Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Verlenging loondoorbetalingsverplichting met 52 weken (loonsanctie). Onvoldoende re-integratie-inspanningen werkgever.

Uitspraak



RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 09/3546 WIA

uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Randstad Uitzendbureau B.V.,

gevestigd te Uithoorn,

eiseres,

gemachtigde: mr. S. van Kampijon,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

verweerder,

gemachtigde: A.P. London.

Tevens heeft als partij aan het geding deelgenomen:

[werkneemster],

wonende te [woonplaats],

werkneemster,

gemachtigde: mr. M.F.J. Witlox

Procesverloop

Verweerder heeft bij besluit van 8 oktober 2008 (het primaire besluit) het tijdvak waarin

[werkneemster], werkneemster van eiseres, tegenover eiseres als werkgever recht heeft op loon tijdens ziekte, verlengd met 52 weken tot 23 november 2009. Die verlenging - ook wel een loonsanctie genoemd - is opgelegd in aansluiting op de afloop van de normale wachttijd van 104 weken op de grond dat de re-integratie-inspanningen van eiseres onvoldoende zijn geweest en er geen deugdelijke grond is voor dit verzuim.

Bij besluit van 26 juni 2009 heeft verweerder het daartegen door eiseres gemaakte bezwaar ongegrond verklaard (het bestreden besluit).

Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Na sluiting van het onderzoek ter zitting op 4 augustus 2010 heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:68 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het onderzoek heropend door middel van het schriftelijk inwinnen van inlichtingen bij verweerder (artikel 8:45 Awb). Op 4 februari 2011 is de zaak verwezen naar een meervoudige kamer van de rechtbank.

De rechtbank heeft de zaak opnieuw behandeld op 20 april 2011.

Eiseres is ter zitting vertegenwoordigd door haar gemachtigde, mr. [jurist], jurist, en [verzuimregisseur], verzuimregisseur, beiden werkzaam bij Randstad Uitzendbureau B.V. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Werkneemster en haar gemachtigde zijn – met bericht van verhindering – niet ter zitting verschenen.

Overwegingen

1. Feiten en omstandigheden

1.1. [werkneemster] (hierna: werkneemster) is in dienst bij eiseres sinds 1 april 2001. Zij werkte als callcenter medewerkster voor 32 uur per week via eiseres bij de Rabobank. Werkneemster is op 27 november 2006 uitgevallen met psychische klachten en nek- en schouderklachten. Vanaf 25 mei 2007 tot december 2007 heeft werkneemster bij Tempo Team (onderdeel van eiseres) in aangepast werk (archief werkzaamheden) gewerkt. Werkneemster heeft op 5 augustus 2008 een uitkering opgrond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aangevraagd.

1.2. Verweerder heeft bij besluit van 8 oktober 2008 het tijdvak waarin de werkneemster tegenover eiseres, als werkgever, recht heeft op loon tijdens ziekte, verlengd met 52 weken. Eiseres dient het loon door te betalen tot 23 november 2009. Die loonsanctie is opgelegd in aansluiting op de afloop van de normale wachttijd van 104 weken en op de grond dat door eiseres zonder deugdelijke grond onvoldoende re-integratie-inspanningen in spoor 1 zijn verricht.

1.3. Eiseres stelt dat zij meer dan voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht om de werkneemster te herplaatsen. Eiseres stelt - kort gezegd - dat zij alle re-integratie-inspanningen heeft verricht die redelijkerwijs van haar verwacht konden worden en dat er geen reële mogelijkheden voor spoor 1 aanwezig waren, gezien de ongeschiktheid van werkneemster voor uitzendwerk. Eiseres is van mening dat de loonsanctie ten onrechte is opgelegd.

1.4. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het loonsanctiebesluit ongegrond verklaard. Tegen dit besluit is het beroep gericht.

2. Juridisch kader

2.1 Op grond van artikel 25, negende lid, van de Wet WIA verlengt het UWV, indien de werkgever zonder deugdelijke grond onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht, het tijdvak gedurende welke de verzekerde tegenover die werkgever recht heeft op loon, opdat de werkgever zijn tekortkoming ten aanzien van de bedoelde re-integratie-inspanningen kan herstellen.

2.2 In de Beleidsregels beoordelingskader poortwachter (Besluit van 3 december 2002, Stcrt. 2002, 236, gewijzigd bij Besluit van 17 oktober 2006, Stcrt. 2006, 224, hierna: de Beleidsregels) heeft verweerder een inhoudelijk kader neergelegd voor de beoordeling van onder meer de in 2.1 genoemde bepaling. Volgens de Beleidsregels staat bij de beoordeling het bereikte resultaat voorop. Van een bevredigend resultaat is sprake als gekomen is tot een (gedeeltelijke) werkhervatting, die aansluit bij de resterende functionele mogelijkheden van de werkneemster. Indien er geen bevredigend re-integratieresultaat bereikt is, maar het UWV de inspanningen van de werkgever op basis van het beoordelingskader wel voldoende acht, wordt geen loonsanctie opgelegd. Ook als het UWV de re-integratie-inspanningen weliswaar onvoldoende acht, maar tot het oordeel komt dat de werkgever daarvoor een deugdelijke grond heeft, wordt geen loonsanctie opgelegd. In zijn uitspraak van 28 oktober 2009, te vinden op www.rechtspraak.nl, onder LJ-nummer: BK1570, heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) de Beleidsregels aangemerkt als beleidsregels in de zin van artikel 1:3, vierde lid, van de Awb, over de uitleg van de artikelen 65 en 25, negende lid, van de Wet WIA . De CRvB heeft dit beleid als niet onredelijk beoordeeld.

3. Beoordeling van het geschil

3.1. De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit is gericht aan Randstand Nederland B.V. in plaats van aan Randstad Uitzendbureau B.V.

3.2. Niet in geschil is dat de werkneemster na 15 augustus 2004, te weten op 27 november 2006, arbeidsongeschikt is geworden. Gelet op het bepaalde in artikel 123b, eerste lid, van de Wet WIA , is artikel 25, negende lid, van de Wet WIA in dit geval van toepassing.

3.3. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is de rechtbank tot de slotsom gekomen dat verweerder zich in het bestreden besluit terecht op het standpunt heeft gesteld dat in dit geval geen sprake is van een bevredigend resultaat als bedoeld in de Beleidsregels. Daartoe overweegt de rechtbank dat geconstateerd moet worden dat het in de periode die hier ter beoordeling voorligt, niet is gekomen tot werkhervatting van de werkneemster met een structureel karakter binnen het eigen dan wel een ander bedrijf, die aansluit bij de resterende mogelijkheden van de werkneemster. Gelet op de duurzaam benutbare mogelijkheden van de werkneemster ten tijde hier van belang, was het aangewezen om werkneemster definitief te plaatsen in een passende functie met bijbehorende loonwaarde. In zo’n geval dient met toepassing van de Beleidsregels, die de rechtbank in navolging van de CRvB als niet onredelijk beschouwt, te worden bezien of eiseres de van haar te vergen re-integratie-inspanningen heeft verricht en die voor verweerder inzichtelijk heeft gemaakt.

3.4. Het standpunt van verweerder dat eiseres onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht, is gebaseerd op de conclusies in de rapportages van de arbeidsdeskundige van 15 september 2008, alsmede in bezwaar op de rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige van 17 september 2009. De arbeidsdeskundige en de bezwaararbeidsdeskundige hebben geconcludeerd dat het re-integratieresultaat onvoldoende is. Beide arbeidsdeskundigen zijn van mening dat eiseres heeft aangetoond noch inzichtelijk gemaakt welke functies binnen de Randstad Holding – dus geen uitzendbanen – zijn onderzocht op mogelijke geschiktheid voor werkneemster. De arbeidsdeskundige van de arbodienst heeft aangegeven dat werkneemster geschikt moet worden geacht voor ander werk bij zowel de eigen als een andere werkgever. Uit de door eiseres ingebrachte gegevens blijkt niet dat eiseres - na beëindiging van de tijdelijke passende werkzaamheden bij Tempo Team - systematisch heeft onderzocht welke structurele mogelijkheden er binnen Randstad Holding voor werkneemster waren. De arbeidsdeskundige van de arbodienst heeft werkneemster geschikt geacht voor administratief werk in een rustige omgeving. Eiseres heeft niet inzichtelijk gemaakt waarom het niet mogelijk was om werkneemster structureel te re-integreren in dit werk binnen de eigen organisatie. Bovendien is niet gebleken dat er binnen Randstad Holding geen andere arbeidsmogelijkheden waren, die tot een structureel re-integratieresultaat hadden kunnen leiden, aldus verweerders arbeidsdeskundigen. Eiseres heeft dan ook onvoldoende aangetoond dat er binnen spoor 1 geen structurele mogelijkheden voorhanden waren.

3.5. De rechtbank stelt vast dat eiseres inspanningen heeft verricht om werkneemster te re-integreren. Van belang is evenwel dat die inspanningen zich dienen te richten op zowel plaatsing binnen de ‘eigen’ arbeidsorganisatie, het zogenoemde spoor 1, alsook op plaatsing buiten de arbeidsorganisatie, het zogeheten spoor 2. De inspanningen van eiseres zijn, zo blijkt uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting, echter vooral gericht geweest binnen spoor 2. Niet valt in te zien waarom werkneemster niet definitief is geplaatst in een passende of passend gemaakte functie binnen spoor 1. waartoe eiseres als werkgever op grond van artikel 7:685a van het Burgerlijk Wetboek (BW) in beginsel gehouden is.

Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat de beperkingen van werkneemster haar ongeschikt maakten voor uitzendwerk. Omdat Randstad Uitzendbureau uitsluitend uitzendwerk omvat, is het volgens eiseres voor de werkneemster niet mogelijk om structureel te hervatten in passend werk binnen Randstad Uitzendbureau. De rechtbank is daarvan echter niet overtuigd. Gelet op de werkzaamheden die de werkneemster langdurig als uitzendkracht heeft verricht bij de Rabobank, is niet op voorhand aannemelijk dat eiseres zich voldoende heeft ingespannen om te komen tot plaatsing in een ‘stabiele’ uitzendsituatie. Concreet gesteld, mocht van eiseres worden verlangd dat zij:

a) nader zou hebben gekeken naar voorhanden of te creëren uitzendbanen voor werkneemster, met voldoende stabiliteit;

b) in het kader van de re-integratie-inspanningen had doen blijken dat in voldoende mate de voorbereiding van een mogelijke re-integratie is ingeschat en uitgevoerd. Daarbij gaat het er niet alleen om of er functies zijn waar werkneemster, gelet op haar belastbaarheid, opleiding en ervaring, voor in aanmerking zou kunnen komen. Ook moet worden nagegaan of werkneemster geschikt is te achten voor een deel van een functie of dat de geschiktheid van de werkneemster daarvoor kan worden gecreëerd door middel van een opleiding, training of het tijdelijk verrichten van die werkzaamheden op arbeidstherapeutische basis;

c) niet alleen zou hebben gekeken bij het uitzendbureau van Randstad, maar tevens bij de overige onderdelen van Randstad Nederland;

d) gegeven de beperkte mogelijkheden van werkneemster in het uitzendwerk, ook en wel direct aandacht had besteed aan het onderzoeken van mogelijke werkzaamheden voor eiseres buiten de uitzendbranche.

3.6. De rechtbank kan zich dan ook verenigen met het oordeel van verweerder, inhoudende dat door eiseres geen deugdelijke grond is gegeven voor het afzien van re-integratiespoor 1 en het onvoldoende benutten van de mogelijkheden van spoor 2. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende aannemelijk gemaakt dat eiseres tijdens de wachttijd te afwachtend is geweest en dat haar integratie-inspanningen in die periode onvoldoende zijn gebleven.

3.7. Eiseres heeft geen bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 van de Awb aangevoerd op grond waarvan verweerder in afwijking van zijn beleid de loonsanctie redelijkerwijs had moeten bekorten. De rechtbank is daarvan ook overigens niet gebleken.

3.8. De rechtbank komt op grond van deze overwegingen tot het oordeel dat de aangevoerde gronden niet slagen.

3.9 De rechtbank stelt ten slotte vast dat verweerder in de motivering van het bestreden besluit een te strikte scheiding heeft gemaakt tussen spoor 1 en spoor 2, omdat daarvoor in dit specifieke geval, waar het gaat om een uitzendorganisatie, geen plaats is. De rechtbank ziet hierin, evenals in de onjuiste tenaamstelling in het bestreden besluit, aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen, wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, en artikel 3:2 van de Awb . Het beroep zal om die redenen gegrond worden verklaard. Zoals in het hetgeen hiervoor is overwogen, is beargumenteerd, moet worden geoordeeld dat verweerder, ondanks het te strikt gehanteerde onderscheid, niettemin tot een juist eindoordeel is gekomen. Daarom zal de rechtbank tevens bepalen dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven.

3.10. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder te veroordelen tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en de gemaakte proceskosten in beroep. Deze zijn begroot in overeenstemming met het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht op 1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op de zitting van 4 augustus 2010 en 0,5 punt voor het verschijnen op de nadere zitting 20 april 2011, waarde per punt € 322 en wegingsfactor 1, omdat het een zaak betreft van gemiddeld gewicht.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;

- bepaalt dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van € 297 vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van het geding tot een bedrag van € 805, te betalen aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.J.P. van Os van den Abeelen, voorzitter, en

mrs. H.J. Tijselink en A.J. Bongers-Scheijde, leden, in aanwezigheid van J.J.M. Tol, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2011.

De griffier, De voorzitter,

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan gedurende zes weken na toezending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht.

Afschrift verzonden op:

DOC: B

SB


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde jurisprudentie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature