Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Afwijzing nadeelcompensatie. Actieve risicoaanvaarding (voorzienbaarheid). Eigendomsoverdracht. Vertrouwensbeginsel.

Uitspraak



RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht

zaaknummers: AWB 10/4640 en AWB 10/4641

uitspraak van de meervoudige kamer van 23 juni 2011 in de zaken tussen

RGV Onroerend Goed B.V., te Apeldoorn, eiseres,

en

de minister van Infrastructuur en Milieu, verweerder.

Procesverloop

Bij besluiten van 23 december 2009 heeft verweerder het verzoek van eiseres om schadevergoeding, conform het advies van de Schadecommissie [schadecommissie] van 12 augustus 2009, aangevuld met een addendum op 24 november 2009, ten aanzien van zowel [jachthaven] als [familie], afgewezen.

Bij besluiten van 16 november 2010 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de namens eiseres gemaakte bezwaren, conform het advies van de bezwaarcommissie van de projectorganisatie Maaswerken van 1 november 2010, ongegrond verklaard.

Tegen de bestreden besluiten heeft eiseres afzonderlijk beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 april 2011. Namens eiseres zijn [namen] verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. M. van der Zijp en mr. C.W. Buurman, beiden werkzaam bij Rijkswaterstaat Programma Maaswerken.

Overwegingen

1. Eiseres is eigenaar en exploitant van onder meer het perceel kadastraal bekend Mook en Middelaar, sectie C, nummer 2033 (gedeeltelijk) dat is gelegen in het recreatiegebied Mookerplas waarop het project Zandmaas/Maasroute van toepassing is.

2. Het project Zandmaas/Maasroute heeft betrekking op hoogwaterstandsverlaging, vaarwegverbetering en in beperkte mate natuurontwikkeling. In dat kader is door de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat op 12 maart 2002 het Tracébesluit Zandmaas/Maasroute vastgesteld. Bij uitspraak van 9 juli 2003 in zaak nr. 200201802/1 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) dit Tracébesluit vernietigd voor zover dat betrekking had op de peilopzet van 0,50 meter in stuwpand Grave (tracédeel 10) omdat voorafgaand aan het nemen van het Tracébesluit niet volledig duidelijk was in welke gevallen door de peilopzet schade zou kunnen ontstaan. In verband daarmee was voorts onduidelijk welke mitigerende maatregelen zouden moeten worden getroffen en in hoeverre de kosten daarvan door de staatssecretaris zouden worden gefinancierd. Het Tracébesluit Zandmaas/Maasroute-aanvulling 1 is op 23 mei 2006 vastgesteld als aanvulling op het Tracébesluit Zandmaas/Maasroute uit 2002 en als gedeeltelijke reparatie van genoemde vernietiging door de Afdeling. Aan deze aanvulling liggen dezelfde doelstellingen ten grondslag als aan het Tracébesluit Zandmaas/Maasroute. De aanvulling voorziet in een peilopzet van 0,30 meter in het stuwpand Grave. Met deze peilopzet wordt enerzijds beoogd verdroging van natuurgebieden tegen te gaan die ontstaat door verdieping van het zomerbed en anderzijds de gewenste diepgang voor de scheepvaart te realiseren. Bij uitspraak van 26 september 2007 in zaak nr. 200604920/1 heeft de Afdeling de tegen het Tracébesluit Zandmaas/Maasroute-aanvulling 1 ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Derhalve staan nut en noodzaak van de peilopzet in rechte vast.

3. Als gevolg van de hiervoor genoemde uitspraak van 26 september 2007 is de gestelde schadeoorzaak (peilopzet stuwpand Grave) rechtens onaantastbaar geworden, zodat aan de in artikel 2, eerste lid, van de Regeling nadeelcompensatie Verkeer en Waterstaat 1999 (Staatscourant 1999, nr. 172 / pag. 8; hierna: de Regeling) gestelde voorwaarde dat de schade het gevolg is van de rechtmatige uitoefening door of namens de minister van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid of taak, is voldaan.

4. In geschil is de vraag of verweerder het verzoek om schadevergoeding van eiseres terecht op grond van actieve risicoaanvaarding (voorzienbaarheid) heeft afgewezen. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe het volgende.

5. Ingevolge artikel 5 van de Regeling wordt schade ten gevolge van een schadeoorzaak als bedoeld in artikel 2, eerste lid, die voor de belanghebbende redelijkerwijs voorzienbaar was ten tijde van de beslissing te investeren in het gestelde belang, niet vergoed (actieve risicoaanvaarding).

Ingevolge artikel 6 van de Regeling kan de in artikel 5 bedoelde voorzienbaarheid onder meer betrekking hebben op de aard van een schadeoorzaak als bedoeld in artikel 2, eerste lid, op het tijdstip waarop deze schadeoorzaak zijn werking doet gevoelen, op de plaats waarop ze betrekking heeft, op de wijze van voltrekken of uitvoering daarvan, alsmede op de aard en omvang van de daardoor veroorzaakte schade.

6. Verweerder betoogt dat 4 mei 2001, zijnde de datum van publicatie van het ontwerp-Tracébesluit Zandmaas/Maasroute, als datum voor de voorzienbaarheid van schade als algemeen uitgangspunt dient te worden gehanteerd. Nu deze datum is gelegen vóór de datum van eigendomsverkrijging van eiseres van de schadelocatie, zijnde 25 september 2002, kan volgens verweerder voorzienbaarheid aan eiseres worden tegengeworpen. Daarbij heeft verweerder opgemerkt dat het Tracébesluit uit 2002, voor zover dit ziet op de peilopzet stuwpand Grave, niet eerder dan op 9 juli 2003 door de Afdeling is vernietigd.

Eiseres stelt dat in dit verband moet worden uitgegaan van de datum van de terinzagelegging van de aanvulling van dit besluit op 10 januari 2006.

7. Deze stelling van eiseres treft geen doel. Verweerder heeft 4 mei 2001 terecht als peildatum gehanteerd, omdat met de publicatie van het ontwerp-tracébesluit op die datum met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid duidelijk was dat het stuwpeil in het stuwpand Grave structureel zou worden verhoogd. Anders dan eiseres stelt is, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, onder meer in de uitspraken van 30 juni 2010 in zaak nr. 200907840/1 en 27 december 2006 in zaak nr. 200605120/1, waarnaar verweerder ook verwijst, voor het aannemen van risicoaanvaarding niet vereist dat verwezenlijking van de schadeveroorzakende overheidsmaatregel volledig en onherroepelijk vast staat. Evenmin is vereist dat de schadeveroorzakende maatregel tot in detail is uitgewerkt of dat de omvang van de nadelige gevolgen nauwkeurig kan worden bepaald. Beslissend is of op het moment van investering de mogelijkheid van de schadeveroorzakende overheidsmaatregel zodanig kenbaar was, dat hiermee bij de beslissing tot investering rekening kon worden gehouden. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de uit het Tracébesluit voortvloeiende schade als gevolg van de peilopzet stuwpand Grave ten tijde van de eigendomsverkrijging van de schadelocatie voor eiseres zodanig voorzienbaar was dat zij geacht moet worden het risico hiervan te hebben aanvaard.

8. Eiseres stelt verder dat geen sprake is geweest van een eigendomsoverdracht met risicoaanvaarding. Daartoe voert eiseres aan dat de eigendomsverwerving op geen enkele wijze te vergelijken is met een commerciële transactie waarbij een onroerende zaak tegen betaling van een normale (marktconforme) prijs van eigenaar is verwisseld. Volgens eiseres heeft de eigendomsverwerving plaatsgevonden door middel van een juridische fusie, waarbij onroerende zaken zijn ingebracht waarvoor geen prijs is betaald maar een aandeel is uitgegeven. Er is in die zin slechts sprake geweest van een herschikking van onroerende zaken, aldus eiseres.

9. Deze stelling treft evenmin doel. Tussen partijen is niet in geschil dat de schadelocatie tot 18 juli 2002 in eigendom toebehoorde aan het openbaar lichaam gemeenschappelijke regeling Recreatiegemeenschap Nijmegen en Omstreken (RNO) en voorts dat als gevolg van een fusie tussen RNO Holding BV en RGV Holding BV op 5 september 2002 de schadelocatie in dat kader aan RGV Holding BV is overgedragen. Vervolgens is de locatie op 25 september 2002 door middel van een daartoe gesloten overeenkomst tot uitgifte van aandelen aan eiseres overgedragen, waarbij is bepaald dat de storting van aandelen dient te geschieden anders dan in geld en wel door inbreng van onroerende zaken. Eiseres heeft daarmee als een zelfstandige juridische entiteit de exploitatie van de schadelocatie per 25 september 2002 overgenomen. Hoewel gesproken zou kunnen worden van een (fiscaal) geruisloze inbreng, kan niet worden gezegd dat sprake is van louter organisatorische wijzigingen. Feitelijk is immers alle zeggenschap en het volledige beheer over de schadelocatie, dat ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp-Tracébesluit nog tot de verantwoordelijkheid van de aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten toebehoorde, vanaf 25 september 2002 bij eiseres komen te liggen. Hieruit volgt dat verweerder terecht actieve risico-aanvaarding aan eiseres heeft kunnen tegenwerpen.

10. Tot slot faalt het beroep van eiseres op het vertrouwensbeginsel. Anders dan eiseres stelt kan aan de toelichting op het Tracébesluit (blz. 53) niet het gerechtvaardigde vertrouwen worden ontleend dat grondeigenaren geen schade zullen lijden. Uit (hoofdstuk 6 van) deze toelichting kan niet worden afgeleid dat schade die ondanks het treffen van mitigerende (herstel)maatregelen dan wel vooraf bepaalde gezamenlijke oplossingsrichtingen optreedt, wordt vergoed. Daarvoor is immers de Regeling vastgesteld op basis waarvan het eventuele recht op schadevergoeding moet worden vastgesteld.

11. De beroepen zijn ongegrond.

12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank

verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman - Kleijberg, voorzitter, en mr. J.A. van Schagen en mr. I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas, rechters, in tegenwoordigheid van

mr. P. van der Stroom, griffier.

De griffier, De voorzitter,

Uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2011.

Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto 6:13 van de Awb , binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage.

Verzonden op: 23 juni 2011.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature