Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst. Verzoekers stellen dat de arbeidsovereenkomst is ingegaan per 22 maart 2010 en dat verweerster niet is verschenen op het werk. Verweerster stelt dat de arbeidsovereenkomst is ingegaan op 1 december 2009. Verzoekster hebben haar, aldus verweerster, ondanks dat zij daar meerdere malen om had verzocht, geen schriftelijke arbeidsovereenkomst aangeboden. Verweerster maakt aanspraak op een vergoeding.

Verwezen wordt verder naar het tussen partijen gewezen vonnis, dat is gepubliceerd onder LJN: BT1880.

Uitspraak



RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

beschikking ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek

in de zaak van

1. [verzoekster sub 1],

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [verzoeker sub 2], vennoot,

wonende te [woonplaats],

3. [verzoeker sub 3], vennoot

wonende te [woonplaats],

verzoekers,

gemachtigde: mr. R.A. van Winden.

tegen

[verweerster],

wonende te [woonplaats],

verweerster,

gemachtigde: mr. E.H.P. Dingenouts,

Partijen worden hierna aangeduid als “[verzoekers]” voor verzoekers gezamenlijk en “[verzoekster sub 1]”, “[verzoeker sub 2]” en “[verzoeker sub 3]” voor verzoekers afzonderlijk en “[verweerster]”.

1. Het verloop van de procedure

- het voorwaardelijk verzoekschrift, met 6 producties, ontvangen op 15 juli 2010;

- het verweerschrift;

- de stukken en producties die door partijen in de zaak onder nummer 1132283 CV EXPL 10-39773 in het geding zijn gebracht, zoals die vermeld zijn in het vonnis van heden in die zaak.

- Het proces-verbaal van de zitting van 13 september 2010, waar gelijktijd een comparitie van partijen heeft plaatsgevonden in de zaak onder nummer 1132283 CV EXPL 10-39773.

2. Het verzoek en de grondslag daarvan

2.1 Het verzoek strekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen, voor zover deze (nog) mocht blijken te bestaan, wegens gewichtige redenen bestaande uit veranderingen van omstandigheden met toekenning van een vergoeding ten laste van [verweerster] aan [verzoekers] met veroordeling van [verweerster] in de kosten van het geding.

2.2 [verzoekers] voeren daartoe aan dat tussen partijen hoogstens een arbeidsovereenkomst is ontstaan per 22 maart 2010, maar dat [verweerster] toen zonder geldige reden niet is komen opdagen. Voor zover er al een arbeidsovereenkomst heeft bestaan, heeft [verweerster] in dat verband nimmer werkzaamheden verricht. Door de

per 22 maart 2010 overeengekomen werkzaamheden niet te gaan verrichten, moesten [verzoekers] op korte termijn op zoek gaan naar een vervangster. Voorts is [verweerster] in gebreke gebleven bij het aannemen van personeel en het begeleiden van stagiaires, waardoor [verzoekers] een slechte naam hebben gekregen. Ook heeft zij zich onrechtmatig stukken toegeëigend en [verzoekers] valselijk beschuldigd. Daardoor hebben [verzoekers] geen vertrouwen meer in [verweerster]. [verweerster] heeft deze vertrouwensbreuk geheel en al veroorzaakt, zodat [verzoekers] aanspraak maken op een vergoeding te betalen door [verweerster].

3. Het verweer

3.1[verweerster] betwist niet dat de verhouding tussen partijen zodanig is verstoord dat verdere samenwerking niet meer mogelijk is, maar voert als verweer aan, dat dit geheel aan [verzoekers] te wijten is. [verweerster] maakt aanspraak op een vergoeding van

€ 4.167,02, uitgaande van C=3.

3.2 Zij voert daartoe aan, dat tussen partijen niet per 22 maart 2010, maar per 1 december 2009 een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. Zij verwijst daarvoor naar de stukken en stellingen in de zaak met nr. 1132283 CV EXPL 10-39773. [verweerster] is per 1 december 2009 bij [verzoekers] in dienst getreden om een kinderdagverblijf op te zetten. Ondanks herhaaldelijke verzoeken hebben [verzoekers] [verweerster] geen schriftelijke arbeidsovereenkomst willen geven en, behoudens voorschotten, geen loon uitbetaald en niet aan haar (pensioen) verplichtingen jegens [verweerster] voldaan. [verweerster] is vanaf eind maart 2010 tot heden niet meer opgeroepen voor arbeid. [verzoekers] hebben op vele momenten onzorgvuldig gehandeld tegenover [verweerster]. Gezien de bijzondere aard en hoge mate van verwijtbaarheid aan de zijde van [verzoekers], als ook de korte arbeidsduur en de omstandigheid dat [verweerster] geen zicht heeft op een andere dienstbetrekking, acht [verweerster] een vergoeding op basis van factor C=3 gerechtvaardigd.

4. De beoordeling

4.1 Partijen hebben medegedeeld dat het ontbindingsverzoek geen verband houdt met een opzegverbod en er is geen aanleiding aan de juistheid van die mededeling te twijfelen.

4.2 Vast staat dat – voor zover er nog een arbeidsovereenkomst tussen partijen mocht blijken te bestaan – deze zo spoedig mogelijk moet eindigen nu de verhouding tussen partijen zodanig is geëscaleerd, dat er geen samenwerking meer mogelijk is.

De kantonrechter zal daarom de arbeidsovereenkomst, indien en voor zover deze nog mocht blijken te bestaan, wegens verandering van omstandigheden met ingang van 16 november 2010 ontbinden.

4.3. Met betrekking tot de vraag of aan een van de partijen met het oog op de omstandigheden van het geval een vergoeding ten laste van de wederpartij toekomt en zo ja, hoe hoog die vergoeding moet zijn, acht de kantonrechter de volgende omstandigheden van belang.

4.4 Verzoekers hebben aan het verzoekschrift ten grondslag gelegd dat er hoogstens een arbeidsovereenkomst per 22 maart 2010 dan wel 1 april 2010 is ontstaan en dat het aan [verweerster] te wijten is dat aan die arbeidsovereenkomst geen verdere uitvoering is gegeven.

Daartegen heeft [verweerster] uitvoerig en gemotiveerd verweer gevoerd. Op grond van al hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd, acht de kantonrechter aannemelijk dat er per 1 december 2009 een arbeidsovereenkomst tussen partijen is gaan gelden. De kantonrechter verwijst voor de motivering van dat oordeel naar hetgeen in dat verband in het vonnis van heden in de procedure onder nr. 1132283 CV EXPL 10-39773 is overwogen. Deze overwegingen worden als hier ingelast beschouwd.

Daarvan uitgaande is de kantonrechter van oordeel dat [verzoekers] door pas in maart 2010 een arbeidsovereenkomst aan te bieden met als ingangsdatum 22 maart of 1 april 2010 de verstoring van de arbeidsverhouding heeft veroorzaakt.

Dat deze daarna zodanig verstoord is dat iedere oplossing onmogelijk werd, acht de kantonrechter met name veroorzaakt door de onwrikbare houding van [verzoekers], hoewel [verweerster] door alle klanten en relaties van [verzoekster sub 1] bij haar juridische strijd te betrekken daaraan zeker ook een bijdrage heeft geleverd.

4.5 Op grond van voorgaande overwegingen acht de kantonrechter het billijk een vergoeding vast te stellen ten laste van [verzoekers], waarbij uitgegaan wordt van de lezing van [verweerster]. Voor een extra verhoging van de vergoeding vanwege de arbeidsmarktpositie van [verweerster] ziet de kantonrechter geen grond. Niet onderbouwd is dat het vinden van werk in de kinderopvang extra moeilijk is. [verweerster] heeft kennelijk ook voor 1 december 2009 een dergelijke functie kunnen verwerven.

Alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen acht de kantonrechter een vergoeding overeenkomstig de kantonrechtersformule op basis van c=2 billijk, waarbij uitgegaan zal worden van het door [verweerster] aangevoerde Cao-loon, nu daar door [verzoekers] geen andere loongegevens tegenover zijn gesteld.

De vergoeding wordt dan bepaald op afgerond € 2.775,00 bruto.

4.6 Indien alsnog mocht blijken dat er per 1 december 2009 geen arbeidsovereenkomst tussen partijen is gaan gelden, overweegt de kantonrechter het volgende. Indien al sprake was van een bedoeling van partijen een voorwaardelijke arbeidsovereenkomst aan te gaan, die pas zou ingaan zodra het kinderdagverblijf zou starten, dan had de datum van ingang vooraf duidelijk bepaald en overeengekomen moeten zijn. Vast staat dat daarvan geen sprake is. Een schriftelijk contract ontbreekt, terwijl uit de stukken blijkt dat de officiële datum van de start van het kinderdagverblijf verschillende malen is uitgesteld in de periode van 1 december 2009 tot 22 maart 2010. Onder die omstandigheden kan niet gezegd worden dat door de start van het kinderdagverblijf de voorwaarde zonder nadere overeenstemming tussen partijen in werking is getreden en aldus een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. Het stond [verweerster] naar het oordeel van de kantonrechter vrij om onder die omstandigheden het aanbod van [verzoekers] ergens in maart 2010 af te wijzen, hetgeen zij blijkens haar stellingen in de procedure onder nr. 1132283 CV EXPL 10-39773 ook heeft gedaan. Er is dan geen arbeidsovereenkomst tot stand gekomen, zodat de onderhavige beschikking haar voorwaardelijk karakter behoudt. Voor het toekennen van een vergoeding ten laste van [verweerster] op grond van artikel 7:685 BW bestaat dan geen grondslag.

4.7 Nu [verzoekers] geen vergoeding hebben aangeboden, zal hen een termijn geboden worden om het verzoek op de hieronder vermelde wijze in te trekken.

4.8 Gelet op de aard van de procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te melden wijze.

De beslissing

De kantonrechter:

stelt [verzoekers] in de gelegenheid het verzoek in te trekken door middel van een uiterlijk op 8 november 2010 te 12.00 uur ter griffie te ontvangen schriftelijke mededeling met gelijktijdige toezending van een afschrift daarvan aan de wederpartij;

en voor het geval het verzoek niet wordt ingetrokken:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen - indien en voor zover deze nog mocht blijken te bestaan - met ingang van 16 november 2010;

kent aan [verweerster] ten laste van [verzoekers] een vergoeding toe van € 2.775,00 bruto en veroordeelt [verzoekers] hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, deze vergoeding aan [verweerster] te betalen;

en in beide gevallen:

bepaalt dat elk der partijen de eigen kosten van deze procedure draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.F.A. van Buitenen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde jurisprudentie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature