Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Onrechtmatige perspublicatie, uitzending programma spoorloos

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 472838 / HA ZA 10-3342

Vonnis van 20 juli 2011

in de zaak van

1. [A],

wonende te --,

2. [B],

wonende te --,

3. [C],

wonende te --,

4. [D],

wonende te --,

eiseressen,

advocaat mr. H.A.J. Stollenwerck te Maastricht,

tegen

de vereniging

KATHOLIEKE RADIO OMROEP,

gevestigd te Hilversum,

gedaagde,

advocaat mr. J.P. van den Brink te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [A] c.s. en KRO genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 23 februari 2011,

- het proces-verbaal van comparitie van 13 april 2011 met de daarin genoemde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [A] is de weduwe van [E] (hierna: [E]).

[B], [C] en [D] zijn hun dochters. [E] werkte in de jaren 50 van de vorige eeuw als chemicus voor de Handelsvereniging Amsterdam (HVA). In die periode werkte en woonde hij met zijn echtgenote (ook) in Ethiopië.

2.2. KRO zendt het televisieprogramma Spoorloos uit, waarin de zoektocht van kinderen naar hun vader en/of moeder centraal staat.

In de uitzending van Spoorloos op 25 januari 2010 werd aandacht besteed aan de zoektocht van een aantal Ethiopiërs naar hun biologische vaders, die in de tweede helft van de twintigste eeuw voor de HVA in Etiopië werkten. In de uitzending wordt middels een voice-over namens 12 Ethiopiërs gemeld dat de betreffende personen op zoek zijn naar hun biologische vader. De oproep luidt, voor zover relevant, als volgt:

(…)

We beginnen met [F]. Zij zou de dochter zijn van meneer [G]. Hij werkte als chemicus bij de HVA. De volgende persoon die graag in contact wil komen met zijn Nederlandse familie is [H]. [H] vermoedt dat zijn vader [I] heet. [I] werkte in Ethiopië als chemicus en onderzoeker. [J] meent de zoon te zijn van de heer [K]. [K] was in die tijd planter. De vierde persoon voor wie wij een oproep doen is [L]. Hij zoekt zijn vader, de heer [E]. [In beeld staat dan de naam [E].]

2.3. De website van Spoorloos, vermeldt na de televisie-uitzending onder de kop: ’25 januari 2010: oproep 12 Ethiopiërs’, dat [L] op zoek is naar zijn vader [E], die als chemicus werkte voor de HVA.

Op 29 januari 2010 staat er op de website van Spoorloos onder meer vermeld:

Spoorloos heeft inmiddels voldoende aanknopingspunten om in vrijwel alle 12 zaken duidelijkheid te scheppen. Wel is er enige tijd nodig om alle onderzoeken af te kunnen ronden. In een volgende uitzending zullen we u vertellen wat het resultaat is van de 12 oproepen (...).

2.4. Bij brief van 2 februari 2010 heeft de advocaat van [A] c.s. de KRO wegens onrechtmatig handelen aansprakelijk gesteld voor de daaruit voortvloeiende schade en de KRO gesommeerd tot rectificatie over te gaan.

2.5. In de uitzending van Spoorloos van 8 februari 2010 zegt de voice-over, voor zover relevant:

(…) Twee weken geleden noemden wij in een oproep de namen van twaalf vermeende vaders. Wij ontvingen veel reacties, zowel van een aantal vermeende vaders als van hun familieleden. Onze oproep heeft binnen verschillende gezinnen tot ophef geleid. Uit de gesprekken die wij met alle nog levende genoemde mannen en de nabestaanden van de overleden mannen hebben gevoerd, trekken wij nu de conclusie dat hun namen door ons ten onrechte zijn genoemd. Wij moeten helaas vaststellen dat er in deze twaalf zaken geen bewijs is om te stellen dat deze voormalige medewerkers van de HVA in Ethiopië een kind hebben verwekt. Wij bieden alle betrokkenen onze uitdrukkelijke excuses aan.

2.6. De website van Spoorloos vermeldt vanaf 9 februari 2009 een nagenoeg gelijkluidende tekst, met dien verstande dat de een na laatste zin luidt:

Wij moeten helaas vaststellen dat er in deze twaalf zaken geen gefundeerd bewijs is om te stellen dat deze voormalige medewerkers van de HVA in Ethiopië een kind hebben verwekt.

Het woord ‘gefundeerd’ is na bezwaar van [A] c.s. na enige tijd verwijderd.

2.7. [A] c.s. hebben een klacht ingediend bij de Raad voor de Journalistiek tegen de hoofdredacteur van Spoorloos. Deze klacht werd bij beslissing van 26 juli 2010 ongegrond verklaard. Kort gezegd is de Raad voor de Journalistiek van oordeel dat het journalistiek onzorgvuldig is dat KRO heeft nagelaten de juistheid van de door [L] verstrekte informatie te verifiëren en niettemin toch de naam [E] heeft vermeld. KRO heeft die handelwijze echter rechtgezet op een in de journalistiek passende wijze.

3. Het geschil

3.1. [A] c.s. vordert, na vermindering van eis om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, samengevat – KRO te veroordelen tot betaling van EUR 3.500,00 aan ieder van eiseressen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2010, alsmede tot betaling van EUR 5.894,47 aan eiseressen gezamenlijk, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 september 2010, met veroordeling van KRO in de kosten van deze procedure, eveneens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na datum vonnis.

3.2. [A] c.s. leggen aan haar vordering ten grondslag dat KRO onrechtmatig heeft gehandeld en dat zij op grond van artikel 6:106 lid 1 onder c BW recht hebben op schadevergoeding. Volgens [A] c.s. is de onder de feiten aangehaalde oproep in de uitzending en op de website van Spoorloos onrechtmatig omdat door de gewraakte uitzending de nagedachtenis van [E] is aangetast, nu daarin ongefundeerd gesteld wordt dat [E] een buitenechtelijk kind heeft verwekt. Deze aantasting van de nagedachtenis is zodanig geweest, dat [E] bij leven zelf recht op schadevergoeding gehad zou hebben. Een rectificatie heft dit niet op. [E] is niet de biologische vader van [L]. [E] is destijds als gehuwd man naar Ethiopië gegaan en twee van zijn dochters zijn er geboren. KRO heeft geen enkel onderzoek gedaan aan de zijde van [E]. Als men contact had gezocht met de familie, dan hadden ze alle medewerking verleend, aldus steeds [A] c.s.

3.3. KRO voert verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Op grond van artikel 10 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) heeft een ieder recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen.

4.2. De vorderingen zoals door [A] c.s. ingesteld, waaronder de vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad, vormen een repressieve beperking van de uitingsvrijheid. Of een dergelijke beperking in overeenstemming is met artikel 10 EVRM, hangt af van de verdere toetsing. Lid 2 van artikel 10 EVRM bepaalt onder welke omstandigheden aan het recht op uitingsvrijheid beperkingen gesteld mogen worden. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen.

4.3. Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake, wanneer de in de uitzending en op de website van Spoorloos gedane oproep onrechtmatig is jegens [A] c.s. in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Bij de beoordeling van de vorderingen van [A] c.s. ziet de rechtbank zich dan ook allereerst voor de vraag gesteld of KRO onrechtmatig heeft gehandeld jegens [A] c.s. Bij de beantwoording van deze vraag dienen de wederzijdse belangen te worden afgewogen en moeten alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen.

4.4. Het belang van [A] c.s. is er in gelegen dat zij niet ongerechtvaardigd worden blootgesteld aan aantasting van de eer en goede naam c.q. de nagedachtenis van [E]. Het belang van KRO is daarin gelegen dat KRO zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over kwesties die de samenleving raken.

4.5. Voor de beantwoording van de vraag of [A] c.s. recht hebben op vergoeding van schade, geldt op grond van artikel 6:106 lid 1 sub c BW als voorwaarde, dat de aantasting plaatsvond op een wijze die [E], ware hij nog in leven geweest, recht zou hebben gegeven op schadevergoeding wegens het schaden van zijn eer of goede naam.

4.6. KRO stelt dat niet aan de voorwaarden van art. 6:106 lid 1 sub c BW is voldaan. KRO erkent dat niet zonder meer vaststaat dat [E] een kind heeft verwekt bij een Ethiopische vrouw, dan wel dat [E] de biologische vader is van [L], maar meent dat [E] niet op een negatieve wijze is genoemd in de uitzending. In de uitzending is niet gezegd dat [E] een buitenechtelijke relatie is aangegaan met een Ethiopische vrouw. Nergens is gezegd of geïmpliceerd dat [E] getrouwd was toen [L] werd verwekt. Ook al heeft het bericht mogelijk een grote impact op de familie, daarmee is de eer en goede naam van [E] niet aangetast. De enkele ontkenning van [A] c.s. dat [E] de vader is van [L], volstaat niet om te kunnen zeggen dat de nagedachtenis van [E] is bezoedeld. Onbekend is hoe [E] zelf tegen de oproep van [L] zou hebben aangekeken. [A] c.s. kunnen dat niet bepalen, aldus steeds KRO.

4.7. De rechtbank oordeelt als volgt. Weliswaar heeft KRO in de uitzending niet gezegd dat [E] een buitenechtelijke relatie had en/of dat hij een buitenechtelijk kind heeft verwekt, maar de oproep in het programma impliceert dat [E] de vader is van [L] en dat [L] en KRO hem zoeken. Weliswaar is daarmee nog niet per definitie iets onbetamelijks gezegd, maar in het onderhavige geval doet deze mededeling afbreuk aan de reputatie (eer en goede naam) en dus ook aan de nagedachtenis van [E]. De rechtbank betrekt bij dit oordeel het volgende.

Personen die [E] gekend hebben en/of zijn familie kennen, weten dat [E] gehuwd was tijdens zijn verblijf in Ethiopië. Uit de oproep dat [L] zijn vader [E], zoekt, kan door deze groep worden geconcludeerd dat [E] tijdens zijn huwelijk bij een andere vrouw dan de zijne een kind heeft verwekt, terwijl hij en zijn gezinsleden daar geen weet van hadden. Dat zo’n bericht een schok teweegbrengt, wordt niet betwist. KRO erkent dat een dergelijk bericht een grote impact heeft. Volgens [A] c.s. zijn zij na de uitzending overstroomd met telefoontjes van vrienden en bekenden die in de uitzending de naam van hun overleden echtgenoot en vader hebben herkend. KRO heeft erkend dat niet vaststaat dat [E] de vader is van [L]. Met de KRO is de rechtbank van oordeel dat de oproep van [L] gezien moet worden in de context van het programma. In dat kader is van belang dat bij de eerste drie uitgezonden oproepen steeds een voorbehoud is gemaakt omtrent het vaderschap van de gezochte personen. Hoewel dit voorbehoud bij de oproep van [L] niet is gemaakt, is aannemelijk dat de kijker de oproep wel zo zal hebben opgevat, juist vanwege de daaraan voorafgaande oproepen. Dit maakt de impact van de oproep desondanks niet minder.

4.8. Dat KRO ten tijde van de uitzending niet wist dat [E] tijdens zijn verblijf in Ethiopië gehuwd was, komt voor haar risico. Het is aan KRO om het waarheidsgehalte van de bewering van [L] te onderzoeken alvorens tot uitzending over te gaan. Daar hoort bij dat zij niet alleen afgaat op het verhaal van [L], maar dit ook bij [E], zijn familieleden, in dit geval zijn weduwe en/of kinderen, of op andere wijze verifieert.

KRO voert aan dat de zoektocht die zij heeft ondernomen naar [E] uitliep op een dood spoor, reden waarom zij de oproep heeft uitgezonden.

Echter volgens [A] c.s. is de familie [E] eenvoudig via het landelijk telefoonboek of via GoogleMaps te vinden, hetgeen zij aan de hand van een print uit Google Maps hebben aangetoond.

De rechtbank is van oordeel dat KRO onvoldoende in het werk heeft gesteld om de familie te vinden. Zeker van de redactie van een programma als Spoorloos mag verwacht worden dat zij in staat is om [E] c.q. zijn familie, van wie de weduwe en twee van de dochters in Nederland wonen, op te sporen. Zij had in elk geval niet tot uitzending behoren over te gaan, zonder dat zij voor de bewering van [L] omtrent de identiteit van zijn vader meer betrouwbare bronnen had dan alleen zijn verhaal. Niet is gebleken dat uitzending als gevolg van de actualiteit van de gebeurtenissen geen nader uitstel duldde.

4.9. KRO heeft zich beroepen op de boodschappersfunctie van de media, waardoor zij niet zelf verantwoordelijk zou zijn voor de oproep in de uitzending. De rechtbank oordeelt daarover als volgt. In de uitzending heeft de redactie van Spoorloos [L] in de gelegenheid gesteld een oproep te doen die tot doel had zijn biologische vader te vinden. KRO heeft op geen enkele wijze afstand genomen van de oproep. Middels de voice-over heeft zij deze (mede) tot de hare gemaakt, zodat niet kan worden gezegd dat KRO hier slechts als boodschapper fungeerde. Maar zelfs als de rechtbank aanneemt dat KRO slechts de boodschap van [L] overbracht, dan is KRO nog steeds verantwoordelijk voor de inhoud van de uitzending, inclusief de daarin gedane oproep van [L]. De uitzending was zorgvuldig voorbereid en geregisseerd, het betrof geen live-uitzending waar iemand zonder dat men wist wat hij zou gaan vertellen aan het woord werd gelaten. Het was de bedoeling dat de zoektocht van een aantal Ethiopiërs naar hun biologische vaders onderwerp van (vervolg)uitzending zou worden. Van KRO mag worden verwacht dat zij zich bewust was van de impact van de oproep van [L] en niet zonder gedegen feitenonderzoek tot uitzending zou overgaan.

4.10. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat KRO met haar handelwijze inbreuk heeft gemaakt op de eer en goede naam van [E] en [A] c.s. en dat dit aan KRO kan worden toegerekend. Ter rechtvaardiging daarvan heeft KRO zich beroepen op artikel 8 EVRM en artikel 7 van het VN Kinderrechtenverdrag en aangevoerd dat de daarin gewaarborgde rechten in het voordeel van de KRO moeten meewegen. In genoemde artikelen is het recht van een ieder op respect voor zijn familie- en gezinsleven vastgelegd, hetwelk meebrengt dat een meerderjarig kind er recht op heeft te weten wie zijn vader is. De belangen van de KRO zijn onlosmakelijk verbonden met het belang van het kind om de identiteit van zijn biologische vader te achterhalen, aldus KRO. De rechtbank gaat daaraan voorbij, nu KRO als omroeporganisatie geen beroep kan doen op genoemde rechten. Daar komt bij dat KRO bij uitzending van haar programma Spoorloos een ander belang heeft dan – in dit geval – [L], ook al zullen die belangen tot op zekere hoogte met elkaar samenhangen. Het belang van KRO weegt niet op tegen het belang van [E] c.q. [A] c.s. dat zij niet ongerechtvaardigd worden blootgesteld aan aantasting van de eer en goede naam c.q. de nagedachtenis van [E].

4.11. Nu voor de inbreuk geen rechtvaardiging is, valt deze als onrechtmatig jegens [E] aan te merken. De mededeling is van dien aard, dat in beginsel moet worden aangenomen dat [E] daarvan nadeel kon ondervinden en deze hem, ware hij nog in leven geweest, recht zou hebben gegeven op schadevergoeding. Het feit dat – zoals KRO betoogt – niet kan worden vastgesteld hoe [E] zelf tegenover de kwestie zou staan, doet aan het voorgaande niets af. Dat is immers in alle gevallen als bedoeld in artikel 6:106 lid 1 sub c BW het geval.

De schade, niet bestaande uit vermogensschade, die voor vergoeding in aanmerking komt, betreft de schade die [A] c.s. lijden door de aantasting van de nagedachtenis van [E].

4.12. KRO heeft betoogd dat met de door haar op 8 februari 2009 uitgezonden en op 9 februari 2009 op de website gepubliceerde rectificatie en de blokkering van de uitgezonden uitzending het eventuele nadeel van [A] c.s. is weggenomen. [A] c.s. menen dat alleen rectificatie onvoldoende is, omdat het kwaad al is geschied.

4.13. Bij de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding houdt de rechtbank rekening met alle omstandigheden van het geval.

Met de oproep in de uitzending van Spoorloos is een breed publiek bereikt. De persoonlijke omstandigheden van [E], met name het feit dat hij gehuwd was ten tijde van zijn verblijf in Ethiopië, waren echter slechts bij een veel kleiner publiek bekend. Met name bij dit deel van het publiek is de reputatie van [E] door de oproep aangetast. Het ontstane nadeel is dan ook zeer beperkt gebleven. Dit nadeel is bovendien beperkt doordat in de uitzending van Spoorloos van twee weken later alsook op de website van Spoorloos excuses zijn aangeboden. De uitzending is ook geblokkeerd, zodat deze niet meer via Uitzending Gemist bereikbaar was en ook niet met andere omroepen kan worden uitgewisseld.

De rechtbank zal, rekening houdend met deze omstandigheden, de schadevergoeding naar billijkheid vaststellen op € 500,-, te betalen aan ieder van eiseressen.

4.14. [A] c.s. hebben daarnaast vergoeding van kosten van rechtsbijstand gevorderd, ten bedrage van € 5.894,47. Deze kosten hebben betrekking op de bij de Raad voor de Journalistiek gevoerde procedure. Deze kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking, nu deze procedure niet kan worden aangemerkt als bedoeld ter vaststelling van aansprakelijkheid als bedoeld in art. 6:96 lid 2 sub b BW of als een redelijke maatregel ter voorkoming of beperking van schade als bedoeld in art. 6:96 lid 2 sub a BW. KRO zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van de onderhavige procedure worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [A] c.s. worden begroot op:

- dagvaarding EUR 87,93

- griffierecht 440,00

- salaris advocaat 904,00 (2 punt × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1431,93

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt KRO om aan

[A],

[B],

[C] en

[D] ieder afzonderlijk te betalen een bedrag van EUR 500,- (vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag vanaf 25 januari 2010 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt KRO in de proceskosten, aan de zijde van [A] c.s. tot op heden begroot op EUR 1.431,93 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.H.J. Konings en in het openbaar uitgesproken op

20 juli 2011.(


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature