Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Termijnoverschrijding. Een betrokkene dient aannemelijk te maken dat er sprake is van omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Het pas in hoger beroep overleggen van stukken ter onderbouwing daarvan is in dit geval niet in strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde.

Uitspraak



WAHV 200.079.113

29 april 2011

CJIB 138219976

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam

van 26 november 2010

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats],

voor wie als gemachtigde optreedt mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De kantonrechter heeft geoordeeld dat het beroep tegen de inleidende beschikking niet tijdig is ingesteld en dat de officier van justitie daarom terecht dat beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. De kantonrechter heeft daartoe in zijn beslissing onder andere overwogen: " De kantonrechter acht de door de betrokkene aangevoerde omstandigheden niet aannemelijk. Minst genomen had van de betrokkene verwacht mogen worden dat hij een schriftelijke verklaring van zijn buurman in het geding bracht, waaruit blijkt dat de buurman inderdaad pas na het verstrijken van de beroepstermijn de enveloppe van het CJIB bij hem in de brievenbus heeft gedaan. Betrokkene is bovendien niet ter zitting verschenen om zijn stellingen ander (het hof leest: nader) toe te lichten. Onder die omstandigheden oordeelt de kantonrechter dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is."

2. Ingevolge het bepaalde in artikel 6, eerste lid, WAHV in verbinding met de artikelen 6:7 en 6: 8 Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient het beroep tegen de inleidende beschikking te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop de beschikking aan de betrokkene is toegezonden.

3. Blijkens de gedingstukken is de inleidende beschikking met dagtekening 1 februari 2010 aan de betrokkene toegezonden. De beroepstermijn eindigde derhalve op 15 maart 2010. Het beroepschrift is gedateerd 24 maart 2010 en het is blijkens een daarop gesteld stempel op 25 maart 2010 bij de CVOM ingekomen. Het beroep is dus niet tijdig ingesteld.

4. Artikel 6:11 Awb bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

5. De gemachtigde van de betrokkene voert daartoe het volgende aan. In het beroepschrift van 24 maart 2010 is aangevoerd dat niet tijdig administratief beroep kon worden ingesteld omdat de betrokkene de inleidende beschikking eerst na het verstrijken van de beroepstermijn ontving van de buurman bij wie die beschikking abusievelijk was bezorgd. Nu de gemachtigde noch de betrokkene is verzocht dit argument te onderbouwen met een verklaring van de buurman, en er geen reden is aan die in hoger beroep overgelegde verklaring te twijfelen, hebben de kantonrechter en de officier van justitie de termijnoverschrijding ten onrechte niet verschoonbaar geacht.

6. De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat het in appel nader onderbouwen van het beroep op verschoonbare termijnoverschrijding tardief is en concludeert tot bevestiging van de beslissing van de kantonrechter.

7. Het hof stelt voorop dat van een betrokkene die zich beroept op verschoonbare termijnoverschrijding mag worden verlangd dat hij aannemelijk maakt dat er sprake is van omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Dat brengt echter niet mee dat het in strijd is met de beginselen van een behoorlijke procesorde wanneer eerst in hoger beroep stukken worden overgelegd ter onderbouwing van dat beroep. Het hof zal de in het geding gebrachte verklaring daarom beoordelen.

8. De verklaring is gedateerd 13 december 2010 en luidt als volgt:

"Hierbij wil ik [getuige] meedelen dat de post van CJIB met beschikkingsnummer 9062542138219976 bij mij op post adres [adres getuige] was bezorgt die eigenlijk bestemd was voor mijn buurman [betrokkene] op [adres betrokkene]. Ik [getuige] was het helemaal vergeten de post van CJIB met hierboven genoemde beschikkingsnummer aan mijn buurman te geven. Ik heb het alsnog op 22-03-2010 de post van CJIB aan mijn buurman gegeven."

De gemachtigde heeft ter toelichting vermeld dat hij de betrokkene reeds lang geleden om een dergelijke verklaring heeft verzocht, maar dat die verklaring eerst hangende de procedure in hoger beroep werd ontvangen. Ook wijst hij erop dat het beschikkingsnummer is vermeld om duidelijk te maken welk poststuk het concreet betrof.

9. Het hof is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan de verklaring, als zijnde kennelijk strijdig met de waarheid, buiten beschouwing zou moeten worden gelaten. In aanmerking nemende dat uit de verklaring van [getuige] blijkt dat hij de inleidende beschikking op 22 maart 2010 aan de betrokkene heeft overhandigd, dat de betrokkene zich blijkens de gedingstukken op 23 maart 2010 tot de gemachtigde heeft gewend en het beroepschrift op 24 maart 2010 is ontvangen, acht het hof de termijnoverschrijding in dit geval verschoonbaar. Dat brengt mee dat de officier van justitie het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat de kantonrechter die beslissing ten onrechte in stand heeft gelaten. Het hof zal die beslissingen vernietigen en op de voet van artikel 20d van de WAHV het beroep tegen de inleidende beschikking beoordelen.

10. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 160,- opgelegd ter zake van “door onvoldoende zicht door de voorruit het verkeer in gevaar brengen” (feitcode K 175a), welke gedraging zou zijn verricht op 8 januari 2010 om 08.10 uur op de Putselaan te Rotterdam met het voertuig met het kenteken [AB-AB-00].

11. Deze gedraging is een overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 , dat luidt:

“Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.”

12. Namens de betrokkene wordt aangevoerd dat de gedraging niet kan zijn verricht. Als er sprake zou zijn geweest van onvoldoende zicht, hoe kan de betrokkene dan andere voertuigen hebben gezien en daaraan voorrang hebben verleend en hoe kan hij dan de politiebus zijn gevolgd nadat hij daartoe een teken kreeg?

13. In WAHV-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.

14. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in de aankondiging van beschikking houdt onder meer het volgende in:

“De ruiten voor en achter waren bedekt met een aangevroren laagje ijs. Hierdoor was er zeer beperkt zicht door de ramen. Betrokkene had geen enkele ruit schoongemaakt. De zijruiten waren ook met ijs bedekt.”

15. De betrokkene heeft geen specifieke feiten of omstandigheden aangevoerd op basis waarvan moet worden getwijfeld aan de waarneming van de verbalisant. Nu ook uit het dossier niet zulke feiten en omstandigheden blijken, is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. De enkele omstandigheid dat geen aanrijding heeft plaatsgevonden kan daaraan niet afdoen. Anders dan de betrokkene lijkt te veronderstellen, brengt die omstandigheid immers niet mee dat de gedraging niet kan zijn verricht.

16. Gelet op het voorgaande is de inleidende beschikking terecht aan de betrokkene opgelegd, zodat het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond dient te worden verklaard.

17. Nu de beslissingen van de officier van justitie en de kantonrechter worden vernietigd, acht het hof termen aanwezig om de proceskosten van de betrokkene in verband met het beroep bij de kantonrechter en het hoger beroep te vergoeden. De kostenvergoeding wordt als volgt berekend: voor zowel het beroepschrift bij de kantonrechter als het hoger beroepschrift 1 punt en voor het indienen van een nadere toelichting 0,5 punt met toepassing van de wegingsfactor 0,25 (zeer licht). Derhalve zal het hof de advocaat-generaal veroordelen tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 273,13 (2,5 punt x € 437,- x 0,25).

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 20 april 2010;

verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 273,13 en bepaalt dat dit dient te geschieden door overmaking van dit bedrag op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Meerts te Beegden.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature