Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

-vrijspraak criminele organisatie.

-verwerping verweer nietige dagvaarding.

-verwerping verweer niet ontvankelijkheid openbaar ministerie.

-opzetheling, witwassen.

-bewijsmotivering.

Uitspraak



RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.815001-09

Uitspraak: 30 mei 2011

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte),

(geboortedatum),

(adres).

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 28 februari 2011, 21 april 2011, 9 mei 2011 en 16 mei 2011. De verdachte is niet in persoon verschenen en is ter terechtzitting verdedigd door mr. M. de Reus, advocaat te Rotterdam, die heeft verklaard daartoe uitdrukkelijk te zijn gemachtigd.

De officier van justitie, mr. D. Sarian, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4 subsidiair en 5 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 26 maanden met aftrek van voorarrest. Ten aanzien van zaakdossier 205 heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd.

Verder heeft de officier van justitie gevorderd de volledige hoofdelijke toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partij (slachtoffer 1) met daarbij oplegging van de maatregel tot schadevergoeding. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij (slachtoffer 2) heeft de officier van justitie gevorderd om deze toe te wijzen tot een bedrag van € 8.161,25, met daarbij oplegging van de maatregel tot schadevergoeding.

Voorts heeft de officier van justitie de gevangenneming van verdachte gevorderd.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging zoals ter terechtzitting gewijzigd)

1.

hij in of omstreeks de periode van 23 mei 2005 tot 8 april 2009 in de gemeente Raalte en/of Kampen en/of Rotterdam en/of (elders) in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband tussen hem verdachte en/of (medeverdachte 1) en/of (medeverdachte2) en/of (medeverdachte 3) en/of (medeverdachte 4) en/of (medeverdachte 5) en/of (medeverdachte 6) en/of (medeverdachte 7) en/of (medeverdachte 8) en/of (medeverdachte 9) en/of (medeverdachte 10) en/of (medeverdachte 11) en/of (medeverdachte 12) en/of (medeverdachte 13) en/of (medeverdachte 14) en/of een of meer andere natuurlijke en/of rechtspersonen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen

van misdrijven, namelijk (onder andere):

-het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van diefstallen als bedoeld in artikel 311 wetboek van strafrecht en /of

-het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van opzetheling als bedoeld in artikel 416/1/A wetboek van strafrecht en /of

-het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van oplichting als bedoeld in artikel 326 wetboek van strafrecht en /of

-het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van valsheid in geschrifte en/of het gebruik maken van valse en/of vervalste geschriften als bedoeld in artikel 225 lid 1 en/of 225 lid 2 wetboek van strafrecht en /of

-het tezamen en in vereniging met een of meer anderen witwassen van geld en/of auto's en/of andere goederen en/althans voorwerpen als bedoeld in artikel 420bis lid 1 wetboek van strafrecht, althans het plegen van misdrijven;

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 mei 2005 tot 8 april 2009 in de gemeente Raalte en/of Kampen en/of Rotterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer (hierna genoemde) auto's en/of kentekenbewijzen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die auto's wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof, te weten (onder andere):

-een op of omstreeks 12 december 2008 in Vught weggenomen BMW X5 (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een in of omstreeks de periode van 28 tot 30 maart 2009 in Rotterdam Volkswagen Golf GTI (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een op of omstreeks 11 december 2008 in Alphen a/d Rijn weggenomen Peugeot 207, 1.6 HDI (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot 8 april 2009 in Frankrijk weggenomen Volkswagen Golf (XXXXXXXX) (XX XXX) en/of

-een in of omstreeks de periode van 19 tot 21 februari 2008 in Rotterdam weggenomen Volkswagen Polo (XX-XX-XX)(XX XXX);

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 mei 2005 tot 8 april 2009 in de gemeente Raalte en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, een of meer (hierna genoemde) (aspirant) kopers van auto('s)/personen heeft bewogen tot de afgifte van (een) (hierna genoemde) geldbedrag(en), in elk geval van enig geldbedrag/goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

-een auto (laten) voorzien van (een) ander(e), niet bij die auto behorend(e), VIN-nummer en/of kenteken en/of kentekenplaten en/of kentekenbewijs en/of onderhoudsboekje /instructieboekje en/of (aldus) (laten) voorzien van een valse/andere identiteit en/of

-die/een auto, voorzien van (een) ander(e), niet bij die auto behorend(e)

VIN-nummer en/of kenteken en/of kentekenplaten en/of kentekenbewijs en/of onderhoudsboekje/instructieboekje en/of (aldus) voorzien van een valse/andere identiteit, via een advertentie op www.markplaats.nl, voor een scherpe prijs te koop aangeboden en/of

-nadat een (aspirant) koper zich, via een in die advertentie vermeld telefoonnummer had gemeld, een afspraak voor een ontmoeting en/of bezichtiging van die auto gemaakt althans laten maken en/of

-nadat de (aspirant) koper de verkoper van de in de advertentie genoemde auto had ontmoet, zich uitgegeven voor de rechtmatige eigenaar en/althans als een te goeder trouw zijnde verkoper en/of

-(aan) die (aspirant) koper die/een auto, voorzien van (een) ander(e), niet bij die auto behorend(e) VIN-nummer en/of kenteken en/of kentekenplaten en/of kentekenbewijs en/of onderhoudsboekje/instructieboekje en/of (aldus) voorzien van een valse/andere identiteit, laten zien en/of

-(daarbij/daarmee) gezegd en/of de indruk gewekt dat het in/bij die auto aanwezige VIN-nummer en/of kenteken en/of kentekenplaten en/of kentekenbewijs en/of onderhoudsboekje /instructieboekje voor die auto was afgegeven en/of (aldus) bij die auto hoorde en/of dat het een "eerlijke" auto betrof en/of

-(vervolgens), nadat er al dan niet over de prijs was onderhandeld en/of er een verkoopprijs, die al dan niet (aanzienlijk) lager lag dan de werkelijke waarde van die auto, overeen was gekomen, die (aspirant) koper meegenomen naar een postkantoor teneinde die auto op naam van die (aspirant) koper te laten overschrijven en/of

-nadat de auto op naam van de (aspirant)koper was overgeschreven, de bij die auto aanwezige papieren en/of sleutels, aan die (aspirant) koper overhandigd, waardoor die (aspirant) koper (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte,

te weten met betrekking tot (onder andere):

-een BMW X5 in of omstreeks de periode van 30 januari 2009 tot 1 februari 2009 in Reeuwijk en/of (elders) in Nederland, (slachtoffer 3) (een) geldbedrag(en) van 1000 en/of 20.000 euro (XX XXX) en/of

-een Peugeot 207, 1.6 HDI op of omstreeks 2 maart 2009 in Rotterdam, (slachtoffer 2) een geldbedrag van 8200 euro (XX XXX) en/of

-een Volkswagen Golf op of omstreeks 20 februari 2009 in Waddinxveen, (slachtoffer 1) een geldbedrag van 12.000 euro (XX XXX);

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 mei 2005 tot 8 april 2009 in de gemeente Raalte en/of (elders) in Nederland (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer kentekenbewijzen - zijnde (een) geschrift(en) die/dat bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid op (een) kentekenbewijs/kentekenbewijzen

gegevens te weten (onder andere):

-het typegoedkeuringsnummer en/of

-het kenteken en/of

-het VIN-nummer en/of

-het chassisnummer en/of

-het merk en/of type van de auto en/of

-de kleur van de auto en/of

-de datum afgifte van de/het kentekenbewijzen/kentekenbewijs

van (onder andere):

-een BMW X5 (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Golf GTI (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Peugeot 207, 1.6 HDI (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Golf (XXXXXXXX) (XX XXX) en/of

-een Volkswagen Polo (XX-XX-XX)(XX XXX)

vermeld terwijl die gegevens (telkens) niet bij die auto('s) hoorde(n) en/of niet voor die auto('s) was/waren afgegeven, zulks met het oogmerk om die/dat kentekenbewijzen/kentekenbewijs en/of (aldus) dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een om meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 mei 2005 tot 8 april 2009 in de gemeente Raalte en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e) kentekenbewijs/kentekenbewijzen, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken (telkens) hierin dat die/dat kentekenbewijs/kentekenbewijzen bij een of meer te verkopen auto's werd(en) gevoegd en/of werd(en) gebruikt om die auto('s) bij een postkantoor op naam

van de koper te laten overschrijven en/of (vervolgens) na de verkoop van die auto('s) aan de koper(s) werd(en) overhandigd en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat

(telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid op die/dat kentekenbewijs /kentekenbewijzen een of meer gegevens te weten (onder andere):

-het typegoedkeuringsnummer en/of

-het kenteken en/of

-het VIN-nummer en/of

-het chassisnummer en/of

-het merk en/of type van de auto en/of

-de kleur van de auto en/of

-de datum afgifte van de/het kentekenbewijzen/kentekenbewijs van (onder andere):

-een BMW X5 (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Golf GTI (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Peugeot 207, 1.6 HDI (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Golf (XXXXXXXX) (XX XXX) en/of

-een Volkswagen Polo (XX-XX-XX)(XX XXX)

was/waren vermeld terwijl die gegevens (telkens) niet bij die auto('s) hoorde(n) en/of niet voor die auto('s) was/waren afgegeven;

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 mei 2005 tot 8 april 2009 in de gemeente Raalte en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) voorwerp(en), te weten een of meer auto's

te weten (onder andere)

-een BMW X5 (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Golf GTI (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Peugeot 207, 1.6 HDI (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Golf (XXXXXXXX) (XX XXX) en/of

-een Volkswagen Polo (XX-XX-XX)(XX XXX)

en/of een of meer geldbedragen (welke door de verkoop van die auto('s) was/waren verkregen) en/of een of meer kentekenbewijzen (welke bij die auto('s) was/waren gevoegd) en/of andere voorwerpen/goederen, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van die/dat voorwerp(en), gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

GELDIGHEID VAN DE DAGVAARDING

De raadsman van verdachte heeft met betrekking tot het onder 5 ten laste gelegde aangevoerd dat de dagvaarding partieel nietig is, namelijk voor wat betreft de zinsnede ‘en/of andere voorwerpen en goederen’ omdat verdachte niet weet waarop deze zinsnede uit de tenlastelegging betrekking heeft.

De rechtbank verwerpt deze stelling. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging gelezen in combinatie met de dossierstukken leidt niet tot de conclusie dat het voor verdachte onvoldoende duidelijk is wat hem ten laste wordt gelegd. Onder de tekst ‘andere voorwerpen’ kan bijvoorbeeld gedacht worden aan onderhoudsboekjes zoals voorkomend in zaakdossier 254. Gelet hierop voldoet de dagvaarding wel aan de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. De dagvaarding is daarom geldig.

ONTVANKELIJKHEID VAN DE OFFICIER VAN JUSTITIE

De raadsman heeft zich, overeenkomstig de inhoud van een aan de rechtbank overgelegde pleitnota, op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie partieel niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging ter zake van het onder 5 ten laste gelegde feit. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat onder feit 2, de opzetheling, hetzelfde feitencomplex ten laste gelegd is als onder feit 5, het witwassen.

De rechtbank overweegt daaromtrent, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 26 oktober 2010, LJN: BM 4440, als volgt.

Op zichzelf staat noch de tekst noch de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 420 bis van het Wetboek van Strafrecht eraan in de weg dat iemand die een in die bepaling omschreven gedraging verricht ten aanzien van een voorwerp dat afkomstig is uit enig door hemzelf begaan misdrijf, wordt veroordeeld wegens witwassen naast heling.

Dit betekent niet dat elke gedraging die in artikel 420bis lid 1 Sr is omschreven onder alle omstandigheden de kwalificatie witwassen rechtvaardigt. Zo kan, indien het gaat om een voorwerp dat afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf en hem het voorhanden hebben daarvan wordt verweten, de vraag rijzen of zulk enkel voorhanden hebben voldoende is om als witwassen te worden aangemerkt.

Ook in het geval het witwassen de opbrengsten van eigen misdrijf betreft, wordt van de witwasser in beginsel een handeling gevergd die erop is gericht zijn criminele opbrengsten veilig te stellen. Gelet hierop moet worden aangenomen dat indien vaststaat dat het enkele voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, die gedraging niet als witwassen kan worden gekwalificeerd (maar wel als heling).

Als uit de bewijsmiddelen kan volgen dat verdachte heeft bijgedragen aan het verhullen van de criminele herkomst van de door hem geheelde auto’s, kunnen de gedragingen van verdachte ook als witwassen worden aangemerkt. Het verweer wordt daarom verworpen. De rechtbank ziet daarom geen grond voor het oordeel dat de officier van justitie niet ontvankelijk is in zijn vervolging

BEWIJS

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het hem onder 1 ten laste gelegde feit moet worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Voor het antwoord op de vraag of er sprake is van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht is bepalend of er sprake is van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband van twee of meer personen. Van belang is daarbij dat sprake is van een vaste rolverdeling, waarin een zekere hiërarchie valt te ontdekken.

In het onderzoek dat ten grondslag ligt aan de onderhavige strafzaak, is naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam komen vast te staan dat een aantal verdachten zich bezig hield met het dupliceren van auto’s, waarbij gestolen auto’s de identiteit van andere, legale auto’s kregen, en dat er kopers zijn opgelicht door deze omgekatte auto’s aan hen te verkopen. Daartoe werden onder andere kentekenbewijzen vervalst.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of er in de strafzaak tegen verdachte en haar medeverdachten sprake is van een zodanig gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband met als oogmerk het plegen van strafbare feiten, dat van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 Wetboek van Strafrecht kan worden gesproken.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat er van een dergelijke organisatie sprake is geweest. Uit het dossier blijkt namelijk dat een aantal verdachten zich gedurende langere tijd op grote schaal en systematisch heeft bezig gehouden met het omkatten van gestolen auto’s en het verkopen van die omgekatte auto’s aan derden. Uit het dossier komt een beeld naar voren van een vaste werkwijze bij het plegen van de strafbare feiten, waarbij verschillende verdachten zich nadrukkelijk bezig houden met verschillende onderdelen van het gehele traject dat de gestolen auto’s afleggen. Zo zijn er verdachten die zich bezighouden met het daadwerkelijk geven van een nieuwe identiteit aan de gestolen auto’s, en er zijn verdachten die zich bij uitstek bezig houden met het gehele verkoopproces. Uit de tapgesprekken blijkt dat er sprake is van een zekere hiërarchie tussen de verdachten.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden gesteld dat àlle verdachten in dit onderzoek hebben deelgenomen aan de criminele organisatie, doch wel dat de organisatie werd gevormd door een aantal van hen. De rechtbank rekent in ieder geval de verdachten (medeverdachte 6), (medeverdachte 2) en (medeverdachte 4) tot deelnemers aan de criminele organisatie, nu zij zich meer dan andere verdachten structureel hebben bezig gehouden met het plegen van de strafbare feiten, waarvan in deze zaak sprake is. De intensiteit van de contacten tussen deze 3 verdachten alsmede de lange periode gedurende welke er sprake is geweest van deze contacten, heeft aan dit oordeel bijgedragen.

De vraag waar de rechtbank zich vervolgens voor gesteld ziet, is of verdachte ook tot de deelnemers behoort. Die vraag wordt door de rechtbank ontkennend beantwoord.

Uit de bewijsmiddelen is namelijk onvoldoende gebleken dat verdachte een aandeel heeft gehad in de gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie te weten het verkopen van omgekatte auto’s. De rol die verdachte heeft gespeeld bij de hieronder bewezen verklaarde zaakdossiers 315 en 317 leidt niet tot een ander oordeel.

De contacten waarvan is vastgesteld dat verdachte die heeft gehad met onder meer (medeverdachte 4) zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende qua frequentie en inhoud om van deelneming aan een criminele organisatie te kunnen spreken. Ook de inhoud van de door de officier van justitie aangehaalde tapgesprekken leiden volgens de rechtbank niet tot de conclusie dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van het onder 1 ten laste gelegde.

De verdachte dient van hetgeen hem onder 3 en 4 ten laste is gelegd evenzeer te worden vrijgesproken omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De verdachte dient voorts van de feiten 2 en 5 voor wat betreft de zaakdossiers 205, 249 en 254 ten laste is gelegd te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank volgt de officier van justitie niet in zijn voorgestelde bewijsconstructie dat verdachte en zijn medeverdachten gezien de nauwe samenwerking voor het realiseren van het uiteindelijke doel, te weten het verkopen van een gedupliceerde auto, over en weer voor elkaars gedragingen aansprakelijk kunnen worden gesteld.

Hiertoe overweegt de rechtbank dat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat verdachte zo nauw en bewust met anderen heeft samengewerkt dat op grond daarvan kan worden aangenomen dat hij de ten laste gelegde feiten, voor wat betreft bovengenoemde feiten en zaakdossiers, tezamen en in vereniging met die anderen heeft gepleegd. Het aandeel van verdachte staat naar het oordeel van de rechtbank in een te ver verwijderd verband met de gepleegde strafbare feiten om dit aandeel als medeplegen te kunnen kwalificeren.

Nu de verdachte van zaakdossier 254 zal worden vrijgesproken zal de rechtbank het verweer van de raadsman van verdachte dat de beelden van de beveiligingscamera van handelsonderneming (naam) alsmede de verklaringen van verdachte d.d. 19 mei 2009 van het bewijs moeten worden uitgesloten onbesproken laten.

De rechtbank acht hetgeen ten aanzien van zaakdossier 315 en 317 ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen op de wijze zoals hieronder is weergegeven.

Ten aanzien van zaakdossier 315 acht de rechtbank voor de bewezenverklaring onder meer redengevend de inhoud van het op 3 april 2009 om 14:40 uur getapte telefoongesprek tussen (medeverdachte 10) en verdachte, waarin (medeverdachte 10) tegen verdachte zegt: “je mag hem gaan ophalen dat ding (…) maar je moet wel stickertjes maken (…) je moet hem ook geld geven” (dossierpagina 3315041), alsmede de inhoud van de door verdachte op 28 mei 2009 afgelegde verklaring (dossierpagina 3315169 e.v.) waarin verdachte verklaart dat dit gesprek ging over een VW Golf GTI met kenteken (XX-XX-XX) en dat hij het geld aan (medeverdachte 3) moest geven voor het tikwerk dat deze aan het chassis van de VW Golf had verricht.

Ten aanzien van zaakdossier 317 overweegt de rechtbank dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte op 19 mei 2009 als bestuurder van de gedupliceerde Volkswagen Polo is staande gehouden, dat verdachte op de beelden van de beveiligingscamera van (adres) d.d. 3 april 2009 bij deze auto is te zien bij de bedrijfshal van (medeverdachte 3) (dossierpagina 3317020) en dat verdachte tijdens zijn verhoor op 28 mei 2009 heeft verklaard dat hij op het moment dat hij deze Volkswagen Polo is zijn bezit had wist dat deze auto gestolen was (dossierpagina 3315169).

De rechtbank acht gelet op het voorgaande wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte 2 en 5 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

2.

hij in de periode van 19 februari 2008 tot 8 april 2009 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, hierna genoemde auto's en/of kentekenbewijzen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die auto's wisten dat het door misdrijf verkregen goederen betrof, te weten:

-een in of omstreeks de periode van 28 tot 30 maart 2009 in Rotterdam Volkswagen Golf GTI (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een in of omstreeks de periode van 19 tot 21 februari 2008 in Rotterdam weggenomen Volkswagen Polo (XX-XX-XX)(XX XXX);

5.

hij in de periode van 23 mei 2005 tot 8 april 2009 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, voorwerpen, te weten auto's te weten

-een Volkswagen Golf GTI (XX-XX-XX)(XX XXX) en

-een Volkswagen Polo (XX-XX-XX)(XX XXX)

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, terwijl hij en/of zijn mededaders wisten dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

Van het onder 2 en 5 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

2.

Medeplegen van opzetheling,

strafbaar gesteld bij artikel 416 juncto 47 van het Wetboek van Strafrecht.

5.

Medeplegen van Witwassen,

strafbaar gesteld bij artikel 420 bis van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

Op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht brengt de rechtbank bij het opleggen van na te melden straf in rekening de straf die de verdachte bij vonnissen van de politierechter d.d. 5 november 2009, 5 oktober 2009, 10 september 2009 en 15 januari 2009 terzake van respectievelijk overtreding van artikel 9 WVW 1994 , diefstal door twee of meer verenigde personen, schuldheling, opzettelijk een vervalst geschrift voorhanden hebben en opzetheling is opgelegd.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 7 maart 2011;

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Benadeelde partijen

De rechtbank zal de benadeelde partijen (slachtoffer 2) (zaakdossier 249) en (slachtoffer 1) (zaakdossier 254) niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen, omdat verdachte van de feiten ten gevolge waarvan de benadeelde partijen rechtstreeks schade zouden hebben geleden, zal worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het onder 1, 3, 4 primair en subsidiair ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het onder 2 en 5 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 2 en 5 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partijen (slachtoffer 2) en (slachtoffer 1) in hun vorderingen niet ontvankelijk zijn en dat zij hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.

De rechtbank wijst de vordering tot gevangenneming af.

Aldus gewezen door mr. A.J. Louter, voorzitter, mrs. G.P. Nieuwenhuis en S.M. Milani, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 mei 2011.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature