Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Deze uitspraak wordt gepubliceerd op verzoek. De rechtbank had de uitspraak niet voor publicatie geselecteerd. Om die reden is er geen samenvatting.

Uitspraak



RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 09/1704

Uitspraakdatum: 15 december 2010

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats],

eiser,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Oost-Brabant, kantoor ‘s-Hertogenbosch,

verweerder.

Eiseres wordt hierna belanghebbende genoemd en verweerder inspecteur.

De bestreden uitspraken op bezwaar

De in één geschrift vervatte uitspraken van de inspecteur van 8 april 2009 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan hem voor het jaar 2003 opgelegde navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 170.561 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.854 (aanslagnummer [nummer].H.37), en de met die aanslag in één geschrift bekendgemaakte beschikkingen heffings- en revisierente.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 december 2010 te Breda. Aldaar zijn verschenen en gehoord, de gemachtigden van belanghebbende, [gemachtigden], verbonden aan [kantoornaam gemachtigde] B.V. te Waalre, alsmede namens de inspecteur, [gemachtigden].

1. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

2. Gronden

2.1. Belanghebbende is gehuwd met [echtgenote] en is bestuurder van [de BV] (hierna: de BV). De aandelen van de BV zijn in handen van de drie kinderen van belanghebbende, ieder voor een gelijk deel.

2.2. In 1998 is een vordering die belanghebbende had op de BV, groot fl. 700.000 (€ 317.646) omgezet in een aanspraak op een lijfrente van fl. 48.588 (€ 22.048) per jaar ingaande op 1 juli 1998 en uit te keren aan belanghebbende en zijn echtgenote tot het overlijden van de langstlevende hunner (hierna: saldolijfrente).

2.3. Naast voormelde saldolijfrente heeft belanghebbende jegens de BV nog een drietal

aanspraken, te weten:

- een pensioenrecht, bestaande uit ouderdomspensioen en daaraan gekoppeld partnerpensioen (hierna: pensioenrecht);

- een lijfrente in verband met de inbreng van de eenmanszaak in de BV in 1974 die recht geeft op een uitkering van fl. 17.886 (€ 8.116) per jaar (hierna: stakingslijfrente);

- een lijfrente waarvoor belanghebbende in de jaren 1983 tot en met 1988 premies heeft gestort, die recht geeft op een uitkering van fl. 13.911 (€ 6.313) per jaar (hierna: lijfrente III).

De stakingslijfrente en lijfrente III geven belanghebbende en zijn echtgenote recht op voornoemde uitkeringen met ingang van 6 juli 1998 en tot het overlijden van de langstlevende hunner.

2.4. Tussen partijen is niet in geschil dat de uitkeringen uit de saldolijfrente belastbaar zijn voor zover ze uitgaan boven het bedrag van € 317.646 en dat de overige lijfrente- en pensioenuitkeringen volledig tot het belastbaar inkomen uit werk en woning behoren. De rechtbank acht dit juist en sluit zich hier bij aan.

2.5. Volgens de aangifte vennootschapsbelasting over het jaar 2003 heeft de BV de waarde van haar bezittingen per 1 januari 2003 gesteld op € 363.174. De passiefzijde van de balans vermeldt een bedrag van € 678.301 aan schulden en een eigen vermogen van negatief € 315.127. Van voornoemde schulden ziet een bedrag van € 666.638 op verplichtingen jegens belanghebbende, opgebouwd als volgt:

- Saldolijfrente € 323.104

- Pensioenrecht € 132.084

- Stakingslijfrente € 118.936

- Lijfrente III € 92.514

Totaal € 666.638

2.6. Bij overeenkomst gedateerd 12 september 2003 is de saldolijfrente per 1 januari 2003 omgezet van een levenslange naar een tijdelijke lijfrente door te bepalen dat de saldolijfrente uiterlijk op 1 april 2008 eindigt. In ruil daarvoor heeft belanghebbende in 2003 van de BV een bedrag van € 218.430 ontvangen. Niet in geschil is dat dit bedrag, met voorbijgaan aan de financiële situatie bij de BV, op zakelijke grondslagen berust.

2.7. Voormeld ontvangen bedrag vermeerderd met de reeds genoten uitkeringen uit hoofde van de saldolijfrente is gelijk aan het in 2.2 vermelde bedrag dat aan koopsom voor de saldolijfrente is gestort.

2.8. Op 9 november 2004 ziet belanghebbende af van zijn rechten op uitkeringen voortvloeiende uit de saldolijfrente-overeenkomst. In ruil daarvoor is geen vergoeding bedongen met als reden de slechte solvabiliteit en liquiditeit van de BV. Inmiddels is de BV geliquideerd.

2.9. Op 15 februari 2005 heeft belanghebbende een verbeterde aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2003 ingediend naar een verzamelinkomen van € 59.854, zonder daarbij (een deel van) het van de BV ontvangen bedrag van € 218.430 als belastbaar inkomen uit werk en woning te verantwoorden. Dienovereenkomstig is met dagtekening 23 maart 2005 de aanslag opgelegd. Op het aanslagbiljet is vermeld dat is afgeweken van de aangifte. De afwijking betreft enkel de omstandigheid dat voormelde verbeterde versie door de belastingdienst als aanvulling op de initiële aangifte is aangemerkt.

2.10. In 2007 is bij de BV een boekenonderzoek ingesteld naar de aanvaardbaarheid van de aangiften vennootschapsbelasting en loonbelasting over de boekjaren 2002 tot en met 2005. Tijdens het boekenonderzoek is onder meer kennis genomen van de onder 2.5 vermelde overeenkomst. Naar aanleiding van de bevindingen van het boekenonderzoek is de onderhavige navorderingsaanslag opgelegd. Hierbij is het bedrag van € 218.430 in onderlinge verhouding tot de balanswaarde van de desbetreffende verplichtingen beschouwd als daaruit genoten inkomsten. Het nagevorderde bedrag is als volgt becijferd:

Inkomsten Belastbaar

- Saldolijfrente € 105.868,00 € 0

- Pensioenrecht € 43.278,52 € 43.278

- Stakingslijfrente € 38.970,46 € 38.970

- Lijfrente III € 30.313,05 € 30.313

Totaal € 218.430,03 € 112.561

Over het bedrag van € 43.278 is 20% revisierente berekend. Belanghebbende heeft bezwaar tegen de navorderingsaanslag en tegen de beschikkingen heffingsrente en revisierente ingediend. Bij uitspraken op bezwaar zijn de navorderingsaanslag en de beschikkingen heffingsrente en revisierente gehandhaafd.

2.11. In geschil is het antwoord op de volgende vragen:

- Is sprake van een ambtelijk verzuim dan wel in rechte te honoreren opgewekt vertrouwen dat navordering verhindert?

- Is een bedrag van € 112.561 van de in 2003 door belanghebbende ontvangen som belastbaar als inkomen uit werk en woning?

Voor het geval de rechtbank de eerste vraag ontkennend en de tweede vraag bevestigend beantwoordt, is niet in geschil dat het inkomen en beide rentebeschikkingen terecht en tot de juiste bedragen zijn vastgesteld.

Met betrekking tot het ambtelijk verzuim

2.12. Het ligt op de weg van belanghebbende om aannemelijk te maken dat de inspecteur een ambtelijk verzuim heeft begaan dat navordering verhindert.

2.13. De rechtbank stelt het volgende voorop. De inspecteur mag bij het vaststellen van een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen uitgaan van de juistheid van de gegevens die een belastingplichtige bij zijn aangifte heeft verstrekt. Tot een nader onderzoek is hij in beginsel niet gehouden. Wel is hij tot een nader onderzoek gehouden indien hij, na met een normale zorgvuldigheid kennis te hebben genomen van de inhoud van de aangifte, aan de juistheid van enig daarin opgenomen gegeven in redelijkheid behoort te twijfelen (Hoge Raad 9 januari 2009, nr. 07/10292, LJN: BG9068, r.o. 3.4).

2.14. Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat de inspecteur een ambtelijk verzuim heeft begaan en is dat ook niet anderszins gebleken. Belanghebbende heeft in zijn aangifte geen melding gemaakt van de wijziging van de saldolijfrente-overeenkomst. Voorts valt niet in te zien waarom de inspecteur naar aanleiding van de gegevens in box 3 tot een nader onderzoek zou hebben moeten besluiten. Ook behoefde de inspecteur niet op de hoogte te zijn van mutaties in de aangifte vennootschapsbelasting van de BV nu belanghebbende geen aandeelhouder is van de BV en om die reden de aangiften van belanghebbende en de BV zich, naar de inspecteur onweersproken heeft gesteld, niet in één gezamenlijk dossier bevinden.

2.15. Dit leidt tot de conclusie dat geen sprake is van een ambtelijk verzuim dat aan navordering in de weg zou staan. Nu eerst na het vaststellen van de aanslag is gebleken dat de saldolijfrente-overeenkomst is gewijzigd, leverde dat een feit op dat navordering rechtvaardigt.

Met betrekking tot het vertrouwensbeginsel

2.16. Belanghebbende voert aan dat op grond van het vertrouwensbeginsel evenmin sprake kan zijn van navordering nu uit de toelichting op de aanslag valt op te maken dat de aangifte inhoudelijk is beoordeeld en sprake is van een bewuste standpuntbepaling met betrekking tot de onderhavige problematiek. Gelet op de omstandigheid dat bij het opleggen van de aanslag de verbeterde aangifte gevolgd is, kon belanghebbende naar het oordeel van de rechtbank geen in rechte te beschermen vertrouwen ontlenen aan vorenbedoelde toelichting. Er is dus geen vertrouwen gewekt dat aan navordering in de weg staat.

Met betrekking tot het materiële geschil

2.17. Uit de stukken van het geding stelt de rechtbank vast dat belanghebbende gerechtigd is tot een viertal bij de BV bedongen vermogensrechtelijke aanspraken en dat hij en de BV een handeling hebben verricht, waarbij belanghebbende de beschikking heeft gekregen over een toekomstige bate in ruil voor een tegenprestatie. Als gevolg hiervan is, naar de inspecteur onweersproken heeft gesteld, de dekkingsgraad bij de BV verlaagd van 53,5% naar 31,5%. Onder deze omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank met voornoemde handeling een deel van de rechten die zijn besloten in het pensioenrecht, de stakingslijfrente en lijfrente III in fiscale zin overgegaan in het recht dat in de saldolijfrente is besloten. In de keuze die belanghebbende en de BV hebben gemaakt en die tot uitdrukking komt in de onder 2.6 genoemde overeenkomst, ligt dan ook een beschikkingshandeling besloten ter zake van zowel de saldolijfrente als het pensioenrecht, de stakingslijfrente en lijfrente III. Dat de juridische vormgeving niet overeenstemt met de economische en fiscale realiteit inhoudende dat belanghebbende heeft afgezien van een deel van voornoemde aanspraken, doet aan het voorgaande niet af. Voor dat geval is niet in geschil dat het gelijk aan de zijde van de inspecteur is.

2.18. Gelet op het vorenoverwogene is het beroep ongegrond verklaard.

2.19. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Aldus gedaan door mr. W.A.P. van Roij, voorzitter, mr. D. Hund en mr . drs. M.M. de Werd , rechters, en door de voorzitter en mr. M.D.E. Copra-Carolie, griffier, ondertekend.

De griffier, De voorzitter,

Uitgesproken in het openbaar op 15 december 2010.

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 27 december 2010

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde jurisprudentie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature