Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Curatele. Afwijzing van het inleidende verzoek in hoger beroep.

Uitspraak



GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 27 april 2011

Zaaknummer : 200.076.242/01

Rekestnr. rechtbank : EJ VERZ 10-81500

[De betrokkene],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de betrokkene,

advocaat mr. M.L. Kleyn te [geboorteplaats],

tegen

het Openbaar Ministerie,

Arrondissement ’s-Gravenhage, waarvoor in het hoger beroep in de plaats treedt:

Ressortsparket ’s-Gravenhage,

hierna te noemen: het openbaar ministerie.

Als belanghebbende is aangemerkt:

[De curator],

kantoorhoudende te [vestigingsplaats],

hierna te noemen: de curator,

advocaat mr. N.J.R.M. Elings te ’s-Gravenhage.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De betrokkene is op 29 oktober 2010 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 2 september 2010 van de rechtbank ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie ‘s-Gravenhage.

De curator heeft op 20 december 2010 een verweerschrift ingediend.

Het openbaar ministerie heeft op 28 maart 2011 een verweerschrift ingediend. Tevens is medegedeeld dat de advocaat-generaal niet ter zitting aanwezig zal zijn.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

van de zijde van de betrokkene:

- op 15 november 2010 een brief van 12 november 2010 met bijlagen;

- op 28 maart 2011 een brief van dezelfde datum met bijlage.

De zaak is op 31 maart 2011 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig:

- de betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

- de curator, bijgestaan door haar advocaat.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking heeft de rechtbank de betrokkene onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis. [Naam curator] is tot curator benoemd.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de ondercuratelestelling van de betrokkene.

2. De betrokkene verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw beschikkende, de officier van justitie (het hof leest: het openbaar ministerie) niet-ontvankelijk te verklaren, althans de gevraagde voorziening te weigeren.

3. Het openbaar ministerie verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen, met als motivering dat er voldoende stukken zijn overgelegd en omstandigheden zijn gesteld waaruit blijkt dat de betrokkene als gevolg van haar geestelijke toestand niet in staat is ten volle al haar belangen zelf waar te nemen, waardoor ondercuratelestelling noodzakelijk is.

4. De curator bestrijdt het beroep en verzoekt de betrokkene niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel haar verzoek af te wijzen.

5. De betrokkene stelt dat zij door de kantonrechter ten onrechte onder curatele is gesteld. De verklaring van de specialist ouderengeneeskunde, de heer [naam specialist], is niet gebaseerd op enig onderzoek. Uit niets blijkt dat de financiële situatie van betrokkene niet op orde zou zijn. De betrokkene acht zich prima in staat om voor zichzelf te zorgen. Er zijn geen schulden en de vaste lasten worden op tijd betaald. De betrokkene stelt dat het geschetste ziektebeeld van haar niet bewezen is en de manier van handelen van de medewerkers van [naam instelling] heeft geleid tot een slechte verstandhouding tussen hen en de betrokkene.

6. De curator meent dat de betrokkene zich niet bewust is van haar geestelijke toestand. De betrokkene weigert iedere vorm van hulp dan wel contact met hulpverleners. Zij ziet niet in dat zij hulp nodig heeft. Van alles wat mis gaat in haar leven geeft de betrokkene anderen de schuld. De curator kan zich niet voorstellen dat de deskundige een verklaring afgeeft zonder onderzoek. De curator vermoedt dat de betrokkene lijdt aan een vorm van koopziekte. Er zijn door de betrokkene vele bestellingen gedaan, met name bij Best of Shopping, en de curator kan thans alleen nog de lopende bestellingen ongedaan maken. De betrokkene voldeed haar vaste lasten van een rekening met een kredietlimiet maar de limiet is inmiddels door de bank ingetrokken. Volgens de curator neemt de betrokkene regelmatig grote bedragen op bij de Fortis Bank en de ABN AMRO-bank en omdat die rekeningen nog steeds (mede) op naam staan van de overleden echtgenoot van de betrokkene, is het voor de curator problematisch die rekeningen te doen blokkeren. De curator weet niets van het door de betrokkene gestelde feit dat er tijdens haar verblijf in [naam instelling] goederen uit haar woning zijn gestolen.

7. Het hof is, gelet op de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting, van oordeel dat niet is komen vast te staan dat bij betrokkene sprake is van een geestelijke stoornis als bedoeld in artikel 1:378, eerste lid onder a van het Burgerlijk Wetboek . De heer [naam specialist], specialist ouderengeneeskunde, heeft in zijn verklaring van 23 februari 2010 geen diagnose vermeld, hetgeen ter zitting van het hof door de curator is erkend. Bovendien zijn in die verklaring uitsluitend omstandigheden gesteld die zich in het verleden hebben voorgedaan, met als gevolg dat de betrokkene in 2007 voor een korte periode opgenomen is geweest in [naam instelling]. De heer [naam specialist] voormeld noemt wel dat hij de betrokkene op 23 februari (het jaar wordt niet vermeld) heeft beoordeeld, maar verzuimt te vermelden welke de bevindingen zijn over een actueel beeld van de geestelijke toestand van de betrokkene. De enkele vermelding: “dat patiënte al sinds jaren psychiatrisch wordt beoordeeld en vervolgd (bedoeld zal zijn: gevolgd)” is daartoe onvoldoende. Behoudens voormelde verklaring zijn er geen stukken aan het hof overgelegd ten bewijze van de stelling dat de betrokkene thans lijdt aan een geestelijke stoornis waardoor zij niet in staat is of bemoeilijkt wordt om haar belangen behoorlijk waar te nemen. Het verzoek is derhalve onvoldoende onderbouwd en ook ter zitting is geen nadere onderbouwing van de geestelijke toestand van de betrokkene gegeven. Bovendien is ter zitting van het hof niet weersproken dat geen sprake is geweest van een nieuwe opname in een psychiatrisch ziekenhuis sinds 2007, dat de betrokkene al dan niet met hulp van derden nog zelf het huishouden doet, geen schulden heeft en dat zij haar maandelijkse lasten op tijd voldoet.

8. Gelet op het vorenstaande zal het hof de bestreden beschikking vernietigen.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking en opnieuw beschikkende:

wijst het verzoek tot ondercuratelestelling van mevrouw [naam vrouw], geboren te [geboorteplaats] [in] 1928, alsnog af;

bepaalt dat deze uitspraak op de voet van artikel 1: 390 BW dient te worden bekendgemaakt in de Staatscourant en in de volgende dagbladen: De Telegraaf en het Algemeen Dagblad, Haagse editie;

gelast de griffier op de voet van artikel 1: 391 BW gevolg te geven aan het bepaalde in artikel 2 van het Besluit curateleregister (Besluit van 26 november 1969, Stb. 528);

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Mink, Van Dijk en Van Veen, bijgestaan door Suderee als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 april 2011.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature