Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Vochtschade aan lading na reiniging tankcontaineroplegger.

In geschil is of H&S toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst door het leidingsysteem van de tankcontaineroplegger onvoldoende te drogen.

Bewijsopdracht aan Kravag dat was overeengekomen dat H&S ook de slangen moest drogen.

Uitspraak



Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 194615 / HA ZA 09-2387

Vonnis van 8 juni 2011

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

KRAVAG-LOGISTIC VERSICHERUNGS-AG,

gevestigd te Hamburg, Duitsland,

eiseres,

advocaat mr. J.C. van Zuethem te Breda,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

H&S CLEANING B.V.,

gevestigd te Barneveld,

gedaagde,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem.

Partijen zullen hierna Kravag en H&S worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 november 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 4 maart 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Kravag is de aansprakelijkheidsverzekeraar van Bositra Internationale Spedition und Transport GmbH (hierna: Bositra), een Duits bedrijf dat zich bezighoudt met expeditie en vervoer over de weg.

2.2. H&S houdt zich bezig met de reiniging van rijdend materieel.

H&S is aangesloten bij de Nederlandse branchevereniging Association of Tankcleaning Companies Netherlands (ATCN). De ATCN hanteert algemene voorwaarden (hierna: de ATCN-voorwaarden) die ook haar leden kunnen gebruiken. De ATCN-voorwaarden luiden onder meer als volgt.

Artikel 6 – acceptatie

1. Wanneer de reiniging voltooid is, tekent de opdrachtgever voor ontvangst van het gereinigde materieel en de gereinigde uitrusting en voor de andere uitgevoerde werkzaamheden. Bij ontbreken van gemotiveerde voorbehouden met betrekking tot de staat van reiniging, wordt vermoed dat de opdrachtgever het gereinigde object en de uitrusting als goed gereinigd en in goede staat heeft geaccepteerd […].

Artikel 8 – aansprakelijkheid reinigingsbedrijf

1. Het reinigingsbedrijf is behoudens het bepaalde in lid 2 van dit artikel niet aansprakelijk voor schade, die opdrachtgever of zijn personeel lijdt als gevolg van, of in enigerlei verband staande met, de uitvoering van de gegeven opdracht.

2. Indien door schuld van de zijde van het reinigingsbedrijf het reinigen, opwarmen c.q. op temperatuur houden niet conform de opdracht is uitgevoerd, is aansprakelijkheid van het reinigingsbedrijf beperkt tot het opnieuw uitvoeren van de overeengekomen handeling.

2.3. Bositra en H&S doen sinds september 2005 regelmatig zaken met elkaar.

2.4. Op 2 oktober 2008 reinigt H&S in opdracht van Bositra een tankcontaineroplegger. Na afronding van de werkzaamheden geeft H&S een reinigingscertificaat (European Cleaning Document) af. Op het European Cleaning Document staat onder meer vermeld:

Voertuig / Vehicle

BV-HF-99

Tank, Container, IBC / Tank, Container, ISC

BORKT508

Reinigingsprocedures […]

P10 – P30 BULK STANDAARD […]

Aanvullende werkzaamheden […]

P30 – DROGEN

E50 – SLANGEN REINIGEN […]

Het tankreinigingsstation en de chauffeur bevestigen dat bovenvermelde diensten om de tank te reinigen werden uitgevoerd (zie EFTCO definitie van ‘gereinigd’). […]

Het European Cleaning Document wordt door de chauffeur ondertekend.

2.5. Volgens de “Richtlijnen voor het gebruik van het Europees Reinigingsdocument” (productie 5 van Kravag) moet het European Cleaning Document aan een aantal vereisten voldoen. Het document moet onder andere minimaal uit drie gekleurde kopieën (doordrukvellen) bestaan. De witte kopie (het origineel) is bestemd voor de volgende laadplaats, de gele kopie is voor de chauffeur, de blauwe kopie is voor het reinigingsstation en de groene kopie wordt samen met de factuur verzonden naar de klant of het transportbedrijf (optioneel).

2.6. De bovengenoemde richtlijnen zijn opgesteld door de branchevereniging EFTCO en luiden verder onder meer als volgt (productie 1 bij incidentele conclusie):

The EFTCO definition of ‘clean’ is as follows: “A tank shall be described as clean when there are no visible traces or odour of the last product or cleaning agent following an inspection from the man-lids”.

A standard tank cleaning is the cleaning of the tank for the last product it has carried, as indicated on the ECD. By mutual agreement parties may agree to clean a tank from its last carried product and to prepare the concerned tank for loading of the next cargo. In that case parties will agree on specific complementary cleaning work to be carried out in order to achieve the required cleanliness. When the cleaning was carried out according to the specifications of the customer, different from the EFTCO definition of ‘clean’, this should be indicated in box 11 under Comments.

Period of ECD validity: The responsibility for keeping the cleanliness of the tank in line with what is indicated on the ECD, is transferred from the cleaning station to the operator in control of the tank, from the moment the tank has left the cleaning station.

A cleaned tank that has been immobilized for a longer time at the tank cleaning depot may be put in service again with a new ECD attached to the previous one, mentioning in box 10 that the tank has been inspected and found to be clean and/or mentioning other additional services that have been rendered by the tank cleaning station.

These guidelines do not supersede the conditions of sale of the individual tank cleaning station or the general conditions of the National Tank Cleaning Organizations.

2.7. Op de achterzijde van ieder doordrukvel van het European Cleaning Document staat onder meer vermeld:

ATCN voorwaarden

Bij reiniging van materieel en uitrusting en opwarmen van materieel en lading zijn van toepassing de ATCN algemene tankreinigingsvoorwaarden, laatst gewijzigde tekst, zoals gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te ’s Gravenhage. Op verzoek wordt kosteloos een exemplaar van de tekst van genoemde voorwaarden verzonden.

2.8. Op 6 oktober 2008 wordt de tankcontaineroplegger voor het eerst sinds de reiniging weer beladen. De lading is eigendom van Raumedic AG en wordt in opdracht van Rehau verzonden naar B. Braun Melsungen AG.

2.9. Op 7 oktober 2008 komt de lading aan op de plaats van bestemming. Bij inspectie blijkt dat de lading nat is geworden. De ontvanger weigert daarop de lading. Bositra stelt H&S aansprakelijk voor de schade en stelt zich daartoe op het standpunt dat de lading nat is geworden door restwater in de leidingen, doordat die na de reiniging niet goed zijn gedroogd door H&S.

2.10. Allianz, de transportverzekeraar van Rehau, stelt Raumedic AG schadeloos.

Kravag vergoedt vervolgens de schade, door een deskundige begroot op € 22.302,48, aan Allianz. Het rapport van de deskundige is in het geding gebracht als productie 3 bij dagvaarding en luidt onder meer als volgt:

Schadenursache:

Der Schaden war im Verlaufe des Transportes nach übernahme der Ware und bis zum Zeitpunkt der Entladung beim Empfänger in dem anbringenden Tankfahrzeug eingetreten. Auf Grundlage aller Feststellungen ist der Sachverständige der Ansicht, dass der Nässeschaden an der Warenpartie auf im fahrzeugseitigen Schlaugleitungssystem vorhandenes Restwasser zurückzuführen war.

Im Zuge der Reinigung des transportierenden Fahrzeugs wurde das komplette Schlauchsystem mit Wasser und Heißdampf gereinigt sowie nachfolgend getrocknet. Aufgrund der ungünstigen Gefällelage sowie der höher gelegenen Anschlusskupplungen der oberen Schlauchleitung war in diesem Bereich eine Wasserablagerung eingetreten, welche erst nach Beginn der Entladung durch den fahzeugseitigen Druckluftkreislauf in das Silofahrzeug und somit in die zuvor unbeschädigte, trockene Ware gepumpt wurde.

Die festgestellten Wassermengen lassen auf eine nicht ausreichend durchgeführte Trocknung des fahrzeugseitigen Schlauchsystems schließen.

2.11. Kravag neemt tegen betaling alle rechten op schadevergoeding jegens derden over van Raumedic AG. Daarnaast subrogeert Kravag in de contractuele vorderingen van Bositra op H&S.

2.12. Onderaan een factuur van H&S Transport B.V. aan Bositra van 12 april 2008, door H&S overgelegd als productie 2 bij akte uitlating in het bevoegdheidsincident, staat vermeld:

General conditions are lodged at the Arrondissements Rechtbank of Amsterdam Reference no: 24/1995. Registered in the trade register in Arnhem Reference no. 09038797

2.13. Onderaan een factuur van H&S aan Bositra van 6 oktober 2008, door Kravag overgelegd als productie 8 bij akte uitlating in het bevoegdheidsincident, staat vermeld:

Algemene voorwaarden gedeponeerd bij de Arrondissements rechtbank te Amsterdam. Onder nr.: 24/1995 Ingeschreven in het Handelsregister te Arnhem onder nr.: 09086376.

De hier bedoelde algemene voorwaarden zijn door Kravag overgelegd als productie 7 bij conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident en dragen het opschrift “B.V. TRANSPORTONDERNEMING HEMPENIUS STOMMEL”. Artikel 2.3 van de ze algemene voorwaarden luidt:

Alle activiteiten van HS [B.V. Transportonderneming Hempenius-Stommel, de rechtbank] als onderdeel van de bedrijfsvoering (al dan niet gratis) worden ondernomen met inachtneming c.q. gelding van deze Voorwaarden.

3. Het geschil

3.1. Kravag vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, H&S veroordeelt tot betaling aan haar van € 22.302,48, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, met veroordeling van H&S in de proceskosten.

3.2. Kravag legt aan haar vordering ten grondslag dat H&S is tekortgeschoten in de uitvoering van de overeenkomst door het leidingsysteem van de tankcontaineroplegger onvoldoende te drogen, waardoor de lading nat is geworden. Op grond van artikel 6:74 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) vordert zij vergoeding van de schade die zij als gevolg van de tekortkoming heeft geleden.

3.3. H&S voert verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Toepasselijk recht

4.1. Het geschil zal worden beoordeeld naar Nederlands recht, nu beide partijen op de comparitie hebben verklaard dat in deze procedure Nederlands recht van toepassing is.

Wat is overeengekomen

4.2. In geschil is of H&S toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst door het leidingsysteem van de tankcontaineroplegger onvoldoende te drogen.

4.3. H&S heeft op de comparitie onder meer verklaard:

De silo wordt gedroogd; de slangen worden alleen gereinigd en niet gedroogd. Dit is standaard. Geen enkele reiniger droogt slangen. Wij betwisten uitdrukkelijk dat overeen is gekomen dat de slangen ook gedroogd zouden worden. De reden waarom de slangen niet gedroogd worden is dat er geen methode is om de slangen te drogen. Ze zijn behoorlijk lang, zo’n 6 meter. De slang die in de koker wordt teruggelegd is de verantwoordelijkheid van de chauffeur. Hij moet nagaan of de slang droog is voordat de slang weer wordt gebruikt. De slang droogt in de koker op natuurlijke wijze, door de wind als de vrachtwagen rijdt. Op de kokers zitten deksels, maar er kan toch wind doorheen. De slangen worden bovendien alleen bij het lossen gebruikt en niet bij het laden. Het laden gaat via de mangaten bovenop de silo en het lossen gaat via een slang. De ontvanger kan kiezen of via zijn eigen slangen wordt gelost of via de slangen van de wagen. De slangen staan niet voortdurend direct in verbinding met de silo.

4.4. Kravag heeft op de comparitie verklaard dat is overeengekomen dat H&S zowel de tank als de slangen zou reinigen en drogen. Dat ook de slangen zouden worden gedroogd, is niet schriftelijk vastgelegd. Het volgt in ieder geval niet uit het European Cleaning Document zoals geciteerd onder 2.4. Volgens Kravag is de opdracht tot het drogen van de slangen mondeling verstrekt. Kravag voert aan dat vanuit H&S in ieder geval niet duidelijk is gemaakt dat de slangen niet zouden worden gedroogd.

4.5. Kravag beroept zich op het rechtsgevolg van haar stelling dat ook het drogen van de slangen onderdeel was van de overeenkomst, namelijk het rechtsgevolg dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst doordat de slangen niet (goed) zijn gedroogd. Nu H&S uitdrukkelijk en gemotiveerd betwist dat de slangen op grond van de overeenkomst moesten worden gedroogd, zal aan Kravag dan ook overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv.) worden opgedragen haar stelling te bewijzen.

4.6. Slaagt Kravag niet in dit bewijs, dan zal haar vordering worden afgewezen. Het niet drogen van de slangen levert dan immers geen tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst op.

Schade, causaal verband en toerekenbaarheid

4.7. Indien Kravag wel slaagt in het bewijs, staat daarmee de tekortkoming van H&S vast. Zij heeft dan immers de slangen niet gedroogd terwijl was overeengekomen dat zij dit wel zou doen. Wil die tekortkoming echter leiden tot schadeplichtigheid, dan moet op grond van artikel 6:74 BW ook sprake zijn van schade, causaal verband en toerekenbaarheid.

4.8. Het bestaan van schade wordt door H&S op zichzelf niet betwist en volgt ook uit het – in zoverre door H&S onweersproken – deskundigenrapport, zodat aan deze voorwaarde is voldaan. Partijen verschillen wel van mening over de omvang van de schade, maar de beoordeling daarvan laat de rechtbank op dit moment verder buiten beschouwing.

4.9. H&S heeft op de comparitie verklaard dat zij, indien er restwater in de slangen heeft gezeten en die slangen zouden zijn gebruikt bij het laden of lossen, niet betwist dat er causaal verband bestaat tussen de aanwezigheid van dat water in de slangen en de ontstane schade. Het enkel openlaten door H&S van de mogelijkheid dat bij het lossen ook de slangen van de ontvanger van de lading kunnen zijn gebruikt, is onvoldoende om te worden aangemerkt als een gemotiveerde betwisting van de stelling van Kravag dat bij het lossen de slagen van de wagen zijn gebruikt. Daarmee staat de juistheid van deze stelling van Kravag in rechte vast. Hieruit volgt dat ook het causaal verband tussen de tekortkoming en de schade vaststaat. Ook aan deze voorwaarde is dus voldaan.

4.10. Dan blijft over de vraag of de tekortkoming aan H&S kan worden toegerekend.

Een tekortkoming kan de schuldenaar niet worden toegerekend, indien zij niet is te wijten aan zijn schuld, noch krachtens wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt (artikel 6:75 BW). H&S beroept zich in dit verband op het bestaan van een rechtshandeling als hiervoor bedoeld. Zij beroept zich namelijk op artikel 8 van de ATCN-voorwaarden, waarin de uitsluiting dan wel beperking van haar aansprakelijkheid is neergelegd (zie onder 2.2). Kravag betwist echter dat de ATCN-voorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn. Gelet op de hoofdregel van artikel 150 Rv . rust de bewijslast in dezen op H &S.

4.11. In afwachting van de bewijslevering door Kravag als bedoeld onder 4.5 zal het bewijs als bedoeld onder 4.10 vooralsnog niet aan H&S worden opgedragen, maar zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. draagt Kravag op te bewijzen feiten en omstandigheden waaruit volgt dat Bositra en H&S zijn overeengekomen dat H&S ook de slangen moest drogen,

5.2. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 22 juni 2011 voor uitlating door Kravag of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,

5.3. bepaalt dat Kravag, indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,

5.4. bepaalt dat Kravag, indien zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de vrijdagen in de maanden juli tot en met september 2011 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

5.5. bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. G.J. Meijer in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4,

5.6. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.7. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Meijer en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2011.

Coll.: JC


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature