Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

De voorzieningenrechter stelt vast dat er geen begripsomschrijving voor wat betreft het begrip ‘maatschappelijke voorzieningen’ in de planvoorschriften is opgenomen. Dat betekent dat voor de invulling van dat begrip gekeken moet worden naar de uitleg zoals die in het algemene verkeer wordt gebezigd. De voorzieningenrechter ziet in dat kader geen grond voor het oordeel dat verweerder niet in redelijkheid aansluiting heeft kunnen zoeken bij de begripsomschrijving die voor de nieuwe en nog te ontwikkelen bestemmingsplannen wordt gehanteerd, zoals hij heeft gedaan.

De voorzieningenrechter overweegt dat gelet op het vorenstaande niet kan worden gesteld dat de verkoop van handproducten en het geven van daarbij horend advies aan particulieren niet nauw samenhangt met de functie van apotheek. Nu voorts de ruimtelijke uitstraling van de uitstalling en de verkoop van handproducten niet zodanig is dat het niet langer als ondergeschikt aan de hoofdfunctie kan worden aangemerkt, bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat geen sprake is van een ondergeschikte nevenactiviteit. De uitstalling en verkoop vinden plaats binnen de apotheek. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moet onder deze omstandigheden worden geconcludeerd dat de verkoop van detailhandelsproducten van zodanig ondergeschikte aard is dat daaraan in planologisch opzicht geen zelfstandige betekenis toekomt. Hierbij acht de voorzieningenrechter van belang dat het beperkte activiteiten betreft, gelet op de omzet- en oppervlaktegegevens.

Uitspraak



RECHTBANK GRONINGEN

Sector Bestuursrecht

Zaaknr: AWB 11/88 en 11/281 GEMWT

van de voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen inzake het verzoek om toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van

[verzoekster] [woonplaats]

gemachtigde: mr. R. Scholten, werkzaam bij Achmea Rechtsbijstand,

ten aanzien van het besluit van 14 december 2010 van

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Menterwolde, verweerder,

gemachtigde: R. Hazekamp, werkzaam bij de gemeente.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 december 2010 heeft verweerder de bezwaren van verzoeksters tegen het primaire besluit van 12 augustus 2010 ongegrond verklaard en laatstgenoemd besluit gehandhaafd, inhoudende de weigering van verweerder om handhavend op te treden tegen het volgens verzoeksters in strijd handelen met de planvoorschriften van het vigerende bestemmingsplan door de apotheek, gevestigd [adres]

Namens verzoeksters is bij brief van 31 januari 2011 tegen dit besluit bij de rechtbank beroep ingesteld.

Bij verzoekschrift van 4 april 2011 is namens verzoeksters de voorzieningenrechter gevraagd met betrekking tot het voornoemde besluit een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft bij brief van 8 april 2011 de op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend.

Afschriften van de gedingstukken zijn, voor zover niet door hen ingediend, aan partijen verzonden.

Het verzoek is behandeld ter zitting van de rechtbank op 28 april 2011, alwaar verzoeksters in persoon zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde.

Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door de voornoemde gemachtigde.

Namens derde-belanghebbende, te weten de apotheek, is [belanghebbende] verschenen.

2. Rechtsoverwegingen

2.1 Feiten en omstandigheden

Verzoeksters exploiteren de [adres]

Verzoeksters hebben verweerder bij brief van 17 maart 2010 verzocht handhavend op te treden tegen de detailhandelsactiviteiten van de apotheek, gevestigd [adres] in verband met overtreding van de planvoorschriften van het vigerende bestemmingsplan.

Verweerder heeft bij primair besluit van 12 augustus 2010, verzonden op 17 augustus 2010, het verzoek om handhavend op te treden tegen voornoemde apotheek afgewezen.

Namens verzoeksters is bij brief van 8 september 2010 een bezwaarschrift tegen dit besluit bij verweerder ingediend.

Verzoeksters zijn in de gelegenheid gesteld het bezwaarschrift mondeling toe te lichten bij de commissie bezwaarschriften en klachten van de gemeente Menterwolde (hierna: de commissie) tijdens de hoorzitting van 1 november 2010, van welke gelegenheid zij geen gebruik hebben gemaakt. Een verslag van deze hoorzitting bevindt zich onder de gedingstukken.

De commissie heeft verweerder bij brief van 18 november 2010 geadviseerd het bezwaarschrift van verzoeksters ongegrond te verklaren.

Bij het thans bestreden besluit heeft verweerder onder overneming van het advies van de commissie het bezwaarschrift van verzoeksters ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd.

2.2 Regelgeving

Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), kan, voor zover hier van belang, indien tegen een besluit, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

In artikel 8:86, eerste lid, van de Awb is voorts bepaald dat, indien het verzoek om een voorlopige voorziening wordt gedaan wanneer beroep bij de rechtbank is ingesteld en de voorzieningenrechter van oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, deze onmiddellijk uitspraak kan doen in de hoofdzaak. Deze situatie doet zich hier voor.

Ingevolge artikel 125, eerste lid, van de Gemeentewet is het gemeentebestuur bevoegd tot toepassing van bestuursdwang. Op grond van het tweede lid van dit artikel wordt de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang uitgeoefend door het college, indien de toepassing van bestuursdwang dient tot handhaving van regels welke het gemeentebestuur uitvoert.

Ingevolge artikel 5:21 van de Awb wordt onder een last onder bestuursdwang verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:

a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en

b. de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.

Ter plaatse is het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Gouden Driehoek en Kerkstraat-Oost’ van toepassing. Op basis van dit bestemmingsplan valt het perceel Europaweg 2 te Zuidbroek onder de bestemming ‘bedrijfsdoeleinden’, met de aantekening ‘grens uitwerking’.

Ingevolge artikel 1, onder j, van de planvoorschriften van het vigerende bestemmingsplan wordt onder detailhandel verstaan: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan particulieren.

Op grond van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder e, van de planvoorschriften van het vigerende bestemmingsplan kunnen de gronden, gelegen binnen de op de plankaart aangegeven ‘grens uitwerking’, ook bestemd zijn voor andere bedrijven als bedoeld in artikel 4 (‘gemengde doeleinden’).

In artikel 3, negende lid, van de planvoorschriften van het vigerende bestemmingsplan staat aangegeven dat burgemeester en wethouders deze gronden dienen uit te werken met inachtneming van het gestelde in de beschrijving op hoofdlijnen en de bebouwingsbepalingen.

Verweerder heeft bij besluit van 6 januari 2009 het ‘bestemmingsplan Gouden Driehoek, Zuidbroek en Kerkstraat-Oost, uitwerkingsplan Gezondheidscentrum Zuidbroek’ vastgesteld, goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Groningen op 30 januari 2009 (bekendgemaakt in de Staatscourant op 11 februari 2009).

Uit dit plan blijkt dat de grond is bestemd als ‘gemengde doeleinden’. Hieronder wordt verstaan: maatschappelijke voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, verkeer en verblijf en groenvoorzieningen.

2.3 Overwegingen

Gesteld voor de vraag of er aanleiding bestaat een voorlopige voorziening te treffen, overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

Ter beoordeling van de voorzieningenrechter ligt voor een door verweerder na bezwaar gehandhaafd besluit tot de weigering van handhavend optreden treden tegen het volgens verzoeksters in strijd handelen met de planvoorschriften van het vigerende bestemmingsplan door de apotheek, gevestigd [adres]

Ter beantwoording van de voorzieningenrechter ligt de rechtsvraag voor of er in het onderhavige geval sprake is van een overtreding van de planvoorschriften van het vigerende bestemmingsplan door de voornoemde apotheek.

Onder verwijzing naar het advies van de commissie stelt verweerder zich op het standpunt dat er in de apotheek weliswaar detailhandelsactiviteiten plaatsvinden, maar dat deze van dusdanige aard zijn dat er geen sprake is van een zelfstandig detailhandelsbedrijf. Naar de mening van verweerder zijn de detailhandelsactiviteiten ondergeschikt aan de apotheekactiviteiten en vallen deze daarmee binnen het begrip ‘maatschappelijke voorzieningen’.

Verzoeksters betogen dat er sprake is van detailhandel, hetgeen niet wordt toegestaan op grond van de planvoorschriften in het bestemmingsplan. Dat verweerder in dit kader verwijst naar een begripsomschrijving die zowel ontbreekt in het bestemmingsplan als in het uitwerkingsplan, kan dan ook niet tot de conclusie leiden dat er geen strijdigheid is met het bestemmingsplan, aldus verzoeksters. Zeker niet gezien het feit dat het uitwerkingsplan vrij recent is vastgesteld, te weten 30 januari 2009. Ondanks dat wordt het begrip ‘maatschappelijke voorzieningen’ niet omschreven op de wijze waarop verweerder het toepast.

Tussen partijen is niet in geschil, en de voorzieningenrechter neemt dit als een vaststaand gegeven aan, dat de apotheek gevestigd is op een perceel met de bestemming ‘gemengde doeleinden’. Hieronder wordt verstaan: maatschappelijke voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, verkeer en verblijf en groenvoorzieningen.

De voorzieningenrechter stelt gelet op het uitwerkingsplan vast dat het begrip maatschappelijke voorzieningen niet gedefinieerd is in het vigerende bestemmingsplan noch in het uitwerkingsplan. Onder die omstandigheden dient voor wat betreft de begripsomschrijving van maatschappelijke voorzieningen ingevolge vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) aansluiting te worden gezocht bij het normale spraakgebruik.

Uit het verslag van de hoorzitting in de bezwaarfase leidt de voorzieningenrechter af dat de gemachtigde van verweerder aangegeven heeft dat wordt gewerkt met een standaardisering van bestemmingsplannen. In de nieuwe bestemmingsplannen en nog te ontwikkelen bestemmingsplannen wordt het begrip omschreven als educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, als ook ondergeschikte detailhandel ten dienste van deze voorzieningen. Voorts stelt verweerder zich op het standpunt dat deze begripsomschrijving in het algemene verkeer ook als zodanig wordt gebruikt.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

De voorzieningenrechter stelt vast dat er geen begripsomschrijving voor wat betreft het begrip ‘maatschappelijke voorzieningen’ in de planvoorschriften is opgenomen. Dat betekent dat voor de invulling van dat begrip gekeken moet worden naar de uitleg zoals die in het algemene verkeer wordt gebezigd. De voorzieningenrechter ziet in dat kader geen grond voor het oordeel dat verweerder niet in redelijkheid aansluiting heeft kunnen zoeken bij de begripsomschrijving die voor de nieuwe en nog te ontwikkelen bestemmingsplannen wordt gehanteerd, zoals hij heeft gedaan.

Tussen partijen is niet in geschil, en de voorzieningenrechter neemt dit als een vaststaand gegeven aan, dat detailhandel op grond van de planvoorschriften van het vigerende bestemmingsplan niet is toegestaan.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de apotheek producten verkoopt die betrekking hebben op aandoeningen dan wel huidproblemen. Een aantal producten mag alleen door een apotheek worden verkocht (bijvoorbeeld producten van het merk Vichy).

Tijdens de hoorzitting van de bezwaarfase heeft de eigenares van de apotheek onder meer aangegeven dat in de kast waar de producten voor handverkoop staan ook producten staan die uitsluitend op recept verkrijgbaar zijn. Voorts heeft zij opgemerkt dat de handproducten minder dan 5% van de totale omzet bedragen. Ter zitting heeft de eigenares van de apotheek aangegeven dat uit een nadere beschouwing van de omzetcijfers gebleken is dat de omzet van de handproducten minder dan 2% van de totale omzet bedragen. Voorts heeft zij ter zitting aangegeven dat de door verzoeksters gestelde omzetdaling in hun drogisterij niet heeft geleid tot een omzetstijging in de apotheek.

Uit de motivering van het primaire besluit kan worden afgeleid dat er in de apotheek sprake is van een wand van ongeveer 6 meter waar huidproducten zijn uitgestald. Een aantal huidproducten heeft een directe relatie met de apotheek (ter genezing of ter preventie van huidaandoeningen). Voor een aantal producten is dat minder duidelijk, waarbij gewezen kan worden op bijvoorbeeld producten ten behoeve van babyverzorging en bepaalde type merken voor huidverzorging. De conclusie is dat de producten worden verkocht vanuit een medische achtergrond binnen de functie van apotheek, zodat er in de visie van verweerder geen sprake is van strijdigheid met het bestemmingsplan.

De voorzieningenrechter overweegt dat gelet op het vorenstaand niet kan worden gesteld dat de verkoop van handproducten en het geven van daarbij horend advies aan particulieren niet nauw samenhangt met de functie van apotheek. Nu voorts de ruimtelijke uitstraling van de uitstalling en de verkoop van handproducten niet zodanig is dat het niet langer als ondergeschikt aan de hoofdfunctie kan worden aangemerkt, bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat geen sprake is van een ondergeschikte nevenactiviteit. De uitstalling en verkoop vinden plaats binnen de apotheek. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moet onder deze omstandigheden worden geconcludeerd dat de verkoop van detailhandelsproducten van zodanig ondergeschikte aard is dat daaraan in planologisch opzicht geen zelfstandige betekenis toekomt. Hierbij acht de voorzieningenrechter van belang dat het beperkte activiteiten betreft, gelet op de omzet- en oppervlaktegegevens. Daarbij komt dat verweerder, zoals eerder overwogen, voor de begripsomschrijving van maatschappelijke doeleinden in redelijkheid aansluiting heeft kunnen zoeken bij de uitleg, zoals voorgestaan in het algemene verkeer en bij de standaardisering van de bestemmingsplannen, en dat daaruit voortvloeit dat ondergeschikte detailhandel ten dienste van deze voorzieningen is toegestaan.

De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat er in het onderhavige geval geen sprake is van een overtreding van een planvoorschrift van het vigerende bestemmingsplan, zodat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat hij niet bevoegd was om handhavend op te treden.

Aangezien het beroep ongegrond wordt verklaard, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek daartoe wordt dan ook afgewezen.

Onder die omstandigheden ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een proceskostenveroordeling, als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb , uit te spreken.

Beslist wordt als volgt.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen,

RECHT DOENDE,

ten aanzien van het beroep:

- verklaart het beroep ongegrond;

ten aanzien van het verzoek om voorlopige voorziening:

- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Aldus gegeven door mr. D.M. Schuiling als voorzieningenrechter en in het openbaar door haar uitgesproken op 3 mei 2011, in tegenwoordigheid van mr. H.L.A. van Kats als griffier.

de griffier, de voorzieningenrechter,

Afschrift verzonden op:

typ: hvk

Uitsluitend tegen de uitspraak op het beroep kunnen partijen, alsmede iedere andere belanghebbende, hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te ’s-Gravenhage. Het hoger beroep dient ingesteld te worden door het indienen van een beroepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019 te 2500 EA ’s-Gravenhage binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature