Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Kan er bij vaststelling van een ontbindingsvergoeding rekening worden gehouden met de omstandigheid dat de werknemer gebonden is aan een concur¬rentie- en relatiebeding? Ja, in zijn algemeenheid wel, maar niet in dit geval, omdat de werknemer zelf stelt dat deze bedingen niet gelden en in rechte daarover (nog) niets is vastgesteld.

Uitspraak



RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton

Locatie Hoorn

Zaaknr/repnr.: 376347 OA VERZ 11-158

Uitspraakdatum: 22 september 2011

Beschikking in de zaak van:

de besloten vennootschap Krediethuis B.V., gevestigd te Hoorn

verzoekende partij

verder ook te noemen: Krediethuis

gemachtigde: mr. M.H.A. Gobes, advocaat te Hoorn,

tegen

[gedaagde partij], wonende te [plaats]

verwerende partij

verder ook te noemen: [werknemer]

gemachtigde: mr. F.J. Resius, advocaat te Purmerend.

Het procesverloop

1. Krediethuis heeft op 2 augustus 2011 een verzoekschrift ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen haar en [werknemer]. Daar heeft [werknemer] bij verweerschrift op gereageerd. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 september 2011, waar voor Krediethuis is verschenen [directeur], algemeen directeur van Kredietmarkt Groep B.V., enig aandeelhouder van Krediethuis, bijgestaan door mr. Gobes, en waar [werknemer] in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. Resius. Met het oog op de mondelinge behandeling ter zitting hebben partijen bij brieven van 5 en 8 september 2011 nog stukken overgelegd. Partijen hebben hun standpunt ter zitting toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen. Vervolgens is vandaag uitspraak bepaald.

De uitgangspunten

2. Krediethuis is een onderneming die zich bezighoudt met bemiddeling bij onder meer de totstandkoming van hypotheken, kredieten en pensioenen.

3. [werknemer], geboren op [datum] is op 1 januari 2005 bij (de rechtsvoorgangers van) Krediethuis in dienst getreden, en laatstelijk werkzaam als Directeur Verkoop Buiten, tegen een salaris van € 6.187,50 bruto per maand. Met betrekking tot de al bestaande arbeidsrelatie hebben partijen op 1 oktober 2010 een nadere schriftelijke arbeidsovereenkomst gesloten.

4. [werknemer] is met ingang van 14 juni 2011 door Krediethuis op non-actief gesteld.

5. In een e-mail van 3 augustus 2011 heeft de systeembeheerder aan Krediethuis gemeld dat een derde had ingelogd op de laptop die door Krediethuis aan [werknemer] was verstrekt.

Het geschil

6. Krediethuis verzoekt de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te ontbinden wegens gewichtige redenen, primair gelegen in een dringende reden en subsidiair in veranderingen in de omstandigheden.

Aan haar primaire verzoek heeft Krediethuis – kort samengevat – ten grondslag gelegd dat [werknemer] aan een derde toegang heeft verschaft tot een aan Krediethuis toebehorende laptop, waardoor die derde toegang heeft gekregen tot bestanden van Krediethuis die vallen onder de geheimhoudingsverplichting van [werknemer]. Daarbij heeft Krediethuis ook aangevoerd dat [werknemer] alle bestanden van die laptop heeft gewist, waardoor waardevolle informatie verloren is gegaan en waardoor het vermoeden bestaat dat [werknemer] het onmogelijk heeft willen maken dat wordt achterhaald dat hij zich met ontoelaatbare zaken heeft beziggehouden.

In het kader van het subsidiaire verzoek voert Krediethuis mede aan dat [werknemer] niet goed functioneert, ontoelaatbaar gedrag vertoont, ongemotiveerd is en zich tijdens werktijd met andere zaken dan zijn werk bezighoudt. Krediethuis heeft daarom het vertrouwen in [werknemer] verloren. Volgens Krediethuis zijn de veranderingen van omstandigheden geheel aan [werknemer] te verwijten, zodat er geen reden is voor toekenning van een vergoeding.

7. [werknemer] betwist dat er sprake is van een dringende reden en stelt dat er van schending van een geheimhoudingsverplichting geen sprake is geweest. Overigens stelt [werknemer] ook niet aan een geheimhoudingsbeding gebonden te zijn.

Verder betwist [werknemer] het door Krediethuis gestelde disfunctioneren, waarbij hij erop wijst dat Krediethuis nooit enig verwijt heeft geuit daarover. Wel heeft [werknemer] onderkend dat de arbeidsrelatie is verstoord, maar hij meent dat de verstoring uitsluitend aan Krediethuis moet worden toegerekend, zodat toekenning aan hem van een vergoeding met toepassing van correctiefactor C=2 (zoals bedoeld in de Aanbevelingen van de kring van kantonrechters, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl) gerechtvaardigd is.

De beoordeling

8. De kantonrechter is niet gebleken dat het verzoek tot ontbinding verband houdt met het bestaan van een opzegverbod.

9. Voor zover het verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst is gegrond op een dringende reden, kan het niet worden toegewezen. Daarover wordt het volgende overwogen.

10. [werknemer] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij een deugdelijke reden had om de gegevens van de door Krediethuis ter beschikking gestelde laptop te verwijderen. [werknemer] had van Krediethuis toestemming om de laptop niet alleen zakelijk, maar ook privé te gebruiken. Op die laptop stonden daarom ook allerlei privégegevens van [werknemer]. Nadat Krediethuis [werknemer] op non-actief had gesteld en had verzocht om inlevering van de laptop, heeft [werknemer] alle bestanden en gegevens van die laptop gewist, zodat daarop geen privégegevens meer stonden. Een dergelijke actie valt te begrijpen en levert geen strijd op met enige verplichting uit de arbeidsovereenkomst, ook niet met de verplichting van [werknemer] om zich als goed werknemer te gedragen als bedoeld in artikel 7:611 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Hierbij neemt de kantonrechter ook in aanmerking dat ter zitting is gebleken dat alle zakelijke gegevens van de laptop ook steeds werden opgeslagen op de centrale computer (de server) van Krediethuis. Dat betekent dat er geen waardevolle of andere zakelijke gegevens van Krediethuis verloren konden gaan door het wissen van de bestanden van de laptop.

11. Voor zover Krediethuis heeft aangevoerd dat het vermoeden bestaat dat [werknemer] door het wissen van bestanden van de laptop heeft willen verhullen dat hij zich met ontoelaatbare zaken heeft beziggehouden, overweegt de kantonrechter dat voor dit vermoeden geen concreet aanknopingspunt bestaat. Krediethuis heeft ook ter zitting niet nader kunnen toelichten waaruit die ontoelaatbare zaken dan zouden bestaan.

12. [werknemer] heeft een kennis, de [kennis], gevraagd om te controleren of alle bestanden definitief waren verwijderd van de laptop, om te voorkomen dat daarop onverhoopt toch nog (privé-)gegevens zouden achterblijven. Blijkens de door [werknemer] overgelegde verklaring van [de kennis] van 7 september 2011 is de laptop door [de kennis] bekeken, waartoe hij heeft ingelogd op die laptop, en heeft [de kennis] met behulp van het programma Teamviewer een controle uitgevoerd. In die verklaring stelt [de kennis] dat hij geen bestanden van Krediethuis heeft gezien of aangetroffen, omdat deze al verwijderd waren. De kantonrechter heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van [de kennis] en acht het voldoende aannemelijk dat [de kennis] geen (geheime) gegevens van Krediethuis heeft kunnen zien. Gelet daarop is er geen sprake van een schending van een geheimhoudings¬verplichting door [werknemer].

13. In hetgeen door Krediethuis is gesteld, is gelet op het voorgaande dus geen dringende reden voor ontbinding gelegen.

14. De kantonrechter is wel van oordeel dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden wegens een verandering van omstandigheden. Krediethuis en [werknemer] zijn beide van mening dat er sprake is van een vertrouwensbreuk en een verstoorde arbeidsrelatie. Gelet daarop valt niet in te zien dat de arbeidsovereenkomst nog zinvol kan worden voortgezet. De arbeidsovereenkomst zal daarom per 1 oktober 2011 worden ontbonden.

15. De kantonrechter komt vervolgens toe aan de vraag of het gelet op de omstandigheden billijk is om aan [werknemer] een vergoeding toe te kennen, als bedoeld in artikel 7:685 lid 8 BW . Daarover wordt het volgende overwogen.

16. Zoals hiervoor is geoordeeld, heeft [werknemer] in verband met het wissen van bestanden van de aan hem ter beschikking gestelde laptop geen verplichtingen geschonden, ook geen geheimhoudingsverplichting. De verwijten op dit punt van Krediethuis zijn dan ook niet terecht.

17. Daarnaast heeft Krediethuis niet aannemelijk gemaakt dat [werknemer] niet goed functioneert, ontoelaatbaar gedrag vertoont, ongemotiveerd is of zich tijdens werktijd met andere zaken dan zijn werk bezighoudt. Tegenover de betwisting van deze verwijten door [werknemer] heeft Krediethuis geen concrete feiten of omstandigheden naar voren gebracht waaruit kan worden afgeleid dat sprake is van disfunctioneren. Er zijn geen verslagen van functionerings¬gesprekken overgelegd, geen schriftelijke waarschuwingen en er zijn ook onvoldoende voorbeelden aangedragen waaruit het disfunctioneren kan blijken. De stelling dat Krediethuis de indruk heeft dat [werknemer] niet gemotiveerd is en zich de hele dag met privézaken lijkt bezig te houden, is in dit verband niet genoeg, terwijl die stelling overigens ook niet is onderbouwd. Dat [werknemer] op een personeelsfeest bij één gelegenheid cannabis heeft gebruikt, is onvoldoende om te concluderen dat [werknemer] zodanig ontoelaatbaar gedrag vertoont dat hij daarmee het vertrouwen van Krediethuis heeft verspeeld. Ook een terugloop in de resultaten van de verkoopafdeling kan zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet worden toegeschreven aan slecht functioneren van [werknemer]. Voor zover al sprake zou zijn van disfunctioneren, heeft [werknemer] er terecht op gewezen dat het in dat geval op de weg had gelegen van Krediethuis om hem daarop aan te spreken en een verbetertraject in te zetten. Daarvan is geen sprake geweest, althans blijkt daarvan niets uit de stukken.

18. De conclusie van het voorgaande is dat [werknemer] geen verwijt treft ten aanzien van het ontstaan van de verstoorde arbeidsrelatie en dat de reden voor de ontbinding geheel in de risicosfeer van Krediethuis ligt. Daarbij moet ook worden geconstateerd dat Krediethuis in een kort tijdsbestek een onomkeerbare situatie in het leven heeft geroepen, door de non-actiefstelling van [werknemer] en de onterechte verwijten aan zijn adres. Dat betekent dat in beginsel toekenning van een vergoeding met toepassing van correctiefactor C=2 gerecht¬vaardigd is.

19. De kantonrechter ziet echter reden voor enige matiging van de vergoeding, gelet op het volgende. Door [werknemer] is erkend dat in september 2010 tussen hem en eerdergenoemde heer [directeur] een mondelinge afspraak is gemaakt, die er in essentie uit bestond dat een vennootschap van de heer [directeur] vervroegd een lening van € 500.000,- zou aflossen aan een vennootschap van [werknemer], en dat [werknemer] in ruil daarvoor zou instemmen met beëindiging van zijn dienstverband met Krediethuis, indien Krediethuis die beëindiging op enig moment zou wensen, met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden. De vennootschap van de heer [directeur] heeft de lening van € 500.000,- op 1 oktober 2010 daadwerkelijk vervroegd afgelost aan de vennootschap van [werknemer]. Aan [werknemer] kan worden toegegeven dat uit de mondelinge afspraak niet duidelijk volgt dat hij onder alle omstandigheden onvoorwaardelijk zou moeten instemmen met beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Anderzijds heeft [werknemer] wel een vervroegde aflossing van de lening van zijn vennootschap verkregen en heeft hij in ieder geval de verwachting gewekt dat hij zich welwillend zou opstellen indien Krediethuis op enig moment zou streven naar beëindiging van zijn dienstverband. De kantonrechter zal gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden de correctiefactor matigen naar C=1.5.

20. Uitgaande van een salaris van € 6.682,50 bruto per maand (inclusief 8% vakantietoeslag) en genoemde correctiefactor, zal de vergoeding worden vastgesteld op een bedrag van (afgerond) € 35.000,- bruto (3.5 gewogen dienstjaren x € 6.682,50 x 1.5). De kantonrechter houdt geen rekening met de door [werknemer] genoemde vergoeding voor iedere gepasseerde hypotheekakte, omdat niet is gebleken dat het hier gaat om een daadwerkelijk en structureel genoten looncomponent. Ook kan [werknemer] niet worden gevolgd in zijn stelling dat het dienstverband al eerder is aangevangen dan 1 januari 2005, omdat de stukken daarvoor geen aanknopingspunt bieden.

21. [werknemer] heeft in het verweerschrift gevraagd om naast een vergoeding op grond van artikel 7:685 lid 8 BW ook een vergoeding toe te kennen op basis van artikel 7:653 lid 4 BW . Daarbij heeft [werknemer] gesteld dat Krediethuis hem wil houden aan een concur¬rentie- en relatiebeding, dat deze bedingen hem in belangrijke mate belemmeren om anders dan in dienst van Krediethuis werkzaam te zijn, en dat het daarom in het licht van laatst¬genoemd artikel billijk is dat Krediethuis voor de duur van de beperking een vergoeding betaalt. De kantonrechter overweegt dat de vergoeding van artikel 7:653 lid 4 BW moet worden gevorderd in een dagvaardingsprocedure en dat deze verzoekschrift¬procedure daarvoor niet is bedoeld. Dat neemt niet weg dat de kantonrechter bij de vaststelling van de ontbindingsvergoeding rekening moet houden met alle relevante omstandigheden van het geval, waartoe ook kan behoren de omstandigheid dat de werknemer gebonden is aan een concur¬rentie- en relatiebeding. Echter, in dit geval stelt [werknemer] zich op het standpunt dat er tussen partijen geen concur¬rentie- en relatiebeding is overeengekomen, althans dat hij daaraan niet gebonden is. Er is vooralsnog in rechte niet vastgesteld – bijvoorbeeld in een vonnis in kort geding – dat er wel een concur¬rentie- en relatiebeding geldt. De kantonrechter is van oordeel dat het niet in de rede ligt om ten gunste van de werknemer bij vaststelling van de ontbindingsvergoeding rekening te houden met de omstandigheid dat de werknemer gebonden is aan een concur¬rentie- en relatiebeding, daar waar die werknemer zelf stelt dat deze bedingen niet gelden en in rechte daarover (nog) niets is vastgesteld. Dat betekent dat de kantonrechter deze omstandigheid buiten beschouwing laat bij de vaststelling van de vergoeding.

22. Partijen worden van de voorgenomen beslissing in kennis gesteld en Krediethuis is bevoegd het verzoek binnen de hierna te noemen termijn in te trekken. Gelet op de uitkomst van de procedure is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder hun eigen kosten dragen. Indien Krediethuis haar verzoek intrekt, zal zij de proceskosten van [werknemer] moeten betalen.

De beslissing

De kantonrechter:

Bepaalt dat de termijn, waarbinnen Krediethuis haar verzoek zal kunnen intrekken [i.c. door middel van een schriftelijke mededeling (eventueel bij faxbericht) aan de griffier en in afschrift aan de (gemachtigde van de) wederpartij], zal lopen tot en met 30 september 2011.

Voor het geval Krediethuis haar verzoek niet binnen die termijn zal hebben ingetrokken:

Ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 oktober 2011.

Kent aan [werknemer] ten laste van Krediethuis een vergoeding toe van € 35.000,- bruto.

Bepaalt dat beide partijen de eigen kosten dragen.

Voor het geval Krediethuis haar verzoek binnen die termijn zal hebben ingetrokken:

Veroordeelt Krediethuis in de proceskosten, die aan de zijde van [werknemer] worden vastgesteld op € 400,- voor salaris van de gemachtigde van [werknemer].

Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 22 september 2011 in het openbaar uitgesproken.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature