Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Bij brief van 18 februari 2010 heeft eiser verzocht om hem een afschrift toe te zenden van de kandidatenlijsten van alle politieke partijen die in verweerders gemeente deelnamen aan de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart 2010 alsmede van alle ondersteuningsverklaringen ten behoeve van de lijst Trots op Nederland Lijst Rita Verdonk.

Uitspraak



RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht

Registratienummer: Awb 10/811

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser],

wonende te [woonplaats], eiser,

gemachtigde: mr. H. van Drunen,

en

het college van burgemeester en wethouders van Deventer,

verweerder.

Procesverloop

Bij brief van 18 februari 2010 heeft eiser verzocht om hem een afschrift toe te zenden van de kandidatenlijsten van alle politieke partijen die in verweerders gemeente deelnamen aan de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart 2010 alsmede van alle ondersteuningsverklaringen ten behoeve van de lijst Trots op Nederland Lijst Rita Verdonk.

Bij besluit van 24 februari 2010 heeft verweerder eiser de gevraagde stukken toegestuurd, met dien verstande dat verweerder besloten heeft om met toepassing van artikel 10, tweede lid, onder e, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) de adressen op de kandidatenlijsten en ondersteuningsverklaringen niet openbaar te maken.

Het daartegen gemaakte bezwaar heeft verweerder bij besluit van 29 april 2010 ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Het beroep is ter zitting van 10 juni 2011 behandeld. Eiser is ter zitting verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde, voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J. Horst.

Overwegingen

1. Artikel H 1, eerste lid, van de Kieswet luidt als volgt:

Op de dag van kandidaatstelling kunnen bij de voorzitter van het hoofdstembureau of bij het door deze aan te wijzen lid van dat bureau, op de secretarie van de gemeente waar dit bureau is gevestigd, van negen tot vijftien uur, kandidatenlijsten worden ingeleverd. Ten minste drie weken voor de kandidaatstelling brengt de burgemeester van elke gemeente dit ter openbare kennis.

Artikel H 4, eerste lid, van de Kieswet , voor zover hier van belang, luidt als volgt:

Bij de lijst worden overgelegd schriftelijke verklaringen van kiezers dat zij de lijst ondersteunen. Op deze verklaringen worden de kandidaten op dezelfde wijze en in dezelfde volgorde vermeld als op de lijst.

Artikel I 1 van de Kieswet luidt als volgt:

1. Op de dag van de kandidaatstelling, om zestien uur, houdt het hoofdstembureau een zitting tot het onderzoeken van de kandidatenlijsten.

2. Het hoofdstembureau draagt er zorg voor dat het centraal stembureau op de dag na de kandidaatstelling afschriften van de ingeleverde kandidatenlijsten ontvangt.

3. Indien gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid, bedoeld in artikel H 2, draagt het hoofdstembureau er zorg voor dat de overige hoofdstembureaus op de dag na de kandidaatstelling een afschrift van de kandidatenlijst ontvangen die voor de desbetreffende kieskring is ingeleverd.

Artikel I 3 van de Kieswet luidt als volgt:

1. Onmiddellijk nadat de lijsten door het hoofdstembureau zijn onderzocht, worden deze en, indien vereist, de verklaringen van ondersteuning, door de voorzitter ter secretarie van de gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd, voor een ieder ter inzage gelegd.

2. Op de voet van artikel I 1, derde lid, toegezonden afschriften van ingeleverde kandidatenlijsten worden ter secretarie van de gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd ter inzage gelegd, zodra deze ontvangen zijn.

Artikel I 4 van de Kieswet luidt als volgt:

Op de derde na de kandidaatstelling beslist het hoofdstembureau in een openbare zitting die om zestien uur aanvangt, over de geldigheid van de lijsten en over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten, alsmede over het handhaven van de daarboven geplaatste aanduiding van een politieke groepering, en maakt deze beslissingen op de zitting bekend.

Artikel I 17 van de Kieswet luidt als volgt:

1.Nadat van alle hoofdstembureaus de in artikel I 9, eerste lid, eerste volzin, bedoelde mededeling is ontvangen, maakt de voorzitter van het centraal stembureau de lijsten zo spoedig mogelijk openbaar. Daarbij vermeldt hij tevens welke lijsten tot een lijstencombinatie zijn verbonden.

2. De openbaarmaking geschiedt:

indien het betreft de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, door plaatsing van de lijsten naar de kieskringen gerangschikt en met vermelding van hun nummers en, in voorkomend geval, de aanduidingen van de politieke groeperingen in de Staatscourant;

indien het betreft de verkiezing van de leden van provinciale staten of de gemeenteraad, door de van de nummers en, in voorkomend geval, de aanduidingen van de politieke groeperingen voorziene lijsten ter secretarie van de gemeente waar het centraal stembureau is gevestigd, onderscheidenlijk ter secretarie van de gemeente, voor een ieder ter inzage te leggen. Van de terinzagelegging geschiedt tegelijk openbare kennisgeving door de voorzitter van het centraal stembureau.

Ingevolge artikel E 7, tweede lid, van de Kieswet is de burgemeester de voorzitter van het hoofdstembureau.

Artikel H 2, eerste lid, van het Kiesbesluit , zoals dit geldt sinds 1 januari 2010, luidt als volgt:

Een kandidaat wordt op de kandidatenlijst vermeldt met naam, voorletters, geboortedatum en woonplaats. Achter de voorletters kan tussen haakjes de roepnaam van de kandidaat worden vermeld. Tevens kan het adres van de kandidaat worden vermeld.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wob, voor zover thans van belang, kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan.

Ingevolge het vijfde lid van artikel 3 van de Wob wordt een verzoek om informatie ingewilligd met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 10 en 11.

Ingevolge artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob , voor zover thans van belang, blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

2. Aan de weigering om de op de kandidatenlijsten en ondersteuningsverklaringen vermelde adressen openbaar te maken heeft verweerder ten grondslag gelegd dat het belang van de persoonlijke levenssfeer van de personen op deze lijsten en verklaringen zwaarder weegt dan het publieke belang van openbaarmaking van deze adressen. Verweerder heeft hierbij het advies van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG) opgevolgd om de adresgegevens op de lijsten weg te lakken voordat deze ter inzage worden gelegd en/of worden verstrekt in het kader van een Wob-verzoek.

3. Eiser voert in beroep aan dat de betreffende personen vrijwillig hun adres op de kandidatenlijsten dan wel ondersteuningsverklaringen vermeld, terwijl dit voor de kandidatenlijsten sinds 1 januari 2010 niet meer verplicht is en voor wat betreft de ondersteuningsverklaringen sinds 1994 niet meer verplicht is. Voorts hebben de volledige lijsten en verklaringen, inclusief de adressen, volgens eiser van 20 tot en met 22 januari 2010 voor een ieder ter inzage gelegen, waarmee deze gegevens openbaar zouden zijn geworden. Het advies van het ministerie en de VNG om deze gegevens weg te lakken kan hier niet aan af doen en is volgens eiser in strijd met de Wob. Per brief van 25 mei 2011 heeft eiser een besluit van de burgemeester van Deventer van 19 januari 2011 overgelegd waarbij alsnog, op basis van een uitspraak van de rechtbank Almelo, aan het verzoek van een derde persoon om toezending van de volledige kandidatenlijsten, dus inclusief de adressen, wordt voldaan.

4. De rechtbank overweegt als volgt.

4.1. De rechtbank stelt allereerst vast dat het verzoek van eiser voor wat betreft de kandidatenlijsten ziet op de zogenaamde H 1-lijsten en voor wat betreft de ondersteuningsverklaringen ziet op de verklaringen die ingevolge artikel H 4 van de Kieswet bij de lijsten worden ingediend. Uit artikel I 17 van de Kieswet volgt dat de lijsten door de voorzitter van het hoofdstembureau ter inzage worden gelegd. Gelet hierop is de voorzitter van het hoofdstembureau het bestuursorgaan dat op eisers verzoek en op het bezwaar van eiser had moeten beslissen. Nu het thans bestreden besluit door verweerder is genomen, en niet door de burgemeester van Deventer, is dit besluit door een onbevoegd bestuursorgaan genomen. Reeds om deze reden zal de rechtbank het beroep van eiser gegrond verklaren. Per brief van 14 juni 2011 heeft de burgemeester van Deventer echter aangegeven zowel het primaire als het thans bestreden besluit voor zijn rekening te nemen. De rechtbank zal het geschil daarom inhoudelijk beoordelen.

4.2. De rechtbank heeft, onder toepassing van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), kennis genomen van de kandidatenlijsten en ondersteuningsverklaringen waar eiser om heeft verzocht. Uit deze stukken blijkt dat niet van alle personen, die op deze lijsten en verklaringen staan vermeld, het adres is opgenomen. Ter zitting is gebleken dat het verzoek van eiser ziet op de kandidatenlijsten en ondersteuningsverklaringen en derhalve niet ziet op de niet op deze lijsten en verklaringen vermelde adressen. Verweerder heeft aangegeven dat de op de kandidatenlijsten en ondersteuningsverklaringen vermelde adressen, gedurende de periode van terinzagelegging op grond van het bepaalde in de Kieswet, waren afgeschermd. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze stelling van verweerder te twijfelen. Hieruit volgt dat de betreffende adressen niet reeds als gevolg van de terinzagelegging van de lijsten en verklaringen openbaar zijn geworden. De rechtbank zal daarom toetsen of verweerder op goede gronden heeft geweigerd om de gevraagde adressen aan eiser te verstrekken.

4.3. Dat de burgemeester van Deventer in een andere zaak anders heeft beslist en de volledige kandidatenlijsten aan een derde heeft verstrekt, zal de rechtbank in dit geval niet aan hem tegenwerpen. Gelet op het spanningsveld in deze en omdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de onderhavige kwestie nog niet eenduidig uitspraak heeft gedaan, is de rechtbank van oordeel dat de burgemeester in dit geval niet tegen zijn zin aan het eerder ingenomen standpunt dient vast te blijven houden. Voor zover eiser betoogt dat met het verstrekken van de volledige kandidatenlijsten aan een derde deze openbaar zijn geworden en daardoor niet meer geweigerd mogen worden, volgt de rechtbank dit niet. De rechtbank is van oordeel dat bij elk verzoek om informatie op grond van de Wob zelfstandig geoordeeld dient te worden of één van de in de Wob genoemde weigeringsgronden zich tegen verstrekking van de gevraagde informatie verzet.

4.4. De rechtbank is van oordeel dat een adresgegeven, zoals verweerder terecht heeft geconstateerd, is aan te merken als een gegeven dat de persoonlijke levenssfeer betreft als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder e, van de Wob . Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder echter onvoldoende gemotiveerd waarom in dit geval het belang van de persoonlijke levenssfeer van de personen die hun adres op de lijsten en verklaringen hebben vermeld zwaarder dient te wegen dan het belang dat met openbaarmaking van deze adressen is gediend. Verweerder overweegt slechts, door overneming van het advies van de bezwaarschriftencommissie, dat de wijziging in het Kiesbesluit per 1 januari 2010 is opgenomen om veiligheidsredenen en dat hij dit in het huidige politieke klimaat alleszins voorstelbaar acht. Verweerder acht het vanuit dit oogpunt verdedigbaar om, indien kandidaten toch hun adres hebben vermeld, deze weg te lakken en niet aan derden te verstrekken. Uit de omstandigheid dat kandidaten dan wel ondersteuners van een partij hun adres op de bestreffende lijsten respectievelijk verklaringen vermelden, volgt echter niet automatisch dat deze personen al dan niet toestemming geven om dat adres openbaar te maken. Verweerder had naar het oordeel van de rechtbank dan ook beter moeten motiveren waarom bij het afwegen van de verschillende belangen in dit geval het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zwaarder dient te wegen.

Ook om deze reden is het beroep van eiser gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen en de burgemeester van Deventer opdragen binnen zes weken na bekendmaking van deze uitspraak, met inachtneming van hetgeen hierin is bepaald, een nieuw besluit op het bezwaar van eiser te nemen.

5. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, van de Awb te veroordelen in de kosten die eiser redelijkerwijs in verband met de behandeling van zijn beroep heeft moeten maken voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De rechtbank bepaalt de vergoeding op basis van een wegingsfactor 1 op € 874,- (€ 437 x 2 punten voor het indienen van het beroepschrift en het verschijnen ter zitting).

Ter zitting heeft eiser eveneens verzocht om vergoeding van de in verband met de behandeling van het beroep gemaakte reiskosten. De rechtbank stelt de hoogte van deze kosten gelijk aan de kosten van een treinreis tweede klas van Hengelo, de woonplaats van eiser, naar Zwolle en terug. Deze kosten bedragen € 19,20. Omdat eiser echter tevens partij was in een tweede zitting die op 10 juni 2011 is gehouden, ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat verweerder de helft van de reiskosten van eiser dient te betalen.

Tevens zal verweerder worden opgedragen het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden.

Beslissing

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt de burgemeester van Deventer op binnen zes weken na bekendmaking van deze uitspraak, met inachtneming van het hierin bepaalde, een nieuw besluit op het bezwaar van eiser te nemen;

- bepaalt dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht van € 150,- vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van het geding tot een bedrag van

€ 883,60 , te betalen aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.B. Cornelissen, rechter, en door hem en mr. P.J.H. Bijleveld als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op 21-07-2011

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature