Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Veroordeling van verdachte ter zake van artikel 6 Wegenverkeerswet tot een geldboete van €1.000,--. Verdachte is in de auto weggesuft, waardoor een aanrijding is ontstaan. Hierbij heeft een ander lichamelijk letsel opgelopen.

Uitspraak



Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-001557-10

Uitspraak d.d.: 21 juli 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Assen van 8 juni 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1956],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 7 juli 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde tot een geldboete van € 1.000,--, waarvan € 250,-- voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. D.C. Keuning, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen, omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 17 november 2009 in de gemeente [gemeente] als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de N34, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden doordat hij roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend is geweest, aangezien hij (onder meer)

toen een of meer vóór hem in dezelfde richting als hij over die weg rijdende auto('s) tot stilstand was/waren of werd(en) gebracht, althans langzaam reed/reden, dat door hem bestuurde motorrijtuig niet (tijdig) tot stilstand heeft gebracht, maar daarmee is gebotst en/of aangereden tegen (een van) die auto's,

waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 17 november 2009 in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een voertuig (motorrijtuig), daarmee rijdende op de weg, de N34, toen een of meer vóór hem in dezelfde richting als hij over die weg rijdende auto('s) tot stilstand was/waren of werd(en) gebracht, althans langzaam reed/reden, dat door hem bestuurde motorrijtuig niet (tijdig) tot stilstand heeft gebracht, maar daarmee is gebotst en/of aangereden tegen (een van) die auto's,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 17 november 2009 in de gemeente [gemeente] als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de N34, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden doordat hij aanmerkelijk onvoorzichtig is geweest, aangezien hij (onder meer)

toen vóór hem in dezelfde richting als hij over die weg rijdende auto's tot stilstand waren of werden gebracht, althans langzaam reden, dat door hem bestuurde motorrijtuig niet tijdig tot stilstand heeft gebracht, maar daarmee is aangereden tegen een van die auto's,

waardoor een ander genaamd [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het primair bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 , terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft op 17 november 2009 aanmerkelijk onvoorzichtig aan het verkeer deelgenomen. Verdachte reed na zijn werk naar huis en kreeg onderweg moeite om wakker te blijven. Hij overwoog om te stoppen en een dutje te gaan doen, maar besloot toch door te rijden. Op een gegeven moment sufte verdachte toch even weg en reed hij met grote snelheid tegen de voor hem stilstaande auto aan. Hierdoor heeft de bestuurder van de aangereden auto, [slachtoffer], lichamelijk letsel (onder meer de breuk van een middenhandsbeentje) opgelopen.

Hiernaast stelt het hof het volgende vast.

Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof getoond dat hij oprecht spijt heeft en dat het gebeurde grote impact op hem heeft gemaakt. Naar zijn zeggen gaat, telkens wanneer verdachte achter het stuur zit, de klap nog door hem heen. Daarnaast heeft verdachte na afloop van het ongeval meerdere malen contact gezocht met [slachtoffer] om te informeren hoe het met haar gaat.

Verdachte is als inspecteur gedetacheerd bij een particulier energiebedrijf in Zuid-Limburg, en is in zijn werkzaamheden afhankelijk van zijn auto. Hij inspecteert voornamelijk in de regio rondom zijn woonplaats en een enkele keer daarbuiten. Eens in de maand moet hij voor werkoverleg naar Zuid-Limburg afreizen.

Omtrent verdachte is door de Reclassering Nederland op 18 mei 2010 een Reclasseringsadvies uitgebracht, waarin (onder meer) de kans op recidive als laag wordt bestempeld, alsmede geconcludeerd is dat het opleggen van een rijontzegging voor verdachte zou betekenen dat hij zijn werkzaamheden niet meer uit kan voeren en dat de kans aanwezig is dat hij, vanwege de reorganisatie op het werk, boventallig wordt verklaard en zijn baan kwijtraakt.

Uit het de verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 18 mei 2011 blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten.

Gelet op alle omstandigheden van de zaak, de mate van schuld die het hof bewezen acht en de gevolgen van de aanrijding, is het hof van oordeel dat oplegging van een onvoorwaardelijke geldboete van na te noemen hoogte passend en geboden is. Bij de bepaling van de hoogte van de op te leggen geldboete zal het hof uitgaan van de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting ter zake van overtredingen van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 .

Anders dan de advocaat-generaal heeft gevorderd, ziet het hof - gelet op de (lage) recidivekans, de houding van verdachte en de afhankelijkheid van verdachte van zijn auto voor zijn werk - geen aanleiding aan verdachte een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen op te leggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6 en 175 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 1.000,00 (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. O. Anjewierden, voorzitter,

mr. E. de Witt en mr. E. Pennink, raadsheren,

in tegenwoordigheid van K.J. Reinke, griffier,

en op 21 juli 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. E. Pennink is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature