Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Belastingfraude.

De zinsneden ‘tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke perso(n)e(n)’ bedoelt medeplegen volgens artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht ten laste te leggen. Uit bestendige jurisprudentie blijkt dat deze zinsnede voldoende bepaald is in de zin van artikel 261, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. De naam van een medepleger hoeft niet in de tenlastelegging te worden vermeld, aangezien voor een bewezenverklaring niet is vereist dat de identiteit van de medepleger bekend is.

Verdachte deed het naar de Staat toe voorkomen alsof belastingplichtigen recht hadden op gelden van de belastingdienst. De belastingdienst was in de veronderstelling dat de aangiften juist waren en heeft op basis van de door verdachte opgemaakte en ingediende aangifte uitbetaald. Door dit handelen is de belastingdienst bewogen tot afgifte van een of meer geldbedragen. Als de belastingdienst had geweten dat de aangiften onjuist waren was de belastingdienst niet tot uitbetaling overgegaan.

Uitspraak



RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07.996535-10 (P)

Uitspraak: 26 juli 2011

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].

1. HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 25 november 2010, 10 februari 2011 en 12 juli 2011 te Lelystad, waarbij verdachte telkens is verschenen, telkens bijgestaan door mr. V.C. van der Velde.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. E.L. Edens en van de standpunten door de raadsman van verdachte naar voren gebracht.

2. DE TENLASTELEGGING

De verdachte is, na een wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij, op één of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 22 februari 2008 tot en met 29 augustus 2010,

te Almere en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke perso(n)e(n), althans alleen,

1.913,

althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(n)/aangiftebiljet(ten) voor de inkomstenbelasting/ premievolksverzekeringen, ten name van

687,

althans één of meer(dere) perso(n)n(en), waaronder

- [persoon 1]

(vindplaats aangifte: D 154); en/of

- [persoon 2]

(vindplaats aangifte: D149); en/of

- [persoon 3]

(vindplaats aangifte: D233); en/of

- [persoon 4]

(vindplaats aangifte: D.337); en/of

- [persoon 5]

(vindplaats aangifte: D 336); en/of

- [persoon 6]

(vindplaats aangifte: D 389)

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst,

immers heeft verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s) (telkens) valselijk- in strijd met de waarheid – op/in dat/die geschrift(en)

- (een) te ho(o)ge en/of gefingeerd(e) bedrag(en) aan lo(o)n(en) en/of loonheffing(en); en/of

- (een) te ho(o)g(e) en/of gefingeerd(e) bedrag(en) aan één of meer aftrekpost(en) (waardoor ziektekosten of andere buitengewone uitgaven en/of giften),

opgegeven en/of vermeld,

zulks (telkens met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:

hij, op één of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 22 februari 2008 tot en met 29 augustus 2010,

te Almere en/of Apeldoorn en/of Heerlen en/of elders in Nederland,

tezamen en in verenging met één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten

1.913,

althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(n)/aangiftebiljet(ten) voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, ten name van

687,

althans één of meer(dere) perso(n)n(en), waaronder

- [persoon 1]

(vindplaats aangifte: D 154); en/of

- [persoon 2]

(vindplaats aangifte: D149); en/of

- [persoon 3]

(vindplaats aangifte: D233); en/of

- [persoon 4]

(vindplaats aangifte: D.337); en/of

- [persoon 5]

(vindplaats aangifte: D 336); en/of

- [persoon 6]

(vindplaats aangifte: D 389)

over de/het ja(a)r(en)

2005;en/of

2006; en/of

2007; en/of

2008; en/of

2009;

onjuist en/of onvolledig heeft gedaan bij (de) Inspecteur(s) der belastingen of de belastingdienst, terwijl dat/die feiten (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven,

hebbende die onjuistheid en/of onvolledigheid hierin bestaan dat verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk op/in het/de bij/naar (de) Inspecteur(s) der belastingen of de belastingdienst ingeleverde/ingezonden (elektronische) aangifte(n)/aangiftebiljet(ten) voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over één of meer van genoemd(e) ja(a)r(en)

- (een) te ho(o)ge en/of gefingeerd(e) bedrag(en) aan lo(o)n(en) en/of loonheffing(en); en/of

- (een) te ho(o)g(e0 en/of gefingeerd(e) bedrag(en) aan één of meer aftrekpost(en) (waardoor ziektekosten of andere buitengewone uitgaven en/of giften),

althans een te laag belastbaar bedrag, heeft opgegeven en/of vermeld;

2.

hij op of omstreeks 14 maart 2008 en/of 23 maart 2009 en/of 14 februari 2010,

te Almere en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk (een) bij de belastingdienst voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten

(een) (elektronische) aangifte(n) voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen ten name van [verdachte]

over de/het jaar/jaren

2007; en/of

2008; en/of

2009,

onjuist en/of onvolledig heeft gedaan bij (de) Inspecteur(s) der belastingen of de belastingdienst, terwijl dat/die feiten (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven,

hebbende die onjuistheid en/of onvolledigheid hierin bestaan dat verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk op/in het/de bij/naar (de) Inspecteur(s) der belastingen of de belastingdienst ingeleverde/ingezonden (elektronische) aangifte(n)/aangiftebiljet(ten) voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over één of meer van genoemd(e) ja(a)r(en)

- (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan resultaat uit (overige) werkzaamheden (arbeid); en/of

- (een) te la(a)g(e) bedrag(en) als voordeel uit sparen en beleggen,

althans een te laag belastbaar bedrag, heeft opgegeven en/of vermeld;

3.

hij, op één of meer tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 22 februari 2008 tot en met 29 augustus 2010,

te Almere en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door één of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

de belastingdienst,

heeft bewogen tot afgifte van één of meer geldbedrag(en) (tot een totaal van EUR 1.556.554), in elk geval enig goed,

hierin bestaande dat verdachte (telkens) tezamen met verdachte mededader(s), althans allen, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven –

1.783,

althans één of meer(dere) opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk, en/of in strijd met de waarheid opgemaakte (elektronische) aangifte(n) voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, te name van

651,

althans één of meer(dere) perso(o)n(en), waaronder

- [perso[persoon 7]

(vindplaats aangifte: D 383); en/of

- [persoon 8]

(vindplaats aangifte: D 382); en/of

- [persoon 9]

(vindplaats aangifte D 387); en/of

- [persoon 10]

(vindplaats aangifte: D 388); en/of

- [persoon 11]

(vindplaats aangifte: D 391); en/of

- [persoon 12]

(vindplaats aangifte: D 392)

heeft ingeleverd/ingezonden bij/naar (de) Inspecteur(s) der belastingen of de belastingdienst,

waardoor de belastingdienst werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4.

hij, op één of meer tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 22 februari 2008 tot en met 29 augustus 2010,

te Almere en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door één of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

de belastingdienst

heeft bewogen tot afgifte van één of meer geldbedrag(en) (tot een totaal van EUR 1.123.406), in elk geval enig goed,

hierin bestaande dat verdachte (telkens) tezamen met verdachtes mededader(s) althans allen, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven –

1.062,

althans één of meer(dere) opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk, en/of in strijd met de waarheid opgemaakte (elektronische) aangifte(n) voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, te name van

504,

Althans één of meer(dere) perso(o)n(en), waaronder

- [persoon 13]

(vindplaats aangifte: D 384); en/of

- [persoon 14]

(vindplaats aangifte: D 411); en/of

- [persoon 15]

(vindplaats aangifte: D 385); en/of

- [persoon 16]

(vindplaats aangifte: D 386); en/of

- [adrespersoon 17]

(vindplaats aangifte: D 441); en/of

- [persoon 18]

(vindplaats aangifte: D 442)

heeft ingeleverd/ingezonden bij/naar (de) Inspecteur(s) der belastingen of de belastingdienst,

waardoor de belastingdienst werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

3. DE VOORVRAGEN

De geldigheid van de dagvaarding

De raadsman heeft bepleit de dagvaarding partieel nietig te verklaren ten aanzien van de onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde zinsneden ‘tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke perso(n)e(n)’. Niet duidelijk is op welk medeplegen – met een derde of met de belastingplichtigen – de tenlastelegging doelt. Ook zijn de medeplegers niet benoemd. Daardoor is niet duidelijk waartegen verdachte zich dient te verweren.

De officier van justitie acht de dagvaarding geldig ten aanzien van de hiervoor genoemde zinsneden. De tenlastelegging is opgesteld in de gangbare vorm. Uit de wet noch uit de jurisprudentie blijkt enige noodzaak tot het met naam en toenaam benoemen van mogelijke mededaders. De dagvaarding dient in onderlinge samenhang met het dossier te worden bekeken. Uit het dossier en hetgeen verdachte heeft verklaard blijkt niet van enige onduidelijkheid omtrent het ten laste gelegde, waardoor verdachte niet in enig verdedigingbelang is geschaad.

De rechtbank overweegt als volgt.

De zinsneden ‘tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke perso(n)e(n)’ bedoelt medeplegen volgens artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht ten laste te leggen. Uit bestendige jurisprudentie blijkt dat deze zinsnede voldoende bepaald is in de zin van artikel 261, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. De naam van een medepleger hoeft niet in de tenlastelegging te worden vermeld, aangezien voor een bewezenverklaring niet is vereist dat de identiteit van de medepleger bekend is. De essentie bij de beoordeling van de geldigheid van de dagvaarding is of de verdediging weet waar de beschuldiging zich op richt. Uit het onderzoek ter terechtzitting blijkt niet dat de verdediging geen weet heeft waarop de beschuldiging zich richt. De rechtbank acht de dagvaarding met betrekking tot voornoemde zinsneden voldoende bepaald en derhalve geldig.

De rechtbank heeft voorts vastgesteld dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

Inleiding

In het strafrechtelijke onderzoek [AA] stuitte de belastingdienst op een groot aantal aangiften inkomstenbelasting/premievolksverzekeringen en verzoeken voorlopige teruggaaf op naam van personen met een niet-Nederlandse nationaliteit, die gelet op leeftijd en beroep betrekkelijk grote bedragen vorderden.

Onderzoek van de belastingdienst wees uit dat het aangiften en verzoeken betrof met gefingeerde gegevens. De aangiften en verzoeken zouden volgens betrokkenen zijn gedaan door ene ‘[verdachte]’.

Na sluiting van een onderzoek genaamd [AA] ontving de FIOD via de belastingdienst informatie over de door de heer [getuige] gedane aangifte van oplichting en valsheid in geschrift. De heer [getuige] had het kenteken van de auto van ‘[verdachte]’ genoteerd en de door ‘[verdachte]’ opgegeven mobiele telefoonnummers. Na onderzoek van de FIOD bleek dat de persoon aangeduid als ‘[verdachte]’ de heer [verdachte], te weten verdachte, betrof.

Op het woonadres van verdachte heeft een doorzoeking plaatsgevonden en is een laptop in beslaggenomen. Op deze laptop zijn in totaal 6.536 bestanden aangetroffen die betrekking hebben op de inkomstenbelasting, loonheffing, huur- en zorgtoeslag, kinder(opvang)toeslag, kindgebonden budget, verzoek of wijziging voorlopige aanslag en voorlopige teruggaaf over de jaren 2002 tot en met 2010.

Het standpunt van het openbaar ministerie

Feit 1

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Hij heeft daartoe aangevoerd dat op de laptop van verdachte 1.913 aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2005, 2006, 2007, 2008 en 2009 ten name van 687 personen zijn aangetroffen, waaronder [persoon 1], [persoon 2], [persoon 3], [persoon 4], [persoon 5] en [persoon 6]. Uit onderzoek is gebleken dat de aangiften valselijk zijn opgemaakt nu in een aantal aangiften een loonheffingtarief is gehanteerd van meer dan het maximale tarief van 52%, de opgegeven lonen niet overeenkomt met de gegevens uit het door de belastingdienst gebruikte programma Fibase en betrokkenen hebben verklaard dat er niet bestaande aftrekposten zijn opgevoerd.

Feit 2

De officier van justitie acht dit feit wettig en overtuigd bewezen, nu de laptop van verdachte aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2007, 2008 en 2009 ten name van verdachte zijn aangetroffen die respectievelijk zijn verzonden op 14 maart 2008, 23 maart 2009 en 14 februari 2010 en uit de verklaring van verdachte blijkt dat hij een gedeelte van zijn inkomsten die hij verdiende met het namens zijn cliënten opmaken en indienen van aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen niet heeft opgegeven bij de belastingdienst. Tevens heeft verdachte nagelaten zijn spaartegoeden op te geven bij de belastingdienst.

Feit 3

De officier van justitie acht het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat 1.783 aangiften die op de laptop van verdachte zijn aangetroffen ten name van 651 personen, waaronder [persoon 7], [persoon 8], [persoon 9], [persoon 10], [persoon 11] en [persoon 12], hebben geleid tot een uitbetaling. Uit onderzoek is gebleken dat verdachte deze aangiften valselijk heeft opgemaakt nu in een aantal aangiften de opgegeven loonheffing niet overeenkomt met de gegevens uit het door de belastingdienst gebruikte programma Fibase en betrokkenen hebben verklaard dat er niet bestaande aftrekposten zijn opgevoerd. De belastingdienst verkeerde in de veronderstelling dat de aangiften juist waren en heeft op basis van de door verdachte opgemaakte en ingediende aangiften uitbetaald. Door dit handelen van verdachte is de belastingdienst bewogen tot afgifte van één of meer geldbedragen.

Feit 4.

De officier van justitie acht het onder 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Van 1.062 valselijk opgemaakte aangiften ten name van 504 personen, waaronder [persoon 13], [persoon 14], [persoon 15], [adrespersoon 17] en [persoon 18], is de feitelijke uitbetaling van het ten onrechte terug te betalen bedrag tijdig geblokkeerd door de belastingdienst, zodat het onder 4 ten laste gelegde, poging tot oplichting, eveneens wettig en overtuigend is bewezen.

De officier van justitie heeft verzocht om verdachte vrij te spreken van poging tot oplichting van de belastingdienst door het inleveren/verzenden van een valselijk opgemaakte aangifte ten name van [persoon 16], nu [persoon 16] niet heeft gereageerd op de vragenbrief van de belastingdienst zodat niet kan worden vastgesteld of de aangifte juist is.

Het standpunt van de verdediging

Algemeen.

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit van de aan verdachte ten laste gelegde feiten.

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde medeplegen vrijspraak bepleit. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte met een of meer anderen opzettelijk valse belastingaangiften heeft opgemaakt, opzettelijk de belastingdienst heeft opgelicht dan wel getracht heeft op te lichten.

De raadsman heeft voorts vrijspraak bepleit van de aantallen niet nader gespecificeerde valselijk opgemaakte belastingaangiften, voor zover die betrekking hebben op de onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde feiten. De raadsman heeft tevens vrijspraak bepleit van de in de tenlastelegging onder 3 en 4 genoemde bedragen, gezien de door hem bepleite vrijspraak ten aanzien van de niet nader gespecificeerde belastingaangiften. De enkele spreadsheet kan niet voor het bewijs worden gebezigd. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat de bedragen van het fiscale nadeel substantieel lager zijn.

Feit 1.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het primair ten laste gelegde.

Als een belastingaangifte foutief is, levert dit niet een opzettelijk gedane valse belastingaangifte op. Er ontbreekt causaal verband. Niet gesteld kan worden dat, ook niet met gebruikmaking van schakelbewijs, de niet nader gespecificeerde belastingaangiften derhalve opzettelijk vals zijn opgemaakt. Uit de verklaringen van de belastingplichtigen blijkt niet dat er opzettelijk valse belastingaangifte is gedaan. Verdachte ontkent eveneens dat hij opzettelijk valse belastingsaangiften heeft gedaan voor anderen.

Verdachte heeft enkel opzettelijk valse belastingaangiften gedaan voor zover dit betrekking heeft op de zogenoemde “[B]-aangiften”. Dit heeft hij echter gedaan nadat hij door [B] was bedreigd met geweld. Met betrekking tot de overige belastingaangiften ontbreekt het opzet op het vals opstellen van de belastingaangiften.

Feit 2.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde.

De onkostenvergoeding die verdachte ontving voor het invullen van belastingaangiftes voor anderen zijn geen inkomsten die fiscaal opgegeven dienen te worden. Verdachte heeft enkel onkostenvergoedingen ontvangen en heeft geen geld verdiend met het opmaken van belastingaangiften. Verdachte had een baan en heeft daarvan kunnen sparen. Derhalve heeft verdachte zijn belastingaangiften niet onjuist noch onvolledig ingevuld.

Feit 3.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. De belastingdienst heeft geen aangifte gedaan van oplichting. Er is geen sprake van dubbele causaliteit. Niet gesteld kan worden dat verdachte door middel van de oplichtingsmiddelen de belastingsdienst heeft bewogen tot afgifte en dat de belastingdienst door de oplichtingsmiddelen is bewogen tot afgifte. Bij verdachte ontbrak het opzet om de belastingdienst op te lichten. Voorts blijkt niet dat verdachte voordeel heeft genoten van de beweerde onjuiste belastingaangiftes.

Feit 4

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Bij verdachte ontbrak het opzet om de belastingdienst op te lichten.

Het oordeel van de rechtbank

Algemeen

De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de ten laste gelegde feiten tezamen en in vereniging heeft gepleegd. De rechtbank zal derhalve (partieel) vrijspreken van medeplegen.

Voorts overweegt de rechtbank dat zij niet exact kan vaststellen om hoeveel aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen het gaat. Uit de bewijsmiddelen kan de rechtbank in ieder geval de conclusie trekken dat het om een veel groter aantal gaat dan de met naam genoemde aangiftes in het onder feit 1, feit 3, en feit 4 ten laste gelegde. Dit betekent dat de rechtbank slechts ‘een groot aantal personen’ bewezen acht.

Aangezien de rechtbank enkel komt tot een groot aantal personen kan geen extact bedrag bewezen verklaard worden dat door de belastingdienst aan de betrokkenen is uitbetaald dan wel getracht is uit te betalen.

Feit 1

Door de FIOD is nader onderzoek gedaan naar 3.778 verzonden aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen die op de laptop van verdachte zijn aangetroffen. Ten aanzien van deze aangiften is door de FIOD een selectie gemaakt.

Vervolgens is door de FIOD een aantal van deze aangiften nader onderzocht. De personen ten name van wie de aangiften zijn ingediende zijn gehoord en de aan de aangiften ten grondslag liggende gegevens zijn onderzocht.

Zo bevindt zich op de laptop van verdachte ten name van [persoon 1] een aangifte inkomstenbelasting/premievolksverzekeringen 2005, welke op 17 december 2008 door de belastingdienst is ontvangen . In de aangifte is een inkomen van € 30.900,00 (loon van [C]) en loonheffing van € 20.900,00 (=67,4%) opgegeven . [persoon 1] verklaart dat het loon en de loonheffing op de aangifte niet juist zijn.

Voorts bevindt zich op de laptop van verdachte ten name van [persoon 2] een (aanvullende) aangifte inkomstenbelasting 2006, welke op 17 december 2008 door de belastingdienst is ontvangen. In de aangifte is een inkomen van € 31.008,00 (Loon van [C]) en loonheffing van € 20.003,00 (=67,5%) opgegeven . [persoon 2] verklaart dat het loon en de loonheffing op de aangifte niet juist zijn. Hij heeft nooit gewerkt bij [C] en ook heeft hij geen loon van [C] ontvangen.

Verder bevindt zich op de laptop van verdachte ten name van [persoon 3] een aangifte inkomstenbelasting 2008, welke op 18 april 2010 door de belastingdienst is ontvangen . In de aangifte is een inkomen uit vroegere dienstbetrekking van € 14.959,00 ([D] en [E]) en loonheffing van € 3.610,00 opgegeven. Daarnaast wordt er een bedrag van € 8.711,00 aan ziektekosten en andere buitengewone uitgaven opgevoerd . Uit het Fibase-systeem van de belastingdienst blijkt evenwel dat [persoon 3] over 2008 een inkomen van € 14.472,00 heeft genoten waarop een loonheffing is ingehouden van € 2.747,00. Tevens verklaart [persoon 3] dat de opgevoerde ziektekosten en andere buitengewone uitgaven hem niets zeggen en dat verdachte dit voor hem heeft ingevoerd met de mededeling dat hij ervoor kon zorgen dat hij meer geld zou kunnen terugkrijgen.

Voorts bevindt zich op de laptop van verdachte ten name van [persoon 4] een aangifte inkomstenbelasting 2008, welke op 16 mei 2009 door de belastingdienst is ontvangen . In de aangifte is een inkomen van € 46.988,00 ([uitzendbureau]) en loonheffing van € 20.589,00 opgegeven . Uit het Fibase-systeem blijkt evenwel dat [persoon 4] over 2008 een inkomen van € 0 heeft genoten waarop een loonheffing van € 0 is ingehouden. Daarnaast wordt er een bedrag van € 35.576,00 aan ziektekosten en andere buitengewone uitgaven opgevoerd. [persoon 4] heeft verklaard dat de ziektekosten en andere buitengewone uitgaven hem niets zeggen en dat hij niet bij [uitzendbureau] heeft gewerkt.

Verder bevindt zich op de laptop van verdachte ten name van [persoon 5] een aangifte inkomstenbelasting 2008, welke op 16 mei 2009 door de belastingdienst is ontvangen.

In de aangifte is een inkomen van € 55.099,00 ([stichting A]) en loonheffing van € 19.727,00 opgegeven. Daarnaast wordt er een bedrag van € 44.799,00 aan ziektekosten en andere buitengewone uitgaven opgevoerd. Uit het Fibase-systeem blijkt evenwel dat [persoon 5] over 2008 een inkomen van € 368,00 heeft genoten waarop een loonheffing is ingehouden van € 0. Tevens verklaart [persoon 5] dat hij nooit heeft gewerkt bij [stichting A].

Voorts bevindt zich op de laptop van verdachte ten name van [persoon 6] een aangifte inkomstenbelasting 2009, welke op 20 februari 2010 door de belastingdienst is ontvangen.

In deze aangifte is een inkomen van € 27.898,00 ([F]) en loonheffing van

€ 7445,00 opgegeven. Uit het Fibase-systeem van de belastingdienst blijkt evenwel dat [persoon 6] over 2009 een inkomen van € 30.702,00 heeft genoten waarop een loonheffing van € 8.439,00 is ingehouden.

Uit de door verdachte bij de politie afgelegde verklaringen blijkt dat verdachte de aangiften opzettelijk valselijk heeft opgemaakt. Zo verklaart hij: ‘Ik wist dat ik verkeerde aangiften deed en ik heb dat ook bewust gedaan. Ik wilde mensen extra geld toeschuiven. Ik heb de aangiften verkeerd gedaan door veel te hoge ziektekosten in de aangiften te vermelden terwijl deze kosten niet waren gemaakt.’ En verder: ‘Ik heb aangiften gedaan waarbij veel meer is teruggevraagd dan ik eerder verklaarde.’

De verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij de verklaringen bij de politie onder druk heeft afgelegd, acht de rechtbank ongeloofwaardig, nu dit niet uit het dossier blijkt en overigens ook niet aannemelijk is geworden. De rechtbank laat die verklaring daarom buiten beschouwing.

De rechtbank concludeert op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen dat verdachte voor een groot aantal personen opzettelijk aangiften valselijk heeft opgemaakt, onder meer de aangiften van [persoon 1], [persoon 2], [persoon 3], [persoon 4], [persoon 5] en [persoon 6]. Immers is gebleken dat telkens een te hoog inkomen en/of te hoge aftrekposten zijn opgevoerd. Daarmee is telkens gesuggereerd dat er een recht op een hoger bedrag aan teruggave inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen bestond dan bij invoering van juiste gegevens.

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2

Op de laptop van verdachte zijn de aangiften inkomstenbelasting/ premie volksverzekeringen over de jaren 2007, 2008 en 2009 aangetroffen ten name van verdachte. De aangiften zijn respectievelijk op 14 maart 2008, 23 maart 2009 en 14 februari 2010 elektronisch binnengekomen bij de belastingdienst.

Verdachte heeft verklaard dat hij per aangifte € 25,00 – in sommige gevallen € 100,00 tot

€ 200,00 – ontving van degene waarvoor hij de aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen had ingevuld. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij een gedeelte van deze verdiensten in zijn belastingaangiften heeft opgegeven uit hebzucht, omdat hij er beter van wilde worden.

Verdachte heeft verklaard dat hij twee spaarrekeningen heeft en zijn vrouw één spaarrekening. Op de spaarrekening bij de [bank 1] staat € 127.000, op de spaarrekening van [bank 2] € 100.000 en op de spaarrekening van de [bank 3] een bedrag tussen € 175.000 en € 180.000. Het saldi van de spaarrekeningen heeft verdachte niet op de belastingaangiften vermeld. Deze bedragen zijn gespaard door het invullen van formulieren inkomstenbelasting en het helpen van mensen met het schrijven van brieven en/of het invullen van aanvraagformulieren. Tenslotte verklaart verdachte dat hij wist dat hij de verdiende bedragen diende op te geven aan de belastingdienst.

Uit voorgaande verklaringen van verdachte blijkt dat hij opzettelijk inkomsten en spaarsaldi heeft verzwegen, zodat hij minder belasting hoefde te betalen.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij enkel onkostenvergoedingen heeft ontvangen en niet wist dat hij de vergoedingen diende op te geven, acht de rechtbank gelet op zijn eerder afgelegde gedetailleerde verklaringen ongeloofwaardig. Bij zijn eerdere verhoren heeft hij onder meer verklaard dat hij per aangifte bedragen variërend van € 25 tot

€ 200 ontving. Meerdere personen waarvoor verdachte de aangiften heeft ingediend hebben verklaard dat zij een contant bedrag moesten betalen. De bedragen die zij hebben genoemd vallen veelal binnen de door verdachte genoemde bandbreedte. Daar verdachte bovendien, zoals hij zelf heeft verklaard, aanzienlijke bedragen wist te sparen uit het invullen van belastingaangiftes blijkt dat er geen sprake is van enkel onkostenvergoedingen. Derhalve diende verdachte de ontvangen bedragen op te geven als inkomsten bij de belastingdienst.

De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde derhalve wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3

Door de FIOD is nader onderzoek gedaan naar 3.778 verzonden aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen die op de laptop van verdachte zijn aangetroffen. Ten aanzien van deze aangiften is door de FIOD een selectie is gemaakt.

Vervolgens zijn door de FIOD een aantal van deze aangiften nader onderzocht. De personen ten name van wie de aangifte is ingediende zijn gehoord en de aan de aangiften ten grondslag liggende gegevens zijn onderzocht.

Zo bevindt zich op de laptop van verdachte en name van [persoon 7] een aangifte inkomstenbelasting 2007, welke op 10 april 2008 door de belastingdienst is ontvangen . In de aangifte is een inkomen van € 1.104,00 en loonheffing van € 68,00 opgegeven. Daarnaast werd een bedrag van € 3.039,00 aan ziektekosten of andere buitengewone uitgaven en/of giften opgevoerd. Uit het Fibase-systeem blijkt evenwel dat [persoon 7] over 2007 een komen van € 0 heeft genoten waarop een loonheffing is ingehouden van € 0. [persoon 7] heeft verklaard dat hij over 2007 geen bewijsmateriaal heeft.

Voorts bevindt zich op de laptop van verdachte ten name van [persoon 8] een aangifte inkomstenbelasting 2007, welke op 3 augustus 2010 door de belastingdienst is ontvangen . In de aangifte is een inkomen van in totaal € 9.044,00 (bestaande uit [G] en UWV) en loonheffing van € 1.748,00 opgegeven. Daarnaast wordt een bedrag van € 3.039,00 aan ziektekosten of andere buitengewone uitgaven en/of giften opgevoerd. Uit het Fibase-systeem blijkt evenwel dat [persoon 8] over 2007 een inkomen van € 12.353,00 heeft genoten waarop een loonheffing is ingehouden van € 1.858,00. [persoon 8] heeft verklaard dat hij over 2007 geen aftrekposten had.

Tevens bevindt zich op de laptop van verdachte ten name van [persoon 9] een aangifte inkomstenbelasting 2008, welke op 14 maart 2009 door de belastingdienst is ontvangen . In de aangifte wordt een bedrag van € 1.246,00 aan ziektekosten of andere buitengewone uitgaven en/of giften opgevoerd. [persoon 9] heeft verklaard dat hij over 2008 geen aftrekposten had.

Verder bevindt zich op de laptop van verdachte ten name van [persoon 10] een aangifte inkomstenbelasting 2008, welke op 28 maart 2009 door de belastingdienst is ontvangen. In de aangifte is een inkomen van € 33.677,00 (bestaande uit [H] € 11.959,00 en [I]

€ 24.718,00) en loonheffing van € 11.470,00 opgegeven. Daarnaast wordt er een bedrag van € 2.654,00 aan ziektekosten of andere buitengewone uitgaven en/of giften opgevoerd. Uit het Fibase-systeem blijkt evenwel dat [persoon 10] over 2008 een inkomen heeft genoten van € 24.718,00 waarop een loonheffing is ingehouden van € 7.287,00. Naast het loon uit het Fibase-systeem had [persoon 10] nog een loon genoten van € 14.558,00 ([H]). Hiervan is in de aangifte slechts een bedrag van € 11.959,00 opgegeven. [persoon 10] heeft verklaard dat hij over 2008 geen aftrekbare giften (ter hoogte van € 190,00) had.

Voorts bevindt zich op de laptop van verdachte ten name van [persoon 11] een aangifte inkomstenbelasting 2009, welke op 20 maart 2010 door de belastingdienst is ontvangen. In de aangifte wordt een bedrag van € 1.001,00 aan ziektekosten of andere buitengewone uitgaven en/of giften opgevoerd. [persoon 11] heeft verklaard dat hij over 2009 geen aftrekposten had.

Tenslotte bevindt zich op de laptop van verdachte ten name van [persoon 12] een aangifte inkomstenbelasting 2009, welke op 27 februari 2010 door de belastingdienst is ontvangen. In de aangifte wordt een bedrag van € 3.489,00 aan ziektekosten of andere buitengewone uitgaven en/of giften opgevoerd. [persoon 12] heeft verklaard dat hij over 2009 wel aftrekposten had, maar niet ter hoogte van het in de aangifte vermelde bedrag.

Uit de door verdachte bij de politie afgelegde verklaringen blijkt dat verdachte de aangiften opzettelijk valselijk heeft opgemaakt. Zo verklaart hij: ‘Ik wist dat ik verkeerde aangiften deed en ik heb dat ook bewust gedaan. Ik wilde mensen extra geld toeschuiven. Ik heb de aangiften verkeerd gedaan door veel te hoge ziektekosten in de aangiften te vermelden terwijl deze kosten niet waren gemaakt.’ En verder: ‘Ik heb aangiften gedaan waarbij veel meer is teruggevraagd dan ik eerder verklaarde.’

Uit voornoemde verklaringen van verdachte blijkt tevens dat hij het opzet had om de belastingdienst op te lichten. De verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij de verklaringen bij de politie onder druk heeft afgelegd, acht de rechtbank ongeloofwaardig, nu dit niet uit het dossier blijkt en overigens ook niet aannemelijk is geworden.

Verdachte deed het naar de Staat toe voorkomen alsof belastingplichtigen recht hadden op gelden van de belastingdienst. De belastingdienst was in de veronderstelling dat de aangiften juist waren en heeft op basis van de door verdachte opgemaakte en ingediende aangifte uitbetaald. Door dit handelen is de belastingdienst bewogen tot afgifte van een of meer geldbedragen. Als de belastingdienst had geweten dat de aangiften onjuist waren was de belastingdienst niet tot uitbetaling overgegaan.

Noch uit de wet noch uit de jurisprudentie volgt dat aangifte een vereiste is voor het bewijs dan wel voor vervolging van een strafbaar feit. De rechtbank verwerpt hiermee het verweer van de raadsman.

De rechtbank concludeert op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen dat verdachte voor een groot aantal personen opzettelijk aangiften valselijk heeft opgemaakt, onder meer de aangiften van [persoon 7], [persoon 8], [persoon 9], [persoon 10], [persoon 11] en [persoon 12]. Immers is gebleken dat telkens een te hoog inkomen en/of te hoge aftrekposten zijn opgevoerd. Daarmee is telkens gesuggereerd dat er een recht op een hoger bedrag aan teruggave inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen bestond dan bij invoering van juiste gegevens. Of de verdachte daadwerkelijk zelf voordeel heeft genoten doet, anders dan de raadsman stelt, niet ter zake aangezien er ook sprake is van oplichting bij bevoordeling van een ander.

De rechtbank acht het feit derhalve wettig en overtuigend bewezen.

Feit 4

Door het FIOD is nader onderzoek gedaan naar 3.778 verzonden aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen die op de laptop van verdachte zijn aangetroffen. Ten aanzien van deze aangiften is door de FIOD een selectie is gemaakt.

Vervolgens zijn door de FIOD een aantal van deze aangiften nader onderzocht. De personen ten name van wie de aangifte is ingediende zijn gehoord en de aan de aangiften ten grondslag liggende gegevens zijn onderzocht.

Bij een groot aantal valselijk opgemaakte aangiften inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen ten name van een groot aantal personen heeft de belastingdienst de feitelijke uitbetaling geblokkeerd.

Op de laptop van verdachte bevindt zich ten name van [persoon 16] een aangifte inkomstenbelasting 2008, welke op 23 april 2009 door de belastingdienst is ontvangen. In de aangifte wordt een bedrag van € 3.140 aan ziektekosten of andere buitengewone uitgaven en/of giften opgevoerd. [persoon 16] heeft echter niet gereageerd op de vragenbrief van de belastingdienst. Derhalve kan niet worden vastgesteld of de aangifte juist of onjuist is. De rechtbank spreekt verdachte dan ook (partieel) vrij van ter zake dit onderdeel van de tenlastelegging.

Zo bevindt zich op de laptop van verdachte ten name van [persoon 13] een aangifte inkomstenbelasting 2007, welke op 31 maart 2009 door de belastingdienst is ontvangen. In de aangifte is een inkomen van € 8.921 ([J]) en loonheffing van € 960,00 opgegeven. Daarnaast wordt er een bedrag van € 1.274,00 aan ziektekosten of andere buitengewone uitgaven en/of giften opgevoerd. Uit het Fibase-systeem blijkt evenwel dat [persoon 13] over 2007 een inkomen van € 0 heeft genoten waarop een loonheffing is ingehouden van € 0.

Voorts bevindt zich op de laptop van verdachte ten name van [persoon 14] een aangifte inkomstenbelasting 2007, welke op 31 maart 2009 door de belastingdienst is ontvangen. In de aangifte is een inkomen van € 8.248,00 ([K]) en loonheffing van € 734,00 opgegeven. Daarnaast wordt er een bedrag van € 4.014,00 aan ziektekosten of andere buitengewone uitgaven en/of giften opgevoerd. Uit het Fibase-systeem blijkt evenwel dat [persoon 14] over 2007 een inkomen van € 0 heeft genoten waarop een loonheffing is ingehouden van € 0.

Tevens bevindt zich op de laptop van verdachte ten name van [persoon 15] een aangifte inkomstenbelasting 2008, welke op 4 september 2009 door de belastingdienst is ontvangen. In de aangifte is een inkomen van € 14.665,00 ([L] en [M]) en loonheffing van

€ 1.268,00 opgegeven. Daarnaast wordt er een bedrag van € 64,00 aan ziektekosten of andere buitengewone uitgaven en/of giften opgevoerd. Uit het Fibase-systeem blijkt evenwel dat [persoon 15] over 2008 een komen van € 19.301,00 heeft genoten waarop een loonheffing is inghouden van € 2.049,00. [persoon 15] heeft verklaard dat hij over 2008 geen aftrekposten had.

Voorts bevindt zich op de laptop van verdachte ten name van [persoon 17] een aangifte inkomstenbelasting 2009, welke op 8 februari 2010 door de belastingdienst is ontvangen. In de aangifte is een inkomen van € 43.645,00 ([bedrijven M, N en O]) en loonheffing van € 12.242,00 opgegeven. Daarnaast wordt er een bedrag van € 2.513,00 aan ziektekosten of andere buitengewone uitgaven en/of giften opgevoerd. Uit het Fibase-systeem blijkt evenwel dat [persoon 17] over 2009 inkomen van € 45.203,00 heeft genoten waarop een loonheffing is ingehouden van € 12.649,00. [persoon 17] heeft verklaard dat hij over 2009 geen aftrekposten had.

Tenslotte bevindt zich op de laptop van verdachte ten name van [persoon 18] een aangifte inkomstenbelasting 2009, welke op 21 februari 2010 door de belastingdienst is ontvangen. In de aangifte wordt een bedrag van € 166,00 aan ziektekosten of andere buitengewone uitgaven en/of giften opgevoerd. [persoon 18] heeft verklaard dat hij over 2009 geen aftrekposten had.

Uit de door verdachte bij de politie afgelegde verklaringen blijkt dat verdachte de aangiften opzettelijk valselijk heeft opgemaakt. Zo verklaart hij: ‘Ik wist dat ik verkeerde aangiften deed en ik heb dat ook bewust gedaan. Ik wilde mensen extra geld toeschuiven. Ik heb de aangiften verkeerd gedaan door veel te hoge ziektekosten in de aangiften te vermelden terwijl deze kosten niet waren gemaakt.’ En verder: ‘Ik heb aangiften gedaan waarbij veel meer is teruggevraagd dan ik eerder verklaarde.’

Uit voornoemde verklaringen van verdachte blijkt tevens dat hij het opzet had om de belastingdienst op te lichten. De verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij de verklaringen bij de politie onder druk heeft afgelegd, acht de rechtbank ongeloofwaardig, nu dit niet uit het dossier blijkt en overigens ook niet aannemelijk is geworden.

De rechtbank concludeert op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen dat verdachte voor een groot aantal personen opzettelijk aangiften valselijk heeft opgemaakt, onder meer de aangiften van [persoon 13], [persoon 14], [persoon 15], [persoon 17] en [persoon 18]. Immers is gebleken dat telkens een te hoog inkomen en/of te hoge aftrekposten zijn opgevoerd. Daarmee is telkens gesuggereerd dat er een recht op een hoger bedrag aan teruggave inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen bestond dan bij invoering van juiste gegevens. Hierdoor is tevens het opzet gegeven om de belastingdienst op te lichten.

De rechtbank acht het feit derhalve wettig en overtuigend bewezen.

5. DE BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

1.

hij op tijdstippen, in de periode van 22 februari 2008 tot en met 29 augustus 2010,

te Almere en/of elders in Nederland,

een groot aantal (elektronische) aangiften/aangiftebiljetten voor de inkomstenbelasting/ premievolksverzekeringen, ten name van

een groot aantal personen, waaronder

- [persoon 1]

(vindplaats aangifte: D 154); en

- [persoon 2]

(vindplaats aangifte: D149); en

- [persoon 3]

(vindplaats aangifte: D233); en

- [persoon 4]

(vindplaats aangifte: D.337); en

- [persoon 5]

(vindplaats aangifte: D 336); en

- [persoon 6]

(vindplaats aangifte: D 389)

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst,

immers heeft verdachte (telkens) valselijk- in strijd met de waarheid – op die geschriften

- (een) te ho(o)ge en/of gefingeerd(e) bedrag(en) aan lo(o)n(en) en/of loonheffing(en) en

- (een) te ho(o)g(e) en/of gefingeerd(e) bedrag(en) aan aftrekposten (waardoor ziektekosten of andere buitengewone uitgaven en/of giften),

opgegeven,

zulks (telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

2.

hij op 14 maart 2008 en 23 maart 2009 en 14 februari 2010,

te Almere en/of elders in Nederland,

(telkens) opzettelijk bij de belastingdienst voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten

(elektronische) aangiften voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen ten name van [verdachte]

over de jaren

2007 en

2008 en

2009,

onjuist of onvolledig heeft gedaan bij (de) Inspecteur(s) der belastingen of de belastingdienst, terwijl die feiten (telkens) ertoe strekten dat te weinig belasting wordt geheven,

hebbende die onjuistheid en/of onvolledigheid hierin bestaan dat verdachte (telkens) opzettelijk op de naar (de) Inspecteur(s) der belastingen of de belastingdienst ingezonden (elektronische) aangiften/aangiftebiljetten voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over genoemde jaren

- te lage bedragen aan resultaat uit (overige) werkzaamheden (arbeid) en

- te lage bedragen als voordeel uit sparen en beleggen,

heeft opgegeven.

3.

hij op tijdstippen in de periode van 22 februari 2008 tot en met 29 augustus 2010,

te Almere en/of elders in Nederland,

(telkens) met het oogmerk om zich en (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,

door één of meer listige kunstgrepen,

de belastingdienst,

heeft bewogen tot afgifte van geldbedragen,

hierin bestaande dat verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven –

een groot aantal opzettelijk listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid opgemaakte (elektronische) aangiften voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, te name van

een groot aantal personen, waaronder

- [persoon 7]

(vindplaats aangifte: D 383); en

- [persoon 8]

(vindplaats aangifte: D 382); en

- [persoon 9]

(vindplaats aangifte D 387); en

- [persoon 10]

(vindplaats aangifte: D 388); en

- [persoon 11]

(vindplaats aangifte: D 391); en

- [persoon 12]

(vindplaats aangifte: D 392)

heeft ingezonden naar (de) Inspecteur(s) der belastingen,

waardoor de belastingdienst werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

4.

hij op tijdstippen in de periode van 22 februari 2008 tot en met 29 augustus 2010,

te Almere en/of elders in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf,

(telkens) met het oogmerk om zich en (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,

door listige kunstgrepen,

de belastingdienst

heeft bewogen tot afgifte van geldbedragen,

hierin bestaande dat verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven –

een groot aantal opzettelijk listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid opgemaakte (elektronische) aangiften voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, te name van

een groot aantal personen, waaronder

- [persoon 13]

(vindplaats aangifte: D 384) en

- [persoon 14]

(vindplaats aangifte: D 411) en

- [persoon 15]

(vindplaats aangifte: D 385) en

- [adrespersoon 17]

(vindplaats aangifte: D 441) en

- [persoon 18]

(vindplaats aangifte: D 442)

heeft ingezonden naar (de) Inspecteur(s) der belastingen,

waardoor de belastingdienst werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Van het meer of anders onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6. DE STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde feit uitsluiten.

7. DE STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

Feit 1 (primair)

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Feit 2

Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist en onvolledig doen, terwijl daarvan het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting zou kunnen worden geheven, meermalen gepleegd.

Feit 3

Oplichting, meermalen gepleegd.

Feit 4

Poging tot oplichting, meermalen gepleegd.

8. DE STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Feit 1.

Er is door de verdediging uitdrukkelijk geen beroep gedaan op psychische overmacht betreffende de zogenoemde “[B]-aangiftes”.

Wel heeft de raadsman betoogd dat de belastingplichtigen zelf de aangifte hebben ingediend en dat de eventuele valsheid van de belastingaangifte daarom niet voor rekening van verdachte dient te komen. Op het formulier van de voorlopige belastingaanslag staan de gegevens vermeld zoals die bij de belastingaangifte zijn opgegeven. Dit formulier heeft zich echter nooit in de macht van verdachte bevonden. De belastingplichtigen konden echter wel weten dat zij een foutieve belastingaangifte hadden ingevuld. De raadsman heeft ontslag van alle rechtsvervolging bepleit.

De rechtbank overweegt als volgt.

Uit hetgeen hiervoor (onder de bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan) door de rechtbank is overwogen blijkt dat het verdachte is geweest die de onjuiste belastingaangiftes heeft ingevuld, hetgeen doorslaggevend is voor de vraag of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. Dat achteraf de belastingplichtigen een formulier hebben ontvangen van de voorlopige belastingaanslag doet daaraan niet af.

Er zijn voorts geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is derhalve strafbaar.

9. DE STRAFOPLEGGING

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd verdachte te veroordelen tot een

gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het

Wetboek van Strafrecht, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit, voor zover de rechtbank tot strafoplegging komt, rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, met het feit dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten in aanraking is gekomen met politie en/of justitie en met het reeds door hem begane voorarrest. Dat er sprake was van psychische overmacht ten aanzien van de zogenaamde “[B]-aangiftes” is niet aanemelijk geworden. In de strafmaat dient echter wel rekening gehouden te worden met het feit dat verdachte deze aangiften onder bedreiging heeft moeten doen. De door de officier van justitie genoemde strafverzwarende omstandigheden kunnen evengoed in het voordeel van verdachte worden uitgelegd.

De raadsman heeft bepleit voor wat betreft een vrijheidsstraf te volstaan met een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf gelijk aan de duur van het reeds door verdachte ondergane voorarrest, met daarnaast eventueel een taakstraf.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een omvangrijke fraude waarbij hij in een betrekkelijk korte periode van ruim twee jaar aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen valselijk heeft opgemaakt. Hiermee heeft hij, naar kan worden aangenomen, de Staat, en daarmee tevens de samenleving als geheel, een aanzienlijk financieel nadeel toegebracht. Daarbij komt nog het zeer aanzienlijke extra werk dat aan de belastingdienst is toegevallen. De belastingdienst zal veel werk hebben om de aangiften definitief vast te stellen en de eenmaal definitief vastgestelde belastingschulden te innen.

Voor zover de verdediging heeft willen betogen dat de belastingdienst (deels) debet is aan de door verdachte gepleegde valsheid in geschrift en oplichting, neemt de rechtbank hiervan uitdrukkelijk afstand. Verdachte heeft door zijn handelwijze immers misbruik gemaakt van het vertrouwen van de belastingdienst in de belastingplichtigen. Dat de belastingdienst in beginsel uitgaat van de juistheid van de aangiften bij wijze van faciliteit jegens de belastingplichtigen is een groot goed, daar zij door haar werkwijze van directe uitbetaling van verzochte gelden bewerkstelligt dat belastingplichtigen snel over financiële middelen kunnen beschikken met alle financiële voordelen van dien. De rechtbank acht het kwalijk dat onder de personen voor wie verdachte valse aangiften heeft ingediend, zich velen bevinden die een zwakke sociaaleconomische positie hebben. Voor deze mensen geldt in het bijzonder dat verdachte - met zijn kennis op het gebied van belastingen - hen had moeten behoeden voor de uiteindelijke consequenties van zijn handelen. Zij hebben nu in veel gevallen een aanmerkelijke schuld aan de Belastingdienst. Eveneens neemt de rechtbank in overweging dat verdachte een vergoeding rekende voor het doen van valse aangiften, zodat verdachte er zelf (financieel) ook beter van werd. Hoewel de rechtbank de omvang van de door verdachte met zijn handelwijze gegenereerde inkomsten niet precies heeft kunnen vaststellen, kan het niet anders dan dat verdachte hiermee zeer aanzienlijke (zwarte) inkomsten heeft gegenereerd.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging geen rekening met de verklaring van verdachte omtrent te “[B]-aangiften”, te weten dat hij is bedreigd om valse aangiften te doen, aangezien deze bedreiging niet aannemelijk is geworden.

Het bovenstaande vormt voor de rechtbank aanleiding om aan verdachte een vrijheidsbenemende straf op te leggen.

De rechtbank is evenwel van oordeel dat er aanleiding bestaat af te wijken van hetgeen het openbaar ministerie heeft gevorderd. In vergelijkbare zaken worden straffen opgelegd die lager zijn dan de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf. De rechtbank ziet voorts redenen een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen, zulks om verdachte er van te weerhouden zich in de toekomst weer schuldig te maken aan dergelijke strafbare feiten.

Alles overwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar passend en geboden

10. BESLAG

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de verbeurdverklaring van € 1.175,00 (contant geld uit de portemonnee van verdachte), € 3.000,00 (contant geld uit een jas) en € 311.217,93 (spaartegoeden op naam van verdachte en/of zijn echtgenote).

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat er geen relatie is tussen de in beslag genomen geldbedragen en de ten laste gelegde feiten. Verdachte heeft in het verleden een gouden handdruk ontvangen, een huis verkocht en geld uit loon gespaard, hetgeen de bedragen verklaard.

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het beslag overweegt de rechtbank als volgt. Alle door de officier van justitie genoemde posten (te weten contant geld uit de portemonnee van verdachte, contant geld uit een jas en de spaartegoeden op naam van verdachte en/of zijn echtgenote) betreffen conservatoir beslag. De rechtbank zal zich in het kader van de onderhavige strafrechtelijke procedure onthouden van een beslissing inzake het conservatoir gelegde beslag ex artikel 353 van het Wetboek van Strafvordering. Conservatoir beslag is bedoeld om de officier van justitie zekerheid te geven met betrekking tot de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

11. VOORLOPIGE HECHTENIS

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich verzet tegen de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen omtrent de op te leggen straf, van oordeel dat de vordering van de officier van justitie dient te worden toegewezen. De rechtbank zal dan ook de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis bevelen.

12. TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 10, 14 a, 14b, 14c, 27, 33, 33a, 45, 57, 91, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen , zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

13. BESLISSING

De rechtbank:

Ten aanzien van de tenlastelegging

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5. is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar;

- verklaart de verdachte voor de bewezen verklaarde feiten strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;

- bepaalt dat een gedeelte, groot 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mr. M. Iedema, voorzitter, mr. L.M.G. de Weerd en mr. A.J. van Dijk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.G. Dees en mr. S.J. Verheij-de Vries als griffiers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juli 2011.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature