Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Vrouw vordering van de man veroordeelt tot betaling van de helft van de lasten van een gemeenschappelijke zaak. Beiden partijen bewonen de twee woningen niet meer.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

" \* MERGEFORMAT

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 78265 / KG ZA 11-78

Vonnis van 16 juni 2011

in de zaak van

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie],

wonende te Oostburg, gemeente Sluis,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat: mr. R.M.A. Lensen te Terneuzen,

tegen

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie],

wonende te Goes,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat: mr. J.J. Bronsveld te Bergen op Zoom.

Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 13 mei 2011 met producties,

- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie,

- de mondelinge behandeling op 9 juni 2011,

- de pleitnota van de vrouw,

- de aanhouding ter zitting ten behoeve van het beproeven van een minnelijke regeling,

- de telefaxbrieven d.d. 14 juni 2011 van de raadslieden van partijen, inhoudende dat geen minnelijke regeling is bereikt en om vonnis wordt gevraagd.

De feiten

Partijen zijn op [datum] 1982 gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Het huwelijk van partijen is door de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank d.d. 5 januari 2011 in de registers van de burgerlijke stand op 24 januari 2011 ontbonden.

Tot de ontbonden en nog niet verdeelde huwelijksgoederengemeenschap van partijen behoren een tweetal onroerende zaken (hierna: de woningen) gelegen te Nieuwvliet, gemeente Sluis, aan de [adres].

De woningen zijn belast met hypothecaire geldleningen afgesloten bij de ABN-AMRO Bank N.V. (hierna ook: de bank) onder nummer [nummer] en nummer [nummer] waarvoor partijen hoofdelijk aansprakelijk zijn.

Op 3 september 2009 heeft de man aan de vrouw een e-mailbericht gestuurd met een vijftal bijlagen. In bijlage 5, dat als opschrift heeft “Uitgangspunten: (2/9/2009)” staat, voor zover hier relevant, onder meer vermeld:

“2. Begin 2009 hebben we [adres] aangekocht, op naam van dochter [dochter], zij heeft hier ook een hypotheek voor afgesloten voor € 82.500,- daar betaald zij (dochter) de kosten maandelijks voor en mag daarvoor in [een van de woningen te Nieuwvliet] wonen (de woning van [B.] en mij). [B.] woont dus ‘vrij’ en heeft daarmee een deel van haar ‘verdeling’ te pakken, moet later geformaliseerd worden. [dochter] betaalt alleen de hypotheekkosten (op basis van € 82.500,-). (Nog) geen gas/water/elektr. of heffingen gemeente en Waterschap, geen verzekering etc. Ofwel: [B.] woont in huis van dochter [dochter] en [dochter] woont in huis van moeder [B.]. [B.] betaalt wel haar woonlasten (exclusief de hypotheek).

De beide woningen aan [adres te Nieuwvliet] staan te koop. De man heeft tot medio oktober 2010 in de woning aan de [een van de woningen te Nieuwvliet] gewoond. Daarna is hij verhuisd naar Goes. De man is op 11 maart 2011 opnieuw in het huwelijk getreden.

De man heeft tot december 2010 voor beide woningen de volledige hypotheeklasten voldaan. Met ingang van december 2010 heeft de man de betaling van de hypothecaire lasten voor zover uitstijgend boven 50% gestaakt.

Inmiddels is in de betalingsverplichtingen op de hypothecaire leningen een achterstand ontstaan. De bank heeft via haar incasso-intermediair Solveon Incasso B.V. laten weten dat op korte termijn zal worden overgegaan tot openbare verkoop van de woningen.

Het geschil in conventie

De vrouw vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de man te veroordelen om alle opeisbare verplichtingen die partijen als hoofdelijk schuldenaren thans hebben en op grond van de bestaande rechtsverhouding met de bank toekomstig nog zullen hebben, alsnog volledig na te komen, en derhalve de achterstand op de hypothecaire leningen volledig in te lossen, vermeerderd met de intussen verschuldigd geworden (boete)rente en kosten, en de hypothecaire verplichtingen jegens voormelde bank voor de toekomst telkens stipt na te komen, totdat deze verplichtingen rechtsgeldig zullen zijn beëindigd, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 en met veroordeling van de man in de kosten van het geding.

Als grondslag voor haar vordering stelt de vrouw dat partijen zijn overeengekomen dat de man tot het moment van verkoop van de twee woningen te Nieuwvliet de daarop drukkende hypothecaire lasten volledig zal blijven voldoen. Volgens de vrouw heeft de man de tussen partijen gemaakte afspraak bevestigd in de bijlage bij zijn e-mailbericht van 3 september 2009 en heeft hij daar vervolgens ook feitelijk uitvoering aan gegeven. Sinds zijn verhuizing naar Goes weigert de man de overeenkomst echter nog langer na te komen. Met ingang van december 2010 heeft de man de volledige betaling van de hypothecaire lasten gestaakt waardoor een achterstand is ontstaan. De vrouw vordert in dit kort geding nakoming van de tussen partijen geldende overeenkomst. Zij heeft daarbij ook een spoedeisend belang. De bank heeft immers laten weten dat op korte termijn zal worden overgegaan tot openbare verkoop.

De man heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Hij betwist dat er sprake is van een bindende overeenkomst met de vrouw die hem verplicht de volledige hypothecaire lasten van beide woningen te blijven voldoen tot het moment dat deze worden verkocht. De vermeende overeenkomst waar de vrouw zich op beroept is slechts een voorstel voor de afwikkeling van de huwelijksgoederengemeenschap, welk voorstel de vrouw niet heeft aanvaard. De man heeft in de periode dat hij woonachtig was in de woning aan de [een van de woningen te Nieuwvliet] de hypotheeklasten voor zijn rekening genomen, omdat hem dit redelijk leek. Daaraan valt niet het rechtsvermoeden te ontlenen dat hij daarmee ook heeft ingestemd met de voldoening van de volledige hypothecaire lasten totdat de beide woningen zijn verkocht. Overigens heeft de man de vrouw in september 2010 al laten weten dat vanaf het moment van zijn verhuizing partijen de lasten samen zullen moeten dragen.

Het geschil in reconventie

De man vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de vrouw te veroordelen om alle opeisbare verplichtingen die partijen als hoofdelijk schuldenaren thans hebben en op grond van de bestaande rechtsverhoudingen met de bank nog zullen hebben alsnog volledig na te komen en derhalve de achterstand op de hypothecaire leningen volledig in te lossen, vermeerderd met de verschuldigde boete, rente en kosten en de hypothecaire verplichtingen jegens voormelde bank voor de toekomst telkens stipt na te komen, totdat deze verplichtingen rechtsgeldig zullen zijn geëindigd, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00, en met veroordeling van de vrouw in de kosten van het geding.

Ter onderbouwing van zijn vordering voert de man het navolgende aan. Bij gebreke van een andersluidende afspraak zal de vrouw zonder meer de helft van de hypotheeklasten hebben te voldoen. De man is ook niet in staat om de huidige hypotheeklasten alleen te blijven betalen. De vrouw stelt niet dat zij niet kan betalen, zij houdt alleen vast aan een afspraak die er niet is. De man heeft een spoedeisend belang bij zijn vordering. Omdat de vrouw haar verplichtingen jegens de bank niet na komt, dreigt een openbare verkoop.

De vrouw voert verweer. Volgens haar staat de tussen partijen geldende overeenkomst eraan in de weg dat de vordering van de man in reconventie wordt toegewezen. Voorts betwist zij dat de man niet in staat zou zijn om de huidige hypotheeklasten alleen te blijven voldoen. Zij kan dat in ieder geval niet, wellicht dat zij een deel zou kunnen betalen.

De beoordeling in conventie

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vordering van de vrouw behoort te worden afgewezen. Met haar vordering beoogt de vrouw nakoming van de door haar gestelde overeenkomst waarbij de man zich verplicht zou hebben de volledige hypothecaire lasten van de beide, partijen in gemeenschappelijke eigendom toebehorende, woningen te voldoen tot het moment waarop deze worden verkocht. Echter een uitdrukkelijke overeenkomst tussen partijen kan de voorzieningenrechter voorshands niet afleiden uit het hierboven onder 2.4. geciteerde tekstfragment, dat is opgenomen in de bijlage bij het e-mail bericht van de man van 3 september 2009. Nog daargelaten dat partijen het stuk niet hebben ondertekend, impliceert het opschrift in ieder geval niet dat er sprake is van een overeenkomst. Het gaat kennelijk om uitgangspunten, ten aanzien waarvan de vrouw ter zitting heeft bevestigd dat deze door de man zijn voorgesteld in het kader van de afwikkeling van de huwelijksgoederengemeenschap, waarover partijen nog steeds in gesprek zijn. In dat licht en mede gelet op de uitdrukkelijke betwisting door de man kan in het kader van dit kort geding niet worden aangenomen dat partijen ten aanzien van het litigieuze tekstfragment overeenstemming hebben bereikt. Dit geldt te meer nu door de vrouw niets is overgelegd waaruit blijkt dat zij het voorstel zou hebben aanvaard. Dat de man gedurende enige tijd de volledige hypotheeklasten heeft betaald impliceert naar het oordeel van de voorzieningenrechter voorshands evenmin dat daarmee voor hem een verplichting is ontstaan die rechtvaardigt dat thans in kort geding het door de vrouw gevorderde wordt toegewezen.

De beoordeling in reconventie

De man, zo begrijpt de voorzieningenrechter zijn ter zitting gegeven toelichting, grondt zijn vordering op artikel 3:172 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Op grond van dit artikel delen de deelgenoten naar evenredigheid van hun aandelen in de opbrengst die het gemeenschappelijk goed oplevert, en moeten zij in dezelfde evenredigheid bijdragen in de uitgaven betreffende dit gemeenschapsgoed. De rechtsrelatie tussen deelgenoten in een onverdeelde boedel wordt mede beheerst door de redelijkheid en billijkheid.

Omdat, zoals hiervoor in conventie is overwogen, onvoldoende is gebleken van een tussen partijen andersluidende afspraak, zal de voorzieningenrechter het regime van artikel 3:172 BW tot uitgangspunt hebben te nemen. Dat betekent dat de vrouw naar evenredigheid, in dit geval voor de helft, dient bij te dragen in de hypothecaire lasten van de partijen in gemeenschappelijk eigendom toebehorende woningen te Nieuwvliet. Van enige strijdigheid met de redelijkheid en billijkheid is de voorzieningenrechter voorshands niet gebleken. Daar geen van de woningen op dit moment nog door een der partijen wordt bewoond, ligt het niet in de rede een der partijen tot betaling van de volledige lasten te verplichten. Voorts is gesteld noch gebleken dat de vrouw de helft van de hypotheeklasten niet zou kunnen betalen.

Het vorenstaande leidt ertoe dat de vordering in reconventie zal worden toegewezen, in die zin dat de vrouw zal worden veroordeeld de achterstand op de hypothecaire leningen die is ontstaan doordat zij vanaf december 2010 daarin niet voor de helft heeft bijgedragen aan te zuiveren, alsmede dat zij zal worden veroordeeld de helft van de op partijen rustende hypothecaire verplichtingen jegens de bank telkens stipt na te komen. De omstandigheid dat de vordering strekt tot betaling aan een derde, de bank, staat er niet aan in de weg dat de vordering in kort geding wordt toegewezen. Er is immers geen rechtsregel die zich daartegen verzet. Voor toewijzing van de mede gevorderde dwangsom ziet de voorzieningenrechter op dit moment onvoldoende aanleiding. De vrouw heeft er immers geen blijk van gegeven de hypotheeklasten niet te willen betalen. De verschuldigde boete, rente en kosten zal overigens worden toegewezen als gevorderd, nu de vrouw daartegen geen verweer heeft gevoerd.

Proceskosten

Gelet op het feit dat partijen ex-echtgenoten zijn, zullen de proceskosten in conventie en in reconventie tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

wijst de vordering van de vrouw af,

in reconventie

veroordeelt de vrouw de achterstand op de bij de ABN-AMRO Bank N.V. afgesloten hypothecaire leningen onder nummer [nummer] en nummer [nummer], die is ontstaan doordat zij vanaf december 2010 niet voor de helft daarin heeft bijgedragen, volledig in te lossen, te vermeerderen met de verschuldigde boete, rente en kosten,

veroordeelt de vrouw om de helft van de op partijen rustende hypothecaire verplichtingen jegens de ABN-AMRO Bank N.V. voor de toekomst telkens stipt na te komen, totdat deze verplichtingen rechtsgeldig zullen zijn geëindigd,

wijst het meer of anders gevorderde af,

in conventie en in reconventie

compenseert de kosten van dit geding, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2011.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature