Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Artikel 7:213 BW verplicht huurder om zich ten aanzien van het gebruik van de tuin als een goed huurder te gedragen. Huurder heeft binnen zekere grenzen een grote mate van vrijheid in de wijze waarop het gehuurde door hem wordt ingericht. Dit geldt ook voor de tuin. Wijziging van de bestemming van het gehuurde, overlast aan omwonenden of schadeveroorzakend handelen of nalaten zijn factoren die deze grenzen aangeven en de vrijheid van de huurder inperken. Door verhuurder gestelde overlast onvoldoende onderbouwd. Begroeiing kan echter schade aan het gehuurde veroorzaken. Daarom mag boom worden gerooid en mogen klimplanten aan gevels worden gesnoeid. Overig tuinonderhoud door verhuurder wordt niet toegestaan.

Uitspraak



RECHTBANK BREDA

Team kanton

Locatie Tilburg

zaak/rolnr.: 642959 CV EXPL 11-889

vonnis d.d. 27 juli 2011

inzake

de stichting Stichting Tiwos, Tilburgse Woonstichting,

gevestigd en kantoorhoudende te Tilburg, Stationsstraat 24,

eiseres,

gemachtigde: mr. J.M.G.A. Sengers, advocaat te Best,

tegen

[gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde,

procederend in persoon.

1. Het verloop van het geding

1.1 De procedure blijkt uit de volgende stukken:

a. het exploot van dagvaarding van 13 januari 2011 met producties;

b. de conclusie van antwoord;

c. het tussenvonnis van 9 maart 2011 met de daarin vermelde stukken;

d. de aantekeningen van de griffier van het verhandelde tijdens de gerechtelijke

plaatsopneming op 7 april 2011.

1.2 De inhoud van deze stukken geldt als hier ingelast.

2. Het geschil

2.1 Eiseres, hierna aangeduid als Tiwos, heeft bij dagvaarding gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet dit toelaat:

I. haar te machtigen ex artikel 3:299 van het Burgerlijk Wetboek (BW) om voor rekening van gedaagde (hierna aangeduid als [gedaagde]) het onderhoud uit te voeren aan de tuin behorende bij de woning aan de [adres] te Tilburg, welke werkzaam-heden vooral bestaan uit het rooien van de boom achterin de tuin en de klimplanten tegen de achtergevel en bij de voordeur alsmede het snoeien c.q. verwijderen van de resterende overhangende takken van een boom/bomen en/of een struik/struiken en/of planten in de tuin, een en ander ter uitsluitende beoordeling van Tiwos;

II. [gedaagde] te veroordelen om de betreffende onderhoudswerkzaamheden toe te laten en te gedogen en zo nodig zijn medewerking te verlenen, waaronder het verschaffen van toegang tot het gehuurde aan medewerkers van Tiwos en/of derden die van Tiwos opdracht hebben gekregen om de werkzaamheden uit te voeren, met machtiging van eiseres om zich desnoods toegang tot de woning en de tuin te verschaffen met behulp van de sterke arm, indien [gedaagde] niet toelaat, niet gedoogt en/of zijn medewerking niet verleent;

III. [gedaagde] te veroordelen om de hieraan verbonden kosten binnen 14 dagen na overlegging door Tiwos aan [gedaagde] van de facturen, werkstaten en/of berekeningen, althans op vertoon van zodanige bescheiden als de rechtbank gerade oordeelt, aan Tiwos te voldoen tegen behoorlijk bewijs van kwijting;

IV. [gedaagde] te veroordelen om aan Tiwos tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 50,00 per dag voor elke dag dat [gedaagde] nalaat -op eerste verzoek van Tiwos daartoe- gevolg te geven aan het te wijzen vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag dat het bedrag opeisbaar is geworden tot aan de dag der algehele voldoening;

V. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen het salaris van de gemachtigde van Tiwos.

2.2 Ter onderbouwing van die vorderingen heeft Tiwos het volgende gesteld.

Sedert 23 juni 2000 verhuurt zij aan [gedaagde] de eengezinswoning met aanhorigheden aan de [adres] te Tilburg.

[gedaagde] heeft nagelaten om als goed huurder zijn tuin te onderhouden. Takken van een boom of bomen en/of een struik of struiken hangen over de naburige percelen. De bloesem en bladeren van die takken vallen op naburige percelen en in de brandgang, waardoor zijn direct omwonenden, die tevens huurder van Tiwos zijn, overlast ondervinden en worden gestoord in hun woongenot. Tiwos heeft [gedaagde] vanaf medio 2010 schriftelijk op zijn onderhoudsverplichting gewezen en hem gesommeerd de overhangende takken van zijn boom/bomen en/of struik/struiken te snoeien c.q. te verwijderen, zodanig dat de overlastveroorzakende situatie wordt opgeheven.

Naast het veroorzaken van overlast is er een reëel risico dat de wildgroei aan begroeiing in de tuin van gedaagde schade veroorzaakt aan het gehuurde. De verwilderde klimplanten die tegen de voor- en achtergevel groeien, kunnen die gevels en/of de kozijnen daarin beschadigen. Tevens staat een boom achter in de tuin op zeer korte afstand van de berging. Die boom is door gebrek aan onderhoud buiten proporties gegroeid. Er bestaat een reëel risico dat zijn wortels (het fundament van) de berging ondermijnen en/of de takken het dak daarvan beschadigen. Om schade te voorkomen heeft Tiwos besloten om de klimplant aan de achterzijde van de woning en de boom geheel te (laten) verwijderen. Zij heeft aan [gedaagde] verzocht om zijn toestemming hieraan te verlenen, waarbij de kosten voor rekening van Tiwos zouden komen. [gedaagde] heeft echter op dit verzoek niet gereageerd.

Tiwos heeft belang bij een goed onderhouden bezit. Mitsdien heeft zij er belang bij dat [gedaagde] zijn tuin in goede staat onderhoudt. Zij is bovendien verplicht om aan de buren van [gedaagde] het rustig woongenot te verschaffen. Zou zij daaraan niet voldoen, dan loopt zij het risico dat overlastondervindende huurders wegens niet-nakoming huurprijsvermindering vorderen. Voorts kan het nalatige gedrag van [gedaagde] voor andere huurders een aanmoediging zijn om de tuin niet naar behoren te onderhouden. Juist om duidelijkheid te scheppen voor [gedaagde] en overige bewoners over hetgeen is toegestaan en om precedentwerking te voorkomen is het van belang dat zij tegen [gedaagde] optreedt.

Door zich niet als goed huurder te gedragen handelt [gedaagde] in strijd met zijn verplichting uit hoofde van artikel 7:213 BW . Tevens handelt hij in strijd met artikel 7:217 BW juncto de bijlage bij artikel I van het Besluit kleine herstellingen. Ingevolge artikel 7:220 BW juncto artikel 5:56 BW moet hij Tiwos in de gelegenheid stellen om ten behoeve van het naburige erf dringende werkzaamheden in [gedaagde]s tuin uit te voeren. Tiwos beoogt daarmee schade aan haar eigendom te voorkomen en overlast voor omwonenden te verhelpen. [gedaagde] moet haar in de gelegenheid stellen de dringende snoei- en rooiwerkzaamheden te laten uitvoeren.

2.3 [gedaagde] is ter zitting verschenen en heeft verweer gevoerd. Hij is het met de vordering niet eens. Sinds de zomer van 2010 is de tuin in orde. Hij veroorzaakt geen overlast aan omwonenden. In het bijzonder is hij het er niet mee eens dat de klimplant, die bovendien niet van hem maar van de buren is, en de boom worden verwijderd. Met de klimplant bij de voordeur is niets mis en deze wil hij dan ook handhaven, aldus gedaagde.

2.4 In het op 9 maart 2011 gewezen tussenvonnis werd bepaald dat ter plaatse de gesteldheid van de tuin zou worden opgenomen, alsmede een comparitie van partijen zou plaatsvinden, bij welke gelegenheid partijen nadere inlichtingen konden geven en zo mogelijk een minnelijke schikking zou kunnen worden beproefd.

2.5 Ingevolge dat vonnis heeft de kantonrechter, bijgestaan door de griffier, zich op 7 april 2011 naar de woning van [gedaagde] begeven om de staat van de daarbij gelegen tuin en de beplanting bij de voordeur op te nemen. Bij die gelegenheid was [gedaagde] in persoon aanwezig en werd Tiwos vertegenwoordigd door drie van haar medewerksters, bijgestaan door haar gemachtigde.

2.6 Uit hetgeen [gedaagde] tijdens deze plaatsopneming heeft verklaard volgt dat hij de beplanting bewust ongemoeid laat. Naar zijn zeggen is zijn tuin de enige in de omgeving waarin veel vogels vertoeven. Die maken gebruik van de aanwezige beplanting en vinden daar hun voedsel tussen. Hij geniet daar iedere dag van, bijvoorbeeld wanneer hij uit het slaapkamerraam naar de klimplant aan de gevel kijkt of wanneer hij op de toiletpot in het midden van de tuin (zijn “zetel”) zit.

De krulhazelaar stond er al voordat de berging werd geplaatst. Deze boom wordt wel gesnoeid. Hij wil niet meewerken aan het verwijderen daarvan omdat hij vreest dat de vogels dan wegblijven. hij heeft gewezen op een vogelnest in die boom.

Dat een andere boom of struik de schutting wegdrukt is voor Tiwos niet relevant. De schutting is geen eigendom van Tiwos maar heeft hij tezamen met de buurvrouw betaald. Die buurvrouw klaagt niet over de stand van de schutting.

De abrikozenboom nabij het huis moet wel worden gesnoeid. Dit wil hij wel doen maar daarvoor moet hij eerst in de bibliotheek literatuur zoeken, aldus [gedaagde] ten slotte.

2.7 Een minnelijke oplossing van het geschil werd niet bereikt, zodat vonnis werd bepaald.

3. De beoordeling

3.1 Naar aanleiding van het vorenstaande overweegt de kantonrechter het volgende.

3.2 Vast staat dat [gedaagde] de woonruimte aan de [adres] te Tilburg van Tiwos huurt. De woning is onderdeel van een woonblok en is gelegen tussen twee andere woningen. Tot het gehuurde behoort een aan de achterzijde daarvan gelegen tuin. Aan het einde van die tuin bevindt zich een berging die eveneens tot het gehuurde behoort. De tuin is afgesloten door middel van een poort, die toegang geeft tot een brandgang.

3.3 Blijkens de huurovereenkomst maken algemene voorwaarden daarvan deel uit doch deze werden niet in het geding gebracht. Een verplichting tot onderhoud van de tuin is in de huurovereenkomst zelf niet vastgelegd. Uitgangspunt bij de beoordeling van het geschil zijn derhalve de door Tiwos genoemde wettelijke bepalingen waarop zij haar vorderingen baseert.

3.4 Vooropgesteld moet worden dat een huurder binnen zekere grenzen een grote mate van vrijheid heeft in de wijze waarop het gehuurde door hem wordt ingericht. Dit geldt ook voor de tuin. Wijziging van de bestemming van het gehuurde, overlast aan omwonenden of schadeveroorzakend handelen of nalaten zijn enkele factoren die deze grenzen aangeven en de vrijheid van de huurder inperken.

3.5 Uit de plaatsopneming is het de kantonrechter wel duidelijk geworden dat de inrichting van de tuin niet is zoals de gemiddelde huurder in de omgeving, of zelfs daarbuiten, voor zichzelf zou wensen: onder meer is in de tuin een oude motorfiets gestald, lagen er een auto-accu en schokdempers, staat/ligt er kapot tuinmeubilair alsmede een toiletpot. In een hoek van de tuin lag een hoop afgeknipte takken van de hierna te noemen krulhazelaar. Een groot deel van de tuin is overwoekerd door hedera, althans een op klimop gelijkende plant. Aan een zijde is een boom/struik geplaatst die inmiddels zo groot is geworden dat die de houten afscheiding met het naastgelegen perceel wegdrukt. Klaarblijkelijk is enig onderhoud van betekenis gedurende langere tijd niet meer verricht. Tegen de achtergevel groeit een klimplant van een onbekende soort weelderig. Achter in de tuin, nabij de berging, groeit een krulhazelaar. De toppen van deze boom reiken ver boven de bebouwing uit, de takken daarvan spreiden zich uit boven de naastgelegen percelen. In de brandgang achter de berging liggen enkele tegels niet meer vlak. Deze lijken omhoog te zijn gedrukt door boomwortels die gezien de afwezigheid van andere bomen van deze grootte in de omgeving, van de betreffende krulhazelaar afkomstig zullen zijn.

3.6 Artikel 7:213 BW verplicht [gedaagde] om zich ten aanzien van het gebruik van de tuin als een goed huurder te gedragen. Dit sluit in dat hij ook jegens zijn buren een zorgplicht heeft, aldus dat hij geen overlast mag veroorzaken. Dat [gedaagde] zijn tuin niet ordent op een wijze zoals veel mensen doen en hij ten behoeve van vogels, en daarmee voor zijn eigen genot, weinig tot geen onderhoud pleegt, is echter een op zichzelf te respecteren keuze en staat niet ter beoordeling van Tiwos. Tiwos stelt weliswaar dat sprake is van overlast maar heeft dit op geen enkele wijze onderbouwd. Enkel in de verklaring van [gedaagde] dat één van zijn buren klaagt en overhangende takken die vervolgens over de omheining in de tuin van [gedaagde] worden gedeponeerd, kan een erkenning voor die stelling van Tiwos worden gehoord. [gedaagde] heeft echter tevens verklaard dat andere buren niet klagen, hetgeen Tiwos niet gemotiveerd heeft weersproken. Gelet op het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing van haar stelling dat sprake is van overlast kunnen derhalve de vorderingen die zien op, kort gezegd, het plegen van tuinonderhoud door Tiwos, niet worden toegewezen op de grond dat [gedaagde] zijn zorgplicht tegenover zijn buren verzaakt. Waar niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 111 lid 3, tweede zin van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) ziet de kantonrechter geen reden om Tiwos alsnog tot bewijs van haar stelling toe te laten.

3.7 Aan Tiwos kan wel worden toegegeven dat de wildgroei aan begroeiing schade veroorzaakt aan het gehuurde, althans daaraan schade kan veroorzaken. De meergenoemde krulhazelaar is daarvan het meest in het oog springende voorbeeld. Duidelijk is dat de boom in verband met zijn omvang niet meer in de omgeving past. De boom staat immers zo dicht tegen de berging dat er een groot risico bestaat dat het fundament daarvan wordt aangetast of wellicht, gezien de opstaande tegels in de brandgang, al is aangetast. Dit risico geldt evenzeer voor andere bouwsels in de nabijheid van de boom. Voorts kunnen takken het dak van de berging beschadigen.

Wanneer [gedaagde] met zijn opmerking dat de boom eerder is geplant dan de berging werd geplaatst heeft bedoeld te zeggen dat Tiwos er indertijd rekening mee had moeten houden dat de boom zou groeien en daardoor een risico zou kunnen vormen, wordt dit niet aanvaard. Het is immers aan [gedaagde] om het risico op schade door beplanting te voorkomen of ten minste zo veel als mogelijk te beperken, hetgeen onder meer door regelmatig snoeien kan worden bereikt. Het snoeiwerk dat [gedaagde] wel zegt te hebben verricht heeft de groei van de boom onvoldoende in toom gehouden. Naar het oordeel van de kantonrechter dient deze boom dan ook te worden gerooid, zodat daarvoor op na te melden wijze machtiging voor zal worden verleend. Gelet op het bepaalde in artikel 7:217 BW in verband met artikel 7:240 BW en de bijlage bij artikel 1 van het Besluit kleine herstellingen onder L, zal [gedaagde] worden veroordeeld tot betaling van de daarmee gemoeide kosten.

Tijdens de plaatsopneming heeft Tiwos overigens toegezegd rekening te zullen houden met het vogelnest dat zich in de boom bevindt en het broedseizoen te respecteren. Hoewel de broedtijd van de meeste inheemse vogels naar de kantonrechter veronderstelt inmiddels wel voorbij is, wordt van Tiwos verwacht dat zij eerst vaststelt dat het nest leeg is alvorens zij tot het rooien van de boom overgaat.

3.8 Van [gedaagde] mag voorts worden verwacht dat hij de beplanting tegen of nabij de voor- en achtergevel bijhoudt, zodanig dat daardoor schade aan de gevels, deuren en kozijnen uitblijft. Aangezien planten vocht vasthouden dat het houtwerk van de kozijnen en deuren kan aantasten zullen die op zijn minst blijvend van plantgroei vrijgemaakt moeten zijn. Hoewel [gedaagde] stelt dat hij de klimplanten snoeit heeft de kantonrechter tijdens de plaatsopneming geconstateerd dat aan de achterzijde van de woning een klimplant voor een significant deel van het raam van de woonkamer hangt. De kantonrechter ziet hierin nog geen aanleiding om die klimplanten te rooien zoals Tiwos vordert, nog daargelaten dat niet vastgesteld is kunnen worden of de klimplant aan de achtergevel van [gedaagde] of van diens buurman is, zoals [gedaagde] heeft gesteld. Wel kunnen deze klimplanten op kosten van [gedaagde] worden gesnoeid tot de voorgemelde proporties indien [gedaagde] dit zelf nog niet heeft gedaan. De vordering van Tiwos zal dan ook tot niet meer dan dat worden toegewezen, en wel op de hierna vermelde wijze, benevens de gevorderde veroordeling in de kosten van de werkzaamheden.

3.9 De boom of struik die de schutting van [gedaagde] en diens buurvrouw wegduwt behoeft evenmin te worden verwijderd of te worden gesnoeid. Tiwos heeft niet weersproken dat de schutting niet door haar maar door [gedaagde] en diens buurvrouw werd betaald, terwijl van klachten van de betreffende buur niet is gebleken. [gedaagde] heeft zelfs onweersproken gesteld dat zijn buurvrouw er geen probleem mee heeft dat de schutting in haar tuin overhelt, hoewel de kantonrechter dit niet erg aannemelijk acht.

3.10 Ook de boom die in het vanuit de woning gezien, voorste gedeelte van de achtertuin staat en door [gedaagde] wordt aangeduid als abrikozenboom lijkt te moeten worden gesnoeid, doch daarop ziet de vordering van Tiwos niet. De takken van die boom hangen immers niet over de naburige percelen.

3.11 De kantonrechter ziet verder geen gronden om Tiwos toe te staan om uit de tuin van [gedaagde] planten te verwijderen dan wel vanuit diens tuin overhangende takken te snoeien of te verwijderen, behoudens voor zover die het gebruik van de brandgang (kunnen) hinderen. De beide buren zijn immers zelf gerechtigd om alle plantmateriaal dat vanuit de tuin van [gedaagde] in of over hun tuinen doorgroeit te verwijderen. Te meer nu niet is gebleken dat zij daarover bij Tiwos hebben geklaagd, laat staan dat zij daardoor zouden worden gestoord in het rustig woongenot dat Tiwos hen moet verschaffen of zich in redelijkheid jegens Tiwos kunnen beroepen op overlast en in het algemeen geldt dat huurders zelf verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van hun eigen tuin, valt niet in te zien dat Tiwos ten behoeve van [gedaagde]s buren dergelijk onderhoud in de tuin van [gedaagde] pleegt. Overigens zal na het rooien van de krulhazelaar in ieder geval geen hinder meer kunnen worden ondervonden van overhangende takken van deze boom.

3.12 De in de tuin verspreid liggende roerende zaken -voor sommigen afval en voor anderen, althans voor [gedaagde] nog van waarde- zijn geen onderwerp van dit geschil. De kantonrechter zal zich daarom onthouden van een oordeel over de wenselijkheid om enkele van die zaken die bij gelegenheid van de plaatsopneming wel ter sprake zijn gekomen, te behouden. Wel wil de kantonrechter [gedaagde] er aan herinneren dat hij heeft toegezegd de autoaccu uit de tuin te verwijderen. Deze kan immers bodemverontreiniging en derhalve schade aan het bezit van Tiwos veroorzaken.

3.13 Teneinde het onderhoud dat hieronder zal worden toegestaan te kunnen plegen zal [gedaagde] medewerkers van Tiwos, althans vanwege haar daarvoor in te zetten derden, toegang tot -uitsluitend- zijn achtertuin moeten verlenen. Niet noodzakelijk is dat Tiwos voor het uitvoeren van deze werkzaamheden toegang tot de woning zelf verkrijgt, zodat in zoverre de vordering wordt afgewezen. Voor het geval [gedaagde] niet vrijwillig aan Tiwos toegang tot zijn tuin verleent zal Tiwos die toegang door middel van de tussenkomst van een deurwaarder kunnen verschaffen.

De kantonrechter ziet voorts geen grond om aan Tiwos machtiging te geven om zich toegang tot de tuin te verschaffen met behulp van de sterke arm van politie en justitie. De vordering daartoe berust niet op de wet. Uit artikel 434 Rv volgt immers dat een deurwaarder dit vonnis executeert. Onverenigbaar met die regel is dat de kantonrechter Tiwos zelf zou machtigen om zich toegang tot de tuin te verschaffen. In zoverre derogeert artikel 434 Rv aan het door Tiwos genoemde artikel 3:299 BW . De deurwaarder behoeft overigens strikt genomen geen rechterlijke machtiging om bij de tenuitvoerlegging van dit vonnis de hulp van de sterke arm in te roepen waarop hij reeds overeenkomstig artikel 2 van de Politiewet 1993 aanspraak kan maken.

3.14 Zoals hiervoor reeds vermeld zal [gedaagde] op de vordering van Tiwos worden veroordeeld tot betaling van de kosten die worden gemaakt in verband met het uit te voeren werk.

3.15 De gevorderde dwangsommen zijn toewijsbaar over de periode vanaf de 8e dag nadat dit vonnis aan [gedaagde] is betekend tot de dag dat hij vrijwillig zijn medewerking verleent aan de uitvoering van het werk en daartoe Tiwos en/of door haar ingehuurde derden toegang tot zijn tuin verleent, dan wel, nadat is gebleken dat [gedaagde] niet vrijwillig meewerkt, tot de dag dat door Tiwos en/of door haar ingehuurde derden met behulp van een deurwaarder en/of politie toegang tot de achtertuin is verschaft. In de periode voor die 8e dag kunnen partijen mogelijk alsnog tot afspraken komen opdat de inzet van een deurwaarder en/of politie niet nodig is en dwangsommen niet worden verbeurd.

3.16 Aangezien [gedaagde] niet op de sommaties van Tiwos heeft gereageerd en heeft geweigerd om de krulhazelaar en de beplanting tegen de achtergevel door Tiwos te laten verwijderen, heeft hij Tiwos genoodzaakt tot het voeren van deze procedure. De kosten daarvan zullen dan ook door hem moeten worden gedragen. Die kosten bedragen in totaal € 496,81 en bestaan uit € 90,81 voor de dagvaarding, € 106,00 wegens het griffierecht en € 300,00 voor het salaris van de gemachtigde van Tiwos.

4. De beslissing

De kantonrechter:

a. verleent Tiwos machtiging om de aan het einde van diens achtertuin, gelegen aan de [adres] te Tilburg, nabij de berging, aanwezige boom (krulhazelaar) te (doen) rooien;

b. verleent Tiwos voorts machtiging om de klimplanten aan de voor- en achterzijde van de woning van [gedaagde], staande en gelegen aan de [adres] te Tilburg, te snoeien en wel op zodanige wijze dat de beide gevels, alsmede de deuren en kozijnen daarin zullen zijn vrijgemaakt en gedurende ten minste een seizoen vrij zullen blijven van begroeiing door deze planten;

c. veroordeelt [gedaagde] om de betreffende werkzaamheden toe te laten en te gedogen en zo nodig zijn medewerking te verlenen, waaronder het verschaffen van toegang tot de voormelde achtertuin aan medewerkers van Tiwos en/of derden die van Tiwos opdracht hebben gekregen om die werkzaamheden uit te voeren;

d. veroordeelt [gedaagde] om de aan de hierboven genoemde werkzaamheden verbonden kosten te voldoen, en wel binnen 14 dagen na overlegging door Tiwos aan [gedaagde] van de facturen, werkstaten en/of berekeningen, althans op vertoon van zodanige bescheiden waaruit de verrichte werkzaamheden en de daarvoor gemaakte kosten blijken;

e. veroordeelt [gedaagde] om vanaf de 8e dag nadat dit vonnis aan hem is betekend en zulks tot de dag dat hij vrijwillig zijn medewerking verleent aan de uitvoering van de hierboven bedoelde werkzaamheden en daartoe Tiwos en/of de door Tiwos ingehuurde derden toegang tot zijn tuin verleent, dan wel, nadat is gebleken dat [gedaagde] niet vrijwillig meewerkt, tot de dag dat door Tiwos en/of door Tiwos ingehuurde derden met behulp van een deurwaarder en/of politie toegang tot de achtertuin is verschaft, aan Tiwos te betalen een bedrag van € 50,00 per dag en zulks tot een maximum van € 2.000,00, voor elke dag dat [gedaagde] nalaat aan de hiervoor sub c vermelde veroordeling gevolg te geven, deze bedragen telkens te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag dat die bedragen opeisbaar zijn geworden tot aan de dag van de algehele voldoening;

f. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten van Tiwos, vastgesteld op in totaal € 469,81;

g. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

h. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.L. Kerkhofs, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op woensdag 27 juli 2011.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature