Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

De verdachte heeft zich tezamen met anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen goederen, na afloop van een voor de verdachte teleurstellende afloop van de voetbalwedstrijd tussen Go Ahead Eagles en Roda JC.

Op grond van nader in het arrest aangegeven overwegingen kan in dit geval worden volstaan met de oplegging van de in eerste aanleg aan de verdachte opgelegde straf, welke straf eveneens is gevorderd door de advocaat-generaal, te weten een geheel voorwaardelijke taakstraf, in de vorm van een werkstraf van twintig uren.

Uitspraak



GERECHTSHOF ARNHEM

NEVENZITTINGSPLAATS LEEUWARDEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-000151-11

Uitspraak d.d.: 3 augustus 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 20 januari 2011 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling, parketnummer 07-450349-08, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1994],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 20 juli 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van de verdachte ter zake van het primair aan haar ten laste gelegde tot een taakstraf, in de vorm van een werkstraf, voor de duur van twintig uren, subsidiair tien dagen vervangende jeugddetentie, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren,

alsmede tot toewijzing van de vordering, na voorwaardelijke veroordeling, tot tenuitvoerlegging van een werkstraf voor de duur van veertig uren, subsidiair twintig dagen vervangende jeugddetentie.

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door de verdachte en haar raadsman,

mr. A.R. Maarsingh, is aangevoerd.

Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht

Het hof zal het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht om proceseconomische redenen vernietigen en zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 10 november 2010 te [plaats] met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [straat], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een politiedienstvoertuig (ME-bus) en/of een abri, welk geweld bestond uit:

- het één of meermalen krachtig slaan/stompen en/of springen op/tegen voornoemd politiedienstvoertuig en/of

- het één of meermalen krachtig trappen/schoppen tegen voornoemde abri;

subsidiair, zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

zij op of omstreeks 10 november 2010 te [plaats] op of aan de openbare weg, de [straat], tegen goederen baldadigheid heeft gepleegd, waardoor gevaar of nadeel kon worden teweeggebracht, bestaande die baldadigheid uit:

- het één of meermalen krachtig slaan/stompen en/of springen op/tegen een politiedienstvoertuig (ME-bus), en/of

- het één of meermalen krachtig trappen/schoppen tegen een bushokje/abri.

Overweging met betrekking tot het bewijs

De raadsman van de verdachte heeft aangevoerd dat de verklaring die de verdachte bij de politie heeft afgelegd dient te worden uitgesloten van het bewijs. Hiertoe is gesteld dat deze verklaring tot stand gekomen is in strijd met het pressieverbod en in strijd met de Salduz-jurisprudentie, althans met de geest van die jurisprudentie. Derhalve is die verklaring niet in vrijheid afgelegd door de verdachte, aldus de raadsman.

Meer in het bijzonder heeft de raadsman aangevoerd dat de politie de verdachte na haar aanhouding heeft verteld dat zij de nacht op het politiebureau moest doorbrengen in het geval dat zij bij het politieverhoor bijstand wenst van een advocaat of haar ouders.

Wanneer de verdachte daarentegen afziet van die bijstand en (direct) een verklaring aflegt, stelt de politie haar na verhoor in vrijheid, is aan de verdachte verteld door de politie, aldus de raadsman.

De raadsman heeft voorts aangevoerd dat het belang van het onderzoek een dergelijke handelwijze van de politie niet vorderde en dat de politie ofwel de verdachte in de gelegenheid had kunnen stellen voorafgaande aan haar verhoor te bellen met een advocaat of met haar ouders, ofwel de verdachte in vrijheid had kunnen stellen, met de opdracht dat zij de volgende dag terug diende te komen teneinde een verklaring af te leggen.

In beide gevallen was de verdachte in de gelegenheid geweest met een advocaat of haar ouders overleg te plegen over haar proceshouding, hetgeen in de geest van de Salduz-jurisprudentie is, aldus de raadsman.

Het hof acht niet aannemelijk gemaakt dat de politie heeft gehandeld in strijd met het pressieverbod of in strijd met de Salduz-jurisprudentie.

Zowel uit het proces-verbaal van verhoor van de verdachte bij de politie en het proces-verbaal van voorgeleiding in verband met aanhouding, als uit hetgeen de verdachte ter terechtzitting van het hof heeft verklaard, maakt het hof op dat de strekking van de door de politie aan de verdachte gedane mededelingen niet méér en niet minder is geweest dan de verdachte te wijzen op de consequenties van haar proceshouding en haar keuzes daarin. Aldus is slechts gebleken van een voorlichtende rol van de politie richting de verdachte en is geen sprake van strijd met het pressieverbod, dan wel van strijd met de Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor.

Ten tijde van het verhoor door de politie was de verdachte zestien jaar. Aldus stond het haar ingevolge de Salduz-jurisprudentie vrij, om haar moverende redenen, af te zien van haar recht op consultatie of bijstand. Die reden heeft de verdachte toegelicht, door te verklaren dat ze graag naar huis wilde.

Op grond van het bovenstaande verwerpt het hof het verweer van de raadsman, strekkende tot bewijsuitsluiting, en zal het hof de verklaring van de verdachte bij de politie als bewijsmiddel hanteren.

Gelet op de inhoud van de verklaring die de verdachte heeft afgelegd bij de politie, is sprake geweest van een gezamenlijk gewelddadig optreden van de verdachte en anderen, welk geweld was gericht tegen een politiebus en een abri.

Voor zover de raadsman van de verdachte heeft beoogd aan te voeren dat van openlijke geweldpleging tegen een politiebus geen sprake kan zijn, aangezien zo'n politiebus tegen een stootje moet kunnen, mist dat verweer juridische grondslag en verwerpt het hof dit verweer op deze grond.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het primair aan haar ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 10 november 2010 te [plaats] met anderen op of aan de openbare weg, de [straat], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een politiedienstvoertuig (ME-bus) en een abri, welk geweld bestond uit het krachtig slaan en springen tegen voornoemd politiedienstvoertuig en het meermalen krachtig trappen/schoppen tegen voornoemde abri.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat zij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde delict en de omstandigheden waaronder dit delict is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De verdachte heeft zich tezamen met anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen goederen, na afloop van een voor de verdachte teleurstellende afloop van de voetbalwedstrijd tussen [club] en [club]. Kennelijk heeft de verdachte haar teleurstelling en haar boosheid over de uitslag van die wedstrijd afgereageerd op een politiebus en een abri. De verdachte en haar mededaders hebben geweld toegepast tegen de eigendommen van derden, waardoor voor die derden hinder en ergernis is ontstaan.

Daarnaast is dergelijk gezamenlijk gewelddadig optreden in het algemeen zeer bedreigend en versterkt het de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De verdachte heeft door haar handelen hieraan bijgedragen.

Het hof hanteert ter zake van het delict openlijke geweldpleging landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting die de oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf impliceren.

Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf voorts rekening gehouden met het de verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 26 mei 2011, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van een soortgelijk strafbaar feit, maar wel ter zake van een andersoortig strafbaar feit.

Voorts heeft het hof rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die naar voren komen in het door Raad voor de Kinderbescherming over de verdachte uitgebrachte rapport van 16 december 2010, en zoals die ter terechtzitting zijn gebleken. Daaruit blijkt dat bij de verdachte op de meeste leefgebieden sprake is van geringe zorg, met name op het gebied van vrijetijdsbesteding. Dit laatste is met name van belang in verband met de beïnvloedbaarheid van de verdachte en haar neiging zich mee te laten slepen in het gedrag van anderen, zonder goed na te denken over de consequenties van haar handelen.

Dit gedrag vindt deels een verklaring in de bij de verdachte gediagnosticeerde PDD-nos en ADD-problematiek. De verdachte wordt begeleid door de polikliniek Traverse Gelderland, onder meer in de vorm van psycho-educatie. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert de oplegging van een voorwaardelijke werkstraf, als stok achter de deur.

Op grond van de ernst van het delict en de door het hof gehanteerde oriëntatiepunten voor straftoemeting acht het hof de door de raadsman bepleite toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht hier niet op zijn plaats.

Het hof heeft betekenis toegekend aan de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van het hof, inhoudende dat zij niet kan verklaren waarom zij tot het bewezen verklaarde gedrag is gekomen. Onder deze omstandigheden acht het hof de oplegging van een voorwaardelijke straf uit het oogpunt van normhandhaving en speciale preventie aangewezen, ter stimulering van de verdachte om niet opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen.

Het hof heeft er daarnaast rekening mee gehouden dat door de KNVB sancties zijn opgelegd aan de verdachte naar aanleiding van het bewezen verklaarde incident, te weten een geldboete van € 250,- vermeerderd met administratiekosten ad € 62,-, alsmede een stadionverbod voor de duur van achttien maanden. Met name deze laatste sanctie is hard aangekomen bij de verdachte, zo is het hof ter terechtzitting gebleken.

Op grond van het bovenstaande kan in dit geval worden volstaan met de oplegging van de in eerste aanleg aan de verdachte opgelegde straf, welke straf eveneens is gevorderd door de advocaat-generaal, te weten een geheel voorwaardelijke taakstraf, in de vorm van een werkstraf.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 7 mei 2009, parketnummer 07-450349-08, opgelegde voorwaardelijke werkstraf voor de duur van veertig uren, subsidiair twintig dagen vervangende jeugddetentie. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 77a, 77 g, 77h, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77dd en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair aan haar ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen jeugddetentie.

Bepaalt dat de werkstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 7 mei 2009, parketnummer 07-450349-08, te weten van een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van

40 (veertig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door

20 (twintig) dagen jeugddetentie.

Aldus gewezen door

mr. T.M.L. Wolters, voorzitter,

mr. H.J. Deuring en mr. E. de Witt, raadsheren,

in tegenwoordigheid van H. Kingma, griffier,

en op 3 augustus 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Wolters is buiten staat deze beslissing te ondertekenen.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature