Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Contractspartijen, akte van cessie.

Toepasselijk recht op grond van artikel 4 EVO. De rechtbank is van oordeel dat het vermoeden van lid 2 in het onderhavige geval niet het land aanwijst dat het nauwst betrokken is bij de overeenkomst. De overeenkomst is namelijk, alles in aanmerking nemend, het nauwst verbonden met Nederland, nu de opdrachtgever is gevestigd in Nederland en de expediteur een dochter is van een in Nederland gevestigde onderneming en de opdrachtgever bovendien aan deze Nederlandse moedermaatschappij diende te betalen. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat Nederlands recht van toepassing is.

Gedaagde, (een Nederlandse B.V. met een Amerikaans moederbedrijf) verweert zich tegen de vordering omdat zij niet kan betalen nu de Amerikaanse embargoregels haar verbieden aan een Iranese rederij te betalen. De rechtbank kwalificeert de overeenkomst als een overeenkomst van expeditie als bedoeld in artikel 8:60 BW en verwerpt dit verweer met verwijzing naar artikel 8: 66 lid 1 BW . Dit artikel bepaalt dat bij dit type overeenkomst de opdrachtgever verplicht is de expediteur omtrent de zaken alsmede omtrent de behandeling daarvan tijdig al die opgaven te doen, waartoe hij in staat is of behoort te zijn, en waarvan hij weet of behoort te weten, dat zij voor de expediteur van belang zijn, tenzij hij mag aannemen, dat de expediteur deze gegevens kent.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 163205 / HA ZA 09-1566

Vonnis van 25 mei 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TWS TRANSIT WORLD SERVICE B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. C. Hofmans te Naarden,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VINMAR CHEMICALS AND POLYMERS B.V.,

gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde,

advocaat mr. M.M. van Leeuwen te Rotterdam.

Partijen zullen hierna TWS Transit en Vinmar Hoofddorp genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het proces-verbaal van comparitie van 20 april 2010

- het proces-verbaal van aangehouden comparitie pro forma van 2 augustus 2010

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Van Uden TWS Deutschland GmbH (hierna: TWS Deutschland) is een dochteronderneming van TWS Transit World Services B.V. (TWS Transit).

2.2. Op 17 juni 2009 heeft [A] (hierna: [A]) van TWS Deutschland een e-mail verzonden aan [B] (hierna: [B]) van Vinmar Hoofddorp, met daarin de volgende tekst:

Attached pls find the offer Oran.

Do you have already your rate from yr contract and were we able to match it?

2.3. Op 17 juni 2009 heeft [B] de e-mail beantwoord met daarin het volgende vermeld:

Pls send me the next vessel available, closing, etd.

2.4. Op 17 juni 2009 heeft [A] die e-mail beantwoord met een e-mail inhoudende:

Presume rate is okay, right.

Next vessels from Antwerp are

25.06. DONDERLI ETA Oran: 23.07

30.06 HANSA INDIA Oran: 28.08

Closing is on 23.06 and 26.06.

2.5. Op 18 juni 2009 heeft [A] een e-mail aan [B] verzonden waarin de volgende tekst is vermeld:

Was rate suitable and I shall already reservate space/book it.

2.6. [B] heeft deze e-mail op 18 juni 2009 beantwoord met de volgende tekst:

Its ok, go ahead.

2.7. Op 26 juni 2009 heeft [A] een orderbevestiging aan [B] van Vinmar Hoofddorp verzonden met daarin de volgende tekst:

Thanks for your booking.

We herewith confirm loading / shipping as follows:

[…]

Shipping-line: IRISL

Port of loading: Antwerp

Port of discharge: Oran

Vessel: 06.07. DAFFODIL ETA Oran: 23.07 or

13.07. SIMBER ETA Oran: 31.07

Rate EUR 1430,- + EUR 38,- (BAF increase July) = 1468,- x 13 = EUR 19084

2.8. Uit de “bill of lading” (cognossement) volgt dat de goederen op 6 juli 2009 vanuit Antwerpen naar Oran zijn vervoerd door IRISL, zijnde een Iranese rederij.

2.9. Op 23 juli 2009 heeft [B] een e-mail verzonden aan [A] met daarin het volgende vermeld:

B/L is ok to be release, please send us a copy of the final signed off OBL and send the original BL’s sets to my headquarters in Houston directly and advise DHL trck #. It’s very important to receive full loading confirmation details from Malta today itself.

2.10. Op 23 juli 2009 heeft TWS Deutschland (op briefpapier dat ook naam en adres van TWS Transit vermeldt) een nota aan Vinmar Hoofddorp verzonden voor “Agreed seafreight” voor een bedrag van EUR 19.084,-. Alleen de rekeningnummers van TWS Transit waren vermeld. De betalingstermijn bedroeg dertig dagen.

2.11. Op 8 oktober 2009 heeft TWS Transit een aanmaning verzonden aan Vinmar Hoofddorp voor het bedrag van EUR 19.084 met het verzoek om dit bedrag te betalen op een rekeningnummer van TWS Transit. Op 16 oktober 2009 heeft TWS Transit middels een advocaat een tweede aanmaning verzonden.

2.12. Op 24 augustus 2010 - derhalve hangende deze procedure - heeft TWS Deutschland – door middel van een akte van cessie – haar vordering op Vinmar Hoofddorp aan TWS Transit gecedeerd. Vinmar Hoofddorp is hiervan bij brief van 30 augustus 2010 op de hoogte gesteld.

2.13. In de “U.S. Iranian Transactions Regulations of the U.S. Department of the Treasury’s Office of Foreign Assets Control” staat het volgende vermeld:

“31 Code of Federal; Regulations Sec. 560.206

Prohibited trade-related transactions with Iran; goods, technology, or services.

(a) Except as otherwise authorized pursuant to this part, and notwithstanding any contract entered into or any license or permit granted prior to May, 1995, no United States person, wherever located, may engage in any transaction or dealing in or related to:

(1) Goods or services of Iranian origin or owned or controlled by the Government of

Iran: or

(2,) Goods, technology, or services of exportation, reexportation, sale or supply, directly

or indirectly, to Iran or the Government of Iran.

(b) For purposes of paragraph (a) of this section, the term transaction or dealing includes hut is not limited to purchasing, selling, transporting, swapping, brokering, approving, financing, facilitating, or guaranteeing.”

2.14. In de ‘Vinmar Groep Export Compliance Controls’ staat het volgende vermeld:

SANCTIONED AND EMBARGOED COUNTRIES

• Vinmar personnel globally are absolutely prohibited from conducting business, including transshipment, directly or indirectly, with the government of or any entity (corporation, individual, shipper, vessel, carrier, agent, broker, banks etc.) within the following sanctioned embargoed countries as of 2009:

- Cuba - Sudan

- Syria - Burma (Myanmar)

- Iran (e.g., IRISL)

- North Korea

3. Het geschil

3.1. TWS Transit vordert veroordeling van Vinmar Hoofddorp tot betaling van:

1. EUR 19.084,-, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 23 augustus 2009 tot de dag der algehele voldoening;

2. de buitengerechtelijke kosten voor een bedrag van EUR 952,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;

3. de kosten van de procedure (inclusief nakosten).

3.2. TWS Transit legt aan haar vordering ten grondslag dat Vinmar Hoofddorp is tekort geschoten in de nakoming van haar betalingsverplichting.

3.3. Vinmar Hoofddorp voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Allereerst zal de rechtbank de door Vinmar Hoofddorp opgeworpen formele verweren bespreken. Alvorens de rechtbank toekomt aan de vraag of zij bevoegd is en welk recht op het onderhavige geschil van toepassing is, zal zij beoordelen tussen welke partijen de overeenkomst is gesloten.

Contractspartijen en cessie

4.2. Vinmar Hoofddorp heeft ontkend enige overeenkomst met TWS Transit te hebben gesloten en heeft daartoe – samengevat – het volgende aangevoerd. De eisende partij in het onderhavige geschil is TWS Transit, terwijl uit de orderbevestiging van 26 juni 2009 volgt dat de opdracht is gesloten met [A] van TWS Deutschland. Weliswaar heeft TWS Transit aangevoerd dat TWS Deutschland een dochteronderneming is van TWS Transit en heeft zij getracht dit met een akte van cessie te herstellen, maar nu de akte van cessie in een laat stadium is opgemaakt betwist Vinmar Hoofddorp dat de oorspronkelijke vordering hiermee alsnog een grondslag zou kunnen krijgen. Voorts is Vinmar Hoofddorp van mening dat niet zij, maar Vinmar Houston de overeenkomst is aangegaan. Uit het cognossement blijkt dat als ‘shipper’ Vinmar Houston staat vermeld. Daaruit volgt dat TWS Deutschland Vinmar Houston als afzender en derhalve als opdrachtgever heeft vermeld, wat betekent dat TWS Deutschland Vinmar Hoofddorp heeft beschouwd als een vertegenwoordiger van Vinmar Houston. Daarbij is op de factuur het referentienummer van Vinmar Houston gebruikt en heeft TWS Transit ter comparitie verklaard dat zij de factuur aanvankelijk aan Vinmar Houston had gezonden. Als er al een overeenkomst gesloten zou zijn, is dat dus tussen TWS Deutschland en Vinmar Houston en niet tussen de partijen in onderhavig geschil, aldus nog steeds Vinmar Hoofddorp.

4.3. TWS Transit stelt dat het formeel juist is dat TWS Deutschland de contractpartij is van Vinmar Hoofddorp, maar omdat partijen al geruime tijd ook via TWS Transit zaken met elkaar doen en TWS Deutschland de dochteronderneming van TWS Transit is, loopt dat in de praktijk in elkaar over. Desalniettemin heeft TWS Deutschland de vordering – gezien het formele karakter van het verweer van Vinmar Hoofddorp – zekerheidshalve aan TWS Transit gecedeerd. Derhalve heeft TWS Transit de vordering van TWS Deutschland overgenomen en kan zij ook uit dien hoofde op eigen naam betaling van Vinmar Hoofddorp vorderen. Het tweede verweer dat niet Vinmar Hoofddorp maar Vinmar Houston de wederpartij zou zijn, wordt door TWS Transit betwist op grond van de gevoerde e-mailcorrespondentie tussen 17 en 18 juni 2009. In deze e-mails wordt immers vanuit Vinmar Hoofddorp de opdracht gegeven om te haren behoeve een overeenkomst tot stand te brengen met een vervoerder, waarbij de e-mails worden afgesloten met een autohandtekening van Vinmar Hoofddorp. En ook uit de orderbevestiging van 26 juni 2009 blijkt dat deze aan Vinmar Hoofddorp is gericht. Het verweer van Vinmar Hoofddorp dat Vinmar Houston de opdrachtgever is omdat op het cognossement Vinmar Houston als ‘shipper’ is vermeld, gaat niet op omdat die vermelding niets zegt over de opdrachtgever en het regelmatig voorkomt dat het cognossement pas wordt opgemaakt nadat de lading aan boord is. Daarbij hebben partijen in het verleden regelmatig zaken gedaan en werden facturen regelmatig door Vinmar Hoofddorp betaald, ook in die gevallen waarin Vinmar Houston als ‘shipper’ vermeld stond in het cognossement. Voorts wijst TWS Transit nog op de e-mail van 23 juli 2009 van [B] (werkzaam bij Vinmar Hoofddorp) die verzoekt om toezending van “the original BL’s sets to my headquarters in Houston”. Tot slot stelt TWS Transit dat het Vinmar Hoofddorp zelf was die heeft verzocht de factuur (alsnog) op naam van Vinmar Houston te stellen. Een verandering van tenaamstelling op de factuur heeft echter niet tot gevolg dat de inhoud van de overeenkomst – te weten de contractspartijen – wijzigt. Nadat betaling van Vinmar Houston uitbleef heeft TWS Deutschland zich wederom tot haar contractspartij, Vinmar Hoofddorp, gericht, aldus nog steeds TWS Transit.

4.4. De rechtbank overweegt als volgt. Partijen hebben over en weer (alsnog) aangenomen dat de overeenkomst formeel door TWS Deutschland was aangegaan. Vervolgens heeft TWS Deutschland de vordering middels een akte van cessie aan TWS Transit gecedeerd, waardoor TWS Transit de eisende partij is geworden. Weliswaar voert Vinmar Hoofddorp aan dat de vordering te laat zou zijn gecedeerd, maar nu aan de formele eisen van een cessie is voldaan, zal de rechtbank aan dat verweer voorbij gaan. Geen rechtsregel staat eraan in de weg dat, als reactie op een desbetreffend verweer, een dochtermaatschappij haar vordering aan haar moedermaatschappij cedeert, teneinde alsnog onduidelijkheden over de identiteit van de contractspartijen (en daarmee de vraag aan wie bevrijdend kan worden betaald) weg te nemen.

4.5. Ook voor wat betreft de gedaagde partij zijn partijen het niet met elkaar eens, nu Vinmar Hoofddorp van mening is dat niet zij, maar Vinmar Houston in de procedure betrokken had moeten worden. Uit de e-mailcorrespondentie van 17 en 18 juni 2009 volgt dat [B], werkzaam bij Vinmar Hoofddorp, de opdracht heeft gegeven. Ook de orderbevestiging van 26 juni 2009 is gericht aan [B] van Vinmar Hoofddorp. Het verweer van gedaagde dat zij als vertegenwoordiger van Vinmar Houston optrad is in strijd met het gegeven dat [B]’s autohandtekening de naam van Vinmar Hoofddorp bevat en is in het licht daarvan onvoldoende onderbouwd. De omstandigheid dat de factuur aan Vinmar Houston was gericht in plaats van aan Vinmar Hoofddorp maakt dit niet anders, aangezien de tenaamstelling van een factuur geen wijzingen in de contractspartijen van een overeenkomst met zich behoeft te brengen. De conclusie is van het voorgaande is dat de overeenkomst tussen TWS Deutschland en Vinmar Hoofddorp tot stand is gekomen.

Bevoegdheid en toepasselijk recht

4.6. Het onderhavige geschil vloeit voort uit een overeenkomst die in essentie inhoudt dat Vinmar Hoofddorp opdracht heeft verstrekt aan TWS Deutschland om ten behoeve van Vinmar Hoofddorp een vervoerder te zoeken en om met deze een overeenkomst te sluiten voor het vervoer van goederen per schip van Antwerpen naar Oran (Algerije).

4.7. Nu de verweerder, Vinmar Hoofddorp, in Nederland is gevestigd, is de Nederlandse rechter ingevolge artikel 2 EEX-Verordening (Verordening (EG) nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken) bevoegd van de vordering van TWS Transit kennis te nemen.

4.8. De vraag naar het door de rechtbank op dit geschil toe te passen recht wordt beheerst door het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: EVO). De rechtbank merkt hierbij op dat de overeenkomst tussen TWS Deutschland en Vinmar Hoofddorp is gesloten vóór 17 december 2009, zodat de Rome I-Verordening (Verordening (EG) nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst) niet van toepassing is.

4.9. Nu partijen geen rechtskeuze hebben gedaan, moet in dit geval aan de hand van artikel 4 EVO worden bepaald welk recht van toepassing is. Als algemeen beginsel is in lid 1 vastgelegd dat een overeenkomst wordt beheerst door het recht van het land waarmee zij het nauwst verbonden is. De leden 2 tot en met 4 geven een reeks criteria op basis waarvan kan worden vermoed met welk land de overeenkomst het nauwst is verbonden. Lid 5 (tweede volzin) van artikel 4 bepaalt tot slot dat deze vermoedens niet gelden indien uit het geheel der omstandigheden blijkt dat de overeenkomst nauwer is verbonden met een ander land. In zijn arrest van 6 oktober 2009 (C-133/08, LJN BJ9858) heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen overwogen dat het de rechter in alle situaties is toegestaan om lid 5 toe te passen, onder afwijking van de vermoedens van de leden 2 tot en met 4, indien deze vermoedens niet het land aanwijzen waarmee de overeenkomst het nauwst is verbonden.

4.10. De rechtbank zal thans beoordelen met welk land de onderhavige overeenkomst het nauwst is verbonden. Het betreft geen overeenkomst van vervoer in de zin van artikel 4 lid 4 EVO (nu geen van de partijen zelf met het daadwerkelijke vervoer van de goederen was belast), zodat het rechtsvermoeden van dit artikellid niet van toepassing is. De vraag is of het wel toepasselijke vermoeden van lid 2 van dit artikel tot het meest betrokken recht leidt. Op grond lid 2 wordt een overeenkomst vermoed het nauwst verbonden te zijn met de plaats waar de partij die de karakteristieke prestatie moet leveren (hier: TWS Deutschland) ten tijde van het sluiten van de overeenkomst is gevestigd (Duitsland). De rechtbank is van oordeel het vermoeden van lid 2 in het onderhavige geval niet het land aanwijst dat het nauwst betrokken is bij de overeenkomst. De overeenkomst is namelijk, alles in aanmerking nemend, het nauwst verbonden met Nederland, nu de opdrachtgever (Vinmar Hoofddorp) is gevestigd in Nederland en de expediteur (TWS Deutschland) een dochter is van een in Nederland gevestigde onderneming (TWS Transit) en Vinmar Hoofddorp bovendien aan deze Nederlandse moedermaatschappij diende te betalen. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat Nederlands recht van toepassing is.

Nietige dagvaarding / verzet wijzing grondslag van de eis

4.11. Vinmar Hoofddorp heeft in haar conclusie van antwoord de vraag of de dagvaarding nietig is op basis van een “obscuur libel” aan de rechtbank overgelaten, maar voert aan dat niet aan de eisen van artikel 111 lid 2 onder d Rv is voldaan. Voorts voert Vinmar Hoofddorp aan dat er na alle wijzingen feitelijk sprake is van een wijziging van de grondslag van eis, waartegen Vinmar Hoofddorp zich verzet, omdat nu sprake is van een geheel andere zaak dan waarmee de dagvaarding is ingeleid.

4.12. De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding weliswaar - in het licht van het nadien gevoerde verweer - niet geheel duidelijk was, maar nu TWS Transit ter comparitie en in de nadere schriftelijke ronde voldoende inzichtelijk heeft gemaakt waarop haar vordering is gebaseerd en Vinmar Hoofddorp zich daartegen voldoende heeft kunnen verweren, worden de hiervoor genoemde bezwaren van Vinmar Hoofddorp verworpen.

Betaling in strijd met Amerikaanse sanctiebepalingen

4.13. Nu geen van de formele verweren slagen, komt de rechtbank toe aan het materiële verweer van Vinmar Hoofddorp, wat overigens pas ter gelegenheid van de comparitie voor het eerst is gevoerd. Vinmar Hoofddorp beroept zich op overmacht en voert daarbij – samengevat – het volgende aan. Vinmar Hoofddorp kan de factuur eenvoudigweg niet voldoen, omdat TWS Transit, via Trans Ocean Shipping (hierna: TOS), een Iranese rederij heeft ingeschakeld en Vinmar Hoofddorp, als dochter van een Amerikaans bedrijf, geen betalingen mag doen die in strijd zijn met sanctiebepalingen uit de “U.S. Iranian Transaction Regulations of the U.S. department of the Treasury’s Office of Foreign Assets Control” (r.o. 2.13). Daarbij komt dat TWS Deutschland een ernstig verwijt kan worden gemaakt van zaken, zodat ook op die grond niet van Vinmar Hoofddorp gevergd kan worden dat zij – in strijd met de Amerikaanse sanctiebepalingen – de openstaande factuur voldoet. Vinmar Hoofddorp voert hiertoe aan dat het TWS Deutschland kenbaar moet zijn geweest dat Vinmar Hoofddorp een dochteronderneming van een Amerikaans bedrijf was omdat partijen eerder overeenkomsten met elkaar hebben gesloten, dat TWS Deutschland als doorgewinterde expediteur had moeten weten dat een dochtermaatschappij van een Amerikaanse vennootschap geen overeenkomsten aan kan gaan met een Iranese rederij en dat TWS Deutschland dit aan de door haar ingeschakelde partij, TOS, had moeten doorgeven. Pas nadat het transport per e-mail van 18 juni 2009 door Vinmar Hoofddorp was goedgekeurd, heeft TWS Deutschland (op 26 juni 2009) een orderbevestiging verzonden waarin de naam van de Iranese rederij was vermeld, waarbij zij een niet aan iedereen bekende afkorting heeft gebruikt, te weten “IRISL”, in plaats van de volledige naam van de rederij (Islamic Republic of Iran Shipping Lines). Vinmar Hoofddorp heeft de afkorting, ‘IRISL’ op de orderbevestiging niet herkend noch behoefde deze te herkennen als die van een Iranese rederij, zodat haar niet kan worden verweten dat zij niet tijdig heeft ingegrepen. Gelet op het voorgaande dient de rechtbank de vordering van TWS Transit af te wijzen, aldus nog steeds Vinmar Hoofddorp.

4.14. TWS Transit betoogt dat het verweer van Vinmar Hoofddorp niet kan slagen. Zij wijst erop dat de Nederlandse vennootschap, en niet de Amerikaanse moedermaatschappij, de opdrachtgever was en dat TWS Deutschland niet behoefde te weten dat haar Nederlandse opdrachtgever, Vinmar Hoofddorp, geen gebruik wenste te maken van een Iranese rederij. Als het van belang was dat geen Iranese rederij werd ingeschakeld omdat de Amerikaanse moedermaatschappij van Vinmar Hoofddorp daarmee Amerikaanse embargoregels zou overtreden, had het op de weg van Vinmar Hoofddorp gelegen om dat mede te delen, wat zij niet heeft gedaan. TWS Transit wijst in dit verband op artikel 8:66 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) dat op de onderhavige expeditieovereenkomst van toepassing is. Daarbij komt dat Vinmar Hoofddorp op 26 juni 2009 de orderbevestiging heeft ontvangen, waarop als rederij (‘shipping-line’) IRISL vermeld stond. Het verweer van Vinmar Hoofddorp dat zij, althans [B], niet wist dat dit een Iranese rederij betrof, kan gelet op “Vinmar Group Export Compliance Controls” (r.o. 2.14) - de regels waar de medewerkers van Vinmar Hoofddorp zich aan dienen te houden – niet opgaan. Op pagina drie van deze ‘compliance rules’ is immers expliciet vermeld dat vanaf 2009 geen handel, inclusief vervoer, met Iran mag worden gedaan, waarbij met name wordt gewezen op de IRISL. Van Vinmar Hoofddorp had verwacht mogen worden dat zij handelde conform de door haar eigen organisatie strikt opgelegde compliance controls en zij heeft voldoende tijd gehad om na ontvangst van de orderbevestiging aan te geven dat het inschakelen van IRISL voor haar niet acceptabel was. Al met al heeft TWS Deutschland geen enkele zorgplicht geschonden, aldus TWS Transit.

4.15. De rechtbank overweegt als volgt. Naar de rechtbank hiervoor heeft overwogen (zie r.o. 4.5) moet de Nederlandse vennootschap Vinmar Hoofddorp (en niet de Amerikaanse moedermaatschappij) worden aangemerkt als de partij die bij de onderhavige overeenkomst is opgetreden als opdrachtgever. De overeenkomst kan in de kern worden gekwalificeerd als een overeenkomst van expeditie als bedoeld in artikel 8:60 BW. Artikel 8:66 lid 1 BW bepaalt dat bij dit type overeenkomst de opdrachtgever verplicht is de expediteur omtrent de zaken alsmede omtrent de behandeling daarvan tijdig al die opgaven te doen, waartoe hij in staat is of behoort te zijn, en waarvan hij weet of behoort te weten, dat zij voor de expediteur van belang zijn, tenzij hij mag aannemen, dat de expediteur deze gegevens kent. De rechtbank interpreteert deze bepaling aldus, dat hieruit volgt dat Vinmar Hoofddorp aan de expediteur, TWS Deutschland, tijdig had moeten meedelen dat bij het vervoer van de goederen geen gebruik mocht worden gemaakt van een Iranese rederij, tenzij Vinmar Hoofddorp mocht aannemen dat TWS Deutschland ervan op de hoogte was dat het handelsembargo tussen de Verenigde Staten en Iran inhield dat Vinmar Hoofddorp geen goederen met een Iranese maatschappij mocht laten vervoeren. De rechtbank is van oordeel dat deze uitzondering zich niet voordoet: Vinmar Hoofddorp mocht niet aannemen dat TWS Deutschland ervan op de hoogte was dat Amerikaanse embargoregels impliceren dat een Nederlandse opdrachtgever, omdat zij een Amerikaanse moeder heeft, geen gebruik mag maken van een Iranese rederij. Vinmar Hoofddorp had dit, indien dit van belang was, van tevoren aan Vinmar Hoofddorp moet meedelen. Nu zij dit niet heeft gedaan, kan zij TWS Transit in deze procedure niet tegenwerpen dat TWS Deutschland er niet voor heeft gezorgd dat de goederen niet met een Iranese rederij zouden worden vervoerd.

4.16. Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat het verweer van Vinmar Hoofddorp, dat de in een eerdere e-mail genoemde schepen uiteindelijk niet de schepen waren waarmee de goederen zijn vervoerd, niet opgaat omdat uit de orderbevestiging van 26 juni 2009 duidelijk blijkt welke schepen en welke ‘shipping-line’ gebruikt zouden gaan worden. Ook het verweer van Vinmar Hoofddorp dat op de orderbevestiging een niet voor iedereen bekende afkorting wordt gebruikt, kan niet slagen, nu uit de interne regels (de ‘compliance rules’) blijkt dat deze afkorting, ‘IRISL’, bekend behoorde te zijn bij alle werknemers van Vinmar Hoofddorp. Ook mede gelet hierop dient het inschakelen van een Iranese rederij voor risico van Vinmar Hoofddorp te blijven.

4.17. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat Vinmar Hoofddorp de openstaande factuur zal dienen te betalen. Dat de betaling van de openstaande factuur voor Vinmar Houston mogelijk problemen oplevert met de Amerikaanse autoriteiten, is iets wat zij zelf zal moeten oplossen. Zij kan dit probleem in elk geval niet op TWS Deutschland / TWS Transit afschuiven.

Verzoek artikel 22 Rv

4.18. In haar conclusie van dupliek heeft Vinmar Hoofddorp de rechter verzocht om op voet van artikel 22 Rv TWS Transit te bevelen om te openbaren en te documenteren of, en zo ja, wanneer TOS aan de Iranese rederij heeft betaald.

4.19. Op grond van het bepaalde in artikel 22 Rv kan de rechter – in elke stand van de procedure – partijen, dan wel één van hen, bevelen bepaalde stellingen toe te lichten of bepaalde bescheiden over te leggen. Of de rechter van die bevoegdheid gebruik maakt is overgelaten aan zijn procesbeleid. TWS Transit heeft ter comparitie aangegeven dat zij niet rechtstreeks met IRISL maar met TOS gecontracteerd heeft en dat de betalingen ook aan TOS zijn verricht. TOS is in deze procedure geen partij. De enige stukken die TWS Transit kon overleggen zijn die van betalingen aan TOS. Nu TWS Transit deze stukken bij de conclusie van repliek heeft overlegd, ziet de rechtbank geen aanleiding om van bovengenoemde bevoegdheid gebruik te maken.

Wettelijke handelsrente

4.20. TWS Transit heeft de wettelijke handelsrente gevorderd vanaf 23 augustus 2009 tot de dag der algehele voldoening.

4.21. Vinmar Hoofddorp verweert zich hier in de conclusie van antwoord tegen en voert aan dat de rente pas kan gaan lopen op het moment dat het bedrag opeisbaar is geworden. Vinmar Hoofddorp meent dat daarvan geen sprake is omdat niet duidelijk is dat het vervoer daadwerkelijk is afgemaakt.

4.22. De rechtbank is van oordeel dat gedurende de procedure duidelijk is geworden dat de goederen in Oran zijn aangekomen. Daarbij heeft Vinmar Hoofddorp niet ontkend dat zij de factuur van 23 juli 2009 heeft ontvangen; zij heeft alleen aangegeven dat zij van mening was dat de factuur niet aan haar gericht behoorde te zijn. Gelet op de betalingstermijn van dertig dagen, was Vinmar Hoofddorp vanaf 23 augustus 2009 in verzuim. Derhalve zal de wettelijke handelsrente als gevorderd worden toegewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten

4.23. TWS Transit vordert op basis van artikel 6:96 lid 2 sub c BW buitengerechtelijke incassokosten ad € 952,-. Deze vordering zal worden afgewezen. TWS Transit heeft niet (voldoende onderbouwd) gesteld dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

Proceskosten

4.24. Vinmar Hoofddorp zal als de merendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, waaronder de nakosten. De kosten aan de zijde van TWS Transit worden begroot op:

- dagvaarding EUR 79,25

- griffierecht 440,00

- salaris advocaat 1.356,00 (3,0 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.875,25

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt Vinmar Hoofddorp om aan TWS Transit te betalen een bedrag van EUR 19.084,00 (negentienduizendvierentachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over dit bedrag vanaf 23 augustus 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt Vinmar Hoofddorp in de proceskosten, aan de zijde van TWS Transit tot op heden begroot op EUR 1.875,25, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3. veroordeelt Vinmar Hoofddorp tevens in de nakosten, aan de zijde van TWS Transit bepaald op EUR 131,00 voor nasalaris advocaat, te vermeerderen, voor het geval betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, met EUR 68,-- voor nasalaris advocaat,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.S. Röell, mr. H.J.M. Burg en mr. H. de Jong en in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2011.?


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature