Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Werkgever is belanghebbende bij besluiten m.b.t. het recht op deeltijd-WW-uitkering.

Het Besluit deeltijd WW is niet een uitvoeringsregeling van de WW. Het vereiste van verkorting van de werktijd met ten hoogste 50% staat los van het vijfurencriterium van artikel 16 WW . Er moet dus ook aan worden getoetst. Gebrekkige voorlichting hieromtrent door het UWV betekent niet dat het UWV niet bevoegd was de deeltijd-WW-uitkeringen in te trekken.

De rechtbank merkt ten overvloede op dat door de verschillende UWV-kantoren geen uniforme uitvoering wordt geven aan het Besluit deeltijd WW met betrekking tot de verplichting inlichtingen te verstrekken over wijziging van gewerkte uren.

Het door het UWV tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep is ingetrokken.

Uitspraak



RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, team bestuursrecht

Procedurenummers: 10 / 2507 WW, 10 / 4235 WW, 10 / 4236 WW en 10 / 4237 WW

uitspraak van de meervoudige kamer

in de zaken van

Pelikaan Reizen B.V.,

gevestigd te Zevenbergen, eiseres, hierna ook: Pelikaan,

procedurenummer 10 / 2507 WW,

[naam persoon],

wonend te [plaatsnaam], eiseres, hierna ook: werkneemster 1,

procedurenummer 10 / 4235 WW,

[naam persoon],

wonend te [plaatsnaam], eiseres, hierna ook: werkneemster 2,

procedurenummer 10 / 4236 WW,

[naam persoon],

wonend te [plaatsnaam], eiseres, hierna ook: werkneemster 3,

procedurenummer 10 / 4237 WW,

gemachtigde eisers: [naam persoon],

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(UWV; kantoor Breda), verweerder.

1. Procesverloop

Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van verweerder van 10 juni 2010 (ten aanzien van Pelikaan en werkneemster 3) en van 11 juni 2010 (ten aanzien van werkneemsters 1 en 2). Beide besluiten (bestreden besluiten) hebben betrekking op intrekking en terugvordering van deeltijd-WW-uitkering.

De beroepen zijn behandeld op de zitting van 17 december 2010. Partijen zijn opgeroepen daar te verschijnen. Eisers zijn ter zitting vertegenwoordigd door hun gemachtigde. Verweerder is ter zitting vertegenwoordigd door drs. P.M. Klootwijk.

De rechtbank heeft het onderzoek heropend omdat het onderzoek niet volledig is geweest. De zaken zijn doorverwezen naar een zitting van de meervoudige kamer. De behandeling van de beroepen is voortgezet op de zitting van 23 maart 2011. Partijen zijn ter zitting vertegenwoordigd door degenen die hen op de zitting van 17 december 2010 vertegenwoordigden.

De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak met zes weken verlengd.

2. Beoordeling

2.1 Op grond van de gedingstukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Werkneemsters 1, 2 en 3 (werkneemsters) zijn werkzaam in loondienst van Pelikaan. Omdat er tijdelijk minder werk voor hen was heeft verweerder hen, op hun aanvraag, met ingang van 31 augustus 2009, een uitkering krachtens het Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 31 maart 2009, nr. IVV/I/2009/7428 (Besluit deeltijd WW) toegekend, een zogenaamde deeltijd-WW-uitkering. Bij besluiten van 9 december 2009 heeft verweerder op verzoek van Pelikaan de deeltijd-WW verlengd.

Pelikaan heeft aan verweerder opgave gedaan van de door werkneemsters gewerkte uren.

In een besluit van 10 december 2009 heeft verweerder aan werkneemster 2 meegedeeld dat zij in de periode van 31 augustus 2009 tot en met 29 november 2009 meer heeft gewerkt dan was afgesproken. Besloten is het bedrag dat in die periode teveel is betaald te verrekenen met de toekomende uitkering.

In een brief van 15 december 2009 heeft Pelikaan aan verweerder meegedeeld dat de opgegeven uren niet correct zijn en dat in de betreffende periode medewerkers toch meer ingeroosterd waren dan oorspronkelijk gepland. Een deel van de medewerkers heeft niet de minimale vermindering van 20% gehaald.

In een besluit van 21 januari 2010 heeft verweerder aan werkneemsters meegedeeld dat zij in de periode van 31 augustus 2009 tot en met 29 november 2009 geen recht hadden op een deeltijd-WW-uitkering. Besloten is de uitkering per 31 augustus 2009 te herzien en stop te zetten (de rechtbank leest: in te trekken). Pelikaan is hierover geïnformeerd bij brief van

28 januari 2010.

Bij besluit van eveneens 28 januari 2010 heeft verweerder aan werkneemsters 1 en 3 meegedeeld dat besloten is de uitkering in te trekken per 31 augustus 2009. De teveel betaalde uitkering wordt teruggevorderd. Verweerder zal aan Pelikaan vragen het bedrag terug te betalen. Als Pelikaan niet wil terugbetalen zal het, volgens verweerders brief, van werkneemsters 1 en 3 worden teruggevorderd.

Pelikaan heeft op 18 februari 2010 een bezwaarschrift ingediend. Op respectievelijk 23 maart 2010, 19 maart 2010 en 17 maart 2010 heeft verweerder bezwaarschriften ontvangen van respectievelijk werkneemster 1, werkneemster 2 en werkneemster 3. Verweerder heeft deze bezwaarschriften aangemerkt als machtigingen ten behoeve van Pelikaan.

Bij de bestreden besluiten zijn de bezwaren van Pelikaan, werkneemsters 1 en 3 ongegrond verklaard, terwijl het bezwaar van werkneemster 2 niet-ontvankelijk is verklaard vanwege een onverschoonbare termijnoverschrijding.

Bij primair besluit van 16 juli 2010 heeft verweerder aan Pelikaan meegedeeld dat een bedrag van € 1.128.55 in verband met aan werkneemster 2 ten onrechte verleende uitkering zal worden teruggevorderd bij Pelikaan.

Bij primair besluit van eveneens 16 juli 2010 heeft verweerder aan werkneemster 2 meegedeeld dat een bedrag van € 986,30 in verband met aan haar ten onrechte verleende uitkering zal worden teruggevorderd bij Pelikaan.

Pelikaan heeft in een brief van 20 juli 2010 verweerder gevraagd het bezwaarschrift dat op 18 februari 2010 is ingediend te beschouwen als mede gericht tegen het besluit van 16 juli 2010 met betrekking tot werkneemster 2. Bij brief van eveneens 20 juli 2010 heeft Pelikaan de rechtbank gevraagd verweerders besluit van 16 juli 2010 mee te nemen in de beroepsprocedure.

2.2 Pelikaan heeft aangevoerd dat nooit te kennen is gegeven dat voor het urenverlies een minimumeis van 5 uur geldt. Verweerder heeft haar niet voldoende en niet op tijd daarover geïnformeerd. Verweerder wordt aansprakelijk gesteld voor een schadepost van € 2.394,31.

2.3 In artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de rechtbank.

In artikel 1:2, eerste lid, van de Awb is bepaald dat onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

In artikel 6:7 van de Awb is bepaald dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken bedraagt. Die termijn vangt, volgens artikel 6:8, eerste lid, van de Awb, aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

In artikel 1, eerste lid, van het Besluit deeltijd WW is bepaald dat in afwijking van artikel 8, eerste lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 het een werkgever is toegestaan eenmalig de werktijd van een of meer van zijn werknemers gedurende een van tevoren schriftelijk vastgelegde periode over een periode van 13 weken gemiddeld met ten minste 20% en ten hoogste 50% te verkorten indien aan enige in dat artikellid beschreven voorwaarden is voldaan.

In artikel 16, eerste lid, van de Werkloosheidswet (WW) is bepaald dat werkloos is de werknemer die:

a. ten minste vijf of ten minste de helft van zijn arbeidsuren per kalenderweek heeft verloren, alsmede het recht op onverminderde doorbetaling van zijn loon over die uren; en

b. beschikbaar is om arbeid te aanvaarden.

In artikel 22a, eerste lid, van de WW is bepaald dat het UWV een besluit tot toekenning van uitkering intrekt, onder meer:

a. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 24, 25 of 26 heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering;

b. indien anderszins de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.

In artikel 22a, tweede lid, van de WW is bepaald dat, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, het UWV kan besluiten geheel of gedeeltelijk van intrekking af te zien.

2.4 De rechtbank dient ambtshalve de ontvankelijkheid van de beroepen te beoordelen. In dat kader wordt eerst stilgestaan bij de vraag of tijdig beroep is ingesteld door of namens werkneemsters.

Pelikaan heeft beroep ingesteld door middel van een brief van 14 juni 2010. Die brief is gesteld in de wij-vorm. “Medio februari 2010 hebben wij bezwaar ingediend …”, “Op 10 juni ontvingen wij de beslissing op ons bezwaar …” en “Wij gaan dan ook in beroep …”. De rechtbank stelt vast dat “wij” niet betrekking heeft op Pelikaan en werkneemsters, maar uitsluitend op Pelikaan. Immers, medio februari 2010 werd uitsluitend door Pelikaan bezwaar gemaakt, waarna werkneemsters in maart 2010 bezwaar maakten. Verweerders beslissing van 10 juni 2010 was bovendien gericht aan Pelikaan en werkneemster 3, niet aan werkneemsters 1 en 2. De rechtbank is dan ook van oordeel dat daar waar de gemachtigde van Pelikaan in haar correspondentie consequent de wij-vorm gehanteerd heeft, zij uitsluitend voor Pelikaan spreekt. Waar zij over werkneemsters spreekt noemt zij hen “onze medewerksters”.

Voor de rechtbank staat dan ook vast dat met de brief van 14 juni 2010 niet namens werkneemsters beroep is ingesteld. Die vaststelling is in overeenstemming met wat de gemachtigde van eisers op de zitting van 17 december 2010 naar voren heeft gebracht over een met verweerder gemaakte afspraak: “… dat we de werknemers volledig er buiten zouden houden. Pelikaan reizen was de gedupeerde en dus de partij die beroep ingesteld heeft. Niet namens de werknemers dus.”

De gemachtigde van eisers heeft bij brieven van 22 oktober 2010 en van 19 november 2010 verklaringen overgelegd waarin werkneemsters haar machtigen om namens hen beroep in te stellen. De rechtbank overweegt dat toen voor het eerst door werkneemsters kenbaar is gemaakt dat zij beroep wilden instellen tegen de bestreden besluiten. De termijn voor het instellen van beroep was toen echter al geruime tijd verstreken. De op de zitting van

17 december 2010 gegeven verklaring omtrent de met verweerder gemaakte afspraak maakt die termijnoverschrijding niet verschoonbaar.

De door werkneemsters ingestelde beroepen dienen dan ook wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.5 De rechtbank staat vervolgens, eveneens in het kader van de ambtshalve beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep, stil bij de vraag of Pelikaan belanghebbende is bij het bestreden besluit.

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat een werkgeefster als Pelikaan geen belanghebbende is bij besluiten met betrekking tot het recht op deeltijd-WW-uitkering. Verweerder beschouwt de werktijdverkorting als een civielrechtelijke rechtshandeling, die ter beoordeling is aan de civiele rechter. Deze zal naar het oordeel van verweerder niet gebonden zijn aan het oordeel van verweerder of van de bestuursrechter over de vraag of aan de voorwaarden voor werktijdverkorting is voldaan, een beoordeling die ook moet worden gemaakt in het kader van de toekenning van WW-uitkering in situaties waar deze regeling op ziet. Daarom heeft, volgens verweerder, een beschikking over toekenning of weigering van deeltijd-WW geen dwingendrechtelijke gevolgen voor de verplichting van de werkgever om het loon door te betalen. Het is immers niet wettelijk geregeld dat de werkgever de toegekende WW in mindering mag brengen op de loonbetalingsverplichting. De werkgever heeft daarom, volgens verweerder, geen belang bij het besluit tot toekenning of weigering van deeltijd-WW. Ter zitting heeft verweerder verklaard dat de werkgever is aan te merken als belanghebbende bij besluiten tot terugvordering van dergelijke uitkering.

De rechtbank deelt deze opvatting van verweerder niet. Uit de paragraaf ‘Algemeen’ in de Toelichting bij het Besluit deeltijd WW blijkt dat de daarin getroffen regeling bescherming moet bieden aan werknemers die hun werkgelegenheid dreigen te verliezen, maar dat met die regeling evenzeer voor de belangen van werkgevers wordt opgekomen. Beoogd wordt immers een ongewenste vernietiging te voorkomen van investeringen die in vakkrachten zijn gedaan. Het is de werkgever die het initiatief neemt om gebruik te maken van de regeling deeltijd-WW, en die om verlenging vraagt. Aan de werkgever worden voorwaarden gesteld en verplichtingen opgelegd als beschreven in artikel 1 van het Besluit deeltijd WW, onder meer met betrekking tot scholing, detachering en het betalen van een vergoeding.

Verweerders standpunt dat toekenning of weigering van deeltijd-WW geen dwingend¬rechtelijke gevolgen heeft voor de loonbetalingsverplichting door de werkgever is juist, maar het feitelijk gevolg van toekenning van deeltijd-WW is dat de werkgever gevrijwaard wordt voor de genoemde ongewenste vernietiging van investeringen in vakkrachten. Het belang van de werkgever bij een besluit tot intrekking van het recht op deeltijd-WW is nog meer evident: De werkgever wordt er achteraf mee geconfronteerd dat hij de loonkosten van de werknemers, die hij zonder deeltijd-WW waarschijnlijk ontslagen zou hebben, volledig zelf moet dragen. De gevolgen van een dergelijk besluit worden niet gevoeld door de werknemer, maar raken ten volle de werkgever.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de werkgever dan ook belang bij besluiten tot toekenning, herziening, intrekking en beëindiging van een deeltijd-WW-uitkering.

De rechtbank verwijst in dit verband ook naar het oordeel dat de Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft gegeven naar aanleiding van een wijziging in de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) waardoor vanaf 1 januari 1998 het belanghebbendenbegrip van

artikel 1:2 van de Awb is gaan gelden voor alle besluiten die op grond van de WAO worden genomen. In een uitspraak van 13 februari 2002 (LJN: AD9985) heeft de CRvB overwogen:

“Mede gelet op het belang van een heldere eenvoudig toe te passen, invulling van het begrip belanghebbende in zaken als thans aan de orde, is de Raad van oordeel dat als een werkgever bezwaar maakt, dan wel beroep instelt tegen een besluit met betrekking tot de aanspraken van één van zijn werknemers op een uitkering ingevolge de WAO, gelet op diens hoedanigheid van werkgever, de aanwezigheid van een voldoende actueel, concreet en rechtstreeks belang bij dat besluit dient te worden verondersteld, zodat gedaagde als

belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb dient te worden aangemerkt.

De rechtbank acht dit oordeel van de CRvB van overeenkomstige toepassing op besluiten met betrekking tot aanspraken krachtens het Besluit deeltijd WW. Daarom is Pelikaan, als belanghebbende, ontvankelijk in haar beroep tegen de bestreden besluiten, ook voor zover die betrekking hebben op de intrekking van het recht op deeltijd-WW.

2.6 De rechtbank komt dan ook toe aan een inhoudelijk oordeel over Pelikaans beroep. De rechtbank overweegt als volgt.

Volgens artikel 16, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de WW moet, wil sprake zijn van werkloosheid, zijn voldaan aan de eis dat de werknemer ten minste vijf of ten minste de helft van zijn arbeidsuren per kalenderweek heeft verloren. Dat werkneemsters, anders dan bij de toekenning van de deeltijd-WW-uitkering werd verwacht, minder dan vijf uren per week arbeidsuren hebben verloren is tussen partijen niet in geschil.

Pelikaan vindt dat niet van haar mag worden verwacht dat zij alle bepalingen van de WW kent. Volgens Pelikaan mag verweerder zich voorts niet op WW-bepalingen beroepen als hij Pelikaan niet vooraf heeft geïnformeerd dat de “gewone” WW-regels ook van toepassing zijn op de werknemers waarvoor deeltijd WW is aangevraagd. De rechtbank vat dit standpunt op als een beroep op onbekendheid met wettelijke bepalingen.

De rechtbank overweegt dat het Besluit deeltijd WW een tijdelijke, gedeeltelijke ontheffing mogelijk maakt van het ontslagverbod van het BBA, waardoor bereikt kan worden dat de betrokken werknemers ondanks het ontbreken van een ontslagvergunning recht hebben op een WW-uitkering. Het Besluit deeltijd WW is dan ook niet te beschouwen als een uitvoeringsregeling van de WW, en brengt geen wijziging in de werking van wat in de WW is bepaald. De WW blijft derhalve gelden voor de werknemers. Ook uit de toelichting bij het Besluit deeltijd WW blijkt van de bedoeling dat uitkering wordt verleend “naar de normale regels van de WW.” Verweerder heeft derhalve zich ten aanzien van de werkneemsters op het standpunt kunnen stellen dat niet voldaan is aan het vijfurencriterium.

De rechtbank deelt de opvatting van Pelikaan dat het uit oogpunt van dienstverlening beter was geweest als verweerder eerder op het vijfurencriterium had gewezen. Verweerder heeft dat ook erkend. De rechtbank verbindt aan die erkenning, anders dan Pelikaan, niet de conclusie dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven, of dat verweerder schade moet vergoeden. Op verweerder rustte immers geen verplichting om Pelikaan over de WW-bepalingen te informeren. Eventuele onbekendheid bij Pelikaan met wettelijke bepalingen leidt volgens vaste rechtspraak niet tot een ander oordeel.

Verweerder was dan ook bevoegd de uitkeringen van werkneemsters in te trekken. Van dringende redenen die aanleiding hadden moeten geven geheel of gedeeltelijk van intrekking af te zien is niet gebleken.

2.7 De rechtbank overweegt dat tegen de terugvordering geen beroepsgronden zijn ingediend. De rechtbank zal over dat onderdeel van de bestreden besluiten dan ook geen oordeel geven.

2.8 Pelikaan heeft bij verweerder een bezwaarschrift ingediend naar aanleiding van een besluit van verweerder van 16 juli 2010 ten aanzien van werkneemster 2. Pelikaan heeft in een brief van 20 juli 2010 aan de rechtbank gevraagd dat bezwaarschrift in het kader van deze beroepszaak te behandelen. De rechtbank doet dat niet, omdat uit artikel 7:1 van de Awb voortvloeit dat voorafgaand aan het beroep op de rechtbank een bezwaarprocedure moet worden gevolgd. Pelikaan kan beroep instellen nadat verweerder het besluit van 16 juli 2010 heeft heroverwogen.

2.9 Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat het beroep van Pelikaan ongegrond verklaard dient te worden.

2.10 Ten overvloede, maar van belang uit oogpunt van uniforme uitvoering van het Besluit deeltijd WW, overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank doet heden ook uitspraak in de beroepszaken met procedurenummers

10 / 4205 WW, 10 / 4206 WW en 10 / 4207 WW, die eveneens betrekking hebben op intrekking van het recht op deeltijd-WW nadat een arbeidsurenverlies van minder dan vijf uren werd geconstateerd. Het is de rechtbank opgevallen dat in die zaken de werknemers door verweerder, kantoor Eindhoven, zijn ontheven van de inlichtingenplicht met betrekking tot wijziging van gewerkte uren. Dit verschil in behandeling kan er toe leiden dat intrekkings- en terugvorderingsbesluiten rechtmatig zijn wanneer ze door het ene UWV-kantoor worden genomen, terwijl ze onder overigens gelijke omstandigheden onrechtmatig zijn als ze door een ander UWV-kantoor worden genomen. Dit is uit oogpunt van uniforme toepassing van regelgeving ongewenst te achten.

2.11 Nu de beroepen van werkneemsters niet-ontvankelijk worden verklaard en het beroep van Pelikaan ongegrond wordt verklaard, ziet de rechtbank geen aanleiding voor toewijzing van het verzoek om schadevergoeding, of voor een proceskostenveroordeling.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart de beroepen van werkneemsters niet-ontvankelijk;

verklaart het beroep van Pelikaan ongegrond;

wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Aldus gedaan door mr. D.H. Hamburger, voorzitter, en mrs. J.G.M. Wouters en

M. Breeman, rechters, en door de voorzitter en mr. P. Oudkerk, griffier, ondertekend.

De griffier, De voorzitter,

Uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2011.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen en andere belanghebbenden hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

De termijn daarvoor bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na verzending van deze uitspraak.

Afschrift verzonden op:


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde jurisprudentie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature