Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Veroordeling op grond van artikel 6, 8 en 9 van de Wegenverkeerswet 1994 . Roekeloos rijgedrag. Verdachte heeft met zijn auto in de bebouwde kom, onder invloed van alcohol en met een te hoge snelheid, een fietser aangereden die daardoor zwaar gewond raakte. Vervolgens heeft verdachte 2 maanden later, terwijl zijn rijbewijs nog was ingevorderd, wederom onder invloed van alcohol (1330 ug/l) gereden.

De rechtbank heeft hem veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 4 jaar resp. 18 maanden. Toewijzing vordering benadeelde partij met schadevergoedingsmaatregel.

Uitspraak



RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis II

Parketnummer : 05/702182-10 en 05/700748-11

Datum zitting : 22 juli 2011

Datum uitspraak : 5 augustus 2011

Verstek

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,

feitelijk verblijvende : [adres]

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Parketnummer 05/702182-10:

1.

hij op of omstreeks 19 juni 2010, te Arnhem, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Laan van Presikaaf, roekeloos, althas zeer, in elk geval aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam,

terwijl hij onder invloed verkeerde van (een aanzienlijke hoeveelheid) alcohol en/of drugs en/of medicijen, althans na het gebruik van een (niet onaanzienlijke) hoeveelheid alcohol(houdende drank) en/of drugs en/of medicijnen, en/of

terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd, en/of

terwijl het wegdek van die weg ter plaatse nat/vochtig was, en/of

terwijl op die Laan van Presikhaaf bij het naderen van het kruispunt met de Ruitenberglaan een bord model J24 van de bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 was geplaatst, inhoudende een aanduiding van (naderend) gevaar, te weten (overstekende) fietsers en bromfietsers,

met een snelheid van 115 kilometer per uur, althans 111 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat motorrijtuig toegestane maximumsnelheid van

50 kilometer per uur, in de richting van de/het kruising/kruispunt met de Ruitenberglaan is gereden, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem gelegen gedeelte van die Laan van Presikhaaf en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en/of

(daarbij) in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was voormeld motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, die weg, de Laan van Presikhaaf, kon overzien en waarover deze vrij was, en/of

(vervolgens), toen hij een fietser had waargenomen, heeft geremd en/of naar links heeft gestuurd, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die fiets en/of die fietser, ten gevolge waarvan die fietser ten val is gekomen, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een voor/naast hem rijdend motorrijtuig (personenauto),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (K.H. [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht,

terwijl het een ongeval betrof waardoor een ander lichamelijk letsel werd toegebracht en verdachte verkeerde in de toestand bedoeld in artikel 8 lid 2 van de Wegenverkeerswet 1994 ,

aangezien verdachte toen dat motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes adem bij een onderzoek 765 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, en/of

terwijl het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden, immers heeft hij, verdachte de ter plaatse voor dat motorrijtuig toegestane maximum snelheid van 50 kilometer per uur met 65 kilometer per uur, althans 61 kilometer per uur, in elk geval aanzienlijk overschreden;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 19 juni 2010 te Arnhem als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Laan van Presikaaf,

terwijl hij onder invloed verkeerde van (een aanzienlijke hoeveelheid) alcohol en/of drugs en/of medicijen, althans na het gebruik van een (niet onaanzienlijke) hoeveelheid alcohol(houdende drank) en/of drugs en/of medicijnen, en/of

terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd, en/of

terwijl het wegdek van die weg ter plaatse nat/vochtig was, en/of

terwijl op die Laan van Presikhaaf bij het naderen van het kruispunt met de Ruitenberglaan een bord model J24 van de bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 was geplaatst, inhoudende een aanduiding van (naderend) gevaar, te weten (overstekende) fietsers en bromfietsers,

met een snelheid van 115 kilometer per uur, althans 111 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat motorrijtuig toegestane maximumsnelheid van

50 kilometer per uur, in de richting van de/het kruising/kruispunt met de Ruitenberglaan is gereden, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem gelegen gedeelte van die Laan van Presikhaaf en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en/of

(daarbij) in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was voormeld motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, die weg, de Laan van Presikhaaf, kon overzien en waarover deze vrij was, en/of

(vervolgens), toen hij een fietser had waargenomen, heeft geremd en/of naar links heeft gestuurd, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die fiets en/of die fietser, ten gevolge waarvan die fietser ten val is gekomen, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een voor/naast hem rijdend motorrijtuig (personenauto),

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

2.

hij op of omstreeks 19 juni 2010 te Arnhem als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994 , 765 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

Parketnummer 05/700748-11:

1.

hij op of omstreeks 14 augustus 2010 te Arnhem, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994 , 1330 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

2.

hij op of omstreeks 14 augustus 2010 te Arnhem, in elk geval in Nederland, als degene van wie ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een hem door het daartoe bevoegde gezag in Polen, in elk geval buiten Nederland afgegeven rijbewijs en/of een internationaal rijbewijs was gevorderd en/of als degene van wie het/de vorenomschreven

rijbewijs/rijbewijzen was/waren ingevorderd en aan wie dat/die bewijs/bewijzen niet was/waren teruggegeven, op de weg, IJssellaan, een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie of categorieën, waarvoor dat/die rijbewijs/rijbewijzen was/waren afgegeven, heeft bestuurd;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

Ter terechtzitting van 22 juli 2011 zijn de zaken van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem, onder bovenstaande parketnummers bij afzonderlijke dagvaardingen aanhangig gemaakt, gevoegd behandeld.

Verdachte is niet verschenen. Tegen de niet verschenen verdachte is verstek bevolen.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd: [benadeelde partij]

Namens haar is ter terechtzitting verschenen haar gemachtigde, [naam], die heeft verklaard dat de vordering geheel wordt gehandhaafd.

De officier van justitie, mr. J. Schram, heeft gevorderd dat verdachte terzake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van

19 maanden. Voor het primair tenlastegelegde feit onder parketnummer 05/702182-10 en het primair tenlastegelegde feit onder parketnummer 05/700748-11 heeft zij tevens een ontzegging van de rijbevoegdheid gevorderd van respectievelijk 4 jaren en 18 maanden.

Voorts heeft de officier van justitie verzocht de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 5301,90 toe te wijzen. Zij is van mening dat de materiële schade volledig voor vergoeding in aanmerking komt en de immateriële schade voor een bedrag van € 5000,-.

De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd dat een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd voor voornoemd bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 61 dagen hechtenis.

3. De beslissing inzake het bewijs

Parketnummer 05/702182-10 ten aanzien feit 1, primair en feit 2:

Feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 19 juni 2010 reed verdachte met een personenauto, een rode Nissan Sunny (met het Poolse kenteken [nummer]), over de Laan van Presikhaaf te Arnhem. De Laan van Presikhaaf is een voor het openbaar verkeer opengestelde weg te Arnhem. Het wegdek ter plaatse was vochtig. Het zicht van verdachte werd niet beperkt of gehinderd. Op de Laan van Presikhaaf worden de weggebruikers, ter hoogte van de Ruiterberglaan, door middel van een verkeersbord op de aanwezigheid van een fietsoversteekplaats attent gemaakt. Verdachte heeft met een snelheid van minimaal 111 km/h en maximaal 115 km/h over deze weg gereden, terwijl ter plaatse een maximum-snelheid van 50 km/h was toegestaan.

Toen hij een fietser voor zich zag oversteken, heeft hij geremd. Vervolgens is hij gebotst tegen (de fiets van) K.H. [slachtoffer], waarna K.H. [slachtoffer] ten val is gekomen.

Daarna is verdachte in aanrijding gekomen met een voor hem rijdende personenauto, een blauwe Citroën Berlingo. Het alcoholgehalte van verdachtes adem bleek na onderzoek 765 microgram per liter uitgeademde lucht te zijn.

K.H. [slachtoffer] heeft door het ongeval een tweetal fracturen opgelopen (breuken in haar linkerpols en heup). Op 20 juni 2010 is zij aan haar heup geopereerd, terwijl de genezingsduur wordt geschat op 6 maanden tot een jaar.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat het onder 1 primair tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard, in die zin dat verdachte roekeloos heeft gereden en een ongeval heeft veroorzaakt met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. Voorts acht de officier van justitie feit 2 wettig en overtuigend bewezen.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de hierboven omschreven resultaten van het ademonderzoek d.d. 19 juni 2010 en de verklaring van verdachte , zoals bij de politie afgelegd, dat hij 8 biertjes had gedronken in de 24 uur voordat hij zijn auto heeft bestuurd, acht de rechtbank feit 2 wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 1 overweegt de rechtbank vervolgens als volgt.

Nu, zoals hierboven is beschreven bij de feiten, vaststaat dat het alcoholgehalte van verdachtes adem na onderzoek 765 microgram per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl het op grond van de wet verboden is een voertuig te besturen met een alcoholgehalte van hoger dan 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte ten tijde van het ongeval verkeerde onder invloed van een ‘aanzienlijke hoeveelheid’ alcohol. Ook vloeit hieruit het bewijs voort voor de strafverzwarende omstandigheid dat verdachte het motorrijtuig heeft bestuurd terwijl zijn ademalcoholgehalte 765 microgram per liter uitgeademde lucht bedroeg.

Verder kan bewezen worden verklaard dat verdachte de ter plaatse toegestane maximumsnelheid ‘aanzienlijk’ heeft overschreden nu, zoals eveneens uit de hiervoor beschreven feiten blijkt, is vastgesteld dat verdachte heeft gereden met een snelheid van minimaal 111 en maximaal 115 km/h waar een snelheid van maximaal 50 km/h was toegestaan.

De rechtbank acht eveneens bewezen dat verdachte zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was zijn auto tot stilstand te brengen binnen de afstand van zijn auto tot de overstekende fietser. De rechtbank leidt dit af uit het remblokkeerspoor dat ter plaatse is aangetroffen en dat op een afstand van 57,45 meter voor de botsplaats is aangevangen.

Ook is naar het oordeel van de rechtbank bewezen dat verdachte in onvoldoende mate op het overige verkeer heeft gelet. Dit volgt immers uit de verklaring van verdachte dat er ‘ineens een fietser voor de auto opdook’.

Daarnaast komt de rechtbank, in navolging van de officier van justitie, tot het oordeel dat het letsel dat mevrouw K.H. [slachtoffer] door het ongeval heeft opgelopen, dient te worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. In dat kader acht de rechtbank niet alleen de aard van het letsel en het feit dat het slachtoffer hieraan is geopereerd van belang, maar ook dat dit letsel het slachtoffer een jaar na het ongeval nog in grote mate belemmert in haar bewegingsvrijheid en zelfstandigheid.

Tot slot volgt de rechtbank de officier van justitie in haar betoog dat verdachte roekeloos heeft gereden. De rechtbank acht daartoe redengevend dat, zoals hiervoor is geconcludeerd, verdachte onder invloed van een aanzienlijke hoeveelheid alcohol en met een gevaarlijk hoge snelheid over de Laan van Presikhaaf heeft gereden. Dit terwijl de Laan van Presikhaaf een weg is binnen de bebouwde kom waar een maximumsnelheid van 50 km/h is toegestaan.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op 19 juni 2010, te Arnhem, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Laan van Presikhaaf, roekeloos terwijl hij onder invloed verkeerde van een aanzienlijke hoeveelheid alcohol en

terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd, en

terwijl het wegdek van die weg ter plaatse vochtig was, en

terwijl op die Laan van Presikhaaf bij het naderen van het kruispunt met de Ruitenberglaan een bord model J24 van de bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 was geplaatst, inhoudende een aanduiding van (naderend) gevaar, te weten (overstekende) fietsers en bromfietsers,

met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat motorrijtuig toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, in de richting van de kruising met de Ruitenberglaan is gereden, en

daarbij in onvoldoende mate op het voor hem gelegen gedeelte van die Laan van Presikhaaf en het overige verkeer heeft gelet en is blijven letten, en

(daarbij) in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was voormeld motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg,

de Laan van Presikhaaf, kon overzien en waarover deze vrij was, en

vervolgens), toen hij een fietser had waargenomen, heeft geremd en

vervolgens is gebotst tegen die fiets en die fietser, ten gevolge waarvan die fietser ten val is gekomen, en

vervolgens in aanrijding is gekomen met een voor hem rijdend motorrijtuig (personenauto),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (K.H. [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht,

terwijl het een ongeval betrof waardoor een ander lichamelijk letsel werd toegebracht en verdachte verkeerde in de toestand bedoeld in artikel 8 lid 2 van de Wegenverkeerswet 1994 ,

aangezien verdachte toen dat motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes adem bij een onderzoek 765 microgram per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, en

terwijl het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden, immers heeft hij, verdachte de ter plaatse voor dat motorrijtuig toegestane maximum snelheid van 50 kilometer per uur aanzienlijk overschreden.

2.

hij op 19 juni 2010 te Arnhem als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994 , 765 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Parketnummer 05/700748-11 ten aanzien van de feiten 1 en 2:

De rechtbank merkt vooraleerst op bij de vaststelling van de hierna te vermelden feiten geen gebruik te maken van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van het verhoor van verdachte van 14 augustus 2010. Vanwege het feit dat uit dit proces-verbaal niet blijkt door welke Poolse tolk verdachte is bijgestaan en verdachte voorts heeft geweigerd de door hem afgelegde verklaring te ondertekenen, bestaat twijfel over de betrouwbaarheid van de inhoud ervan. De rechtbank heeft er om die reden voor gekozen dit proces-verbaal buiten beschouwing te laten nu verdachte geen duidelijkheid kan verschaffen nu hij immers niet ter terechtzitting is verschenen.

Feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 14 augustus 2010 bevond verdachte zich in Arnhem. Hij reed die dag met zijn personenauto onder meer over de IJssellaan in Arnhem.

Het alcoholgehalte van verdachtes adem bleek na onderzoek 1330 microgram per liter uitgeademde lucht te zijn. Op 19 juni 2010 is het op verdachtes naam in Polen afgegeven (categorie B) rijbewijs door de politie Gelderland-Midden ingenomen.

Vervolgens heeft de officier van justitie op 25 juni 2010 besloten het rijbewijs voor de duur van maximaal 12 maanden in te houden. Het rijbewijs was op 14 augustus 2010 nog niet teruggegeven

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op 14 augustus 2010 te Arnhem als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994 , 1330 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

2.

hij op 14 augustus 2010 te Arnhem, als degene van wie ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een hem door het daartoe bevoegde gezag in Polen afgegeven rijbewijs was gevorderd en als degene van wie het vorenomschreven

rijbewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, IJssellaan, een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie of categorieën, waarvoor dat rijbewijs was afgegeven, heeft bestuurd.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair van parketnummer 05/702182-10:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 , terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht, terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid, de schuldige verkeerde in de toestand bedoeld in artikel 8 tweede lid, onderdeel a, van de ze wet en het feit mede is veroorzaakt doordat de schuldige een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden.

Ten aanzien van feit 2 van parketnummer 05/702182-10:

Overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 .

Ten aanzien van feit 1 van parketnummer 05/700748-11:

Overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 .

Ten aanzien van feit 2 van parketnummer 05/700748-11:

Overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994 .

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke en financiële omstandigheden van verdachte voor zover bekend, waarbij onder meer is gelet op de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 25 juni 2011.

In het bijzonder overweegt de rechtbank ten aanzien van de op te leggen sancties het navolgende.

Verdachte heeft onder invloed van meer dan drie keer de wettelijk maximaal toegestane hoeveelheid alcohol en met een zeer hoge snelheid binnen de bebouwde kom met zijn personenauto K.H. [slachtoffer] aangereden, waardoor zij zwaar gewond is geraakt. Dit is een zeer ernstig feit ten gevolge waarvan het leven van het slachtoffer ingrijpend is veranderd. Vanwege dit feit wordt hem zijn rijbewijs afgenomen. Vervolgens wordt verdachte, amper 2 maanden later, als bestuurder van zijn personenauto aangehouden terwijl hij onder invloed is van meer dan zes keer de wettelijk maximaal toegestane hoeveelheid alcohol.

Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan ernstige misdrijven en de kennelijke minachting voor het leven en de gezondheid van andere weggebruikers, die uit dit gedrag spreekt, rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Volgens de richtlijnen van de bundel voor de strafrechtspleging van het Landelijk Overleg van Voorzitters Strafsectoren wordt in de situatie dat door roekeloos rijden, met een alcoholgehalte van 765 microgram per liter uitgeademde lucht, een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel wordt veroorzaakt, als uitgangspunt een strafmaat gehanteerd van 24 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, met een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van

4 jaren. Voor het besturen van een personenauto met een alcoholgehalte van 1330 microgram per liter uitgeademde lucht wordt voorts een strafmaat gehanteerd van een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden.

Gezien voornoemde landelijke oriëntatiepunten en in aanmerking nemend dat verdachte tweemaal in zeer korte tijd onder invloed van een veel te grote hoeveelheid alcohol als bestuurder van een personenauto heeft deelgenomen aan het verkeer, de tweede keer terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd, is de rechtbank van oordeel dat een strafoplegging conform de vordering van de officier van justitie in dit specifieke geval te mild is.

De rechtbank komt dan ook tot een hogere strafoplegging als hieronder bij de beslissing is opgenomen.

6a. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51g van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vorde ¬ring, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

De benadeelde partij K.H. [slachtoffer] heeft vergoeding van een (totaal)bedrag van

€ 8801,90 aan materiële en immateriële schade gevorderd, waarvan een bedrag van € 301,90 aan materiële en € 8500,- aan immateriële schade.

Aan de benadeelde partij is door één van de strafbare feiten als bewezenverklaard onder 3 rechtstreeks nadeel toegebracht dat gedeeltelijk uit vermogensschade bestaat en gedeeltelijk uit ander nadeel. Deze schade is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek , is voldaan.

De rechtbank acht de vordering van de benadeelde partij, mede omdat de vorderingen voldoende met stukken zijn onderbouwd, toewijsbaar. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank niet in dat de gevorderde immateriële schade slechts gedeeltelijk voor vergoeding in aanmerking zou komen. De rechtbank heeft in dat kader onder meer meegewogen de bedragen die in soortgelijke gevallen in andere zaken aan benadeelde partijen zijn toegewezen en de ernst van het letsel en de verstrekkende gevolgen hiervan voor (de bewegingsvrijheid van) de 82-jarige K.H. [slachtoffer] en haar man. De vordering zal dan ook geheel worden toegewezen.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 8, 9, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994 .

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde van het primair tenlastegelegde onder parketnummer 05/702182-10 daarnaast tot

Een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen, bromfietsen daaronder begrepen, voor de duur van 4 (vier) jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 179, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 .

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde van het onder 1 tenlastegelegde onder parketnummer 05/700748-11 tevens tot

Een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen, bromfietsen daaronder begrepen, voor de duur van 18 (achttien) maanden.

8a. De beslissing op de vordering van de benadeelde partij

Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan K.H. [slachtoffer], zulks door tussenkomst

van [naam], te betalen € 8801,90 (achtduizendachthonderdenéén euro en negentig

eurocent).

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op

heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van

deze uitspraak nog te maken.

Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

K.H. [slachtoffer], zulks door tussenkomst van [naam], te betalen € 8801,90

(achtduizendachthonderdenéén euro en negentig eurocent), bij gebreke van volledige betaling

en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 79 (negenenzeventig) dagen,

met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde

verplichting niet opheft.

Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. P.C. Quak, als voorzitter,

mr. J.A.P. Bakker, rechter,

mr. W.L.J.M. Duijst, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. M.W.M. Heutinck, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 augustus 2011.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature