Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak: 18-08-2011
Datum publicatie: 26-08-2011
Rechtsgebied: Bestuursrecht overig
Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummers: AWB 11/2567 WOB-T2
Inhoudsindicatie:
Verzoek om openbaarmaking van strafrechtelijke vonnissen en arresten ter zake van smaad en/of laster . In navolging van de minister is de rechtbank onder verwijzing naar de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van oordeel dat de openbaarmaking van de stukken geweigerd moest worden nu artikel 365 van het WvSv een bijzondere en uitputtende openbaarmakingregeling is vervat, die de Wob terzijde stelt. Met betrekking tot het in beroep gedane subsidiaire verzoek van eiser om hem het resultaat en de data van de strafrechtelijke uitspraken ter zake van smaad en/of laster te verstrekken op de voet van hoofdstukIX, onderdeel 4, van de Aanwijzing wjsg te verstrekken, overweegt de rechtbank als volgt. De Aanwijzing heeft betrekking op gegevensverstrekking op de voet van de Wjsg. De rechtbank stelt vast dat thans geen besluit voorligt als bedoeld in artikel 39n van de Wjsg en dat de oorspronkelijke aanvraag ziet op openbaarmaking van gegevens uit hoofde van de Wob en niet op een verzoek aan het college van procureurs-generaal om toepassing te geven aan de Wjsg en de Aanwijzing wjsg. Het in het beroepschrift vervatteverzoek valt derhalve buiten de omvang van het geding.

Uitspraak







RECHTBANK ROTTERDAM

Sector Bestuursrecht
Enkelvoudige kamer

Reg.nr.: AWB 11/2567 WOB-T2

Uitspraak in het geding tussen

[A], wonende te [woonplaats], eiser,

en

de minister van Veiligheid en Justitie, verweerder.


1 Ontstaan en loop van de procedure

Bij besluit van 31 mei 2011 (hierna: het bestreden besluit) heeft het college van procureurs-generaal namens verweerder het bezwaar van eiser tegen het besluit van 8 april 2010, dat – voor zover thans van belang – strekt tot de afwijzing van het verzoek om verstrekking van strafrechtelijke vonnissen en arresten ter zake van binnen het arrondissement [naam arrondissement] ingestelde vervolging wegens smaad en/of laster, ongegrond verklaard.

Tegen het bestreden besluit heeft eiser beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 augustus 2011. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. van der Vegt.

2 Overwegingen

2.1 Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wet openbaarheidvan bestuur (hierna: Wob) verstrekt een bestuursorgaan bij de uitvoering van zijn taak, onverminderd het elders bij wet bepaalde, informatie overeenkomstig deze wet en gaat het daarbij uit van het algemeen belang van openbaarheid van informatie.

Ingevolge artikel 365, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: WvSv) verstrekt de voorzitter van de kamer die op de strafzaak zit desgevraagd een afschrift van het vonnis en het proces-verbaal der terechtzitting aan ieder ander dan de verdachte of zijn raadsman, tenzij verstrekkingnaar het oordeel van de voorzitter ter bescherming van de belangen van degene ten aanzien van wie het vonnis is gewezen of van derden die in het vonnis of in het proces-verbaal worden genoemd, geheel of gedeeltelijk dient te worden geweigerd. In het laatste geval kan de voorzitter een geanonimiseerd afschrift of uittreksel van het vonnis en het proces-verbaal verstrekken. Ingevolge het vijfde lid zijn onder het vonnis begrepen de stukken die aan de uitspraak zijn gehecht en wordt van andere tot het strafdossier behorende stukken geen afschrift of uittreksel verstrekt.

Ingevolge artikel 39b, eerste lid, van de Wet justiti ële en strafvorderlijke gegevens (hierna: de Wjsg) verwerkt het college van procureurs-generaal slechts strafvorderlijke gegevens, indien dit noodzakelijk is voor een goede vervulling van de taak van het openbaar ministerie of het nakomen van een andere wettelijke verplichting.

Artikel 39f van de Wjsg luidt:

“1. Voorzover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, kan het College van procureurs-generaal,onverminderd artikel 39e, aan personen of instanties voor de volgende doeleinden strafvorderlijke gegevens verstrekken:
a. het voorkomen en opsporen van strafbare feiten,
b. het handhaven van de orde en veiligheid,
c. het uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving,
d. het nemen van een bestuursrechtelijke beslissing,
e. het beoordelen van de noodzaak tot het treffen van een rechtspositionele of tuchtrechtelijke maatregel, of
f. het verlenen van hulp aan slachtoffers en anderen die bij eenstrafbaar feit betrokken zijn.
2. Het College van procureurs-generaal kan slechts strafvorderlijke gegevens aan personen of instanties als bedoeld in het eerste lid verstrekken, voorzover die gegevens voor die personen of instanties:
a. noodzakelijk zijn met het oog op een zwaarwegend algemeen belang of de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van een recht in rechte, en
b. in zodanige vorm worden verstrekt dat herleiding tot andere personen dan betrokkene, redelijkerwijs wordt voorkomen.
3. Deartikelen 8, vierde lid, en 9, eerste lid, tweede volzin, zijn van overeenkomstige toepassing.”

Artikel 39j van de Wjsg luidt:

“1. Elke verstrekking van strafvorderlijke gegevens overeenkomstig de artikelen 39e en 39f wordt vastgelegd en gedurende ten minste een jaar bewaard.
2. Het College van procureurs-generaal deelt een ieder op diens verzoek schriftelijk binnen vier weken mede ofhem betreffende strafvorderlijke gegevens in het jaar voorafgaande aan het verzoek overeenkomstig de artikelen 39e en 39f zijn verstrekt.”

Artikel 39n van de Wjsg luidt:

“1. Een beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 39i, 39j of 39m geldt als een beschikking in de zin van artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht .
2. De artikelen 47 en 48 van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn van overeenkomstige toepassing. ”

In hoofdstuk IX genaamd Bijzondere onderwerpen van de door het college van procureurs-generaal vastgestelde Aanwijzing verstrekking strafvorderlijke gegevens buiten strafrechtspleging gelegen doeleinden (hierna: Aanwijzing wjsv):

“4. Verstrekking van rechterlijke uitspraken

De informatie die een rechterlijke uitspraak bevat, is strafvorderlijke informatie. Een vonnis of arrest valt echter (tevens) onder de bepaling van artikel 365 Sv die ook geldt voor de politierechter (art. 367 Sv), de kantonrechter (art. 398 Sv) en de rechter in hoger beroep (art. 415 Sv). De rechter die het vonnis of arrest heeft gewezen beslist op het verzoek tot verstrekking daarvan.Voor het Openbaar Ministerie heeft dat tot gevolg dat vonnissen niet integraal mogen worden verstrekt. Wel mag het resultaat van een strafzaak worden verstrekt. Onder het resultaat van een strafzaak wordt verstaan: de kwalificatie van het bewezen verklaarde en de opgelegde straf of maatregel (en eventueel de datum van de uitspraak), dan wel de mededeling dat er sprake is van een vrijspraak of niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Het verstrekken van deze ‘uitslag’ mag op dezelfde voet als het verstrekken van informatie uit een strafdossier.”

2.2 Eiser heeft de hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket [naam arrondissement] met een beroep op de Wob verzocht hem onder meer vonnissen van de rechtbank Alkmaar en de arresten in hoger beroep en cassatie ter zake van smaad en/of laster te verstrekken. Verweerder heeft dit verzoek in primo en in bezwaar afgewezen.

2.3 In navolging van verweerder is de rechtbank onder verwijzing naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 20 januari 2010 ( LJN BK9881), 7 juli 2010 ( LJN BN0488) en 20 april 2011 ( LJN BQ1879) van oordeel dat de openbaarmaking van de stukken geweigerd moest worden nu artikel 365 van het WvSv een bijzondere en uitputtende openbaarmakingregeling is vervat, die de Wob terzijde stelt. Zoals uit vermelde uitspraak van 7 juli 2010 volgt kunnen ook anderen dan de betrokken rechtbank een beroep doen op die bepalingen, in dit geval dus verweerder. Hetgeen eiser heeft aangevoerd ter zake van de verhouding tussen artikel 365 van het WvSv en de Wob kan gelet op hetgeen de Afdeling in genoemde uitspraken heeft overwogen hier niet aan afdoen. Verweerder komt aldus niet de bevoegdheid toe eiser de gevraagde strafvonnissen en strafarresten te verstrekken. Deze bevoegdheid komt gelet op artikel 365, vierde lid, van het WvSv uitsluitend toe aan de voorzitter van de strafkamer die het vonnis of arrest heeft gewezen. Verweerder heeft het verzoek op de voet van de Wob derhalve terecht afgewezen.

2.4 Met betrekking tot het in beroep gedane subsidiaire verzoek van eiser om hem het resultaat en de data van de vonnissen van de rechtbank [naam arrondissement] en de arresten in hoger beroep en cassatie ter zake van smaad en/of laster te verstrekken op de voet van hoofdstuk IX, onderdeel 4, vande Aanwijzing wjsg te verstrekken, overweegt de rechtbank als volgt. De Aanwijzing heeft betrekking op gegevensverstrekking op de voet van de Wjsg. De rechtbank stelt vast dat thans geen besluitvoorligt als bedoeld in artikel 39n van de Wjsg en dat de oorspronkelijke aanvraag ziet op openbaarmaking van gegevens uit hoofde van de Wob en niet op een verzoek aan het college van procureurs-generaal om toepassing te geven aan de Wjsg en de Aanwijzing wjsg. Het in het beroepschrift vervatte verzoek valt derhalve buiten de omvang van het geding.

2.5 Het beroep is gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ongegrond.

2.6 Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de rechtbank geen aanleiding.


3 Beslissing

De rechtbank,

recht doende:

verklaart het beroep ongegrond.


Aldus gedaan door mr. D. Haan, rechter, in tegenwoordigheid van mr. drs. R. Stijnen, griffier.

De griffier: De rechter:





Uitgesproken in het openbaar op: 18 augustus 2011.


Afschrift verzonden op:

Een belanghebbende – onder wie in elk geval eiser wordt begrepen – en verweerder kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 Den Haag. De termijn voor het indienen van het beroepschrift is zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het afschrift van deze uitspraak is verzonden.






Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven     |     zoeken     |     uitgebreid zoeken

Vacatures