Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Ingezonden brief met oordeel over gemeenteraadslid kan slechts worden gelezen in het kader van politiek debat. De schrijver is zijn vrijheid van meningsuiting niet te buiten gegaan en maakt geen ongepaste inbreuk op de eer en goede naam van het gemeenteraadslid. De ingezonden brief kan niet worden aangemerkt als een onrechtmatige daad jegens het gemeenteraadslid. Diens vordering tot rectificatie wijst de rechtbank af.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

MK/CVZ/SA

zaaknummer / rolnummer: 125985 / HA ZA 11-41

Vonnis van 20 juli 2011 (bij vervroeging)

in de zaak van

toevoeging aangevraagd

[EISER],

wonende te [WOONPLAATS EISER],

eiser,

advocaat mr. A.R. van Dolder te Heerhugowaard,

tegen

[GEDAAGDE],

wonende te [WOONPLAATS GEDAAGDE],

gedaagde,

advocaat mr. C.A. Deenik te Alkmaar.

Partijen worden hierna [EISER] en [GEDAAGDE] genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 6 januari 2011 met vier producties;

- de conclusie van antwoord met zeven producties;

- het tussenvonnis van 16 maart 2011;

- het proces-verbaal van comparitie van 10 juni 2011 met de daarin genoemde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [EISER] en [GEDAAGDE] zijn beiden raadslid van de gemeenteraad van [NAAM GEMEENTE]. [EISER] voor de Nieuwe Communistische Partij Nederland (hierna: NCPN) en [GEDAAGDE] voor het CDA.

2.2. Op 13 januari 2010 staat in de "Uitkijkpost", een huis-aan-huisblad voor [NAAM GEMEENTE] en omgeving, een advertentie met de volgende tekst:

"NCPN-NIEUWS

Op de voorkant van een kalender voor 2010 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties die bij de balie van het gemeentehuis verkrijgbaar was, las ik:

Deze kalender geeft de burger moed om onder meer DE OVERHEID OP TE PORREN en IN VERZET TE KOMEN TEGEN ONRECHT.

Aan moed ontbreekt het de NCPN nooit en de genoemde voorstellen behoren ook altijd tot het werkpakket van de NCPN, maar het is wel leuk dat het Ministerie dit nu ook aanprijst.

Nou, let op hier volgt ONRECHT.

In de gemeenteraadsvergadering van november jl. diende ik een motie in om [NAAM GEMEENTE]ënaren met een inkomen tot 120 [PROCENT] van het minimumloon 75 euro te geven voor die dure decembermaand. Een soort EINDEJAARSUITKERING.

Wethouder Veger (CDA) ontraadde mijn motie. Het mocht WETTELIJK NIET was zijn betoog!

In de gemeenteraadsvergadering van december jongstleden heb ik de motie iets aangepast weer ingediend. Opnieuw Veger met zijn verhaal: mag WETTELIJK NIET!

De NCPN kreeg nu alleen [NAAM GEMEENTE]2000 tot steun, totaal zes stemmen, geen meerderheid.

De gemeenten ALKMAAR, BERGEN, HEERHUGOWAARD en LANGEDIJK gaven wel 50 of 75 euro aan hun inwoners met de laagste inkomens, EN TERECHT.

En nu het volgende:

De ambtenaren van de gemeente [NAAM GEMEENTE] hebben een EINDEJAARSUITKERING ontvangen van 5[PROCENT] over het bruto jaarsalaris plus een pakketje met enkele waardebonnen voor onder meer een gratis saunabezoek! Op die uitkering hebben ze recht volgens de CAO-regels.

Wethouders in [NAAM GEMEENTE] hebben een bruto maandsalaris van [EURO] 5.553,- Dat is zo'n [EURO] 66.600,- bruto per jaar. Hun EINDEJAARSUITKERING was 5,4[PROCENT] van dit jaarsalaris, dus ruim [EURO] 3.500,-. Dit is in november uitgekeerd.

De burgemeester heeft een maandsalaris van bruto [EURO] 6.726,-, zo'n ruim [EURO] 80.000,- per jaar. Zijn EINDEJAARSUITKERING was 6,9[PROCENT] van het bruto jaarsalaris, dus [EURO] 5.500,-. Ook in november ontvangen.

MAAR HET COLLEGE MET HUN VETTE EINDEJAARSUITKERINGEN RAADDE BIJ MONDE VAN WETHOUDER VEGER DE MOTIES VAN DE NCPN AF!

Als het college nu consequent wil zijn gezien de door haar gehanteerde WETTELIJKE RICHTLIJNEN dient ze de contacten met de regiogemeenten ALKMAAR, BERGEN, HEERHUGOWAARD en LANGEDIJK eigenlijk te verbreken, want je gaat toch niet aan tafel zitten met gemeentebesturen die de wet overtreden, want dan ben je zelf medeplichtig.

VOOR DE ARMSTE MENSEN IN ONS DORP WAS ER IN DECEMBER GEEN PLAATS IN DE STAL VAN DE GEMEENTELIJKE EINDEJAARSUITKERINGEN.

De NCPN veroordeelt deze RECHTSONGELIJKHEID.

HET IS MAAR DAT U HET WEET!!

NCPN afd. [NAAM GEMEENTE] p/a W. [EISER] (...)"

2.3. Op 16 januari 2010 staat in het Noordhollands Dagblad een artikel met de kop:

"CDA valt [EISER] aan om NCPN-pamflet

Ruzie om 'vette bonussen'"

In het artikel is de inhoud van de NCPN-advertentie van 13 januari 2010 weergegeven en de reactie daarop van het CDA in [NAAM GEMEENTE], die voor een deel woordelijk overeenkomt met de hierna weergegeven ingezonden brief van [GEDAAGDE]. Het artikel sluit af met de zin: "De verkiezingsstrijd in [NAAM GEMEENTE] is losgebarsten."

2.4. Op 20 januari 2010 staat in de rubriek "Ingezonden brief" in de Uitkijkpost onder meer de volgende tekst:

"[EISER] laat minima in de steek

De heer [EISER] (NCPN) heeft afgelopen woensdag in de Uitkijkpost een advertentie geplaatst, waarin hij een expliciete vergelijking maakt tussen de aan gemeenteambtenaren conform de CAO verstrekte eindejaarsuitkering en het feit dat zijn moties kerstgratificatie minima onlangs door de gemeenteraad zijn verworpen. Hij noemt dit 'een groot onrecht'.

Ik vind deze vergelijking ronduit onfatsoenlijk. De ambtenaren verrichten, elke dag weer, veel goed werk ten dienste van de inwoners van [NAAM GEMEENTE]. Het is ongepast om hun salarissen in een politieke discussie te betrekken; de politieke verantwoordelijkheid voor het afwijzen van deze moties ligt bij de leden van de gemeenteraad en nergens anders. De heer [EISER] is voortdurend bezig met schertsvertoningen en populisme, terwijl hij in de gemeenteraad telkens de kans voorbij laat gaan om constructieve bijdragen te leveren. Dat geldt ook bij de vaststelling van het minimabeleid in 2008; hij was grotendeels afwezig en heeft geen enkel voorstel gedaan, al helemaal niet voor een eindejaarsuitkering. Zijn excuus dat hij slechts een eenmansfractie is en onvoldoende tijd heeft, gaat ook niet op. Hij heeft immers wel tijd voor het schrijven van vele ingezonden stukken in de krant. Zijn prioriteit ligt dus helemaal niet bij het behartigen van de belangen van de minima en het bereiken van resultaten voor deze groep! Het zou de heer [EISER] sieren wanneer hij kiest voor dialoog en inhoud, in plaats van goedkoop scoren ten koste van anderen.

[GEDAAGDE]

[NAAM GEMEENTE]"

2.5. Op 27 januari 2010 staan in de rubriek "Ingezonden brief" in de Uitkijkpost onder meer vijf reacties op de brief van [GEDAAGDE]. Vier ervan zijn van sympathisanten van [EISER], de vijfde is van [EISER] zelf en luidt:

"Mij aantoonbaar ten onrechte beschuldigen van onvoldoende inzet voor de minima in de afgelopen jaren en de aanval op mijn persoon door raadslid [GEDAAGDE] zijn blijkbaar de normen en waarden van de [NAAM GEMEENTE]er CDA-fractie. Laat de kiezers er op 3 maart maar over oordelen.

[EISER]

[NAAM GEMEENTE]"

2.6. Bij brief van 30 september 2010 verzoekt de advocaat van [EISER] aan [GEDAAGDE] om de volgende rectificatie in de Uitkijkpost te plaatsen:

[EISER] zet zich in voor minima

In een ingezonden brief, welke op 20 januari jl. in de Uitkijkpost is geplaatst, heb ik in verschillende bewoordingen gesteld dat de heer [EISER], raadslid te [NAAM GEMEENTE], de bewoners van [NAAM GEMEENTE] met een minimum inkomen in de steek heeft gelaten. Dit is onjuist.

De heer [EISER] spant zich al vele jaren in voor mensen met een inkomen op minimum niveau. Al in 2002 heeft hij een motie ingediend, genaamd "motie eindejaarsuitkering". Deze motie tot verhoging van de eindejaarsuitkering voor minima met 100[PROCENT] is toen unaniem door de gemeenteraad van [NAAM GEMEENTE] aangenomen. In 2003 heeft cliënt wederom een motie met gelijke inhoud ingediend, welke toen nipt door de raad is verworpen.

De heer [EISER] heeft in 2004 zijn bestuurlijke vergoeding over de maand december beschikbaar gesteld om levensmiddelenpakketten voor minima te kunnen samenstellen. Hij heeft voorts in 2005 en in 2006 respectievelijk 30 en 53 kerstpakketten samengesteld en rondgebracht bij de bewoners van [NAAM GEMEENTE] die het financieel het moeilijkst hebben.

Tot slot is de heer [EISER] akkoord gegaan met de besteding van extra gelden voor de armoedebestrijding in 2008.

Uit bovenstaande volgt dat het door mij op 20 januari 2010 in deze krant over de heer [EISER] vermelde onjuist is.

[GEDAAGDE], [NAAM GEMEENTE]

Gemeenteraadslid CDA

[GEDAAGDE] heeft hieraan geen gevolg gegeven.

2.7. In een brief van 18 oktober 2010 aan de advocaat van [EISER] zetten de CDA-fractie en het bestuur van het CDA-[NAAM GEMEENTE] hun standpunt in deze kwestie uiteen. Hierin staat onder meer dat zij geen reden zien om in te gaan op het verzoek een rectificatie te plaatsen in de Uitkijkpost.

3. Het geschil

3.1. [EISER] vordert veroordeling van [GEDAAGDE] tot het plaatsen van een rectificatie in De Uitkijkpost met de onder 2.6 weergegeven tekst, binnen vier weken na betekening van dit vonnis, op straffe van een dwangsom en met veroordeling van [GEDAAGDE] in de kosten van deze procedure.

3.2. [EISER] stelt, kort weergegeven, dat het [GEDAAGDE] bekend is dat hij zich al vele jaren inspant voor mensen met een minimuminkomen. Hij geeft enkele voorbeelden die aantonen dat de aantijgingen van [GEDAAGDE] onjuist zijn: al in 2002 is een motie van [EISER] tot verhoging van de eindejaarsuitkering voor minima unaniem door de gemeenteraad aangenomen; in 2003 is zo'n motie nipt verworpen; al in 1997 heeft hij als inwoner van [NAAM GEMEENTE] verzocht om een koudetoeslag voor de minima; in 2004 heeft hij zijn bestuurlijke vergoeding over de maand december beschikbaar gesteld voor levensmiddelenpakketten voor minima; in 2005 en 2006 heeft hij kerstpakketten samengesteld en rondgebracht bij inwoners van [NAAM GEMEENTE] die het financieel het moeilijkst hebben; in 2007, 2008 en 2009 heeft hij zijn bestuurlijke vergoeding over de maand december geschonken aan dierenorganisaties in [NAAM GEMEENTE] en Alkmaar.

[EISER] stelt dat [GEDAAGDE] met zijn uitlatingen bewust publiekelijk een negatief en onjuist beeld van hem heeft neergezet. Daarmee heeft [GEDAAGDE] in strijd met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betamelijk is, en dus onrechtmatig, gehandeld. Ook stelt [EISER] dat hij is aangetast in zijn eer en goede naam en politieke schade heeft geleden. Daarom vordert hij op grond van artikel 6:167 van het Burgerlijk Wetboek openbaarmaking van een rectificatie.

Ten slotte stelt [EISER] nog dat de ingezonden brief van [GEDAAGDE] niet kan worden gezien in het licht van de verkiezingsstrijd en als onderdeel van het debat tussen twee politieke partijen. De brief kan niet anders worden gelezen dan als een aanval op zijn persoon door [GEDAAGDE] op persoonlijke titel.

3.3. [GEDAAGDE] voert, kort weergegeven, als verweer aan dat de uitlatingen in zijn brief niet alleen juist zijn, maar dat het ook waardeoordelen zijn. Die mogen volgens hem zeker in het kader van een politiek debat worden gebruikt. Zijn uitlatingen zijn dan ook niet onrechtmatig.

[GEDAAGDE] wijst er verder op dat volgens rechtspraak in het geval van een politieke discussie of een politiek debat over openbare aangelegenheden de grenzen van de vrijheid van meningsuiting wat betreft inhoud en vorm ruim worden gesteld. Het recht van vrije meningsuiting van politici is dus ruim; omgekeerd geldt ook dat een openbaar bestuurder als publieke persoon zich heftiger kritiek moet laten welgevallen dan een burger.

[GEDAAGDE] benadrukt dat hij zijn uitlatingen heeft gedaan in het kader van het politieke debat. [EISER] had in de advertentie van 13 januari 2010 namens de NCPN een stelling van CDA-wethouder Veger in twijfel getrokken en [GEDAAGDE] meende namens het CDA te moeten reageren; zijn brief was een reactie op de advertentie. Daarbij waren de verkiezingscampagnes in volle gang en [GEDAAGDE] voert aan dat het juist dan niet ongebruikelijk is de bestaande tegenstellingen scherper neer te zetten. De advertentie van de NCPN en de ingezonden brief van [GEDAAGDE] zijn hiervan voorbeelden.

[GEDAAGDE] betwist dat hij de uitlatingen in zijn brief op persoonlijke titel heeft gedaan. Het CDA [NAAM GEMEENTE] heeft als reactie op de advertentie van de NCPN een persbericht opgesteld dat op 14 januari 2010 aan de redacties van de Uitkijkpost en het Noordhollands Dagblad is gestuurd. Het artikel in het Noordhollands Dagblad van 16 januari 2010 is mede naar aanleiding hiervan geplaatst. Omdat de redactie van de Uitkijkpost geen artikel of persbericht wilde plaatsen en ook geen ingezonden brief namens CDA [NAAM GEMEENTE], heeft [GEDAAGDE] onder zijn eigen naam een korte versie van het persbericht aangeboden voor de rubriek ingezonden stukken. [GEDAAGDE] betoogt dat hij als (kandidaat)raadslid voor het CDA [NAAM GEMEENTE] de mening van het CDA heeft gegeven over het optreden van [EISER] als (kandidaat)raadslid van de NCPN. Dat ook [EISER] vond dat de ingezonden brief onderdeel was van een politiek debat tussen de NCPN en het CDA blijkt uit zijn ingezonden brief in de Uitkijkpost van 27 januari 2010.

Ten slotte betwist [GEDAAGDE] nog dat [EISER] is aangetast in zijn eer en goede naam en dat hij politieke schade zou hebben geleden.

4. De beoordeling

4.1. Een veroordeling tot rectificatie is in dit geval mogelijk als de ingezonden brief van [GEDAAGDE] moet worden aangemerkt als een onrechtmatige daad jegens [EISER]. Bij de beoordeling of daarvan sprake is staan het recht van [GEDAAGDE] op vrijheid van meningsuiting en het recht van [EISER] op bescherming van zijn eer en goede naam tegenover elkaar.

4.2. De rechtbank stelt vast dat de NCPN-advertentie is geschreven in de ik-vorm en dat de naam van [EISER] eronder is vermeld. In de advertentie wordt een - niet van retoriek gespeend - standpunt ingenomen over een onderwerp dat in de gemeentepolitiek van [NAAM GEMEENTE] speelt.

In zijn ingezonden brief noemt [GEDAAGDE] allereerst de NCPN-advertentie en geeft kort de inhoud ervan weer. Vervolgens geeft hij een - evenmin van retoriek gespeend - oordeel over de advertentie en de politicus [EISER].

Gezien de inhoud van de NCPN-advertentie en van de ingezonden brief van [GEDAAGDE] kunnen beide naar het oordeel van de rechtbank slechts worden gelezen in het kader van een politiek debat. Dat onder de brief niet staat dat [GEDAAGDE] gemeenteraadslid is of dat hij optreedt namens het CDA, maakt dit niet anders, het blijft een politiek debat. Gezien zijn ingezonden brief in de Uitkijkpost van 27 januari 2010, zag [EISER] het toen ook zo.

4.3. De door [EISER] met name als onjuist en grievend benoemde passages in de ingezonden brief - waarin staat dat [EISER] voortdurend bezig is met schertsvertoningen en populisme en telkens de kans voorbij laat gaan om constructieve bijdragen te leveren, dat zijn prioriteiten niet bij het behartigen van de belangen van de minima liggen en dat het hem zou sieren wanneer hij kiest voor dialoog en inhoud in plaats van goedkoop scoren ten koste van anderen - moeten naar het oordeel van de rechtbank alle worden aangemerkt als politieke meningen, als waardeoordelen over het handelen van raadslid [EISER].

4.4. Enerzijds moet worden gezegd dat [GEDAAGDE] zijn waardeoordelen slechts baseert op een beperkte selectie van feiten, hij onderbouwt ze maar summier. Anderzijds moet worden gezegd dat deze waardeoordelen op zichzelf niet in grove termen zijn geformuleerd en qua retoriek aansluiten bij de NCPN-advertentie. Het zijn aldus meningen van een politieke opponent in een gemeentepolitiek twistgesprek. Een twistgesprek dat in de Uitkijkpost van 27 januari 2010 nog is voortgezet door [EISER] en vier van zijn sympathisanten.

4.5. Gezien dit kader van het gemeentepolitieke debat en de wijze waarop dit debat is gevoerd, is de rechtbank van oordeel dat [GEDAAGDE] met zijn ingezonden brief zijn vrijheid van meningsuiting niet te buiten is gegaan. Ook is zij van oordeel dat de uitlatingen van [GEDAAGDE] niet van dien aard zijn dat daarmee een ongepaste inbreuk is gemaakt op de eer en goede naam van [EISER]. Dat [EISER] ze als beledigend ervaart, omdat hij vindt dat juist hij wél iets doet voor de minima, maakt dit niet anders.

4.6. De rechtbank concludeert dat de ingezonden brief van [GEDAAGDE] niet kan worden aangemerkt als een onrechtmatige daad jegens [EISER]. Diens vordering tot rectificatie wijst ze dan ook af.

4.7. De rechtbank zal [EISER] als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten. De rechtbank heeft die kosten aan de zijde van [GEDAAGDE] begroot op [EURO] 904,- voor salaris advocaat en [EURO] 258,- voor griffierecht, in totaal [EURO] 1.162,-.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vordering van [EISER] af;

5.2. veroordeelt [EISER] in de proceskosten, aan de zijde van [GEDAAGDE] tot op heden begroot op [EURO] 1.162,-;

5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Kraefft en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2011.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature