Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

De rechtbank Arnhem veroordeelt een 27 jarige man uit Gennep voor het op 25 oktober 2008 bedreigen met de dood gericht tegen zijn ex-vriendin, haar vader, stiefmoeder en hun buurman en het op die bewuste dag mishandelen van de vader van zijn ex-vriendin en de buurman tot een gevangenisstraf voor de duur van 143 dagen waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank heeft bij het opleggen van de straf rekening gehouden met het feit dat het een oud feit betreft, het feit dat verdachte zijn leven heeft gebeterd.

Uitspraak



RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige Kamer

Parketnummer : 05/601947-08

Data zittingen : 9 april 2009 en 17 mei 2011

Datum uitspraak : 31 mei 2011

Promis II

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : 24 november 1984 te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

Raadsman : mr. D.C. Dorrestein, advocaat te Utrecht.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 25 oktober 2008 te Elst, gemeente Overbetuwe, en/of

Gennep en/of tijdens een autorit tusssen Gennep en Elst, gemeente Overbetuwe,

althans in Nederland, (zijn ex-vriendin) [ex-vriedin verdachte[vader van ex-vriendin verdachte] en/of (haar vader)

[vader ex-vriendin verdachte] en/of (haar stiefmoeder) [stiefmoeder ex-vriendin verdachte] en/of [ benadeelde partij1]

(telefonisch en/of per SMS-bericht en/of per voice-mail) heeft bedreigd met

enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, hierin

bestaande dat verdachte opzettelijk voornoemde [ex-vriendin van verdachte] en/of [vader van ex-vriendin verdachte] en/of [stiefmoeder ex-vriendin verdachte] en/of [benadeelde partij1] dreigend de woorden heeft

toegevoegd :"als ik dat geld niet krijg loopt het slecht af met haar en met

jullie" en/of "Bel me nu, of ik bel je pa. En jou maak ik af. Ik ben over 2

minuten voor je deur" en/of "[ex-vriendin verdachte] vuile kankerhoer je moet reageren anders

kom ik naar je toe en maak ik je dood." en/of "Ik maak je hele familie dood en

ik verbouw jullie hele huis" en/of "ik maak jullie kapot" en/of "Ik maak je

kapot", althans woorden en/of teksten van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 25 oktober 2008 te Elst, gemeente Overbetuwe, met een ander

of anderen, op of aan de openbare weg, Aureus, in elk geval op of aan een

openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [vader van ex-vriendin verdachte] en/of [benadeelde partij1], welk geweld bestond uit het meermalen, althans

eenmaal slaan en/of stompen tegen het hoofd/gezicht/kaak van die [vader van ex-vriendin verdachte] en/of

[benadeelde partij1], waarbij hij, verdachte, heeft gestompt en/of geslagen, en welk door

hem gepleegd geweld enig lichamelijk letsel (een afgebroken kies) voor [benadeelde partij1] ten gevolge heeft gehad;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 25 oktober 2008 te Elst, gemeente Overbetuwe, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend

een of meer persoon/personen (te weten [vader ex-vriendin verdachte] en/of [benadeelde partij1])

meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd/gezicht/kaak heeft

gestompt/geslagen, waardoor voornoemde [vader ex-vriendin verdachte] en/of [benadeelde partij1]

letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

Deze zaak is laatstelijk op 17 mei 2011 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. D.C. Dorrestein, advocaat te Utrecht.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

[vader ex-vriendin verdachte]

[stiefmoeder ex-vriendin verdachte]

[ex-vriendin verdachte]

[benadeelde partij2]

[benadeelde partij3]

[benadeelde partij1]

Als gemachtigde van de benadeelde partijen is ter terechtzitting verschenen mr. G.A.E.M. van Zinnicq Bermann.

De officier van justitie, mr. A.M. Vloedbeld, heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder feit 1 en feit 2 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 143 dagen waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Voorts heeft de officier van justitie geëist dat aan de proeftijd als bijzondere voorwaarde een behandeling bij Kairos of een soortgelijke instelling wordt opgelegd en tevens een gebiedsverbod betreffende de plaats Elst in de gemeente Overbetuwe te Gelderland, alsmede een contactverbod met de families [familienaam] en [familienaam benadeelde partij1].

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [vader ex-vriendin verdachte] heeft de officier van justitie verzocht deze toe te wijzen tot een bedrag van € 846,89, waarbij zij heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen hechtenis. Zij heeft verzocht de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering te verklaren.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij1] heeft de officier van justitie verzocht deze toe te wijzen tot een bedrag van € 846,89, waarbij zij heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen hechtenis. Zij heeft verzocht de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering te verklaren.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [ex-vriendin verdachte] heeft de officier van justitie verzocht deze toe te wijzen tot een bedrag van € 250,-, waarbij zij heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen hechtenis. Zij heeft verzocht de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering te verklaren.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [stiefmoeder ex-vriendin verdachte] heeft de officier van justitie verzocht deze toe te wijzen tot een bedrag van € 250,-, waarbij zij heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen hechtenis. Zij heeft verzocht de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering te verklaren.

Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij2] en [benadeelde partij3] heeft de officier van justitie verzocht deze niet-ontvankelijk te verklaren.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Ten aanzien van feit 1

Vaststaande feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 25 oktober 2008 heeft verdachte een sms bericht gestuurd naar de mobiele telefoon van [ex-vriendin verdachte] met de inhoud: “Bel me nu, of ik bel je pa. En jou maak ik af. Ik ben over 2 minuten voor je deur.” Toen verdachte naar de huistelefoon van de familie [familienaam] belde heeft hij de woorden gebezigd: "[ex-vriendin verdachte] vuile kankerhoer je moet reageren anders kom ik naar je toe en maak ik je dood." en "Ik maak je hele familie dood en ik verbouw jullie hele huis". Zowel [ex-vriendin verdachte] als [vader ex-vriendin verdachte] en [stiefmoeder ex-vriendin verdachte] hebben deze woorden gehoord en voelden zich door deze woorden bedreigd. Verdachte heeft het sms bericht en de telefoontjes gepleegd toen hij in Gennep was, respectievelijk in de auto onderweg was van Gennep naar Elst (gemeente Overbetuwe).

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde met uitzondering van de bedreiging gericht tegen [benadeelde partij1] (hierna: [benadeelde partij1]). Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat weliswaar uit de aangifte van [benadeelde partij1] blijkt dat hij zich inderdaad bedreigd heeft gevoeld, maar dat deze bedreiging niet door andere bewijsmiddelen wordt ondersteund.

Beoordeling van de standpunten

De rechtbank is van oordeel dat de bedreigingen zoals opgenomen onder de vaststaande feiten tegen [ex-vriendin verdachte], [vader ex-vriendin verdachte] en [stiefmoeder ex-vriendin verdachte] waren gericht. Weliswaar was [benadeelde partij1] in de woning van de familie [familienaam] aanwezig en heeft hij de telefonisch geuite bedreigingen (deels) daadwerkelijk gehoord, ook voor [benadeelde partij1] was daarbij duidelijk dat de door verdachte telefonisch gebezigde woorden, alleen gericht waren tegen [ex-vriendin verdachte], [vader ex-vriendin verdachte] en [stiefmoeder ex-vriendin verdachte]. Toen verdachte echter bij het huis van [vader ex-vriendin verdachte] te Elst aankwam escaleerde de situatie buiten op straat waarbij [benadeelde partij1] fysiek in het conflict tussen verdachte en de familie [familienaam] betrokken raakte. [benadeelde partij1] heeft hierover verklaard dat hij verdachte op een gegeven moment over de motorkap van een auto heeft gesleurd, dat even later verdachte aan de overkant van de straat stond en riep: “ik maak je kapot” en dat [benadeelde partij1] zag en hoorde dat deze bedreigingen aan hem gericht waren en dat hij zich daardoor erg bedreigd voelde. Tevens heeft [benadeelde partij1] verklaard dat hij hoorde dat verdachte zei: “ik maak jullie kapot”. Ook medeverdachte [medeverdachte] heeft verdachte onder meer horen zeggen: “ik maak jullie kapot”.

De rechtbank is van oordeel, dat gezien het voorenstaande wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan bedreigingen met enig misdrijf tegen het leven gericht, jegens [benadeelde partij1].

Ten aanzien van feit 2

Vaststaande feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte heeft op 25 oktober 2008 te Elst, gemeente Overbetuwe, [vader ex-vriendin verdachte] met zijn tot vuist gebalde hand op de rechter kaak geslagen waardoor [vader ex-vriendin verdachte] direct pijn voelde en heeft verdachte met zijn linker gebalde vuist tegen de kaak van [benadeelde partij1] geslagen . [benadeelde partij1] voelde hierdoor pijn aan zijn kaak en zijn rechter bovenkies is afgebroken.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en overweegt daartoe dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] naar het huis van [ex-vriendin verdachte] en haar familie is gegaan, terwijl verdachte tijdens de autorit telefonische bedreigingen uitte gericht tegen [ex-vriendin verdachte] en haar familie. Bij de woning aangekomen is verdachte vervolgens uitgestapt en heeft hij als eerste [vader ex-vriendin verdachte] geslagen waarna verdachte door [benadeelde partij1] is vastgepakt. Daarop is de medeverdachte [medeverdachte] uit de auto gestapt en hij heeft [benadeelde partij1] vervolgens vastgepakt en weggetrokken. Medeverdachte [medeverdachte] heeft daardoor een significante en wezenlijke bijdrage aan het geweld geleverd. Vervolgens heeft verdachte [benadeelde partij1] tegen het hoofd geslagen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich aan het primair tenlastegelegde schuldig heeft gemaakt nu er tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] geen sprake was van het openlijk en in vereniging plegen van geweld. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de bijdrage van [medeverdachte] beperkt is gebleven tot het wegtrekken en wegduwen van [benadeelde partij1], zodat niet gezegd kan worden dat [medeverdachte] geweld heeft gebruikt. Wel acht de raadsman wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem subsidiair ten laste gelegde met uitzondering van het bestanddeel tezamen en in vereniging.

Beoordeling van de standpunten

De rechtbank acht evenals de raadsman niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem primair tenlastegelegde en overweegt daartoe het navolgende.

Significante en wezenlijke bijdrage

De rechtbank is van oordeel dat verdachte en zijn medeverdachte geen vooropgezet plan hadden om samen geweld tegen [vader ex-vriendin verdachte] en/of [benadeelde partij1] te gebruiken. De rechtbank baseert dat op de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] inhoudende dat hij verdachte toevallig op straat tegenkwam, die hem vroeg hem naar het adres van [ex-vriedin verdachte] te brengen omdat hij met haar wilde praten daar het niet goed ging tussen hen. [medeverdachte] heeft voorts verklaard dat verdachte niet zo veel over [ex-vriedin verdachte] vertelde en de rechtbank leidt daaruit af dat [medeverdachte] geen weet heeft gehad van de daadwerkelijke verhoudingen op dat moment tussen verdachte en [ex-vriedin verdachte] of haar familie. [medeverdachte] heeft toen ingestemd met het verzoek van verdachte, ook al moest hij later die avond werken. Mede omdat verdachte hem verteld had dat het maar een uurtje zou duren heeft [medeverdachte] besloten verdachte een plezier te doen en heeft hij hem naar Elst vervoerd. Tijdens de autorit van Gennep naar Elst heeft [medeverdachte] verdachte telefoongesprekken met

[ex-vriedin verdachte] horen voeren waarin hij hoorde dat verdachte tegen [ex-vriedin verdachte] zei: “ik maak je dood”,“vieze hoer”en “ik krijg nog geld van je”. Ter zitting heeft [medeverdachte] met betrekking tot deze bedreigingen verklaard dat verdachte als hij boos is dergelijke dingen zegt, maar deze niet meent. Om deze reden en omdat [medeverdachte] niet geheel op de hoogte was van de verhoudingen tussen verdachte en [ex-vriedin verdachte] en haar familie, is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte] uit de bedreigende woorden niet direct heeft kunnen afleiden dat verdachte daadwerkelijk geweld wilde gaan gebruiken. Dat het beoogde aandeel van [medeverdachte] die avond slechts het bieden van transport aan verdachte was die met zijn ex-vriendin [ex-vriendin verdachte] wilde praten blijkt voorts uit het feit dat eenmaal op het adres van [ex-vriendin verdachte] aangekomen verdachte tegen [medeverdachte] heeft gezegd: “blijf maar in de auto zitten, ik ga met [ex-vriendin verdachte] praten.” [medeverdachte] is vervolgens ook daadwerkelijk in de auto blijven zitten.

De rechtbank is voorts van oordeel dat [medeverdachte] geen wezenlijke en significante bijdrage heeft geleverd aan het geweld en overweegt daartoe dat [medeverdachte] zich slechts genoodzaakt voelde om zich met de situatie te bemoeien toen hij zag dat verdachte door een man, die later bleek [benadeelde partij1] te zijn, achterover op de motorkap werd geduwd. [medeverdachte] wilde op dat moment dat verdachte met hem in de auto zou stappen en dat ze weg zouden rijden. [medeverdachte] heeft hierover verklaard dat hij daartoe [benadeelde partij1] van achteren omarmde. [benadeelde partij1] heeft over deze situatie verklaard dat hij verdachte over de motorkap heeft gesleurd en dat hij op dat moment voelde dat hij in zijn nek werd gegrepen en naar achteren werd getrokken. Voorts heeft hij verklaard dat hij die jongen, die hij herkende als [medeverdachte], vervolgens zelf in de wurggreep heeft genomen en dat deze probeerde los te komen waardoor zij samen op de grond vielen. Andere getuigen hebben over het handelen van [medeverdachte] geen ander beeld naar voren gebracht en de rechtbank is van oordeel dat het handelen van [medeverdachte] hierbij is gebleven. Dat de situatie vervolgens niet geëindigd is, is onder andere aan verdachte toe te rekenen.

De rechtbank is van oordeel dat nu [medeverdachte] zijn handelen heeft beperkt tot het wegtrekken/wegduwen van [benadeelde partij1] met het doel om de-escalerend op te treden, diens bijdrage in het geweld niet significant en wezenlijk is geweest. De rechtbank is voorts van oordeel dat er daarom geen sprake van is dat verdachte tezamen met zijn medeverdachte openlijk geweld heeft gepleegd tegen [vader ex-vriendin verdachte] en/of [benadeelde partij1]. Op grond van het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde, zodat verdachte van dit feit zal worden vrijgesproken

Tezamen en in vereniging

Het tezamen en in vereniging plegen van een strafbaar feit impliceert dat er sprake moet zijn geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de plegers van het strafbare feit. Nu ten aanzien van het aan verdachte tenlastegelegde, zoals hiervoor reeds overwogen, geen sprake is geweest van een wezenlijke en significante bijdrage aan het geweld door medeverdachte [medeverdachte], is de rechtbank van oordeel dat van een nauwe en bewuste samenwerking bij het subsidiair ten laste gelegde feit geen sprake is geweest, zodat het bestanddeel tezamen en in vereniging daarom niet wettig en overtuigend bewezen is. Om die reden zal verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Ten aanzien van de mishandeling overweegt de rechtbank dat op basis van de aangiften en de bekennende verklaring hierover van verdachte zoals vermeld bij de vaststaande feiten wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair tenlastegelegde onder feit 2.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op 25 oktober 2008 te Elst, gemeente Overbetuwe, en Gennep en tijdens een autorit tusssen Gennep en Elst, gemeente Overbetuwe, [ex-vriedin verdachte] en/of (haar vader)

[vader ex-vriendin verdachte] en/of (haar stiefmoeder) [stiefmoeder ex-vriendin verdachte] en/of [benadeelde partij1]

heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, hierin

bestaande dat verdachte opzettelijk voornoemde [ex-vriendin van verdachte] en/of [vader van ex-vriendin verdachte] en/of [stiefmoeder ex-vriendin verdachte] en/of [benadeelde partij1] dreigend de woorden heeft

toegevoegd :"als ik dat geld niet krijg loopt het slecht af met haar en met

jullie" en/of "Bel me nu, of ik bel je pa. En jou maak ik af. Ik ben over 2

minuten voor je deur" en/of "[ex-vriendin verdachte] vuile kankerhoer je moet reageren anders

kom ik naar je toe en maak ik je dood." en/of "Ik maak je hele familie dood en

ik verbouw jullie hele huis" en/of "ik maak jullie kapot" en/of "Ik maak je

kapot";

2. subsidiair

hij op 25 oktober 2008 te Elst, gemeente Overbetuwe opzettelijk mishandelend

[vader ex-vriendin verdachte] en [benadeelde partij1] tegen de kaak heeft gestompt/geslagen, waardoor voornoemde [vader ex-vriendin verdachte] pijn heeft ondervonden en [benadeelde partij1] letsel en pijn heeft ondervonden.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2 subsidiair:

Mishandeling, meermalen gepleegd.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 15 april 2011; en

• een Pro Justitia rapportage, betreffende verdachte, opgemaakt door drs. [psychiater] psychiater, d.d. 2 februari 2009; en

• een voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland, gedateerd 10 mei 2011, betreffende verdachte.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 143 dagen waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Voorts heeft de officier van justitie geëist dat aan de proeftijd als bijzondere voorwaarde een behandeling door Kairos of een soortgelijke instelling wordt opgelegd en tevens een gebiedsverbod voor de plaats Elst, in de gemeente Overbetuwe te Gelderland, en een contactverbod met de families [familienaam] en [familienaam benadeelde partij1].

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht bij het opleggen van de straf rekening te houden met het feit dat het hier een oud feit van oktober 2008 betreft en dat verdachte na zijn detentie in Frankrijk in 2009 geen contact meer heeft gehad of gezocht met de families [familienaam] of [familienaam benadeelde partij1]. De raadsman heeft de rechtbank dan ook verzocht om aan verdachte geen bijzondere voorwaarden op te leggen zoals door de officier van justitie geëist alsmede om de straf te beperken tot een gevangenisstraf voor de duur van 103 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest.

Beoordeling van de standpunten

Verdachte heeft zich op 25 oktober 2008 schuldig gemaakt aan het bedreigen met de dood gericht tegen zijn ex-vriendin, haar vader, stiefmoeder en hun buurman en hij heeft op die bewuste dag ook de vader van zijn ex-vriendin en de buurman mishandeld. De situatie is geëscaleerd toen verdachte daadwerkelijk op het woonadres van zijn ex-vriendin verscheen en hij daar zowel de vader als de buurman met een vuist op de kaak heeft geslagen.

Verdachte heeft door zijn handelen niet alleen vrees aangejaagd bij zijn ex-vriendin, tegen wie de bedreigingen in eerste instantie gericht waren, maar ook bij de vader, de stiefmoeder en hun buurman. De bedreigingen van verdachte waren in eerste instantie van een dusdanig niveau dat de betrokkenen niet wisten wat hen te wachten stond. Toen verdachte daadwerkelijk bij het huis van de familie verscheen heeft de hele straat vervolgens kunnen zien wat er gebeurde, zodat diverse omwonenden zich geroepen voelden om zich met de situatie te bemoeien.

Dit zijn ernstige feiten.

De rechtbank overweegt dat het enigszins oude feiten betreft en dat verdachte - gezien het reclasseringsadvies d.d. 10 mei 2011 - sinds het voorval zijn leven heeft gebeterd.

De rechtbank houdt rekening met hetgeen is gesteld in het voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland van 10 mei 2011, waaraan het volgende wordt ontleend:

“Benoemd werd dat als bijzondere voorwaarde een behandeling in juridisch kader dient plaats te vinden bij een instelling voor ambulante forensische psychiatrie zoals Kairos te Nijmegen en tevens psychiatrische thuiszorg indien geïndiceerd.”

(..)

“De bovengenoemde behandeling heeft inmiddels plaatsgevonden en wordt op korte termijn afgesloten. De heer [deskundige] gaf aan dat op dit moment het recidiverisico laag is, omdat betrokkene zijn medicatie neemt, het gebruik van middelen al geruime tijd gestopt is, er een constructief sociaal netwerk is en hij een goede daginvulling heeft.”

(..)

“Toezicht op bijzondere voorwaarden en directe interventies/behandelingen zijn niet geïndiceerd.”

Gelet op hetgeen de reclassering naar voren heeft gebracht zal de rechtbank aan de proeftijd geen bijzondere voorwaarde met het oog op behandeling van verdachte verbinden. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding het door de officier van justitie gevraagde locatie- en contactverbod op te leggen, nu uit de processtukken en het verhandelde ter zitting niet is gebleken dat verdachte na 2008 nog contact heeft gezocht met zijn ex-vriendin of haar familie.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak zal worden volstaan met het opleggen van een gevangenisstraf voor de duur van 143 dagen waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

6a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek

van Stafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding

van de geleden schade.

[vader ex-vriendin verdachte]

[vader ex-vriendin verdachte] vordert een voorschot ter hoogte van een bedrag van € 2.500,-. Het bedrag ziet zowel op vergoeding van materiële schade als van immateriële schade, geleden door de bedreiging en mishandeling. Daarnaast vordert [vader ex-vriendin verdachte] een bedrag van € 1.785,- in verband met gemaakte kosten voor rechtsbijstand. De rechtbank overweegt dat de laste gelegde feiten, waarop de vordering is gebaseerd, bewezen zijn en dat de vordering voldoende onderbouwd is.

De rechtbank acht voldoende bewezen dat [vader ex-vriendin verdachte] door hetgeen hem is aangedaan immateriële schade heeft geleden en dat hij uit dien hoofde terecht aanspraak maakt op vergoeding van die schade. De rechtbank kan in deze strafrechtelijke procedure niet exact vaststellen welk bedrag aan vergoeding voor de geleden immateriële schade juist is. Zij is echter van oordeel dat in ieder geval een bedrag van € 350,- aan immateriële schadevergoeding op zijn plaats is, zodat zij dit bedrag zal toewijzen. De beoordeling van de vordering, voorzover zij strekt tot vergoeding van een hoger bedrag wegens immateriële schade en voor wat betreft de vordering die strekt tot vergoeding van de materiële schade, zou, naar het oordeel van de rechtbank, een onevenredige belasting van het strafproces vormen, zodat de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk is en de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Voor het toe te wijzen bedrag zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

Ten aanzien van de door [vader ex-vriendin verdachte] gevorderde vergoeding van de gemaakte kosten voor rechtsbijstand overweegt de rechtbank dat het aannemelijk is dat [vader ex-vriendin verdachte] advocaatkosten heeft gemaakt. Advocaat mr. G.A.E.M. van Zinnicq Bermann heeft immers de vordering van [vader ex-vriendin verdachte] bij de rechtbank ingediend en is ter terechtzitting verschenen alwaar hij de vordering nader heeft toegelicht. Het gevorderde bedrag is echter niet in overeenstemming met de gebruikelijke en redelijke tarieven, te weten het liquidatietarief kanton. Op basis van dit tarief wijst de rechtbank een bedrag van € 120,- toe.

[stiefmoeder ex-vriendin verdachte]

[stiefmoeder ex-vriendin verdachte] vordert een voorschot ter hoogte van een bedrag van € 2.000,-. Het bedrag ziet zowel op een vergoeding van materiële schade als van immateriële schade, geleden door de bedreiging door verdachte. De rechtbank overweegt dat het ten laste gelegde feit bewezen is en dat de vordering voldoende onderbouwd is.

De rechtbank acht voldoende bewezen dat [stiefmoeder ex-vriendin verdachte] door hetgeen haar is aangedaan immateriële schade heeft geleden en dat zij uit dien hoofde terecht aanspraak maakt op vergoeding van die schade. De rechtbank kan in deze strafrechtelijke procedure niet exact vaststellen welk bedrag aan vergoeding voor geleden immateriële schade juist is. Zij is echter van oordeel dat in ieder geval een bedrag van € 250,- aan schadevergoeding op zijn plaats is, zodat zij dit bedrag zal toewijzen. De beoordeling van de vordering, voorzo¬ver zij strekt tot vergoeding van een hoger bedrag wegens immateriële schade en voor wat betreft de vordering die strekt tot vergoeding van de materiële schade, zou, naar het oordeel van de rechtbank, een onevenredige belasting van het strafproces vormen, zodat de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk is en de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Voor het toe te wijzen bedrag zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

[ex-vriendin verdachte]

[ex-vriendin verdachte] vordert een voorschot ter hoogte van een bedrag van € 3.000,- .Het bedrag ziet zowel op vergoeding van materiële schade als immateriële schade, geleden door de bedreiging door verdachte. De rechtbank overweegt dat het ten laste gelegde feit bewezen is en dat de vordering voldoende onderbouwd is.

De rechtbank acht voldoende bewezen dat [ex-vriendin verdachte] door hetgeen haar is aangedaan immateriële schade heeft geleden en dat zij uit dien hoofde terecht aanspraak maakt op vergoeding van die schade. De rechtbank kan in deze strafrechtelijke procedure niet exact vaststellen welk bedrag aan vergoeding voor geleden immateriële schade juist is. Zij is echter van oordeel dat in ieder geval een bedrag van € 250,- aan schadevergoeding op zijn plaats is, zodat zij dit bedrag zal toewijzen. De beoordeling van de vordering, voorzo¬ver zij strekt tot vergoeding van een hoger bedrag wegens immateriële schade en voor wat betreft de vordering die strekt tot vergoeding van de materiële schade, zou, naar het oordeel van de rechtbank, een onevenredige belasting van het strafproces vormen, zodat de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk is en de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Voor het toe te wijzen bedrag zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

[benadeelde partij2]

[benadeelde partij2] vordert een voorschot ter hoogte van een bedrag van € 1.000,- Het bedrag ziet zowel op vergoeding van materiële schade als immateriële schade, geleden door de bedreiging door verdachte.

De rechtbank overweegt dat aan verdachte niet is tenlastegelegd en derhalve niet is bewezen verklaard dat hij [benadeelde partij2] heeft bedreigd. [benadeelde partij2] kan derhalve niet als direct betrokkene bij de bewezen verklaarde feiten worden aangemerkt, zodat aan de wettelijke eisen voor toewijzing van schadevergoeding, waaronder de vereisten bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek niet is voldaan.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren.

[benadeelde partij3]

[benadeelde partij3] vordert een voorschot ter hoogte van een bedrag van € 2.000,- Het bedrag ziet zowel op vergoeding van materiële schade als immateriële schade, geleden door de bedreiging door verdachte.

De rechtbank overweegt dat aan verdachte niet is tenlastegelegd en derhalve niet is bewezen verklaard dat hij [benadeelde partij3] heeft bedreigd. [benadeelde partij3] kan derhalve niet als direct betrokkene bij de bewezen verklaarde feiten worden aangemerkt, zodat aan de wettelijke eisen voor toewijzing van schadevergoeding, waaronder de vereisten bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek niet is voldaan.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren.

[benadeelde partij1]

[benadeelde partij1] vordert een voorschot ter hoogte van een bedrag van € 1.073,30- Het bedrag ziet zowel op vergoeding van materiële schade als immateriële schade, geleden door de bedreiging en mishandeling. Daarnaast vordert [benadeelde partij1] een bedrag van € 346,89 in verband met de gemaakte kosten voor rechtsbijstand. De rechtbank overweegt dat de laste gelegde feiten bewezen zijn en dat de vordering voldoende onderbouwd is.

De rechtbank acht voldoende bewezen dat [benadeelde partij1] door hetgeen hem is aangedaan immateriële schade heeft geleden en dat hij uit dien hoofde terecht aanspraak maakt op vergoeding van die schade. De rechtbank kan in deze strafrechtelijke procedure niet exact vaststellen welk bedrag aan vergoeding voor de geleden immateriële schade juist is. Zij is echter van oordeel dat in ieder geval een bedrag van € 350,- aan schadevergoeding op zijn plaats is, zodat zij dit bedrag zal toewijzen. De beoordeling van de vordering, voorzover zij strekt tot vergoeding van een hoger bedrag wegens immateriële schade en voor wat betreft de vordering die strekt tot vergoeding van de materiële schade, zou, naar het oordeel van de rechtbank, een onevenredige belasting van het strafproces vormen, zodat de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk is en de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Voor het toe te wijzen bedrag zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

Ten aanzien van de door [benadeelde partij1] gevorderde vergoeding van de gemaakte kosten voor rechtsbijstand overweegt de rechtbank dat aannemelijk is dat [benadeelde partij1] advocaatkosten heeft gemaakt. Advocaat mr. G.A.E.M. van Zinnicq Bermann heeft immers de vordering van [benadeelde partij1] bij de rechtbank ingediend en is ter terechtzitting verschenen alwaar hij de vordering nader heeft toegelicht. Het gevorderde bedrag is echter niet in overeenstemming met de gebruikelijke en redelijke tarieven, te weten het liquidatietarief kanton. Op basis van dit liquidatietarief wijst de rechtbank een bedrag van € 120,- toe.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10,14 a, 14b, 14c, 27, 36f, 57, 285, 300 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

Een gevangenisstraf voor de duur van 143 ( honderddrieënveertig) dagen.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 100 (honderd) dagen niet tenuitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoer ¬legging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht in geval van de tenuitvoerlegging van de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [vader ex-vriendin verdachte]

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [vader ex-vriendin verdachte] te betalen € 350,- (driehonderdvijftig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 120,-, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding ad € 350,- subsidiair 7 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [vader ex-vriendin verdachte], te betalen € 350,-, (driehonderdvijftig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 7 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [stiefmoeder ex-vriendin verdachte]

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [stiefmoeder ex-vriendin verdachte] te betalen € 250,-

(tweehonderdvijftig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding ad € 250,- , subsidiair 5 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [stiefmoeder ex-vriendin verdachte] te betalen € 250,- (tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 5 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat de voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [ex-vriendin verdachte]

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [ex-vriendin verdachte] te betalen € 250,- (tweehonderdvijftig euro)

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding ad € 250,-, subsidiair 5 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [ex-vriendin verdachte] te betalen € 250,- (tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 5 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat de voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij2].

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij3]

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

De beslissing op de vordering van de benadeelde [benadeelde partij1]

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij1] te betalen

€ 350,- (driehonderdvijftig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op € 120,- , en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk.

Maatregel van schadevergoeding ad € 350,-, subsidiair 7 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij1] te betalen € 350,- (driehonderdvijftig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 7 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat de voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. J.A.P. Bakker als voorzitter,

mr. A.G. Broek-de Stigter, rechter,

mr. J.M.J.M. Doon, rechter,

in tegenwoordigheid van M.H. van de Pol, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 mei 2011.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature