Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Deurwaarderskortgeding. Partijen twisten over de vraag of Ahmad tot verhaal van zijn vordering als vastgesteld in de vonnissen van 3 november 2010 en 15 december 2010 van deze rechtbank op het pand mag overgaan. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de executie van voormelde vonnissen niet onrechtmatig.

Uitspraak



RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 393722 / KG ZA 11-517

Vonnis in kort geding van 5 juli 2011

in de zaak van

[Z.],

wonende te [A.] (Libanon),

advocaat mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt te 's-Gravenhage,

tegen:

1. de Democratische Republiek Congo,

gevestigd te Gombe (Democratische Republiek Congo),

2. de Staat der Nederlanden, (Ministerie van Veiligheid en Justitie),

gevestigd te 's-Gravenhage,

advocaat mr. J.M.L. van Duin te 's-Gravenhage,

in welke zaak de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder Ralph Triquart te

's-Gravenhage zich bij proces-verbaal van 9 mei 2011 tot de voorzieningenrechter heeft gewend op grond van het bepaalde in artikel 438 lid 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

Partijen en gerechtsdeurwaarder Triquart worden hierna respectievelijk ook '[Z.]',

'de Republiek Congo', 'de Staat' en 'de deurwaarder' genoemd.

1. Het verloop van de procedure

Bij brief van 9 mei 2011 heeft de deurwaarder de voorzieningenrechter het hierboven genoemde proces-verbaal toegezonden. De deurwaarder heeft partijen en het Ministerie van Buitenlandse Zaken doen oproepen voor de zitting van 21 juni 2011. Anders dan ter zitting aanvankelijk is gezegd, wordt de Staat als tweede procespartij beschouwd, aangezien hij de onder 2.7 vermelde aanzegging heeft gedaan. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken blijft informant (hierna: ook BuZa). Op die zitting is namens [Z.] verschenen mr. J.J. barones van Haersolte-van Hof, namens de Staat mr. J.M.L. van Duin en namens BuZa mr. J.B.F. Smit, advocaat te 's-Gravenhage. De deurwaarder en de Republiek Congo zijn daar niet verschenen. De Republiek Congo is behoorlijk opgeroepen tegen de terechtzitting van 21 juni 2011. Tegen de Republiek Congo zal verstek worden verleend. Het vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 21 juni 2011 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1. Op 3 februari 2000 heeft [Z.] een veroordelend vonnis verkregen tegen (onder meer) de Republiek Congo, gewezen door een rechtbank in de Republiek Congo. Het vonnis is inmiddels onherroepelijk geworden.

2.2. Krachtens verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 19 augustus 2009 heeft [Z.] op 20 augustus 2009 ten laste van de Republiek Congo conservatoir beslag gelegd op het zakelijk recht van erfpacht op een onroerende zaak, gelegen aan [adres] te 's-Gravenhage (hierna: het pand) dat eigendom is van de Republiek Congo. Op 24 augustus 2009 is het beslagexploot aan de Republiek Congo betekend.

2.3. Krachtens verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 23 september 2009 heeft [Z.] (onder meer) op 24 september 2009 ten laste van de Republiek Congo conservatoir beslag gelegd op het onder 2.2 vermelde pand. Op 28 september 2009 is het beslagexploot aan de Republiek Congo betekend.

2.4. Bij dagvaarding van 24 december 2009 heeft [Z.] bij deze rechtbank (sector civiel recht) onder meer nakoming van het onder 2.1 vermelde vonnis gevraagd.

2.5. Bij vonnis van 3 november 2010 van deze rechtbank (sector civiel recht) is de Republiek Congo (onder meer) veroordeeld tot betaling van een geldsom aan [Z.] van US$ 23.348.734,56, te vermeerderen met een bedrag van € 1.893,76 per dag aan rente vanaf 1 juli 2010 tot aan de dag der algehele voldoening. Bij verbetervonnis van 15 december 2010 is de renteveroordeling toegewezen in US dollars in plaats van euro's. Op 17 januari 2011 zijn beide vonnissen aan de Republiek Congo betekend met het bevel aan de inhoud te voldoen. Met de betekening van voormelde vonnissen aan de Republiek Congo zijn deze conservatoire beslagen overgegaan in executoriale beslagen.

2.6. Bij faxbericht van 21 maart 2011 heeft de deurwaarder de Staat (onder meer) het volgende geschreven:

"Beide vonnissen zijn op 17 januari 2011 aan Congo betekend met het bevel aan de inhoud te voldoen (bijlage 12), op 18 januari 2011 gevolgd door betekening aan de derde (bijlage 13).

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft deze laatste betekening aan Congo geweigerd door te sturen, zodat ik u hierbij verzoek mij te berichten of er sprake is van strijd met de volkenrechtelijke verplichtingen van de Staat."

2.7. In reactie op voormelde brief heeft de Staat op 28 april 2011 de deurwaarder een aanzegging gedaan ingevolge artikel 3a lid 2 van de Gerechtsdeurwaarderswet . Deze aanzegging luidt (onder meer) als volgt:

"Ik acht deze reeds uitgevoerde ambtshandelingen in strijd met de volkenrechtelijke verplichtingen van de Nederlandse Staat wegens strijdigheid met het internationale recht, met name artikel 22, derde lid van het Verdrag van Wenen inzake het diplomatiek verkeer (18 april 1961, Trb. 1962, 159) dat gebouwen van de zending tegen beslaglegging en executoriale maatregelen vrijwaart.

Op grond van artikel 3a, tweede en zesde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet zeg ik om die reden bovengenoemde gerechtsdeurwaarder en zijn kantoorgenoten aan dat de beslagen gelegd op bovengenoemde registergoed en op het recht van erfpacht op dit registergoed strijdig zijn met de volkenrechtelijke verplichtingen van de Nederlandse Staat en aanstonds opgeheven moeten worden.

Deze aanzegging is met onmiddellijke ingang van kracht en zal worden gepubliceerd in de Staatcourant."

2.8. Artikel 3a lid 6 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat, indien op het tijdstip waarop de gerechtsdeurwaarder een aanzegging als bedoeld onder 2.7. heeft ontvangen, de ambtshandeling door de deurwaarder reeds is verricht en deze een beslagexploot behelsde, hij deze aanzegging dan aanstonds betekent aan degene aan wie het exploot is gedaan, het beslag opheft en de gevolgen daarvan ongedaan maakt. De deurwaarder heeft in zijn proces-verbaal van 9 mei 2011 (punt 8) geschreven de motivering van de aanzegging niet steekhoudend te achten en een uitspraak van de voorzieningenrechter te verlangen.

2.9. Artikel 1 lid (i) van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer (18 april 1961, Trb. 1962, 159, hierna: het Verdrag van Wenen) bepaalt het volgende:

"(i) The "premises of the mission" are the buildings or parts of buildings and the land ancillary thereto, irrespective of ownership, used for the purposes of the mission including the residence of the head of the mission."

Artikel 22 lid 1 van het Verdrag van Wenen bepaalt:

"1.The premises of the mission shall be inviolable. The agents of the receiving State may not enter them, except with the consent of the head of the mission."

Artikel 22 lid 3 van het Verdrag van Wenen bepaalt:

"3.The premises of the mission, their furnishings and other property thereon and the means of transport of the mission shall be immune from search, requisition, attachment or execution."

Artikel 24 van het Verdrag van Wenen bepaalt:

"The archives and documents of the mission shall be inviolable at any time and wherever they may be."

Artikel 45 aanhef en onder a van het Verdrag van Wenen bepaalt:

"If diplomatic relations are broken off between two States, or if a mission is permanently or

temporarily recalled:

(a) The receiving State must, even in case of armed conflict, respect and protect the premises of the mission, together with its property and archives;"

3. Het geschil en de beoordeling van het geschil

3.1. Partijen twisten over de vraag of [Z.] tot verhaal van zijn vordering als vastgesteld in de vonnissen van 3 november 2010 en 15 december 2010 van deze rechtbank op het pand mag overgaan.

3.2. [Z.] heeft, samengevat, betoogd dat het pand niet kan worden aangemerkt als een goed bestemd voor de openbare dienst en geen regel van volkenrecht en/of Nederlands recht zich tegen beslaglegging verzet. Het pand is niet in gebruik voor diplomatieke werkzaamheden. De Nederlandse ambassade in de Republiek Congo heeft op 14 januari 2009 bericht dat de Congolese autoriteiten hebben besloten hun ambassade in

's-Gravenhage te sluiten en dat alle werkzaamheden naar de Congolese ambassade in Brussel worden overgeheveld. Voorts hebben krakers, enige tijd na vertrek van de Congolese diplomaten, hun intrek genomen in het pand, zodat evident is dat het niet meer voor enige openbare dienst in gebruik is. [Z.] heeft een brief van de krakers aan de buurtbewoners als produktie 3 overgelegd, waaruit blijkt dat de buurtbewoners worden uitgenodigd voor een open middag en waarin wordt geschreven dat zij er een kunstbroedplaats van willen maken door er ateliers, woonruimtes en een expositieruimte te vestigen. Als al sprake zou zijn van enige bedoeling ooit weer het pand voor diplomatieke doeleinden te gaan gebruiken, stuit dit af op het bezwaar dat de enkele intentie om het pand te gaan gebruiken onvoldoende is, aldus [Z.].

3.3. De Staat heeft zich, eveneens samengevat, op het standpunt gesteld dat de meeste diplomatieke activiteiten in de Benelux vanuit de ambassade in Brussel worden voortgezet, maar dat de Republiek Congo nog steeds diplomatieke activiteiten in Nederland verricht, met name gaat het daarbij om vertegenwoordiging bij diverse internationale organisaties in 's-Gravenhage, zoals het Internationaal Strafhof. Dat het gebouw in gebruik blijft voor diplomatieke doeleinden hetgeen de Congolese ambassade in Brussel in tal van 'notes verbales' aan de Staat te kennen heeft gegeven, is voor de Staat geen enkele aanleiding om daaraan te twijfelen. De Republiek Congo heeft de uitdrukkelijke intentie tot (intensivering van) het gebruik van het pand door Congolese delegaties die in Nederland diplomatieke activiteiten moeten vervullen. Om die reden heeft de Republiek Congo het pand niet afgemeld bij de Directie Kabinet en Protocol van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Voorts wil de Republiek Congo toegang houden tot haar ambassadearchieven (hierna: de archieven) die zich in het pand bevinden. Uit de artikelen 22 en 45 van het Verdrag van Wenen blijkt dat de gebouwen van de zending onschendbaar zijn en dat dezelfde onschendbaarheid geldt voor andere eigendommen van de zending. Voorts wordt de onschendbaarheid van de archieven benadrukt in artikel 24 van het Verdrag van Wenen, waarin is bepaald dat het archief en de documenten van de zending te allen tijde en waar deze zich ook mogen bevinden onschendbaar zijn, aldus de Staat.

3.4. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Artikel 3:276 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat, tenzij de wet of een overeenkomst anders bepaalt, een schuldeiser zijn vordering op alle goederen van zijn schuldenaar kan verhalen. Artikel 13a van de Wet Algemene Bepalingen bepaalt echter dat de rechtsmacht van de rechter en de uitvoerbaarheid van rechterlijke vonnissen (en van authentieke akten) worden beperkt door de uitzonderingen in het volkenrecht erkend. In een arrest van de Hoge Raad d.d. 11 juli 2008 , NJ 2010, 525 (Azeta/JCR) is in rechtsoverweging 3.5 overwogen dat immuniteit van executie niet absoluut is en dat staatseigendommen met een publieke bestemming in elk geval niet vatbaar zijn voor gedwongen executie. Derhalve stelt de voorzieningenrechter voorop dat de immuniteit van jurisdictie zich uitsluitend uit tot handelingen die de staat verricht in de uitoefening van zijn overheidstaak, de zogenaamde acta iure imperii, en niet tot gevallen waarin een staat op voet van gelijkheid rechtsbetrekkingen is aangegaan met particulieren, de zogenaamde acta iure gestionis (HR 26 oktober 1973, NJ 1974, 361, HR 22 december 1989, NJ 1991, 70 en

HR 28 mei 1993, NJ 1994, 329).

3.5. Naar oordeel van de voorzieningenrechter is de executie van de vonnissen van 3 november 2010 en 15 december 2010 van deze rechtbank niet onrechtmatig. Redengevend daarvoor is het volgende. Vaststaat dat de Congolese diplomatieke zending in 's-Gravenhage reeds in 2009 is opgeheven en is verplaatst naar Brussel. De Congolese delegatie is destijds plotseling vertrokken, zo heeft BuZa ter zitting desgevraagd aan de voorzieningenrechter verklaard. Ook staat vast dat de krakers van het pand thans in het pand een atelier exploiteren. Een gebruik door de Republiek Congo in het kader van uitoefening van haar overheidstaak dan wel publieke functie is op geen enkele manier aannemelijk geworden. De voorzieningenrechter kan aansluiting vinden bij de door [Z.] aangehaalde artikelen 22 juncto 1 lid (i) van het Verdrag van Wenen, inhoudende dat het begrip 'used' in artikel 1 lid (i) zich niet uitstrekt tot een pand dat niet langer in gebruik is voor diplomatieke doeleinden. Ook kan de voorzieningenrechter aansluiting vinden bij de door [Z.] aangehaalde internationale jurisprudentie (Supreme Court for Restitution Berlin, [Y.] versus Japan, 10 juli 1959, Decision No. 469 en Quebec Court of Appeal, Irak versus Export Development Corporation, 29 augustus 2003, 2003 A.C.W.S.J. Lexis 9772), inhoudende dat tijdelijke leegstand geen toekomstig diplomatiek gebruik impliceert. Het door de Staat aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 24 september 2010, NJ 2010, 507 (Llanos Oil/Colombia) is hier niet aan de orde, omdat er in de hier voorliggende zaak geen sprake is van een fungerende diplomatieke zending in 's-Gravenhage, maar een zending die vanuit Brussel opereert. Derhalve is niet relevant dat de Republiek Congo tot op heden het pand niet heeft afgemeld bij de Directie Kabinet en Protocol van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De verwijzing van de Staat naar artikel 45 aanhef en onder a van het Verdrag van Wenen gaat niet op, omdat dit artikel ziet op het niet langer onderhouden van diplomatieke relaties tussen twee landen. Dat laatste is hier niet het geval. Ook is onvoldoende aannemelijk geworden dat er sprake is van een zending die voor goed of tijdelijk is teruggeroepen naar de Republiek Congo. Immers, de Congolese diplomatieke zending is sinds 2009 verplaatst naar Brussel.

3.6. Met betrekking tot de archieven overweegt de voorzieningenrechter nog als volgt. Ter zitting heeft BuZa desgevraagd aan de voorzieningenrechter verklaard dat de Republiek Congo heeft gezegd dat er archieven in het pand zijn en dat een Congolese delegatie met de krakers heeft gepraat om tot een minnelijk overleg te komen hetgeen niet is gelukt. Voorts heeft BuZa verklaard dat de krakers hebben gezegd dat deze archieven in verhuisdozen staan in de kelder van het pand. Hiertegenover staat de verklaring van de advocaat van [Z.] die ter zitting heeft verklaard dat de krakers tegen haar hebben gezegd dat er niets meer in het pand aanwezig is dat toebehoort aan de Republiek Congo. Vaststaat derhalve dat de krakers zich verschillend hebben uitgelaten over de aanwezigheid van archieven in het pand. De voorzieningenrechter acht het niet aannemelijk dat een ambassade, bij vertrek naar Brussel, niet haar archieven meeneemt. Dat een poging tot minnelijk overleg tussen een Congolese delegatie en de krakers archieven tot onderwerp hadden, is op geen enkele manier gebleken. Voor zover er wel goederen zijn achtergelaten, is niet aannemelijk gemaakt dat deze van enig belang zijn. Voor zover er (verhuis)dozen in de kelder van het pand staan, is onvoldoende aannemelijk geworden wat de inhoud daarvan is.

3.7. Nu de deurwaarder de aanzegging ter beoordeling aan de voorzieningenrechter heeft voorgelegd en nu uit het voorgaande volgt dat meergenoemde executie niet onrechtmatig is, zal de voorzieningenrechter de verplichtingen zoals omschreven in de onder 2.7 vermelde aanzegging van de Staat opheffen.

3.8. Gezien de bijzondere aard van deze procedure zal worden bepaald dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Er zijn geen omstandigheden die op dit punt tot een andere beslissing behoren te leiden.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- verleent verstek tegen de Republiek Congo;

- bepaalt dat executie van de tussen [Z.] en de Republiek Congo gewezen vonnissen van 3 november 2010 en

15 december 2010 van deze rechtbank op het pand niet onrechtmatig is;

- heft op de verplichtingen zoals omschreven in de onder 2.7 vermelde aanzegging van 28 april 2011 van de Staat;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2011.

mb


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature