Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bij brief van 18 februari 2010 heeft het college een verzoek van [appellant sub 1] om toezending van de kandidatenlijsten (model H 1) van alle partijen, zoals die zijn ingediend en goedgekeurd voor de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart 2010, gedeeltelijk afgewezen.

Uitspraak



201012459/1/H3.

Datum uitspraak: 5 oktober 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

1. [appellant sub 1], wonend te Utrecht,

2. de burgemeester van Albrandswaard en het college van burgemeester en wethouders van Albrandswaard,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 25 november 2010 in zaak nr. 10/1412 in het geding tussen:

[appellant sub 1]

en

het college.

1. Procesverloop

Bij brief van 18 februari 2010 heeft het college een verzoek van [appellant sub 1] om toezending van de kandidatenlijsten (model H 1) van alle partijen, zoals die zijn ingediend en goedgekeurd voor de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart 2010, gedeeltelijk afgewezen.

Bij besluit van 6 april 2010 heeft het college het door [appellant sub 1] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 25 november 2010, verzonden op 29 november 2010, heeft de rechtbank het door [appellant sub 1] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd, de als besluit aangemerkte brief van 18 februari 2010 herroepen, bepaald dat deze uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit en bepaald dat de burgemeester van Albrandswaard [appellant sub 1] alsnog de door hem verzochte documenten volledig doet toekomen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellant sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 december 2010, en de burgemeester en het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 december 2010, hoger beroep ingesteld. De burgemeester en het college hebben hun hoger beroep aangevuld bij brief van 27 januari 2011.

[appellant sub 1] en de burgemeester en het college hebben verweerschriften ingediend.

[appellant sub 1] heeft nadere stukken ingediend.

[appellant sub 1] heeft toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht .

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 juni 2011, waar [appellant sub 1], bijgestaan door mr. H. van Drunen, werkzaam bij Juridisch Adviesbureau Maury, de burgemeester en het college, bijgestaan onderscheidenlijk vertegenwoordigd door mr. A.A. Broekman-de Feijter, advocaat te Middelburg, en mr. A.G.M. Ostojić-Hanssen en G. de Fretes, beiden werkzaam bij de gemeente Albrandswaard, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) kan eenieder een verzoek om informatie, neergelegd in documenten, over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.

Ingevolge artikel I 1, eerste lid, van de Kieswet houdt het hoofdstembureau op de dag van de kandidaatstelling, om zestien uur, een zitting tot het onderzoeken van de kandidatenlijsten.

Ingevolge artikel I 3, eerste lid, worden de lijsten, onmiddellijk nadat deze door het hoofdstembureau zijn onderzocht, en, indien vereist, de verklaringen van ondersteuning, door de voorzitter ter secretarie van de gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd, voor eenieder ter inzage gelegd.

Ingevolge artikel I 4 beslist het hoofdstembureau op de derde dag na de kandidaatstelling in een openbare zitting die om zestien uur aanvangt, over de geldigheid van de lijsten en over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten, alsmede over het handhaven van de daarboven geplaatste aanduiding van een politieke groepering, en maakt het deze beslissingen op de zitting bekend.

Ingevolge artikel I 17, eerste lid, voor zover thans van belang, maakt de voorzitter van het centraal stembureau, nadat van alle hoofdstembureaus de in artikel I 9, eerste lid, eerste volzin, bedoelde mededeling is ontvangen, de lijsten zo spoedig mogelijk openbaar.

Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, geschiedt de openbaarmaking, indien het betreft de verkiezing van de leden van provinciale staten of de gemeenteraad, door de van de nummers en, in voorkomend geval, de aanduidingen van de politieke groeperingen voorziene lijsten ter secretarie van de gemeente waar het centraal stembureau is gevestigd, onderscheidenlijk ter secretarie van de gemeente, voor eenieder ter inzage te leggen.

Ingevolge artikel V 4, eerste lid, voor zover thans van belang, onderzoekt het vertegenwoordigend orgaan waarvoor de verkiezing is geschied, de geloofsbrief onverwijld en beslist het of de benoemde als lid van dat orgaan wordt toegelaten.

2.2. Het college heeft geweigerd om kopieën van de kandidatenlijsten te verstrekken voor zover het de daarop vermelde adressen en geboortedata betreft. Aan de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar heeft het college ten grondslag gelegd dat de kandidatenlijsten ten tijde van het verzoek van [appellant sub 1] voor eenieder ter inzage lagen, zodat zijn verzoek is gericht op het verrichten van een feitelijke handeling, de reactie van het college op het verzoek bij brief van 18 februari 2010 niet gericht is op rechtsgevolg en deze brief geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht .

2.3. De rechtbank heeft, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 22 februari 1996 in zaak nr. H01.95.0338 (Gst 1997, 7064, 6), overwogen dat kandidatenlijsten niet van de werking van de Wob zijn uitgezonderd en dat moet worden beslist op een daarop betrekking hebbend verzoek om informatie. Voorts heeft de rechtbank in de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2008 in zaak nr. 200707163/1 geen aanleiding gezien voor een ander oordeel, nu [appellant sub 1] heeft betwist dat de kandidatenlijsten ten tijde van zijn verzoek nog ter inzage lagen en het college heeft verklaard niet met zekerheid te kunnen stellen dat zulks wel het geval was. De brief van 18 februari 2010 moet daarom worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Awb, zodat het daartegen gerichte bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard, aldus de rechtbank.

Verder heeft de rechtbank, eveneens onder verwijzing naar voormelde uitspraak van 22 februari 1996, overwogen dat de besluiten hadden moeten worden genomen door de burgemeester. Nu de kandidatenlijsten met de daarop vermelde adressen en geboortedata ter inzage hebben gelegen, zijn deze openbaar en kan het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer niet zwaarder wegen dan het algemene belang bij het verstrekken van informatie, aldus de rechtbank.

2.4. De burgemeester en het college bestrijden het oordeel van de rechtbank dat het bezwaar van [appellant sub 1] ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Zij voeren aan dat de rechtbank er ten onrechte vanuit is gegaan dat de kandidatenlijsten ten tijde van het verzoek van [appellant sub 1] niet meer ter inzage lagen. Voorts betogen zij dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de kandidatenlijsten alsnog volledig openbaar moeten worden gemaakt.

2.4.1. Onmiddellijk nadat de kandidatenlijsten in overeenstemming met artikel I 1, eerste lid, van de Kieswet door het hoofdstembureau zijn onderzocht, moeten deze lijsten ingevolge artikel I 3 van de Kieswet ter inzage worden gelegd ter secretarie van de gemeente. Vervolgens moet het hoofdstembureau ingevolge artikel I 4 van de Kieswet beslissen over de geldigheid van de lijsten, over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten en over het handhaven van de daarboven geplaatste aanduiding. Indien binnen de daarvoor gestelde termijn geen beroep is ingesteld of indien uitspraak is gedaan op een ingesteld beroep, moeten de geldig verklaarde lijsten ingevolge artikel I 17 van de Kieswet openbaar worden gemaakt door terinzagelegging ter secretarie van de gemeente.

De Kieswet regelt aldus uitputtend de voor de verkiezingen noodzakelijke openbaarmaking van kandidatenlijsten. Uit dit systeem van de Kieswet vloeit voort dat gedurende de verkiezingsperiode de Wob niet van toepassing is op kandidatenlijsten. Deze verkiezingsperiode vangt aan op de dag waarop de kandidatenlijsten overeenkomstig artikel I 3 van de Kieswet ter inzage worden gelegd en eindigt met ingang van de dag na die waarop overeenkomstig artikel V 4, eerste lid, van de Kieswet omtrent de toelating van alle gekozen leden is beslist. Na afloop van de verkiezingsperiode staat de Kieswet niet in de weg aan toepassing van de Wob.

Nu het verzoek van [appellant sub 1] is gedaan gedurende de voormelde verkiezingsperiode, is de Wob niet van toepassing op dat verzoek. Aangezien voorts de Kieswet niet voorziet in besluiten tot verstrekking van kopieën van kandidatenlijsten, moet het verzoek van [appellant sub 1] worden aangemerkt als te zijn gericht op het verrichten van een feitelijke handeling. De als reactie op dat verzoek gevolgde brief van het college van 18 februari 2010 is daarom niet op rechtsgevolg gericht, zodat deze brief geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht . Derhalve heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat het college het tegen die brief gemaakte bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Gelet op het voorgaande kan buiten bespreking blijven of de kandidatenlijsten feitelijk ter inzage lagen ten tijde van het verzoek van [appellant sub 1].

Het betoog slaagt.

2.5. [appellant sub 1] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft nagelaten de burgemeester te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar. Tevens verzoekt hij de Afdeling alsnog daartoe over te gaan.

2.5.1. Ingevolge artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht worden de kosten die een belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Uit het vorenoverwogene volgt dat de brief van 18 februari 2010 geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en dat het tegen die brief gerichte bezwaar derhalve terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Gelet hierop is geen besluit herroepen, zodat [appellant sub 1] niet in aanmerking komt voor vergoeding van de door hem in bezwaar gemaakte kosten.

Het betoog kan niet leiden tot het daarmee beoogde doel.

2.6. Het hoger beroep van de burgemeester en het college is gegrond. Het hoger beroep van [appellant sub 1] is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van het college van 6 april 2010 alsnog ongegrond verklaren.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep van [appellant sub 1] ongegrond;

II. verklaart het hoger beroep van de burgemeester van Albrandswaard en het college van burgemeester en wethouders van Albrandswaard gegrond;

III. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 25 november 2010 in zaak nr. 10/1412;

IV. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. J.H. van Kreveld en mr. N. Verheij, leden, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van staat.

w.g. Vlasblom w.g. Van Hardeveld

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2011

312-640.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature