Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bij onderscheiden besluiten van 20 november 2009 heeft het college aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een woning aan de [locatie sub 1] te Heerjansdam, gemeente Zwijndrecht (hierna: het perceel).

Uitspraak



201109343/2/H1.

Datum uitspraak: 23 september 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2], [verzoeker sub 3] en [verzoeker sub 4], allen wonend te Heerjansdam, gemeente Zwijndrecht,

verzoekers,

tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 23 augustus 2011 in zaak nr. 10/787 in het geding tussen:

verzoekers

en

het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht.

1. Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 20 november 2009 heeft het college aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een woning aan de [locatie sub 1] te Heerjansdam, gemeente Zwijndrecht (hierna: het perceel).

Bij besluit van 14 juni 2010 heeft het college het door verzoekers daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 23 augustus 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door verzoekers daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 14 juni 2010 vernietigd, doch bepaald dat de rechtgevolgen ervan in stand blijven.

Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 augustus 2011, hoger beroep ingesteld.

Bij deze brief hebben verzoekers de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 september 2011, waar [verzoeker sub 1], bijgestaan door mr. J.G.M. Roijers, advocaat te Rotterdam, en het college, vertegenwoordigd door R.S.M. van der Kuijp, A.W.R. Groenewegen en R.S. Oliveira, allen werkzaam bij de gemeente, en [deskundige], zijn verschenen. Voorts is daar [vergunninghouder] als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het verzoek strekt tot schorsing van de uitspraak van de rechtbank, voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het besluit van 14 juni 2010 in stand zijn gelaten, en tot schorsing van de besluiten van 20 november 2009. Aan dat verzoek is ten grondslag gelegd dat voorkomen dient te worden dat met de bouwwerkzaamheden wordt aangevangen, opdat geen onherstelbare gevolgen zullen intreden, hangende de behandeling van het door verzoekers ingestelde hoger beroep. Verzoekers vrezen dat de bouwwerkzaamheden zullen leiden tot schade aan de panden aan de [locatie sub 2] en [locatie sub 3], welke eigendom zijn van [verzoeker sub 3], onderscheidenlijk [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2].

2.3. Verzoekers betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat de bouwwerkzaamheden onvermijdelijk leiden tot schade aan de panden aan de [locatie sub 2] en [locatie sub 3].

2.3.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 11 november 2009 in zaak nr. 200900811/1/H1) kan de gevreesde schade ten gevolge van de uitvoering van een bouwplan bij de belangenafweging in het kader van vrijstellingverlening slechts een rol spelen indien op voorhand vaststaat dat de uitvoering van bouwwerkzaamheden onvermijdelijk leidt tot schade in de omgeving.

2.3.2. Aan het besluit van 14 juni 2010 heeft het college ten grondslag gelegd dat er op advies van een constructeur en in overleg met vergunninghouder voor is gekozen om een licht ophoogmateriaal toe te passen om zo schade aan omliggende panden te voorkomen. Op basis van de aldus gewijzigde constructieve gegevens heeft de constructeur geconcludeerd dat mogelijke zakkingen minimaal en acceptabel zijn.

Voorts heeft het college zich bij dat besluit op het standpunt gesteld dat mocht er desondanks toch schade ontstaan, [vergunninghouder] daarvoor aansprakelijk is.

2.3.3. Verzoekers hebben rapporten van Fugro Ingenieursbureau B.V. en van Corsmit Raadgevend Ingenieurs B.V. overgelegd.

In het rapport van Fugro van 3 september 2010, aangevuld bij nadere reacties van 20 oktober 2010 en van 25 maart 2011, is geconcludeerd dat als gevolg van de door haar berekende verschilvervormingen ten gevolge van de ophoging van het perceel een wezenlijk risico bestaat op constructieve schade en waarschijnlijk ook op gebruikersschade.

In het rapport van Corsmit van 3 september 2010, aangevuld bij nadere reacties van 8 september 2010, 21 oktober 2010 en van 1 juli 2011 is geconcludeerd dat de voorgenomen aan te brengen grondaanvulling ontoelaatbare deformaties ter plaatse van de woning aan de [locatie sub 3] tot gevolg zal hebben. In het nader rapport van Corsmit van 12 september 2011 is geconcludeerd dat gezien de verwaarloosbare restcapaciteit van de bestaande constructie en de aanwezige (gemetselde) fundering op schaal enerzijds, het optreden van schade aan het pand [locatie sub 3], als gevolg van het aanbrengen van de grondophoging, onvermijdelijk is.

2.3.4. De rechtbank heeft de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (hierna: de StAB) als deskundige benoemd, die haar op 9 februari 2011 en op 19 april 2011 heeft bericht. In deze adviezen heeft de StAB aldus geconcludeerd: "Ik acht de kans vooralsnog groter dat er schade zal optreden aan de woningen [locatie sub 2] en […] dan dat deze schade zich niet zal voordoen. Er is geen volledig en juist grondmechanisch onderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat de kans op vervormingen nihil is. Het door Fugro namens eisers opgestelde rapport geeft echter een overschatting van optredende verschilzettingen. De kans op ernstige schade acht ik kleiner dan de kans op constructieve of esthetische schade."

2.3.5. De conclusies van voormelde rapporten in aanmerking genomen, bestaat gerede twijfel of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat niet aannemelijk is gemaakt dat op voorhand vaststaat dat de uitvoering van bouwwerkzaamheden onvermijdelijk leidt tot schade in de omgeving.

2.3.6. Gelet hierop en in aanmerking genomen de betrokken belangen, ziet de voorzitter aanleiding tot het treffen van de na te melden voorziening.

2.3.7. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 23 augustus 2011 in zaak nr. 10/787, voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht van 14 juni 2010 in stand zijn gelaten, alsmede de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht van 20 november 2009;

II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht tot vergoeding van bij [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2], [verzoeker sub 3], en [verzoeker sub 4] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

III. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht aan [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2], [verzoeker sub 3], en [verzoeker sub 4] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 227,00 (zegge: tweehonderdzevenentwintig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.E.B. de Haseth, ambtenaar van staat.

w.g. Slump w.g. De Haseth

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 september 2011

476.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature