Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Wn. werkt niet mee aan re-integratie. Niet verwijtbaar wegens ziektebeeld. Risico voor optreden (gebrek aan) optreden bedrijfsarts voor wg. Neutrale ontbinding.

Uitspraak



RECHTBANK AMSTERDAM

SECTOR KANTON - LOCATIE AMSTERDAM

Kenmerk : EA 11-232

Datum : 19 mei 2011

713

Beschikking van de kantonrechter te Amsterdam op een verzoek als bedoeld in artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek , ingediend door:

De besloten vennootschap [verzoekster]

handelend onder de naam [verzoekster]

gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam

verzoekster

hierna: [verzoekster]

gemachtigde: mr D. van der Haar (ARAG rechtsbijstand)

t e g e n:

N. [verweerster]

wonende te Amsterdam

verweerster

hierna: [verweerster]

gemachtigde: mr J. Stam, advocaat te Amsterdam

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[verzoekster] heeft op 16 februari 2011 een verzoek ingediend dat strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst.

Het verzoek is ter zitting van 7 april 2011 behandeld. De behandeling is vervolgens aangehouden tot 10 mei 2011 om partijen in de gelegenheid te stellen aanvullende informatie te verzamelen en in te brengen. [verzoekster] is verschenen bij Mw [naam] en de heer [naam] en bijgestaan door haar gemachtigde. [verweerster] is in persoon verschenen, vergezeld door haar gemachtigde.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK

1. Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1. [verweerster], thans 45 jaar oud, is op 24 november 2002 als interieurverzorgster in dienst getreden van [verzoekster], laatstelijk voor de duur van 8,25 uur per week. Het brutosalaris bedraagt € 343,20 bruto per 4 weken exclusief 8% vakantietoeslag.

1.2. De belastingdienst heeft op 11 februari 2010 aan [verzoekster] laten weten dat zij beslag op het loon van [verweerster] had gelegd en dat de beslagvrije voet op € 0,00 was gesteld. [verzoekster] heeft sindsdien het salaris van [verweerster] aan de belastingdienst afgedragen.

1.3. Bij brief van 13 oktober 2010 aan [verzoekster] heeft [verweerster] [verzoekster] beschuldigd van onder meer bedreiging, diefstal en verduistering van haar loon.

Zij heeft zich op 28 oktober 2010 ziek gemeld.

1.4. De bedrijfsarts rapporteerde bij brief van 15 november 2010 aan [verzoekster], dat [verweerster] restverschijnselen van een zware griep had en dat er geen medische bezwaren waren tegen werkhervatting per 22 november 2011. Voorts meldde de bedrijfsarts: Er zouden andere factoren meespelen zoals conflicten.

1.5. [verzoekster] heeft [verweerster] bij brief van 16 november 2010 verzocht om op 22 november 2010 weer aan het werk te gaan. Nadat de echtgenoot van [verweerster] op 22 november 2010 had laten weten dat zij nog steeds ziek was, heeft [verzoekster] [verweerster] diezelfde dag geschreven dat zij [verweerster] graag op 24 november 2010 weer op de werkvloer zag en dat het haar vrij stond een deskundigenoordeel bij het UWV aan te vragen indien zij van mening zou zijn dat het aangeboden werk niet passend was. Indien [verweerster] op 24 november 2010 niet op het werk zou verschijnen zou de salarisbetaling vanaf die dag worden opgeschort tot de dag van de uitspraak van het UWV.

1.6. De gemachtigde van [verzoekster] heeft [verweerster] bij aangetekende brief van 9 december 2010 op de mogelijkheid tot het aanvragen van een second opinion gewezen en om een reactie verzocht opdat [verzoekster] zou weten waar zij aan toe was. In reactie daarop heeft [verweerster] laten weten dat zij op 26 november 2010 met spoed is geopereerd in het Lucas-Andreas ziekenhuis, zodat zij een second opinion onnodig acht. [verweerster] heeft de hiervoor onder 1.3 bedoelde beschuldigingen herhaald.

1.7. Bij brief van 10 januari 2011 heeft de bedrijfsarts aan [verzoekster] laten weten dat [verweerster] niet is verschenen op de afspraak waarvoor [verzoekster] haar bij brief van 5 januari 2011 had uitgenodigd. [verzoekster] heeft de uitnodiging aan [verweerster] voor een bezoek aan de bedrijfsarts op 24 januari 2011 retour ontvangen. [verzoekster] heeft [verweerster] op 24 januari 2011 telefonisch uitgenodigd om die dag nog naar het late spreekuur van de bedrijfsarts te gaan. Daaraan heeft [verweerster] geen gehoor gegeven.

1.8. Uit de brief van [verweerster] aan [verzoekster] van 17 januari 2011 blijkt dat zij sedert maart 2009 niet meer te werk is gesteld bij Intermedium, maar bij Zoom-in Novum en dat zij zich daar niet welkom voelde. [verweerster] heeft [verzoekster] in deze brief beschuldigd van fraude en oplichting, doodsbedreiging, diefstal, poging tot moord, smaad en deelname aan een criminele organisatie. Zij verwijt [verzoekster] dat haar schulden zijn opgelopen.

1.9. [verweerster] heeft het exploot waarbij zij op 14 maart 2011 werd opgeroepen voor de zitting aan de deurwaarder teruggestuurd. Het exploot was voorzien van de teksten: Zwart geld witwassen. Als jullie zo doorgaan wordt het een schietpartij. Laat ons met rust. Ik betigt jullie van valsheid in woord en geschrift.

Verzoek

2. [verzoekster] verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat sprake is van een dringende reden daartoe, te weten beledigen van [verzoekster] althans geen gehoor geven aan de redelijke opdrachten van [verzoekster] inzake het ziekteverzuim. Subsidiair wordt verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van de gewichtige reden dat een vertrouwensbreuk tussen partijen heeft geleid tot een onwerkbare situatie. [verzoekster] stelt voor dat de proceskosten tussen partijen zullen worden gecompenseerd.

3. Daartoe voert [verzoekster] - kort gezegd – aan dat zij bij herhaling, maar tevergeefs, heeft getracht [verweerster] ertoe te bewegen mee te werken aan vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid, nadat [verweerster] te kennen had gegeven op 26 november 2009 te zijn geopereerd. Op die manier staat [verweerster] haar re-integratie in de weg, aldus [verzoekster]. Daarnaast heeft [verzoekster] zich zeer gestoord aan de vele, in haar visie volstrekt ongefundeerde, verwijten die [verweerster] haar heeft gemaakt.

4. [verzoekster] stelt zich op het standpunt dat de oorzaak van de verstoring van de relatie volledig aan [verweerster] te verwijten is, althans voor haar risico komt. [verzoekster] meent dan ook dat er geen reden is om aan [verweerster] een vergoeding toe te kennen.

Verweer

5. [verweerster] stelt, zo begrijpt de kantonrechter, dat er gewichtige redenen zijn in de door [verzoekster] bedoelde zin. Deze komen in haar visie evenwel geheel voor risico van [verzoekster], die zich volgens [verweerster] onvoldoende heeft ingespannen om tot een passend re-integratieplan te komen. Aan de arbeidsovereenkomst moet een einde komen, zij het onder toekenning van passende vergoeding, waarbij zij de vaststelling van de hoogte daarvan aan de kantonrechter overlaat.

Beoordeling

6. Nu partijen zich over en weer op het standpunt stellen dat aan de arbeidsovereenkomst een einde moet komen, zal deze worden ontbonden tegen na te melden datum.

7. Bij de mondelinge behandeling van het verzoekschrift is de kantonrechter gebleken dat [verweerster]s geestelijke gezondheid ernstig te wensen overlaat. Het is duidelijk dat zij niet heeft meegewerkt aan vaststelling van haar ziektebeeld en aan haar re-integratie, maar de kantonrechter is van oordeel dat dit, geheel of gedeeltelijk, aan haar ziekte te wijten kan zijn en als zodanig niet zonder meer aan haar kan worden verweten. Anderzijds wordt overwogen dat deze omstandigheid, hoe klemmend ook, niet voor risico van [verzoekster] komt.

8. [verzoekster] heeft zich, zoals op haar weg lag, ingespannen om [verweerster] in contact te brengen met de bedrijfsarts, maar dat is niet gelukt. Het kan [verzoekster] niet zijn ontgaan dat [verweerster] in haar eigen werkelijkheid leeft. Van [verzoekster] had verwacht mogen worden dat zij door middel van de Arbodienst, waarmee zij een contract heeft, stappen zou hebben ondernomen om tot een juiste beoordeling van [verweerster]s geestelijke gezondheid te komen. [verzoekster] heeft aangevoerd dat de bedrijfsarts niet meer met deze zaak te maken wilde hebben en niet bereid is gebleken verdere informatie te verschaffen. Deze omstandigheid komt voor haar risico.

9. Daarnaast geldt dat niet is gebleken dat [verzoekster] adequaat heeft gereageerd op de mededeling van de bedrijfsarts, dat [verweerster] in november 2010 kennelijk te maken had met conflicten op het werk. Het lag op de weg van [verzoekster] om te onderzoeken om welke conflicten het ging en of deze aan het herstel van [verweerster] in de weg stonden. Deze nalatigheid valt [verzoekster] te verwijten.

10. Nu [verzoekster] geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op basis waarvan moet worden geconcludeerd dat [verweerster], ondanks haar gezondheidstoestand, toch een verwijt moet worden gemaakt van de ontstane situatie, wordt aangenomen dat haar ter zake geen verwijt kan worden gemaakt. Daarom is er aanleiding tot toekenning van een vergoeding van afgerond € 3.800,- bruto waarbij C = 1. Tevens is rekening gehouden met de leeftijd van [verweerster] en met de duur van het dienstverband.

11. Nu aan [verweerster] een vergoeding wordt toegekend moet aan [verzoekster] de gelegenheid worden geboden om haar verzoek in te trekken.

12. Er zijn termen de proceskosten te compenseren, zoals [verzoekster] heeft verzocht, behoudens in het geval dat [verzoekster] het verzoek intrekt, in welk geval zij in de kosten aan de zijde van [verweerster]. wordt veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

I. ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 juni 2011;

II. kent aan [verweerster] een vergoeding toe ten laste van [verzoekster] ter hoogte van € 3.800,- bruto, een en ander strekkende tot aanvulling van door [verweerster] te ontvangen uitkeringen dan wel elders verdiend loon;

III. veroordeelt [verzoekster] tot betaling van deze vergoeding en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

IV. bepaalt dat het onder I t/m III gestelde rechtskracht ontbeert, indien [verzoekster] het verzoek uiterlijk op 27 mei 2011 intrekt;

V. wijst het meer of anders verzochte af;

VI. bepaalt dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen, behoudens in het geval [verzoekster] het verzoek zal intrekken, in welk geval [verzoekster] wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure aan de zijde van [verweerster]., die tot op heden worden begroot op € 545,- voor salaris van haar gemachtigde, voorzover verschuldigd, inclusief BTW.

Aldus gegeven door mr E.D. Bonga-Sigmond, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2011 in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature