Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Promis vonnis - inhoudsindicatie: Veroordeling tot 24 maanden jeugddetentie en PIJ-maatregel voor poging doodslag op en mishandeling van homoseksuele mannen met wie via internet een afspraak is gemaakt., diefstal, vrijheidsberoving en brandstichting.

Verdachte, destijds 17 jaar, heeft samen met zijn meerderjarige medeverdachte in drie gevallen excessief geweld toegepast. In twee van de drie gevallen betrof het hetzelfde slachtoffer. Het andere slachtoffer is korte tijd van zijn vrijheid beroofd en zijn auto is gestolen en daarna in brand gestoken. Bij een vierde “afspraak” is het slachtoffer kunnen vluchten, waardoor diens verwondingen beperkt zijn gebleven.

Uitspraak



RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/703377-10

vonnis van de meervoudige kamer, belast met de behandeling van zaken van minderjarigen, d.d. 8 juli 2011

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte]

thans gedetineerd in Het Keerpunt Opvang- en Behandelcentrum te Cadier en Keer, Pater Kustersweg 8.

Raadsman is mr. R. Gijsen, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 2 maart 2011 en 24 juni 2011, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1

primair: samen met anderen heeft geprobeerd om [slachtoffer 1] te doden om zodoende die [slachtoffer 1] te kunnen beroven;

subsidiair:

A: samen met anderen heeft geprobeerd om [slachtoffer 1] te doden, dan wel samen met anderen [slachtoffer 1] zwaar heeft mishandeld en/of

B: die [slachtoffer 1] heeft beroofd.

Feit 2

primair: samen met anderen heeft geprobeerd om [slachtoffer 2] te doden om zodoende die [slachtoffer 2] te kunnen beroven;

subsidiair:

A: samen met anderen heeft geprobeerd om [slachtoffer 2] te doden, dan wel samen met anderen [slachtoffer 2] zwaar heeft mishandeld en/of

B: die [slachtoffer 2] heeft beroofd.

Feit 3

Samen met anderen [slachtoffer 2] van zijn vrijheid heeft beroofd door die [slachtoffer 2] te dwingen om in de kofferruimte van zijn eigen personenauto plaats te nemen, vervolgens die kofferruimte dicht te maken en daarna met die personenauto te gaan rijden.

Feit 4

primair: samen met anderen een personenauto in brand heeft gestoken waardoor de zich daarin bevindende goederen in gevaar werden gebracht;

subsidiair: samen met anderen een personenauto en een laptop van [slachtoffer 2] heeft vernield.

Feit 5

primair: samen met anderen heeft geprobeerd om [slachtoffer 3] zwaar te mishandelen;

subsidiair: samen met anderen [slachtoffer 3] heeft mishandeld.

Feit 6

primair: samen met anderen heeft geprobeerd om [slachtoffer 1] te doden om zodoende die [slachtoffer 1] te kunnen beroven;

subsidiair:

A: samen met anderen heeft geprobeerd om [slachtoffer 1] te doden, dan wel samen met anderen [slachtoffer 1] zwaar heeft mishandeld en/of

B: die [slachtoffer 1] heeft beroofd.

3 De voorvragen

De raadsman is van mening dat de dagvaarding nietig dient te worden verklaard voor zover deze ziet op de feiten 1 primair, 2 primair en 6 primair.

Deze feiten betreffen telkens een poging tot een gekwalificeerde doodslag als bedoeld in artikel 288 van het Wetboek van Strafrecht. Uit dit artikel volgt dat in de tenlastelegging tot uitdrukking dient te worden gebracht dat de (poging tot) doodslag wordt gevolgd, vergezeld of voorafgegaan van een ander strafbaar feit en bovendien dat de (poging tot) doodslag wordt gepleegd met het oogmerk op (een vorm van) begunstiging c.q. facilitering van het oorsprongsfeit. In de onderhavige tenlastelegging is dit telkens als volgt uitgedrukt:

“Welk medeplegen van poging tot doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden of gemakkelijk te maken (…)”.

De raadsman heeft naar voren gebracht dat aldus tenlastegelegd de delictsomschrijving een cirkelredenering bevat; het als tweede vermelde “dat feit” verwijst namelijk naar het eerder vermelde “enig strafbaar feit” en dus niet naar de poging tot doodslag. Als gevolg hiervan brengt de tenlastelegging niet tot uitdrukking dat de poging tot doodslag ten dienste stond aan de diefstal met geweld en/of de afpersing. De tenlastelegging is dan ook volgens de raadsman onleesbaar, onbegrijpelijk dan wel innerlijk tegenstrijdig.

Voorts heeft de raadsman naar voren gebracht dat in de delictsomschrijving betreffende de genoemde feiten 1 primair, 2 primair en 6 primair onvoldoende tot uitdrukking is gebracht welke afzonderlijke gedragingen de (poging tot) doodslag zouden opleveren en welke afzonderlijke gedragingen de diefstal met geweld c.q. afpersing. Nu er geen duidelijk onderscheid wordt gemaakt welke feiten hebben bijgedragen tot de verwezenlijking van de afzonderlijke feiten, is de dagvaarding onbegrijpelijk dan wel onleesbaar of innerlijk tegenstrijdig en dient deze ten aanzien van de bovenvermelde feiten nietig te worden verklaard.

Daarnaast zijn in de delictsomschrijving van de feiten 1 primair en 2 primair ten aanzien van de diefstal met geweld en/of afpersing, naast de feitelijke gedragingen die de poging tot doodslag opleveren, feitelijke gedragingen tenlastegelegd die niet als (bedreiging met) geweld kunnen worden beschouwd. Het betreft met betrekking tot feit 1 primair:

“en/of (daarbij) (dwingend en boos) heeft/hebben geroepen dat hij zijn jas en kleren uit moest trekken, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking”.

Met betrekking tot feit 2 primair betreft het:

“die [slachtoffer 2] heeft/hebben gedwongen in de kofferruimte van een personenauto plaats te nemen en/of vervolgens de kofferruimte van die personenauto dicht te maken;

(vervolgens) met de personenauto waarbij die [slachtoffer 2] zich in de kofferruimte bevond is/zijn gaan rijden;

(vervolgens) die [slachtoffer 2] heeft/hebben gedwongen uit de kofferruimte te komen/stappen;

(vervolgens) tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: “Ga maar helemaal het pad af, niet omkijken anders schieten we je neer”.”

De rechtbank overweegt ten aanzien van de door de raadsman gestelde onleesbaarheid, onbegrijpelijkheid dan wel innerlijke tegenstrijdigheid van de dagvaarding het volgende.

Daar waar het de feiten 1 primair, 2 primair en 6 primair betreft is de tekst van de tenlastelegging nagenoeg woordelijk in overeenstemming met de tekst van artikel 288 van het Wetboek van Strafrecht. Het ware wellicht voor de leesbaarheid van de tenlastelegging beter geweest wanneer nog tussen “ van enig strafbaar feit” en “gepleegd” de woorden “en werd” zouden zijn geplaatst, maar die kleine syntactische kanttekening kan niet afdoen aan het oordeel dat, in het licht van het dossier, voldoende duidelijk is wat de aard en strekking van het verwijt is. De rechtbank heeft daarbij ook in aanmerking genomen dat ter terechtzitting de verdachte er nimmer blijk van heeft gegeven niet te begrijpen wat hem werd tenlastegelegd.

Ten aanzien van de verfeitelijking van de poging tot doodslag en de diefstal met geweld en/of afpersing zoals onder de feiten 1 primair, 2 primair en 6 primair tenlastegelegd overweegt de rechtbank dat niets eraan in de weg staat om beide bestanddelen door middel van dezelfde gedragingen te verfeitelijken. Ook hierbij geldt dat de tenlastelegging bezien moet worden in samenhang met het dossier, hetgeen de tekst van de tenlastelegging voldoende duidelijk en begrijpelijk maakt, en dat verdachte ter terechtzitting er nimmer blijk van heeft gegeven niet te begrijpen wat hem werd tenlastegelegd.

Ten aanzien van het onder feit 1 primair tenlastegelegde dwingend en boos roepen dat het slachtoffer zijn kleren uit moest trekken, is de rechtbank van oordeel dat dit, bezien in het licht van alle omstandigheden - met name het geweld dat hieraan reeds vooraf was gegaan - , kan worden beschouwd als een bedreiging met geweld. Ditzelfde geldt ten aanzien van het onder feit 2 primair tenlastegelegde dwingen van het slachtoffer om in de kofferruimte van de personenauto plaats te nemen.

Op grond van het bovenstaande verwerpt de rechtbank het verweer van de raadsman. Zij is derhalve van oordeel dat de dagvaarding geldig is.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het oordeel van de rechtbank

Inleiding

In een periode van ongeveer een maand, van de nacht van 19 op 20 juli 2010 tot en met 18 augustus 2010, zijn in Sittard drie homoseksuele mannen het slachtoffer geworden van bruut geweld. Een van de mannen, [slachtoffer 1], zelfs twee keer. In elk van de vier gevallen werd het slachtoffer door de daders naar een afgelegen plek in Sittard-Geleen gelokt door met het slachtoffer via de internetsite bullchat.nl, een chatsite gericht op homo- en biseksuele personen, een afspraak te maken.

Eenmaal aangekomen op de afgesproken plek,werd het slachtoffer vervolgens zonder pardon door de daders in elkaar geslagen. Het gebruik van buitensporig geweld werd daarbij niet geschuwd.

In drie van de vier gevallen werden spullen van de slachtoffers gestolen. In een van die drie gevallen werd het slachtoffer zelfs, nadat deze door de daders in elkaar geslagen was, gedwongen om zwaargewond in de kofferbak van zijn eigen auto plaats te nemen waarna de kofferbak werd dichtgemaakt en de daders met het slachtoffer naar Duitsland reden. Aangekomen in Duitsland, ongeveer een kwartier later, moest het slachtoffer uit de kofferbak van zijn auto kruipen en werd hij gedwongen om een veldweg af te lopen waarbij tegen het slachtoffer werd gezegd dat hij niet mocht omkijken, want dan zou hij worden neergeschoten. De auto is twee dagen later in Duitsland in brand gestoken, omdat de daders mogelijke sporen van hun daden wilden vernietigen.

Bij de beoordeling van het bewijs dat voor deze zeer ernstige feiten in het dossier voorhanden is, houdt de rechtbank een chronologische volgorde aan.

Feit 6 (De nacht van 19 op 20 juli 2010)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde, de poging tot doodslag met het oogmerk om [slachtoffer 1] te beroven dan wel af te persen, wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Het standpunt van de raadsman

Naar de mening van de raadsman is enkel ingeval de rechtbank het schoppen of trappen tegen het hoofd van [slachtoffer 1] door verdachte bewezen acht, sprake van voorwaardelijk opzet op de dood van [slachtoffer 1]. Er is echter volgens de raadsman onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat [slachtoffer 1] is geschopt. Indien wel het slaan of stompen bewezen kan worden verklaard, dient ermee rekening te worden gehouden dat niet ten laste is gelegd dat tegen het hoofd is geslagen. Er is derhalve onvoldoende bewijs dat verdachte het voorwaardelijk opzet op de dood van [slachtoffer 1] heeft gehad.

Het oordeel van de rechtbank

In de nacht van 12 op 13 augustus 2010 is in het Stadspark te Sittard [slachtoffer 1] het slachtoffer geworden van ernstig geweld. Naar aanleiding hiervan heeft de moeder van het slachtoffer, [moeder slachtoffer 1], bij de politie verklaard dat haar zoon reeds eerder werd mishandeld.

Op 11 oktober 2010 heeft [slachtoffer 1] alsnog aangifte gedaan van de eerdere mishandeling waarvan hij slachtoffer is geworden. In zijn aangifte verklaart hij niet meer te weten wanneer, waar en wat er is gebeurd, hij is een heel stuk van zijn geheugen kwijt. Volgens hem, bevestigd door zijn moeder [moeder slachtoffer 1], heeft hij bij die mishandeling een dik rechteroog en een flinke buil op het achterhoofd opgelopen. Zijn moeder heeft in haar verklaring aangegeven dat deze mishandeling heeft plaatsgevonden in de nacht van 19 op 20 juli 2010 in de buurt van het zwembad te Sittard.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat [medeverdachte 1] op het idee kwam om homo’s te mishandelen en in deze zaak heeft [medeverdachte 1] het slachtoffer opgewacht. De man kwam uit de richting van het zwembad te Sittard en [medeverdachte 1] en de man zijn een plaats gaan uitzoeken. Nadat [medeverdachte 1] en de man het donker ingelopen waren, zag hij dat [medeverdachte 1] zich omdraaide en de man direct een klap gaf. Door de klap lag het slachtoffer op de grond. Hij is er naar toe gerend, heeft het slachtoffer tegen de rug geschopt en is weggerend. Het horloge van de man is meegenomen. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij [slachtoffer 1] heeft geslagen en geschopt. Hij heeft verklaard dat hij [slachtoffer 1], terwijl deze op de grond lag, een schop heeft gegeven in de buik of tegen het bovenlichaam.

[medeverdachte 1] heeft verspreid over diverse verhoren bij de politie verklaard - verkort en zakelijk weergegeven - dat dit de eerste keer was dat ze met iemand hadden afgesproken en daarna in elkaar hadden geslagen. Op die avond was hij bij [medeverdachte 2] thuis. Daar waren ook aanwezig verdachte, [medeverdachte 3], [medeverdachte 5], [medeverdachte 8]en een neefje van [medeverdachte 3] ([medeverdachte 9]). Hij heeft samen met verdachte de afspraak gemaakt met het latere slachtoffer [slachtoffer 1] via bullchat.nl. [medeverdachte 1] is samen met verdachte op de scooter naar de afgesproken plek gegaan. De anderen gingen op de fiets. Op de afgesproken plek zijn de jongens achter een steen gaan zitten en is hij op het pad gaan staan. [slachtoffer 1] kwam, zette zijn fiets neer en [medeverdachte 1] is naar hem toegelopen. Hij heeft hem een hand gegeven waarna ze samen een paadje ingelopen zijn Op dat moment zei iedereen dat hij hem moest slaan, aldus [medeverdachte 1]. [medeverdachte 1] heeft het slachtoffer in zijn gezicht geslagen waarna deze is gevallen. Toen kwam iedereen aanrennen. Verdachte heeft, volgens [medeverdachte 1], het slachtoffer geschopt. [medeverdachte 3] heeft hem later verteld ook iets gedaan te hebben.

Verdachte heeft het horloge van [slachtoffer 1] afgepakt en hijzelf heeft het slachtoffer twee of drie keer geslagen in zijn gezicht. Ook verdachte heeft volgens [medeverdachte 1] het slachtoffer twee of drie keer geslagen en heeft tegen het hoofd van het slachtoffer getrapt. Later heeft hij, [medeverdachte 1], die man nog met de platte hand in de zij of rug geslagen. Toen zijn ze allemaal weggerend. Iedereen rende daarbij langs de man.

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij met verdachte, [medeverdachte 1], [medeverdachte 4]en [medeverdachte 5] bij [medeverdachte 2] thuis was. [medeverdachte 1] zat op zijn laptop en kwam op het idee om een homo in elkaar te slaan. Op de fiets zijn ze allemaal naar de afgesproken plek gegaan en aldaar hebben zij zich verstopt. Afgesproken was dat [medeverdachte 1] de eerste klap zou uitdelen. Dan zou iedereen naar voren rennen en was aan jezelf de keuze of je nog iets zou doen. [medeverdachte 1] heeft de jongen een klap gegeven en de jongen ging naar de grond. Verdachte heeft de jongen in zijn gezicht en maag gestampt. Zelf heeft hij de jongen, die nog steeds op de grond lag, in zijn buik geschopt.

Het tegen [slachtoffer 1] gepleegde geweld

Op basis van het voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat [medeverdachte 1] deze avond het plan heeft geopperd om een homo in elkaar te gaan slaan. [medeverdachte 1] heeft [slachtoffer 1] neergeslagen en toen [slachtoffer 1] op de grond lag, zijn de anderen in de richting van [medeverdachte 1] en het slachtoffer gerend. Daarbij hebben [medeverdachte 1], verdachte en [medeverdachte 3] geweldshandelingen gepleegd tegen het slachtoffer.

Op grond van de aangifte, de verklaring van de getuige [moeder slachtoffer 1], de verklaring van [medeverdachte 1] en de verklaring van [medeverdachte 3] stelt de rechtbank vast dat verdachte [slachtoffer 1] heeft geslagen en geschopt, onder meer tegen het hoofd.

De rechtbank overweegt dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte het bloot opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer 1]. Echter, door te schoppen tegen het hoofd, een zeer kwetsbaar deel van het lichaam, heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer 1] ten gevolge daarvan zou komen te overlijden. In die zin heeft hij wel het voorwaardelijk opzet op de dood van [slachtoffer 1] gehad. Derhalve acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich ten opzichte van [slachtoffer 1] heeft schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag (feit 6 subsidiair onder A primair).

Gelet op de bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 1], hetgeen onder meer blijkt uit het feit dat er afspraken zijn gemaakt over hoe het geweld gepleegd zou gaan worden en het door beiden uitvoeren van geweldshandelingen, is er ten aanzien van dit feit sprake van medeplegen.

De diefstal (feit 6 subsidiair onder B)

Op grond van de aangifte, de verklaring van verdachte en de verklaring van [medeverdachte 1] acht de rechtbank eveneens wettig en overtuigend dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van het horloge van [slachtoffer 1] (feit 6 subsidiair onder B primair). Gelet op de bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 1] is er ook ten aanzien van dit feit sprake van medeplegen.

Vrijspraak van het onder 6 primair tenlastegelegde

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de poging tot doodslag is gepleegd met het oog op de diefstal dan wel de afpersing van de goederen van [slachtoffer 1]. Naar het oordeel van de rechtbank was het primaire oogmerk van verdachte en zijn mededader het plegen van geweld tegen [slachtoffer 1] en hebben verdachte en zijn mededader gaandeweg besloten om ook goederen van het slachtoffer weg te nemen. Derhalve acht zij het onder 6 primair tenlastegelegde, de poging tot doodslag gepleegd met oogmerk om [slachtoffer 1] te beroven dan wel af te persen, niet wettig en overtuigend bewezen en zal zij verdachte daarvan vrijspreken.

Feit 1 (Eerste incident op 13 augustus 2010)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde, de poging tot doodslag met het oogmerk om [slachtoffer 1] te beroven dan wel af te persen, wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Het standpunt van de raadsman

Naar de mening van de raadsman is enkel sprake van voorwaardelijk opzet op de dood ingeval de rechtbank bewezen acht dat verdachte zelf tegen het hoofd van [slachtoffer 1] heeft geschopt. Er is echter onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat [slachtoffer 1] tegen het hoofd is geschopt.

Het oordeel van de rechtbank

Op 13 augustus 2010 heeft aangever [slachtoffer 1] via de chatsite bullchat.nl met een man een afspraak gemaakt om elkaar die nacht te ontmoeten bij het speeltuintje in het stadspark in Sittard. Omstreeks 02.00 uur is [slachtoffer 1] naar het stadspark vertrokken en toen hij bij de afgesproken plek aankwam, zag hij dat daar een man stond te wachten. De man was zeer grof gebekt en schold hem onder meer uit voor pisnicht. Meteen sloeg de man [slachtoffer 1]. De man riep vervolgens een tweede man erbij. Die tweede man was er heel vlug bij en begon ook meteen te slaan en te schoppen. [slachtoffer 1] smeekte hen om te stoppen met slaan en schoppen, maar zij gingen gewoon door. Ook hebben de mannen [slachtoffer 1] tegen de grond gegooid. Ook toen hij op de grond lag bleven zij doorgaan met slaan en schoppen. Zij schopten en sloegen tegen zijn hoofd en bovenlichaam. Zij sloegen met vuisten en de beide mannen droegen sneakers. [slachtoffer 1] voelde veel pijn bij zijn gezicht en bij zijn ribben.

Van het door [slachtoffer 1] opgelopen letsel steken foto’s in het dossier. Op die foto’s is op de rug en op het voorhoofd van [slachtoffer 1] een schoenafdruk zichtbaar.

Een forensisch geneeskundige heeft op 13 augustus 2011 bij [slachtoffer 1] de volgende letsels geconstateerd:

- een zwelling, roodheid en oppervlakkige huidverwondingen in het gelaat, waarbij er een soort patroon/profiel herkenbaar lijkt te zijn op met name het voorhoofd rechts en boven de neus;

- een forse zwelling en rood/paarse bloeduitstorting van het rechteroog tot op het jukbeen, met bloeding in het oogwit;

- kneuzing, roodheid, zwelling en bloeduitstorting van de rechteroorschelp;

- een zogenaamd “battle-sign” achter het linkeroor;

- slijmvlieswondjes en puntvormige bloedinkjes aan de binnenzijde van de onderlip;

- oppervlakkige huidverwondingen, waarbij opnieuw een “profiel” herkenbaar lijkt op de rechterschouder, de rug en op de linkerschouder, aan de achterzijde en de bovenzijde.

[slachtoffer 1] is bij de mishandeling tevens een aantal goederen kwijtgeraakt. Het betreft onder meer een horloge en een sigarettendoosje.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat [medeverdachte 1] met het idee kwam om voor de tweede keer een seksafspraak te maken. Dit werd de afspraak met [slachtoffer 1] op 13 augustus 2010. [medeverdachte 1] zei tegen hem dat hij met dezelfde persoon een afspraak had gemaakt als de vorige keer en [medeverdachte 1] vroeg of verdachte de eerste klap wilde geven. Op de plek van de seksafspraak, het speeltuintje in het stadspark in Sittard, had [medeverdachte 1] zich in de struiken verstopt en verdachte zat op de glijbaan te wachten. [slachtoffer 1] kwam aan op de fiets, stapte af en liep naar verdachte toe. Verdachte sloeg hem direct tegen de rechterkant van zijn gezicht, waarna [medeverdachte 1] [slachtoffer 1] omver duwde. Verdachte heeft hem meermalen geschopt toen hij op de grond lag. Hij schopte tegen het bovenlichaam, het gezicht, het hoofd. Verdachte en [medeverdachte 1] hadden niet afgesproken dat zij spullen van het slachtoffer zouden meenemen. Verdachte vond dat niet belangrijk. Verdachte en [medeverdachte 1] hebben een doosje met mintsigaretten en het horloge van [slachtoffer 1] meegenomen.

[medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat hij [slachtoffer 1] bij zijn middel heeft gepakt en op de grond heeft gelegd en drie keer tegen zijn benen en een keer tegen zijn kont heeft getrapt. Verdachte trapte, volgens [medeverdachte 1], als een gek tegen [slachtoffer 1] aan.

Het tegen [slachtoffer 1] gepleegde geweld

Naar het oordeel van de rechtbank dienen verdachte en [medeverdachte1] als medeplegers te worden aangemerkt gelet op de bewuste en nauwe samenwerking die er tussen beiden heeft bestaan. Deze samenwerking blijkt uit de omstandigheid dat zij samen het plan hebben gemaakt om opnieuw een homoseksuele man in elkaar te gaan slaan met wie zij, evenals bij de mishandeling van [slachtoffer 1] in de nacht van 19 op 20 juli 2010, wederom via de chatsite bullchat.nl een afspraak hadden gemaakt.

Als medepleger zijn verdachte ook de gedragingen van zijn mededader aan te rekenen. Zeker als beiden een even ver strekkend opzet hebben gehad. Dat van dat laatste in dit geval geen sprake zou zijn, acht de rechtbank niet aannemelijk geworden. Verdachte en [medeverdachte 1] hadden eerder een homoseksuele man belaagd en elk van hen wist daardoor waartoe de ander bereid en in staat was. Dit heeft geen van beiden weerhouden wederom een dergelijk plan op te zetten en uit te voeren.

Gegeven het medeplegen is niet van belang wie [slachtoffer 1] nu tegen het hoofd heeft geslagen of geschopt. Dat van schoppen sprake is geweest, oordeelt de rechtbank bewezen gelet op de aangifte, waarin [slachtoffer 1] onder meer heeft verklaard dat zijn belagers hem tegen zijn hoofd en bovenlichaam sloegen en schopten toen hij op de grond lag. Deze aangifte vindt namelijk steun in de foto’s van het letsel van [slachtoffer 1] waarop zichtbaar is dat hij een schoenafdruk op zijn voorhoofd heeft en vindt ook steun in de letselbeschrijving waarin wordt beschreven dat op het voorhoofd van [slachtoffer 1] een profiel zichtbaar lijkt.

Voorts heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij [slachtoffer 1] meermalen heeft geschopt toen hij op de grond lag, onder meer tegen het hoofd. Wel heeft verdachte deze uitspraak ter terechtzitting genuanceerd door vervolgens te verklaren dat hij het niet meer precies weet, maar deze nuancering kan verdachte, zoals opgemerkt, niet baten.

De rechtbank overweegt dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte en zijn mededader het bloot opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer 1]. Echter, door te schoppen tegen het hoofd, een zeer kwetsbaar deel van het lichaam, heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer 1] ten gevolge daarvan zou komen te overlijden. Zodoende heeft hij wel het voorwaardelijk opzet op de dood van [slachtoffer 1] gehad. Derhalve acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich ten opzichte van [slachtoffer 1] heeft schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag (feit 1 subsidiair onder A primair).

De diefstal (feit 1 subsidiair onder B)

Op grond van de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte acht de rechtbank eveneens wettig en overtuigend dat verdachte zich samen met [medeverdachte 1] schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van het horloge en het sigarettendoosje van [slachtoffer 1] (feit 1 subsidiair onder B primair).

Vrijspraak van het onder feit 6 primair tenlastegelegde

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gepleegde poging tot doodslag is gepleegd met het oog op de diefstal dan wel de afpersing van de goederen van [slachtoffer 1]. Naar het oordeel van de rechtbank was het primaire oogmerk van verdachte en zijn mededader het plegen van geweld tegen [slachtoffer 1] en hebben verdachte en zijn mededader gaandeweg besloten om ook goederen van het slachtoffer weg te nemen. Derhalve acht zij het onder 1 primair tenlastegelegde, de poging tot doodslag gepleegd met oogmerk om [slachtoffer 1] te beroven dan wel af te persen, niet wettig en overtuigend bewezen en zal zij verdachte daarvan vrijspreken.

Feiten 2 en 3 (Tweede incident op 13 augustus 2010)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde, de poging tot doodslag met het oogmerk om [slachtoffer 2] te beroven dan wel af te persen, wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Het standpunt van de raadsman

De raadsman heeft naar voren gebracht dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om bewezen te kunnen verklaren dat verdachte en/of [medeverdachte 1] tegen het hoofd of het gezicht van [slachtoffer 2] heeft/hebben geschopt.

Met betrekking tot de diefstal dan wel afpersing van goederen van [slachtoffer 2] heeft de raadsman naar voren gebracht dat dit alleen bewezen kan worden verklaard voor zover het betreft een geldbedrag van € 42,- en de goederen waarover verdachte en [medeverdachte 1] hebben verklaard dat zij deze hebben weggenomen.

Het oordeel van de rechtbank

Aangever [slachtoffer 2] heeft op 12 augustus 2010 via bullchat.nl een afspraak gemaakt met een jongen uit Sittard om elkaar op 13 augustus 2010 te ontmoeten in de wijk [L] te Sittard. In de broekzak van [slachtoffer 2] bevond zich ten tijde van zijn aangifte een briefje met de tekst “[M/D.weg]”. [slachtoffer 2] is omstreeks 03.00 uur thuis vertrokken. Eenmaal aangekomen op de afgesproken plek is hij een zandpad ingereden. Daar zag hij toen een jongen links van de weg staan. [slachtoffer 2] is uitgestapt en een stukje met de jongen meegelopen. De jongen liep voor hem en [slachtoffer 2] had pas een paar stappen gezet toen hij opeens op de grond lag. Hij voelde dat hij geslagen werd terwijl hij op de grond lag. Hij voelde dat hij heel veel pijn had en ook nog in zijn buik werd geschopt. Hij weet dat dit door twee personen is gebeurd. Hij werd geslagen en geschopt. Een schop kan hij zich nog heel goed herinneren. Het ging om een schop tegen zijn hoofd toen hij op de grond lag. Op dat moment zag hij sterren. Hij heeft meerdere keren geroepen “Hou op” maar ze bleven maar doorgaan. Hij is op weten te staan en zag dat een jongen een lang smal voorwerp in een van zijn handen vast had. Daarna voelde hij een klap achter op zijn hoofd en viel op de grond. Deze klap deed echt pijn en hij zag sterren. Hij stond weer op en wilde naar zijn auto rennen. De jongens kwamen achter hem aan en hij werd tegen de grond geduwd. Iemand riep toen: “Klep open maken”. [slachtoffer 2] begreep het niet en deed niets. Vervolgens werd hij weer hard in zijn zij geschopt. Hij begreep hierdoor dat hij de klep van de auto moest openen, hetgeen ook door de twee jongens werd gezegd. [slachtoffer 2] moest opstaan en in de kofferruimte gaan liggen. De jongens schopten nog tegen zijn schenen omdat het niet snel genoeg ging. Ze deden de klep dicht. [slachtoffer 2] lag in de kofferruimte en merkte dat de auto ging rijden. [slachtoffer 2] schat dat het rijden ongeveer een kwartier heeft geduurd. Op een gegeven moment stopte de auto en werd de motor uitgezet. [slachtoffer 2] hoorde dat een van de mannen zei: “Je gaat straks lopen en je kijkt niet achterom, anders schieten we je neer”. Daarna zei een van beide mannen nog eens: “Niet kijken, gewoon doorlopen, anders schieten we je neer”.

Op 13 augustus omstreeks 04.48 uur komt er bij de Duitse politie een melding binnen betreffende een hulpeloze persoon. De melding is gedaan door iemand die zich op dat moment in het in Duitsland gelegen Gangelt bevond. Door de Duitse politie is [slachtoffer 2] vervolgens in zwaar gewonde toestand naar het ziekenhuis in Geilenkirchen gebracht.

In het ziekenhuis zijn van het lestel van [slachtoffer 2] foto’s gemaakt. Hierop is zichtbaar dat [slachtoffer 2] ernstige verwondingen heeft in zijn gelaat, aan zijn arm, zijn elleboog en aan zijn linkerhand en dat zijn bovenlichaam voor een zeer groot deel blauw verkleurd is. Blijkens de geneeskundige verklaring, die is opgemaakt naar aanleiding van een onderzoek in het ziekenhuis op 13 augustus 2010, is er onder meer sprake van een hersenschudding, een neusbreuk, een breuk van de rechterschouder, storingen in het bewustzijn en meerdere kneuzingen/bloeduitstortingen in het gelaat, aan het hoofd, in de nek, aan de schouder en op de borstkas.

Ook is [slachtoffer 2] door dit voorval meerdere spullen kwijtgeraakt, onder meer zijn auto, rijbewijs, kentekenpapieren, laptop, een portemonnee met creditcard en bankpasjes, 100 Euro contant geld, TomTom, fotocamera met toebehoren, bril, jas en een verrekijker.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat medeverdachte [medeverdachte 1] na de eerdere mishandeling van [slachtoffer 1] diezelfde nacht opnieuw met een man een seksafspraak heeft gemaakt. De persoon met wie de afspraak was gemaakt kwam met zijn auto naar de [K.berg] in Sittard. De afspraak tussen verdachte en [medeverdachte 1] was dat [medeverdachte1] lokaas zou zijn en het slachtoffer zou opwachten. Verdachte had een stok in zijn handen. [medeverdachte1] deelde de eerste klap uit en vervolgens rende het slachtoffer weg.

Verdachte heeft voorts ter terechtzitting verklaard dat hij [slachtoffer 2] vervolgens met een stok op het hoofd en op zijn bovenlichaam heeft geslagen. [slachtoffer 2] rende terug, dat wil zeggen in de richting van zijn auto, en verdachte gaf hem toen een klap met de stok. Daardoor kwam [slachtoffer 2] op de grond terecht. Vervolgens hield verdachte hem met zijn knie tegen de grond. [medeverdachte 1] schreeuwde tegen [slachtoffer 2]: “Hoe gaat de kofferbak open?” Daarna maakte [slachtoffer 2] de kofferbak open. [medeverdachte 1] haalde de camera uit de kofferbak en riep tegen de man dat hij in de kofferbak moest gaan liggen. Toen de man in de kofferbak lag, zei [medeverdachte 1] dat zij naar Duitsland moesten rijden. Ze zijn toen naar Duitsland gereden en hebben de man vervolgens ergens bij een veld uit de auto gelaten. [medeverdachte 1] zei: “Niet omkijken of we schieten.” Verdachte herhaalde dat. Daarna zijn ze teruggereden naar Sittard. Ze hebben geld -dat in een beurs zat-, een camera, sigaretten en een TomTom uit de auto weggenomen. [medeverdachte 1] zou de spullen gaan verkopen. De TomTom is bij verdachte terechtgekomen. Verdachte heeft verklaard dat het zou kunnen dat hij [slachtoffer 2] heeft geslagen en geschopt. Hij weet niet waar. In de auto lag € 42,-. In de auto lag ook een GSM. Deze heeft verdachte kapot gemaakt en weggegooid.

[medeverdachte 1] heeft bij zijn verhoor door de politie verklaard dat verdachte, na de mishandeling van [slachtoffer 1] op diezelfde dag, nog een keer een homo in elkaar wilde slaan. Verdachte had via Google een plek gevonden voor de nieuwe afspraak, te weten de [K.berg] in Sittard. [medeverdachte 1] stond op de afgesproken plek toen [slachtoffer 2] met zijn auto arriveerde. Verdachte was in de bosjes gaan zitten. Nadat [slachtoffer 2] was uitgestapt, is [medeverdachte 1] een stukje met hem meegelopen en heeft hem vervolgens een klap gegeven. Op dat moment rende verdachte uit de bosjes met een dikke stok en met deze stok heeft verdachte op [slachtoffer 2] ingeslagen. [slachtoffer 2] kon nog wegrennen. Daarna sloeg verdachte zo hard dat [slachtoffer 2] op de grond viel. Hij stond weer op en rende naar zijn auto. Toen sloeg verdachte opnieuw en knalde [slachtoffer 2] heel hard tegen zijn eigen auto op.

Het tegen [slachtoffer 2] gepleegde geweld

De rechtbank overweegt dat zij de aangifte van [slachtoffer 2] geloofwaardig acht. Hierin heeft hij onder meer verklaard dat hij tegen het hoofd is geschopt terwijl hij op de grond lag. Deze schop was zo hard dat hij “sterren zag”. Ook is hij met een lang smal voorwerp op zijn hoofd geslagen tengevolge waarvan hij op de grond is gevallen en hij “sterren zag”. Aan de hand van de verklaring van verdachte stelt de rechtbank vast dat het lange smalle voorwerp een stok betreft en dat verdachte [slachtoffer 2] hiermee heeft geslagen. Uit de omstandigheid dat [slachtoffer 2] na deze klap meteen op de grond is gevallen en “ sterren zag”, leidt de rechtbank af dat de stok dient te worden beschouwd als een hard voorwerp.

Voorts overweegt de rechtbank dat het ernstige letsel, onder meer een hersenschudding en storingen in het bewustzijn, passen bij een schop en een klap met een hard voorwerp tegen het hoofd.

Anders dan de raadsman begrijpt de rechtbank de aangiftes aldus dat [slachtoffer 2] zowel na de klap met de stok tegen het hoofd als na de schop tegen het hoofd “sterren zag”.

Op grond van de aangifte, de verklaring van verdachte, de verklaring van [medeverdachte 1] en de letselbeschrijving stelt de rechtbank vast dat er op [slachtoffer 2] buitensporig geweld is uitgeoefend waarbij onder meer sprake is geweest van een klap met een hard voorwerp tegen het hoofd en een schop tegen het hoofd.

Blijkens zijn eigen verklaring is verdachte degene die de klap met het harde voorwerp tegen het hoofd van [slachtoffer 2] heeft gegeven. Het is niet duidelijk of verdachte of medeverdachte [medeverdachte 1] tegen het hoofd van [slachtoffer 2] heeft geschopt. De rechtbank overweegt dat verdachte en [medeverdachte 1] echter dienen te worden aangemerkt als medeplegers aangezien er sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking bij het plegen van het geweld. Zo was er evenals bij de voorgaande mishandelingen van [slachtoffer 1] wederom sprake van een via de chatsite bullchat.nl gemaakte afspraak en was van tevoren afgesproken wie het slachtoffer als eerste zou ontmoeten, oftewel wie het “lokaas” zou zijn. Tevens was afgesproken wie de eerste klap zou uitdelen en was bij beide verdachten bekend dat bij de voorgaande mishandelingen excessief geweld was toegepast.

Nu niet gebleken is dat het opzet van [medeverdachte 1] bij het plegen van dit feit anders en verder reikender was dan dat van verdachte, kunnen de door [medeverdachte 1] gepleegde handelingen aan verdachte worden toegerekend en de handelingen van verdachte aan [medeverdachte 1]. Het is voor de rechtbank duidelijk dat een van hen [slachtoffer 2] tegen het hoofd heeft geschopt. Wie dat echter is geweest is, gegeven de voorgaande overweging, niet relevant. Wie het ook is geweest, de ander is er medeverantwoordelijk voor te houden.

Niet kan worden vastgesteld dat verdachte bloot opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer 2]. Echter, door te schoppen tegen het hoofd en met een hard voorwerp te slaan tegen het hoofd, een zeer kwetsbaar deel van het lichaam, heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer 2] ten gevolge daarvan zou komen te overlijden. Zodoende heeft hij wel het voorwaardelijk opzet op de dood van [slachtoffer 2] gehad. Derhalve acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met [medeverdachte 1] ten opzichte van [slachtoffer 2] heeft schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag (feit 2 subsidiair onder A primair).

De diefstal (feit 2 subsidiair onder B)

Op grond van de aangifte en de verklaring van verdachte is de rechtbank van oordeel dat verdachte en [medeverdachte 1] de goederen, zoals omschreven in de tenlastelegging onder feit 2 subsidiair onder B primair, hebben weggenomen. Zij acht derhalve feit 2 subsidiair onder B primair, de diefstal door twee of meer verenigde personen, wettig en overtuigend bewezen. Verdachte en [medeverdachte 1] dienen als medeplegers te worden aangemerkt aangezien er tussen hen sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking. De rechtbank overweegt dat verdachte alleen heeft verklaard over het wegnemen van de auto en het uit de auto wegnemen van geld - dat in een beurs zat -, een camera, sigaretten en een TomTom. Anders dan de raadsman is zij echter van oordeel dat de diefstal van de overige in de tenlastelegging genoemde goederen ook wettig en overtuigend bewezen is, nu deze zich blijkens de aangifte van [slachtoffer 2] van 18 augustus 2010 nog in de auto bevonden op het moment dat deze door verdachte en [medeverdachte 1] van hem werd gestolen.

Vrijspraak van het onder feit 2 primair tenlastegelegde

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gepleegde poging tot doodslag is gepleegd met het oog op de diefstal dan wel de afpersing van de goederen van [slachtoffer 2]. Naar het oordeel van de rechtbank was het primaire oogmerk van verdachte en zijn mededader het plegen van geweld tegen [slachtoffer 2] en hebben verdachte en zijn mededader gaandeweg besloten om ook goederen van het slachtoffer weg te nemen. Derhalve acht zij het onder 1 primair tenlastegelegde, poging tot doodslag gepleegd met oogmerk om [slachtoffer 2] te beroven dan wel af te persen, niet wettig en overtuigend bewezen en zal zij verdachte daarvan vrijspreken.

De wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer 2] (feit 3)

Met de raadsman en de officier van justitie acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met [medeverdachte 1] [slachtoffer 2] opzettelijk en wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd en beroofd heeft gehouden door hem te dwingen in de kofferruimte van zijn eigen auto plaats te nemen, vervolgens die kofferruimte dicht te maken en daarna met die auto te gaan rijden.

Zij baseert haar oordeel op de bovenomschreven aangifte van [slachtoffer 2] en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting.

Feit 4 (het in brand steken van de auto van Ben [slachtoffer 2] op 14 augustus 2010)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder feit 4 primair tenlastegelegde, de brandstichting, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Hij heeft naar voren gebracht dat er sprake is van brandstichting en geen vernieling, aangezien zich in de auto nog goederen bevonden die niets met de auto te maken hadden en die - getuige het feit dat zij ook in vlammen zijn opgegaan - gemeen gevaar liepen, zoals bijvoorbeeld de laptop.

Het standpunt van de raadsman

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de brandstichting niet bewezen kan worden verklaard. Voor een bewezenverklaring is namelijk noodzakelijk dat goederen in de nabijheid van het in brand gestoken goed door de brandstichting gemeen gevaar liepen. Geen bewezenverklaring kan volgen indien er, zoals in het onderhavige geval, sprake is van gemeen gevaar voor goederen in de auto of goederen die daarvan deel uitmaken.

Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte ten aanzien van de brandstichting dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging vanwege de afwezigheid van alle schuld van verdachte, aangezien het voor verdachte niet voorzienbaar was dat zich onder de stoel van de auto een laptop bevond.

Het oordeel van de rechtbank

Op 15 augustus 2010 omstreeks 00.30 uur werd de [merk auto] Kalos van [slachtoffer 2] brandend aangetroffen op een veldweg nabij de [J.strasse] te Tudderen (Duitsland). In de auto werden resten aangetroffen van een laptop en een verrekijker.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij samen met de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 6]en [medeverdachte 7] brandstof is gaan kopen, omdat de auto in brand moest worden gestoken. Hij en [medeverdachte 1] waren namelijk bang dat ze door middel van de auto getraceerd zouden kunnen worden. Het plan om de auto in brand te steken was bij [medeverdachte 1] thuis ontstaan. [medeverdachte 7] en [medeverdachte 6]waren daar ook bij aanwezig. [medeverdachte 1] is met de auto naar Duitsland gereden om het plan te gaan uitvoeren. Verdachte en de beide medeverdachten volgden op twee scooters. Op de bewuste plek aangekomen zette [medeverdachte 1] de ramen van de auto open en [medeverdachte 7] haalde de theedoek uit de scooter van verdachte. [medeverdachte 6]goot vervolgens terpentine over de theedoek en stopte hem in de tankdop. Met een aansteker stak hij daarna de doek aan evenals de binnenkant van de auto waarin hij eveneens brandstof had gegooid.

De auto is in brand gestoken door een van de aanwezigen. Wie dat is geweest, kan niet met zekerheid worden vastgesteld nu de verklaringen daarover uiteen lopen. Dat is ook niet noodzakelijk. Onder de geschetste omstandigheden dient geoordeeld te worden dat sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking tussen – in ieder geval - verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 6]. Zij hebben samengewerkt om de auto in brand te steken. De brand van de auto werd ook door hen beoogd en wie dan uiteindelijk het vuur heeft aangestoken is niet relevant.

Met betrekking tot het verweer van de raadsman oordeelt de rechtbank als volgt.

Om tot bewezenverklaring van de onder 4 ten laste gelegde brandstichting te kunnen komen dient vastgesteld te worden dat gemeen gevaar voor goederen te duchten was.

Dit betekent dat het gemeen gevaar voor goederen ten tijde van de brandstichting naar algemene ervaringsregels voorzienbaar moet zijn geweest.

Door de verdediging is aangevoerd dat het daarbij moet gaan om goederen die zich in de nabijheid van de in brand gestoken auto bevonden. Op grond van de jurisprudentie (o.m. HR 21 december 2010, LJN: BN8840) kan worden aangenomen dat geen sprake is van gemeen gevaar voor goederen indien zich geen goederen bevonden in de nabijheid van het in brand gestoken goed. Naar het oordeel van rechtbank kan op grond van de jurisprudentie echter niet worden geconcludeerd dat “in de nabijheid bevinden” enkel slaat op goederen die zich bevinden buiten het goed dat in brand wordt gestoken en niet op goederen die zich in het goed bevinden dat in brand wordt gestoken. Zij vindt voor deze opvatting onder andere steun in het arrest van de Hoge Raad van 18 maart 1952, NJ 1952, 372.

Volgens de rechtbank dient het te gaan om andere goederen dan (onderdelen van) het in brand gestoken goed en kan het daarbij ook gaan om goederen die zich bevonden in het in brand gestoken goed, in dit geval in de auto.

De verdediging heeft in dat verband aangevoerd dat voor verdachte de aanwezigheid van een laptop onder de voorstoel niet voorzienbaar was nu men in de regel op die plaats geen laptops aantreft.

De rechtbank oordeelt met betrekking tot dit verweer dat het in zijn algemeenheid voorkomt dat mensen spullen in een auto achter laten. Dat is niet ondenkbaar en ook niet zo vreemd dat verdachte daarop niet bedacht hoefde te zijn. Naar het oordeel van de rechtbank dient dit dan ook wel degelijk te worden aangemerkt als naar algemene ervaringsregels voorzienbaar.

De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de raadsman en acht feit 4 primair, de brandstichting, op grond van de verklaring van verdachte en de stukken met betrekking tot het aantreffen van de uitgebrande auto van [slachtoffer 2] wettig en overtuigend bewezen.

Feit 5 (18 augustus 2010)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de poging tot zware mishandeling wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, aangezien [slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij door meerdere personen is geschopt en geslagen toen hij op de grond lag en verdachte [slachtoffer 3] zo hard heeft geslagen dat zijn duim daardoor uit de kom is geraakt.

Het standpunt van de raadsman

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde, de poging tot zware mishandeling, niet bewezen kan worden verklaard, aangezien geen sprake is geweest van (voorwaardelijk) opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Daartoe zijn de gepleegde geweldshandelingen niet ernstig genoeg. Zo is [slachtoffer 3] niet geschopt tegen het hoofd en is hij niet geschopt terwijl hij op de grond lag.

Het oordeel van de rechtbank

Woensdag 18 augustus 2010 is [slachtoffer 3], om 19.30 uur, aanvullend gehoord nadat hij eerder die dag aangifte had gedaan. In dat aanvullend verhoor verklaart hij anders over de reden waarom hij die dag op dat tijdstip bij de [N.] te Sittard was. Over de geweldshandelingen verklaart hij eender. Hij verklaart dan dat hij via bullchat.nl een afspraak had gemaakt met een jongen om 3.15 uur bij de [N.]. De jongen had hem een foto gestuurd. Het was een foto van een getinte jongeman bij een zwembad. Aangekomen bij de [N.] zag hij de jongen staan. Het was een redelijk kleine jongen, naar schatting ongeveer 165 à 175 cm lang, met kort donker haar en een normaal postuur. [slachtoffer 3] vervolgde: “Ik zag dat de man de hand opstak. (...) Ik liep zijn kant op en toen ik ongeveer een meter van hem vandaan was en hem een hand wilde geven (…) zag ik zijn vuist in de richting van mijn gezicht komen. Ik probeerde deze slag nog te ontwijken maar hij raakte mij vol in mijn gezicht. Hij raakte mij op mijn linkeroog en oogkas. Door deze klap ben ik op de grond gevallen en zag ik sterretjes voor me. Toen ik bij kwam van die dreun voelde ik een hevige pijn aan mijn linkerzijde van mijn gezicht. Naar mijn mening ben ik niet buiten westen geweest. Toen ik bijkwam, zag ik dat een grote groep om mij heen stond. Ik denk dat deze groep uit 6 personen bestond, maar dat kunnen er ook makkelijk meer zijn geweest. Ik weet dat er minstens 2 getinte jongens bij stonden. Ook weet ik dat een jongen uit de groep een wit petje op had. Ik was zo bang, ik vreesde voor mijn leven. Op een gegeven moment hoorde ik meerdere mannen uit de groep zeggen: “Blijf liggen, blijf liggen”. Dit werd op een agressieve en schreeuwende toon gezegd. Dit werd gezegd met een Limburgs accent. Ik ben toen toch opgestaan want ik wilde weg. Een van de jongens stond op mijn linkervoet waardoor mijn linker schoen uit ging. De jongens stonden echt in een kringetje om mij heen. Ik wilde weg en ben toen om mij heen gaan slaan en schoppen. Op dat moment kreeg ik van de hele groep schoppen en klappen terug. Ook heb ik hierbij: “Help help” geroepen. Door mijn harde schreeuwen nam de groep afstand. Daardoor kon ik via de [R.weg] weglopen. Tijden het rennen riep ik: “Help help”. Ik keek achterom en zag dat de jongens nog steeds achter mij aan zaten. Ik riep wederom: “Help help” en heb nog nooit zo hard gerend van mijn leven. Ik zag dat de groep de achtervolging gestaakt had. Ik bleef keihard rennen. (...) In het ziekenhuis hebben ze een onder mijn linkeroog zittende wond gehecht. Verder heb ik een opgezwollen oog en een rood doorlopen linkeroog.”

Omtrent het door [slachtoffer 3] opgelopen letsel bevindt zich een medische verklaring in het dossier. In deze verklaring van 27 augustus 2010 heeft een arts verklaard dat sprake is geweest van wondjes en een hematoom bij het linkeroog en een wondje op het achterhoofd. Er is sprake geweest van gering uitwendig bloedverlies en er zijn geen vermoedens geweest van niet uitwendig waarneembaar letsel en ook niet van inwendig bloedverlies. Ook is er geen sprake geweest van psychische stoornissen of storingen in het bewustzijn.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat [medeverdachte 1] via de computer een seksafspraak met [slachtoffer 3] had gemaakt en dat was afgesproken dat hij, verdachte, degene was die de eerste klap zou geven. Na het maken van de afspraak is hij samen met [medeverdachte 1] en een aantal andere personen naar de afgesproken plek gegaan. Verdachte stond [slachtoffer 3] op de parkeerplaats op te wachten en [medeverdachte 1] en de andere personen zaten achter een glasbak. Toen [slachtoffer 3] de parkeerplaats op kwam gelopen sloeg verdachte hem meteen tegen zijn gezicht. [slachtoffer 3] viel, maar is er toch in geslaagd om weg te rennen.

Op basis van de aangifte en de verklaring van verdachte ter terechtzitting gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte [slachtoffer 3] heeft neergeslagen met een vuistslag in het gezicht, en wel op of direct bij het linkeroog, en dat ten gevolge van die slag [slachtoffer 3] achterover is gevallen. Bij deze val heeft [slachtoffer 3] zich bezeerd aan zijn achterhoofd.

Dat [slachtoffer 3], zoals deze zelf verklaard heeft, na deze slag nog verder fysiek geweld zou zijn aangedaan door meer personen, is onvoldoende vast komen te staan. Het bestaan van meer en ernstigere verwondingen zou dan verwacht mogen worden en daarvan is nu juist niet gebleken.

Hoewel [slachtoffer 3] “slechts” eenmaal tegen zijn gezicht is geslagen, is de rechtbank van oordeel dat het oogmerk van verdachte en [medeverdachte 1] erop gericht is geweest om [slachtoffer 3] op zijn minst zwaar te mishandelen. Dit leidt zij af uit het feit dat de modus operandus dezelfde is als bij de zeer ernstige mishandelingen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] door verdachte en [medeverdachte 1] die enkele dagen eerder hebben plaatsgevonden en waarbij excessief geweld is toegepast. Zo is wederom via bullchat.nl een afspraak gemaakt om op een afgelegen plek een homoseksuele man te ontmoeten en blijkt het doel van verdachte en [medeverdachte 1] eens temeer uit de omstandigheid dat zij anderen naar de afgesproken plek hebben meegenomen met het doel om hen te laten meedoen met het uitoefenen van geweld dan wel om hen daarvan toeschouwer te laten zijn. Dat [slachtoffer 3] uiteindelijk maar één klap heeft gekregen is geheel en al te danken aan het gegeven dat hij aan zijn belagers is weten te ontkomen door weg te rennen. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de primair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling wettig en overtuigend bewezen is. Vanwege de bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 1] dienen zij als medeplegers te worden aangemerkt.

4.2 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

subsidiair:

A.

op 13 augustus 2010 in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet tezamen en in vereniging

met een ander die [slachtoffer 1] (met geschoeide voet), onder meer terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag, tegen het hoofd/gezicht en tegen het (boven)lichaam heeft geslagen en geschopt/getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en

B.

op 13 augustus 2010 in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander, op de openbare weg, te weten de [V.weg], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een horloge een sigarettendoosje inhoudende sigaretten, toebehorende aan [slachtoffer 1].

2.

subsidiair:

A.

op 13 augustus 2010 in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet tezamen en in vereniging

met een ander, die [slachtoffer 2], onder meer terwijl hij op de grond lag, tegen het hoofd/gezicht en tegen het (boven)lichaam heeft geslagen en/of geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

en

B.

op 13 augustus 2010 in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander, op de openbare weg, te weten de [M.laan/D.weg], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een gsm en een personenauto ([merk auto]) en een rijbewijs en een navigatiesysteem en een fotocamera (met toebehoren) en kentekenpapieren en een laptop en een hoeveelheid geld en een hoeveelheid sleutels en een hoeveelheid (bank)pasjes en een paspoort en een bril en een jas en een verrekijker toebehorende aan [slachtoffer 2].

3.

op 13 augustus 2010 in Nederland en in Duitsland tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij verdachte en zijn mededader met dat opzet die [slachtoffer 2] gedwongen in de kofferruimte van een personenauto plaats te nemen en vervolgens die kofferruimte van die personenauto dicht te maken en vervolgens met de personenauto waarvan die [slachtoffer 2] zich in de kofferruimte bevond, te gaan rijden.

4.

primair:

in de periode van 14 augustus 2010 tot en met 15 augustus 2010 te Tudderen, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk brand heeft gesticht, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk open vuur in aanraking gebracht met terpentine/(was)benzine, ten gevolge waarvan een personenauto geheel is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, welke zich in de personenauto bevonden, te duchten was.

5.

primair:

op 18 augustus 2010 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 3], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, die [slachtoffer 3] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, doordat die [slachtoffer 3] is weten weg te vluchten.

6.

subsidiair:

A.

hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2010 tot en met 20 juli 2010 in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet tezamen en in vereniging met anderen die [slachtoffer 1] heeft geslagen en getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

en

B.

in de periode van 19 juli 2010 tot en met 20 juli 2010 in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander, op de openbare weg, te weten de [S.laan],

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een horloge, toebehorende aan [slachtoffer 1].

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is tenlastegelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 1 subsidiair:

medeplegen van poging tot doodslag

in voortgezette handeling gepleegd met:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

feit 2 subsidiair:

medeplegen van poging tot doodslag

in voortgezette handeling gepleegd met:

diefstal door twee of meer verenigde personen

in voortgezette handeling gepleegd met:

feit 3:

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en

beroofd houden.

feit 4 primair:

medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor

goederen te duchten is.

feit 5 primair:

medeplegen van poging tot zware mishandeling.

feit 6 subsidiair:

medeplegen van poging tot doodslag

in voortgezette handeling gepleegd met:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Over de strafbaarheid van verdachte oordeelt de rechtbank als volgt.

Ten aanzien van verdachte is in eerste instantie door de gedragsdeskundigen drs. M.M. van der Veer, GZ-psycholoog een onderzoek naar de geestvermogens van verdachte ingesteld. Na behandeling van de zaak op 2 maart 2011 is er een nader onderzoek gelast waarbij A.X. Rutten, kinder- en jeugdpsychiater eveneens een onderzoek naar de geestvermogens van verdachte heeft ingesteld.

Van hun respectieve onderzoeken heeft genoemde psycholoog op 30 december 2010 en aanvullend bij rapport d.d. 10 juni 2011 en de psychiater bij rapport d.d. 15 juni 2011 verslag gedaan aan de rechtbank.

Met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid van verdachte ten aanzien van het hem ten laste gelegde concludeert de psycholoog als volgt:

“Betrokkene heeft een kant in zichzelf die hij niet snel aan de buitenwereld vertoont. Dat is de boosaardige en agressieve kant. Er lijkt geen integratie van deze negatieve gevoelens met andere gevoelens te zijn. Hij mist invoelingsvermogen, is kil en laat een gebrek aan empathie zien. Daardoor vertoont hij twee gezichten. De oppervlakkige aardige jongeman en de affectieve kille jongeman die snel gekrenkt is en met een groot gevoel voor eigenwaarde. Hij wil graag indruk maken op zijn vrienden en doet dat door stoer gedrag te vertonen. Tevens heeft hij er behoefte aan de machtige en sterke te zijn die de ander domineert. Hij is manipulatief en berekenend en weet heel goed wat hij mag en kan en waar hij over de schreef gaat. Hij kan daardoor een overmatig aangepaste indruk maken, waarin het mankeert aan authenticiteit en oprechtheid.

Op grond van bovenstaande kan men stellen dat er sprake is van een licht verminderde toerekeningsvatbaarheid.”

De psychiater concludeert als volgt:

“Samenhangend met de ongunstig verlopende persoonlijkheidsontwikkeling waarbij antisociale en narcistische trekken aanwezig zijn en het identiteitsprobleem is onderzochte voortkomend uit het identiteitsprobleem onzeker en wil zichzelf overschreeuwen en overschrijdt hij (samenhangend met de persoonlijkheidsontwikkeling) grenzen van anderen en staat hij niet stil bij wat zijn gedrag bij anderen teweeg kan brengen. Het gebruik van alcohol en cannabis kunnen hierbij faciliterend hebben gewerkt.

Geadviseerd wordt om onderzochte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.”

De rechtbank verenigt zich met genoemde conclusies en maakt deze tot de hare. Dit betekent dat de bewezenverklaarde feiten aan verdachte kunnen worden toegerekend, zij het slechts in (licht) verminderde mate.

Gelet hierop en voorts in aanmerking nemende dat ten opzichte van verdachte ook overigens geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht, is verdachte strafbaar.

Naar het oordeel van de rechtbank dient ten aanzien van verdachte het jeugdstrafrecht te worden toegepast.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen 2 jaar jeugddetentie en de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen. Hij heeft naar voren gebracht dat de combinatie van de maximale jeugddetentie en de PIJ-maatregel op zijn plaats is vanwege de ongekende bruutheid van de gepleegde feiten.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman is van mening dat, gelet op de rapportages van de gedragdeskundigen, verdachte geen gevaar is voor de maatschappij wanneer aan hem geen onvoorwaardelijke PIJ-maatregel zal worden opgelegd. Volgens de raadsman kan het recidiverisico voldoende worden beperkt door verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen waarbij aan het voorwaardelijke gedeelte bijzondere voorwaarden worden gekoppeld, zoals een behandeling door Sedna.

De raadsman heeft bepleit om aan verdachte op te leggen een deels voorwaardelijke jeugddetentie, waarbij hij zich ten aanzien van de hoogte van deze detentie heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, dan wel om aan verdachte een voorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen met daarbij als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich dient te houden aan alle voorwaarden zoals zullen worden gesteld door de jeugdreclassering, ook indien dit een verplichting tot het ondergaan van een behandeling inhoudt.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Mede gelet op hetgeen door de officier van justitie en door en namens de verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht, overweegt de rechtbank in verband met de op te leggen straf en maartegel het volgende.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf en maatregel gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op de omtrent verdachte uitgebrachte rapportages van de deskundigen, te weten van GZ-psycholoog M.M. van der Veer d.d. 30 december 2010 en 10 juni 2011 (aanvullend) en het rapport van de kinder- en jeugdpsychiater A.X. Rutten d.d. 15 juni 2011 en voorts het door de Jeugdreclasseerder R.A.J. Welzen van Bureau Jeugdzorg Limburg omtrent verdachte uitgebrachte rapport d.d. 23 februari 2011. Tevens heeft de rechtbank acht geslagen op al hetgeen door deze elk van deze personen ter terechtzitting als beëdigd deskundige dan wel als getuige gehoord, als nadere onderbouwing naar voren is gebracht.

Verdachte heeft zich, met zijn mededader(s), schuldig gemaakt aan een reeks zeer ernstige delicten: drie pogingen tot doodslag vergezeld van diefstal, een wederrechtelijke vrijheidsberoving, brandstichting en een poging tot zware mishandeling.

De slachtoffers in deze verschillende zaken waren homoseksuele mannen. Eén van deze mannen is zelfs twee keer het slachtoffer geworden. Een ander slachtoffer is ook nog gedurende korte tijd van zijn vrijheid beroofd geweest en zijn auto is in brand gestoken. De slachtoffers zijn telkens via een chatsite bullchat.nl naar een plaats gelokt alwaar de strafbare handelingen van verdachte en zijn mededader(s) hebben plaatsgevonden. Daarbij is op de slachtoffers excessief geweld toegepast bestaande uit slaan en schoppen, in één geval ook slaan met een stok, tegen lichaam en hoofd. Pijnkreten en smeekbedes van de slachtoffers om te stoppen met het geweld zijn daarbij door verdachte compleet genegeerd.

De feiten zijn in een relatief korte periode gepleegd en hebben in Sittard-Geleen voor veel ophef en onrust gezorgd. Ophef en onrust die zijn weerslag vond in de berichtgeving over deze feiten in de verschillende dagbladen en op televisie.

Verdachte moet hier weet van hebben gehad, maar die kennis weerhield hem er niet van telkens opnieuw over te gaan tot het plegen van dergelijke feiten. Hieruit spreekt een verontrustend gebrek aan mededogen, inlevingsvermogen en voorstellingsvermogen. Een gebrek dat nog zorgerlijker wordt wanneer bedacht wordt dat verdachte ook nadat met hem de feiten waren besproken op zitting er geen blijk van heeft gegeven stil te staan bij het leed dat hij anderen heeft aangedaan. Bij het onderzoek door de psychiater, dat door de rechtbank gelast werd na het bespreken van de feiten op zitting, heeft hij opgemerkt dat hij het ook wel grappig vindt dat iemand in het donker ergens naar toe komt, dat hij dat dom vindt (van de slachtoffers) en dat hij het daardoor minder erg vindt dat zij daar misbruik van hebben gemaakt. Hij vond het ook wel lekker om het slachtoffer van feit 1 en 6 zo te schoppen.

De rechtbank rekent verdachte deze feiten dan ook zwaar aan. Tevens baart deze houding van verdachte de rechtbank grote zorgen.

Tijdens de zitting is namens verdachte aangevoerd dat (principiële) haat tegen personen met een homoseksuele geaardheid absoluut niet het motief is geweest voor zijn daden. Volgens verdachte hebben drank en drugs en de beïnvloedbaarheid ten opzichte van zijn medeverdachte een rol gespeeld bij het meedoen aan deze feiten.

De rechtbank stelt vast dat verdachte en zijn mededader op verschillende momenten initiatief hebben getoond en de rechtbank houdt het er dan ook voor dat zij elkaar daarbij hebben versterkt in hun negatieve handelen. Daarbij hebben zij ook andere personen betrokken, kennelijk met de bedoeling hun eigenwaarde daarmee te vergroten. Zij hebben bewust een kwetsbare groep uit de samenleving op de korrel genomen getuige ook de opmerking van verdachte tegenover de psychiater. Dit zo zijnde acht de rechtbank verdachte en zijn mededader in gelijke mate verantwoordelijk voor de gepleegde geweldshandelingen.

De rechtbank houdt er tevens rekening mee dat verdachte reeds eerder was veroordeeld en ter zake van dat feit nog in een proeftijd liep. Bovendien heeft de rechtbank rekening gehouden met de hiervoor genoemde (licht) verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

Ter terechtzitting van 2 maart 2011 is deskundige M.M. van der Veer, GZ-psycholoog, ter zitting gehoord. In genoemd rapport van 30 december 2010 is gevraagd naar het juridisch kader waarin mogelijke hulpverlening zou kunnen plaatsvinden. Zij heeft geadviseerd verdachte een zo ruim mogelijke (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich houdt aan toezicht van de reclassering ook als dat inhoudt dat verdachte zich onder intensieve behandeling stelt gericht op Harde Kern Jongeren. Ter zitting heeft de psycholoog aangegeven bij dat advies te blijven. Zakelijk weergegeven heeft ze verklaard dat de reden om niet over te gaan tot het adviseren van een PIJ –maatregel is dat verdachte lijdensdruk mist. Behandeling is wel noodzakelijk omdat er sprake is van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling die neigt in de richting van psychopathie echter er kan nog een ombuiging plaatsvinden. Straf zal een zeer groot gedragsveranderend effect hebben. Sedna zal de benodigde ondersteuning kunnen bieden.

Nadat de zaak op verzoek van de officier van justitie is aangehouden, heeft de psycholoog aanvullend gerapporteerd en heeft ook een psychiatrisch onderzoek plaatsgevonden.

In haar aanvullend onderzoek komt de psycholoog thans, evenals de psychiater, tot een ander advies namelijk een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. Ter terechtzitting van 24 juni 2011 zijn beide deskundigen hieromtrent ondervraagd. Van der Veer heeft desgevraagd verklaard dat zij haar advies heeft aangepast omdat zij er bij haar vorige rapportage – naar nu blijkt ten onrechte – vanuit ging dat er in de PIJ-maatregel geen passende behandeling aan verdachte kon worden geboden en dat zij er van uitging dat de reeks gebeurtenissen als een incident moest worden gezien, dat verdachte de feiten had gepleegd terwijl hij in een roes zat waarbij hij van buitenaf gestopt moest worden en dat verdachte zou schrikken van de detentie en tot inzicht zou komen. Overleg met de psychiater heeft uitgewezen dat er wel behandeling in de PIJ-maatregel mogelijk is. Tevens is zij nu van oordeel dat het hier geen incident betreft, maar dat het toch iets in de persoonlijkheid van verdachte is en zij heeft haar advies aangepast.

De rechtbank is van oordeel dat de psycholoog deze veranderde opvatting voldoende heeft toegelicht en zij zal daar dan ook van uitgaan.

Volgens beide deskundigen is een langdurige intensieve behandeling geïndiceerd. Desgevraagd is aangegeven dat deze behandeling vermoedelijk enkele jaren in beslag zal nemen. De kans op recidive wordt volgens de deskundigen zonder behandeling als hoog ingeschat gezien de aard van de stoornissen en omdat er bij hem nog geen duidelijk inzicht is in het effect van zijn gedragingen. Een ambulante behandeling wordt ontoereikend geacht.

De psycholoog verklaart daaromtrent: “gezien de ernst van de problematiek zal deze behandeling langdurig zijn en is ambulant niet haalbaar. Betrokkene heeft hulp en behandeling nodig om geen risico meer te vormen voor de toekomst. Hij is slim en kan manipulatief zijn, er is veel onderdrukte boosheid. Hij weet zijn ouders te bespelen en die hebben geen zicht op hetgeen betrokkene buitenshuis meemaakt en met wie hij omgaat. Zij hebben nooit pedagogische begrenzing aangeboden. Betrokkenen laat geen motivatie tot verandering van gedrag zien (het tenlastegelegde heeft plaatsgevonden in zijn proeftijd). Daarom is een onvoorwaardelijke PIJ noodzakelijk.” Volgens de psychiater moet onderzochte langdurig en intensief behandeld worden om de kans op recidive te verlagen. Een ambulante behandeling is op dit moment ontoereikend, aldus de psychiater. De psychiater heeft in dat verband opgemerkt dat verdachte bij een PIJ kan profiteren van het hele klimaat van de PIJ-instelling.

Hiermee geven beide deskundigen aan dat behandeling van verdachte enkel kan plaatsvinden in een gesloten setting als de PIJ-maatregel. Een onderzoek naar een mogelijke gedragbeïnvloedende maatregel als door de raadsman van verdachte voorgesteld, is dan niet opportuun.

Gelet op de vaststelling dat bij verdachte tijdens het begaan van de feiten sprake was van een gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van de geestvermogens is vastgesteld, alsook gelet op de omstandigheid dat de bewezenverklaarde feiten misdrijven zijn waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel eist en de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verder ontwikkeling van de verdachte, zal de rechtbank de verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen opleggen.

De rechtbank acht, gelet op het advies van beide deskundigen, een plaatsing in de Justitiële Jeugdinrichting Het Keerpunt te Cadier en Keer aangewezen. Hierin kan de voorgestelde cognitieve gedragstherapie gestalte krijgen waarbij het aanbeveling verdient om deze therapie in samenspraak met Sedna op te zetten. Deze instelling is bovendien dicht bij de woonplaats van de ouders die op deze manier eenvoudig bij de therapie kunnen worden betrokken.

Gelet op de ernst van de feiten acht de rechtbank tevens de maximale jeugddetentie van 24 maanden voor verdachte op zijn plaats.

7 De benadeelde partij

7.1 De benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 2.536,55 ter zake van de feiten 1 en 6.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] geheel toe te wijzen en daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De raadsman is van mening dat de materiële schadeposten, waar geen bewijs van is overgelegd, dienen te worden afgewezen. Dit geldt voor de gestolen/beschadigde goederen en het eigen risico van de zorgverzekeraar. De reiskosten betreffende een bezoek aan de rechtbank Maastricht dienen te worden afgewezen nu verdachte niet ter terechtzitting aanwezig is geweest. Ook de schadepost met betrekking tot één dag ziekenhuisopname komt volgens de raadsman niet voor vergoeding in aanmerking.

Ten aanzien van het gevorderde bedrag ter zake geleden immateriële schade is de raadsman van mening dat dit dient te worden gematigd tot € 1.500,-.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat alle schadeposten ter zake geleden materiële schade genoegzaam zijn onderbouwd. Met betrekking tot de reiskosten voor het bezoek aan de rechtbank Maastricht heeft zij vastgesteld dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] weliswaar niet ter terechtzitting aanwezig is geweest, maar wel in het gerechtsgebouw te Maastricht met de officier van justitie een slachtoffergesprek heeft gevoerd. De reiskosten voor dit gesprek zijn een direct gevolg van de door verdachte jegens [slachtoffer 1] gepleegde strafbare feiten en komen dan ook voor vergoeding in aanmerking.

Daarnaast acht de rechtbank het gevorderde bedrag ter zake immateriële schade ad € 2.250,-, gelet op de aard van de jegens [slachtoffer 1] gepleegde feiten en bezien in het licht van de jurisprudentie betreffende soortgelijke gevallen, redelijk en billijk.

Nu uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] door de hiervoor onder 1 en 6 bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks schade is toegebracht tot het door haar gevorderde bedrag van € 2.563,55 en nu aan de verdachte ter zake van die feiten een straf en een maatregel zal worden opgelegd, zal de vordering geheel worden toegewezen.

Nu de verdachte onder meer ter zake van de hiervoor onder 1 en 6 bewezenverklaarde strafbare feiten zal worden veroordeeld en hij naar burgerlijk recht jegens het slachtoffer [slachtoffer 1] aansprakelijk is voor de schade die door die strafbare feiten is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

7.2 De benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 8.316,72 ter zake de feiten 2, 3 en 4.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] geheel toe te wijzen en daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De raadsman is van mening dat van de opgevoerde schadeposten ter zake geleden materiële schade alleen de volgende posten voor vergoeding in aanmerking komen: “eigen risico” ad

€ 135,-, “TomTom” ad € 82,70, “fotoapparatuur” ad € 604,-, “contant geld” ad € 42,-, “pas fitnessclub” ad € 7,50, “OV-strippenkaart ad € 7,60, “paspoort vernieuwen” ad € 50,90, “rijbewijs vernieuwen” ad € 61,-, “ING betaalpas vernieuwen” ad € 7,50, “pasfoto’s” ad

€ 10,95 en “reiskosten” ad € 10,-. De overige posten dienen te worden afgewezen, aangezien deze niet zijn onderbouwd, dan wel niet voortvloeien uit de aangifte.

Ten aanzien van het gevorderde bedrag ter zake geleden immateriële schade is de raadsman van mening dat dit dient te worden gematigd tot € 4000,- nu onvoldoende is onderbouwd dat er sprake is van psychisch letsel. Zo er al sprake is van psychisch letsel, is volgens de raadsman onvoldoende duidelijk in hoeverre dit het gevolgd is van de door verdachte gepleegde feiten.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat alle schadeposten ter zake geleden materiële schade voldoende aannemelijk gemaakt.

Daarnaast acht de rechtbank het gevorderde bedrag ter zake immateriële schade ad € 6.000,-, gelet op de aard van de jegens [slachtoffer 2] gepleegde feiten en bezien in het licht van de jurisprudentie betreffende soortgelijke gevallen, redelijk en billijk.

Nu uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] door de hiervoor onder 2, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks schade is toegebracht tot het door haar gevorderde bedrag van € 8.316,72 en nu aan de verdachte ter zake van die feiten een straf en een maatregel zal worden opgelegd, zal deze vordering geheel worden toegewezen.

Nu de verdachte onder meer ter zake van de hiervoor onder 3, 4 en 5 bewezenverklaarde strafbare feiten zal worden veroordeeld en hij naar burgerlijk recht jegens het slachtoffer [slachtoffer 2] aansprakelijk is voor de schade die door die strafbare feiten is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

7.3 De benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij [slachtoffer 3] vordert een schadevergoeding van € 600,- ter zake feit 5.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] geheel toe te wijzen en daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De raadsman is van mening dat het gevorderde bedrag ter zake geleden immateriële schade ad € 600,- dient te worden gematigd tot € 500,-.

Anders dan de raadsman acht de rechtbank het gevorderde bedrag ter zake immateriële schade ad € 600,- , gelet op de aard van het jegens [slachtoffer 3] gepleegde feit en bezien in het licht van de jurisprudentie betreffende soortgelijke gevallen, redelijk en billijk.

Nu uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] door het hiervoor onder 5 bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks schade is toegebracht tot het door haar gevorderde bedrag van € 600,- en nu aan de verdachte ter zake van dat feit een straf en een maatregel zal worden opgelegd, zal deze vordering geheel worden toegewezen.

Nu de verdachte onder meer ter zake van het hiervoor onder 5 bewezenverklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij naar burgerlijk recht jegens het slachtoffer [slachtoffer 3] aansprakelijk is voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 45, 47, 56, 77i, 77l, 77s, 77v, 77gg, 157, 282, 287, 302 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1 primair, 2 primair en 6 primair tenlastegelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.2 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straf

- veroordeelt verdachte tot 24 maanden jeugddetentie;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie;

Maatregel

- beveelt de plaatsing van verdachte in een inrichting voor jeugdigen;

- adviseert deze maatregel ten uitvoer te leggen in Het Keerpunt, justitiële jeugdinrichting te Cadier en Keer, dan wel in een andere Rijksinrichting of daartoe aangewezen particuliere inrichting voor jeugdigen.

Benadeelde partijen

De benadeelde partij [slachtoffer 1]

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van € 2.536,55 en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 13 augustus 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], € 2.536,55 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 augustus 2010, bij niet betaling te vervangen door 17 dagen jeugddetentie, met dien verstande dat toepassing van de vervangende jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

De benadeelde partij [slachtoffer 2]

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], van een bedrag van € 8.316,72 en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 13 augustus 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], € 8.316,72 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 augustus 2010, bij niet betaling te vervangen door 38 dagen jeugddetentie, met dien verstande dat toepassing van de vervangende jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

De benadeelde partij [slachtoffer 3]

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3], van een bedrag van € 600,- en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 18 augustus 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3], € 600,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 augustus 2010, bij niet betaling te vervangen door 6 dagen jeugddetentie, met dien verstande dat toepassing van de vervangende jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.J. van den Acker, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. M.B. Bax en mr. E.B.A. Ferwerda, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.C. Smeets, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 8 juli 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 13 augustus 2010 in de gemeente Sittard-Geleen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter

uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf

om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, die [slachtoffer 1] (met

geschoeide voet), onder meer terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag, tegen/in het

hoofd/gezicht en/of tegen het (boven)lichaam heeft gestompt/geslagen en/of

geschopt/getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is

voltooid,

welk (mede)plegen van poging tot doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of

voorafgegaan van enig strafbaar feit gepleegd met het oogmerk om de

uitvoering van dat feit voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij

betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit

hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te

verzekeren, te weten van een diefstal met geweld en/of een afpersing gepleegd

door twee of meer verenigde personen,

hierin bestaande dat verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, op de openbare weg, te weten de [V.weg], in elk

geval op een openbare weg, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen een horloge en/of een beurs en/of een hoeveelheid sleutels

en/of een sigarettendoosje inhoudende sigaretten, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], althans aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd

voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen een persoon, te weten tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping

op heterdaad, aan zichzelf of (een) andere deelnemer(s) aan het misdrijf

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren

en/of

dat verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, op de openbare weg, te weten de [V.weg], in elk geval op een

openbare weg, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft/hebben

gedwongen tot de afgifte van een horloge en/of een beurs en/of een hoeveelheid

sleutels en/of een sigarettendoosje inhoudende sigaretten, in elk geval

van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

die [slachtoffer 1] (met geschoeide voet), onder meer terwijl die [slachtoffer 1] op de grond

lag, tegen/in het hoofd/gezicht en/of tegen het (boven)lichaam heeft

geschopt/getrapt en/of geslagen/gestompt en/of (daarbij) (dwingend en boos)

heeft/hebben geroepen dat hij zijn

jas en zijn kleren uit moest trekken, althans woorden van gelijke dreigende

aard en/of strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 Wetboek van Strafrecht

art 317 Wetboek van Strafrecht

art 45 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

A.

hij op of omstreeks 13 augustus 2010 in de gemeente Sittard-Geleen,

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van het

door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk

[slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, die [slachtoffer 1] (met geschoeide

voet), onder meer terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag, tegen/in het

hoofd/gezicht en/of tegen het (boven)lichaam heeft gestompt/geslagen en/of

geschopt/getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is

voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 47 Wetboek van Strafrecht

art 45 Wetboek van Strafrecht

althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen

leiden, dat:

hij op of omstreeks 13 augustus 2010 in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen

en in vereniging met een ander, althans alleen, aan een persoon genaamd

[slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (gebroken kaak en/of gebroken

jukbeen en/of gebroken rib en/of breukjes in/bij/boven het rotsbeen en/of

schedelbasisfractuur) heeft toegebracht, door deze opzettelijk (met geschoeide

voet), onder meer terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag, tegen/in het

hoofd/gezicht en/of tegen het (boven)lichaam te stompen/slaan en/of

schoppen/trappen;

art 302 Wetboek van Strafrecht

art 47 Wetboek van Strafrecht

althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen

leiden, dat:

hij op of omstreeks 13 augustus 2010 in de gemeente Sittard-Geleen,

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van

het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan een

persoon genaamd [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te

brengen, met dat opzet die [slachtoffer 1] (met geschoeide voet), onder meer terwijl

die [slachtoffer 1] op de grond lag, tegen/in het hoofd/gezicht en/of tegen het

(boven)lichaam heeft gestompt/geslagen en/of geschopt/getrapt, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 Wetboek van Strafrecht

art 47 Wetboek van Strafrecht

art 45 Wetboek van Strafrecht

en/of

B.

hij op of omstreeks 13 augustus 2010 in de gemeente Sittard-Geleen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op de

openbare weg, te weten de [V.weg], in elk geval op een openbare weg, met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een horloge

en/of een beurs en/of een hoeveelheid sleutels en/of een sigarettendoosje

inhoudende sigaretten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 1], althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of

gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen een persoon, te weten tegen [slachtoffer 1], gepleegd met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om,

bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of (een) andere deelnemer(s) aan

het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren

en/of

dat verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, op de openbare weg, te weten de [V.weg], in elk geval op een

openbare weg, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk

te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1]

heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een horloge en/of een beurs en/of

een hoeveelheid sleutels en/of een sigarettendossje inhoudende sigaretten, in

elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

die [slachtoffer 1] (met geschoeide voet), onder meer terwijl die [slachtoffer 1] op de grond

lag, tegen/in het hoofd/gezicht en/of tegen het (boven)lichaam heeft

gestompt/geslagen en/of geschopt/getrapt

en/of (daarbij) (dwingend en boos) heeft/hebben geroepen dat hij zijn jas en

zijn kleren uit moest trekken, althans woorden van gelijke dreigende aard

en/of strekking;

art 312 Wetboek van Strafrecht

art 317 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 13 augustus 2010 in de gemeente Sittard-Geleen,

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van

het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om

opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, die [slachtoffer 2] tegen/in

het hoofd/gezicht en/of tegen het (boven)lichaam heeft gestompt/geslagen en/of

geschopt/getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is

voltooid,

welk (mede)plegen van poging tot doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of

voorafgegaan van enig strafbaar feit gepleegd met het oogmerk om de

uitvoering van dat feit voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij

betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit

hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te

verzekeren, te weten van een diefstal met geweld en/of een afpersing gepleegd

door twee of meer verenigde personen,

hierin bestaande dat verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, op de openbare weg, te weten de [M.laan/D.weg]

, in elk geval op een openbare weg, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een gsm en/of een personenauto

([merk auto]) en/of een rijbewijs en/of een navigatiesysteem en/of een

fotocamera (met toebehoren) en/of kentekenpapieren en/of een laptop en/of een

geldbedrag van 100,- Euro, in elk geval een hoeveelheid geld en/of een

hoeveelheid sleutels en/of een hoeveelheid (bank)pasjes en/of een paspoort

en/of een bril en/of een jas en/of een verrekijker, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een

persoon, te weten tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor

te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan

zichzelf of (een) andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

en/of

dat verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, op de openbare weg, te weten de [M.laan/D.weg], in elk

geval op een openbare weg, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2]

heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een gsm en/of een personenauto

([merk auto]) en/of een rijbewijs en/of een navigatiesysteem en/of een

fotocamera (met toebehoren) en/of kentekenpapieren en/of een laptop en/of een

geldbedrag van 100,- Euro, in elk geval een hoeveelheid geld en/of een

hoeveelheid sleutels en/of een hoeveelheid (bank)pasjes en/of een paspoort

en/of een bril en/of een jas en/of een verrekijker, in elk geval van enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- die [slachtoffer 2] tegen/in het hoofd/gezicht en/of tegen het (boven)lichaam

heeft/hebben gestompt/geslagen en/of geschopt/getrapt en/of

- die [slachtoffer 2] heeft/hebben gedwongen in de kofferruimte van een personenauto

plaats te nemen en/of vervolgens de kofferruimte van die personenauto dicht

te maken en/of

- (vervolgens) met de personenauto waarbij die [slachtoffer 2] zich in de kofferruimte

bevond is/zijn gaan rijden en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 2] heeft/hebben gedwongen uit de kofferruimte te

komen/stappen en/of

- (vervolgens) tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: "Ga maar helemaal het

pad af, niet omkijken anders schieten we je neer", althans woorden van

gelijke aard of strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 Wetboek van Strafrecht

art 317 Wetboek van Strafrecht

art 45 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

A.

hij op of omstreeks 13 augustus 2010 in de gemeente Sittard-Geleen,

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van het

door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk

[slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, die [slachtoffer 2], onder meer terwijl hij

op de grond lag, tegen/in het hoofd/gezicht en/of tegen het (boven)lichaam

heeft gestompt/geslagen en/of geschopt/getrapt, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 47 Wetboek van Strafrecht

art 45 Wetboek van Strafrecht

althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen

leiden, dat:

hij op of omstreeks 13 augustus 2010 in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen

en in vereniging met een ander, althans alleen, aan een persoon genaamd

[slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (gebroken neus en/of gebroken

schouder) heeft toegebracht, door deze opzettelijk, onder meer terwijl die

[slachtoffer 2] op de grond lag, tegen/in het hoofd/gezicht en/of tegen het

(boven)lichaam te stompen/slaan en/of te schoppen/trappen;

art 302 Wetboek van Strafrecht

art 47 Wetboek van Strafrecht

althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen

leiden, dat:

hij op of omstreeks 13 augustus 2010 in de gemeente Sittard-Geleen,

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van

het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan een

persoon genaamd [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te

brengen, met dat opzet die [slachtoffer 2], onder meer terwijl

die [slachtoffer 2] op de grond lag, tegen/in het hoofd/gezicht en/of tegen het

(boven)lichaam heeft gestompt/geslagen en/of geschopt/getrapt, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 Wetboek van Strafrecht

art 47 Wetboek van Strafrecht

art 45 Wetboek van Strafrecht

en/of

B.

hij op of omstreeks 13 augustus 2010 in de gemeente Sittard-Geleen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op de

openbare weg, te weten de [M.laan/D.weg], in elk geval op een

openbare weg, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen een gsm en/of een

personenauto ([merk auto]) en/of een rijbewijs en/of een navigatiesysteem en/of

een fotocamera (met toebehoren) en/of kentekenpapieren en/of een laptop en/of

een geldbedrag van 100,- Euro, in elk geval een hoeveelheid geld en/of een

hoeveelheid sleutels en/of een hoeveelheid (bank)pasjes, en/of een paspoort

en/of een bril en/of een jas en/of een verrekijker, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2],

althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen een persoon, te weten tegen [slachtoffer 2], gepleegd met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om,

bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of (een) andere deelnemer(s) aan

het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren

en/of

dat verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, op de openbare weg, te weten de [M.laan/D.weg], in elk

geval op een vopenbare weg, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2]

heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een gsm en/of een

personenauto ([merk auto]) en/of een rijbewijs en/of een navigatiesysteem en/of

een fotocamera (met toebehoren) en/of kentekenpapieren en/of een laptop en/of

een geldbedrag van 100,- Euro, in elk geval een hoeveelheid geld en/of een

hoeveelheid sleutels en/of een hoeveelheid (bank)pasjes en/of een paspoort

en/of een bril en/of een jas en/of een verrekijker, in elk geval

van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- die [slachtoffer 2] tegen/in het hoofd/gezicht en/of tegen het (boven)lichaam

heeft/hebben geschopt en/of geslagen/gestompt en/of

- die [slachtoffer 2] heeft/hebben gedwongen in de kofferruimte van een personenauto

plaats te nemen en/of vervolgens de kofferruimte van die personenauto dicht

te maken en/of

- (vervolgens) met de personenauto waarvan die [slachtoffer 2] zich in de kofferruimte

bevond is/zijn gaan rijden en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 2] heeft/hebben gedwongen uit de kofferruimte te

komen/stappen en/of

- (vervolgens) tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: "Ga maar helemaal het

pad af, niet omkijken anders schieten we je neer", althans woorden van

gelijke aard of strekking;

art 312 Wetboek van Strafrecht

art 317 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 13 augustus 2010 in de gemeente Sittard-Geleen, althans

in het arrondissement Maastricht, in elk geval in Nederland en/of in Duitsland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

[slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd

gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn

mededader(s) met dat opzet die [slachtoffer 2] gedwongen in de kofferruimte van een

personenauto plaats te nemen en/of vervolgens die kofferruimte van die

personenauto dicht te maken en/of vervolgens met de personenauto waarvan die

[slachtoffer 2] zich in de kofferruimte bevond, te gaan rijden;

4.

hij in of omstreeks de periode van 14 augustus 2010 tot en met 15 augustus

2010 te Tudderen, in elk geval in Duitsland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk brand heeft gesticht, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of

meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk open vuur in aanraking

gebracht met een in terpentine/(was)benzine gedrenkt stuk doek/stof, in elk

geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met

terpentine/(was)benzine, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge

waarvan een personenauto geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval

brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de laptop welke zich in

die personenauto bevond, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten

was;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 14 augustus 2010 tot en met 15 augustus

2010 te Tudderen, in elk geval in Duitsland tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk

een personenauto en/of een laptop, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of

onbruikbaar gemaakt;

5.

hij op of omstreeks 18 augustus 2010 te Sittard, in de gemeente

Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans

alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een

persoon genaamd [slachtoffer 3], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te

brengen, met dat opzet, onder meer terwijl die [slachtoffer 3] op de grond lag, die

[slachtoffer 3] heeft gestompt/geslagen en/of geschopt/getrapt, terwijl de uitvoering

van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 18 augustus 2010 te Sittard, in de gemeente

Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 3]), onder

meer terwijl die [slachtoffer 3] op de grond lag, heeft gestompt/geslagen en/of

geschopt/getrapt, waardoor voornoemde [slachtoffer 3] letsel heeft bekomen en/of pijn

heeft ondervonden;

6.

hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2010 tot en met 20 juli 2010 in de

gemeente Sittard-Geleen,

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van

het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om

opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, die [slachtoffer 1] heeft

gestompt/geslagen en/of geschopt/getrapt, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welk (mede)plegen van poging tot doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of

voorafgegaan van enig strafbaar feit gepleegd met het oogmerk om de

uitvoering van dat feit voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij

betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit

hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te

verzekeren, te weten van een diefstal met geweld en/of een afpersing gepleegd

door twee of meer verenigde personen,

hierin bestaande dat verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, op de openbare weg, te weten de [S.laan], in

elk

geval op een openbare weg, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen een horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 1], althans aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een

persoon, te weten tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor

te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan

zichzelf of (een) andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

en/of

dat verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, op de openbare weg, te weten de [S.laan], in elk geval op een

openbare weg, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft/hebben

gedwongen tot de afgifte van een horloge, in elk geval

van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

die [slachtoffer 1] heeft gestompt/geslagen en/of geschopt/getrapt;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 Wetboek van Strafrecht

art 317 Wetboek van Strafrecht

art 45 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

A.

hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2010 tot en met 20 juli 2010 in de

gemeente Sittard-Geleen, tezamen

en in vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door

verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk

[slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, die [slachtoffer 1] heeft gestompt/geslagen en/of

geschopt/getrapt, terwijl de uitvoering

van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 47 Wetboek van Strafrecht

art 45 Wetboek van Strafrecht

althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen

leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2010 tot en met 20 juli 2010 in de

gemeente Sittard-Geleen, tezamen

en in vereniging met een ander, althans alleen, aan een persoon genaamd

[slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (breukjes in/bij/boven het

rotsbeen en/of schedelbasisfractuur) heeft toegebracht, door deze opzettelijk

te stompen/slaan en/of te schoppen/trappen;

art 302 Wetboek van Strafrecht

art 47 Wetboek van Strafrecht

althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen

leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2010 tot en met 20 juli 2010 in de

gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander, althans

alleen, ter uitvoering van

het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan een

persoon genaamd [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te

brengen, met dat opzet die [slachtoffer 1] heeft gestompt/geslagen en/of

geschopt/getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is

voltooid;

art 302 Wetboek van Strafrecht

art 47 Wetboek van Strafrecht

art 45 Wetboek van Strafrecht

althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen

leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2010 tot en met 20 juli 2010 in de

gemeente Sittard-Geleen, tezamen

en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk mishandelend een

persoon (te weten [slachtoffer 1]) heeft gestompt/geslagen en/of

geschopt/getrapt, waardoor voornoemde [slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en/of pijn

heeft ondervonden;

art 300 Wetboek van Strafrecht

en/of

B.

hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2010 tot en met 20 juli 2010 in de

gemeente Sittard-Geleen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op de

openbare weg, te weten de [S.laan], in elk geval op een openbare weg,

met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een horloge,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1],

althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen een persoon, te weten tegen [slachtoffer 1], gepleegd met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om,

bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of (een) andere deelnemer(s) aan

het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren

en/of

dat verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, op de openbare weg, te weten de [S.laan], in elk geval op een

openbare weg, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk

te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft/hebben

gedwongen tot de afgifte van een horloge, in elk geval

van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

die [slachtoffer 1] heeft gestompt/geslagen en/of geschopt/getrapt;

art 312 Wetboek van Strafrecht

art 317 Wetboek van Strafrecht


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde jurisprudentie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature