakje shag en diefstal in de woning van verdachtes ouders).

- 2 ad informandum gevoegde feiten worden bij de straftoemeting mede in aanmerking genomen.

- Straf: gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

Uitspraak



Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-000594-11

Uitspraak d.d.: 25 oktober 2011

VERSTEK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 16 maart 2011 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1972],

ingeschreven te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 11 oktober 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van onder 1 primair, 2, 3 primair, 4 en 6 primair ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vorderingen van de benadeelde partijen zal toewijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is door verdachte onbeperkt ingesteld. Het hof zal het hoger beroep evenwel beperkt opvatten, nu het openbaar ministerie in eerste aanleg ter zake van het onder 2 ten laste gelegde feit niet-ontvankelijk is verklaard, de officier van justitie daartegen niet zelfstandig heeft geappelleerd en verdachte geen belang heeft bij behandeling van dat feit in hoger beroep.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep, voor zover aan hoger beroep onderworpen, vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - voor zover in hoger beroep van belang - ten laste gelegd dat:

feit 1 primair:

hij op of omstreeks 9 juni 2010, te [plaats 1], althans in de gemeente [gemeente 1], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een pakje shag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

feit 1 subsidiair:

hij op of omstreeks 9 juni 2010, te [plaats 1], althans in de gemeente [gemeente 1], opzettelijk een pakje shag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welk goed verdachte uit de winkelvoorraad van voornoemde rechthebbende had genomen onder gehoudenheid om, alvorens die winkel te verlaten voornoemd goed te betalen, in elk geval ter betaling aan te bieden, en aldus dat goed anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

feit 3 primair:

hij op verschillende tijdstippen, althans op een tijdstip in of omstreeks de periode van 1 juni 2008 tot en met 3 september 2009 te [plaats 2], gemeente [gemeente 1], (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening bij een [bedrijf 2] aan/nabij de [straat], heeft weggenomen (een) hoeveelheid benzine, althans motorbrandstof, in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] en/of [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

feit 3 subsidiair:

hij op verschillende tijdstippen, althans op een tijdstip in of omstreeks de periode van 1 juni 2008 tot en met 3 september 2009 te [plaats 2], gemeente [gemeente 1], (telkens) opzettelijk een hoeveelheid benzine, althans motorbrandstof, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] en/of [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welke motorbrandstof verdachte bij een voor zelfbediening ingerichte motor brandstofpompinstallatie, gelegen aan de [straat], (telkens) had getankt, onder gehoudenheid die motorbrandstof te betalen en welke motorbrandstof verdachte aldus en in elk geval (telkens) anders dan door misdrijf onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

feit 4:

hij op of omstreeks 24 september 2009 te [plaats 3], gemeente [gemeente 2], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan/nabij het [adres] heeft weggenomen een videocamera (merk:Sony) en/of een pinpas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel.

feit 6 primair:

hij op of omstreeks 06 april 2010 te [plaats 4], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen bij een tankstation van [bedrijf 3] aan/nabij de [straat], een hoeveelheid benzine, althans motorbrandstof, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan tankstation [bedrijf 3] en/of [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

feit 6 subsidiair:

hij op of omstreeks 06 april 2010 te [plaats 4] opzettelijk een heveelheid benzine, althans motorbrandstof, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] en/of [bedrijf 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welke motorbrandstof verdachte bij een voor zelfbediening ingerichte motor brandstof-pompinstallatie, gelegen aan de [straat], had getankt, onder gehoudenheid die motorbrandstof te betalen en welke motorbrandstof verdachte aldus en in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op andere tijdstippen dan op 3 september 2009 de benzine met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, dan wel heeft verduisterd.

Het hof acht voorts niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, zoals is ten laste gelegd onder 6 primair, de benzine op 6 april 2010 met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen. Hiertoe is van belang dat verdachte op 6 april 2010 na het tanken een schuldbekentenis heeft ingevuld. Nu het hof evenmin bewezen acht dat verdachte zich de benzine nadien opzettelijk wederrechtelijk heeft toegeëigend, zal verdachte van zowel het onder 6 primair als subsidiair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 primair, 3 primair en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

feit 1 primair:

hij op 9 juni 2010, te [plaats 1], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een pakje shag,toebehorende aan [bedrijf 1].

feit 3 primair:

hij op 3 september 2009 te [plaats 2], gemeente [gemeente 1], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening bij een [bedrijf 2] aan de [straat], heeft weggenomen een hoeveelheid benzine, toebehorende aan [bedrijf 2] en/of [benadeelde 1].

feit 4:

hij omstreeks 24 september 2009 te [plaats 3], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning aan het [adres] heeft weggenomen een pinpas, toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van een valse sleutel.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair en 3 primair bewezen verklaarde levert telkens op:

diefstal.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie vermogensdelicten. Op 3 september 2009 heeft verdachte benzine getankt en is vervolgens weggereden zonder te betalen. Daarnaast heeft verdachte zich op 9 juni 2010 schuldig gemaakt aan diefstal van een pakje shag. Het derde bewezen verklaarde feit betreft een diefstal in de woning van verdachtes ouders. Verdachte is de woning binnengekomen met behulp van een valse sleutel, en heeft vervolgens de pinpas van zijn vader gestolen. Door voornoemd handelen heeft verdachte telkens inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van de benadeelden. Voor wat betreft de diefstal in de woning van zijn ouders, geldt bovendien dat hij hun vertrouwen ernstig heeft beschaamd. Het handelen van verdachte getuigt van een gebrek aan respect en is onacceptabel.

Ten nadele van verdachte spreekt bovendien dat hij blijkens een hem betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 15 augustus 2011, eerder is veroordeeld ter zake van soortgelijke delicten. De straffen die hem in dat kader zijn opgelegd, hebben hem er kennelijk niet van weerhouden opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te begaan.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals die ter terechtzitting van het hof aan de orde zijn gekomen, en blijken uit het reclasseringsrapport d.d. 9 december 2010. Uit dit rapport blijkt niet dat verdachte - die een alcohol- en drugsprobleem heeft - enig probleeminzicht heeft en/of het strafwaardige van zijn handelen inziet. Volgens de rapporteur vertoont verdachte een bagatelliserende houding. Het recidiverisico wordt hoog ingeschat.

Bij de straftoemeting worden 2 ad informandum gevoegde feiten mede in aanmerking genomen. Dit betreft de feiten die op de inleidende dagvaarding staan vermeld onder het parketnummer 605911-09 (nummer 1 en 2). Verdachte heeft deze ad informandum gevoegde feiten ter terechtzitting in eerste aanleg erkend. Hiermee zijn deze feiten afgedaan.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, zal het hof een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden opleggen. Een lichtere strafmodaliteit of een deels voorwaardelijke straf - zoals door de politierechter is opgelegd en door advocaat-generaal is gevorderd - is, gezien het hiervoor overwogene niet aan de orde.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] ([bedrijf 1])

De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. De vordering, ten bedrage van € 199,30, is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte, te weten de diefstal op 3 september 2009, rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen. Voor het overige verklaart het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering, aangezien deze schadeposten niet zien op een feit waarvoor verdachte wordt veroordeeld.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

De verdachte wordt veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. De vordering, ten bedrage van € 56,75 is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 6 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Gelet op het vorenstaande, dient de benadeelde partij te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht .

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan hoger beroep onderworpen, en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 6 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 3 primair en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 3 primair en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1][bedrijf 1][benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 1] ([bedrijf 1]) terzake van het onder 3 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 55,55 (vijfenvijftig euro en vijfenvijftig cent) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] ([bedrijf 1]), een bedrag te betalen van € 55,55 (vijfenvijftig euro en vijfenvijftig cent) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde 2], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus gewezen door

mr. T.M.L. Wolters, voorzitter,

mr. H. Heins en mr. F.W.J. den Ottolander, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman, griffier,

en op 25 oktober 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. F.W.J. den Ottolander is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature