Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

De militaire kamer veroordeelt een 28 jarige ex-militair voor het in de periode van 5 juni 2010 tot en met 29 juli 2010 plegen van zes gewapende overvallen op winkels en tankstations in Eindhoven, Assen en Groningen, en voor het in dezelfde periode bedreigen van zijn zus en een winkelmedewerker tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren.

Uitspraak



RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Militaire Kamer

Promis II

Parketnummer : 05/800616-10 en 05/800346-11

Datum zitting : 1 november 2010, 20 december 2010, 7 maart 2011, 10 mei 2011

Datum uitspraak : 24 mei 2011

TEGENSPRAAK

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats],

thans gedetineerd in MPC Stroe, Wolweg 100 Stroe.

voormalig Soldaat der 1e klasse, [nummer], laatstelijk ingedeeld bij [standplaats] te Assen.

Raadsman: mr. J.F. van Halderen, advocaat te Haarlem.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Ten aanzien van parketnummer 05/800616-10

Aan verdachte is, na een toegestane wijziging tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 29 juli 2010 te Eindhoven met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Gall & Gall, in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen V.A.S.

[slachtoffer1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte een

vuurwapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een

(vlinder)mes op die [slachtoffer1] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of die

[slachtoffer1] heeft toegevoegd de woorden: "Dit is een overval. Ik moet geld hebben.

Geen geintjes. Ik wil vijftigjes en twintigjes" althans woorden van gelijke

strekking;

en/of

hij op of omstreeks 29 juli 2010 te Eindhoven met het oogmerk om zich en/of

een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld of bedreiging met geweld

V.A.S. [slachtoffer1] heeft gedwongen tot afgifte van een of meer geldbedragen, in

elk geval van enig goed, geheel of ten delen toebehorende aan Gall & Gall, in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte een vuurwapen althans

een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een (vlinder)mes op die [slachtoffer1]

heeft gericht en/of gericht gehouden en/of die [slachtoffer1] heeft toegevoegd de

woorden: "Dit is een overval. Ik moet geld hebben. Geen geintjes. Ik wil

vijftigjes en twintigjes" althans woorden van gelijke strekking;

2.

hij op of omstreeks 25 juli 2010 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van 385 euro, in elk geval enig

geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan Tankstation Van Veen BV, in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd

voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen D. [slachtoffer2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat verdachte een (Rambo)mes, (ongeveer 30 centimeter groot)

althans een op een mes gelijkend voorwerp, in de richting van die [slachtoffer2] heeft

gericht en/of gericht gehouden en/of heeft gestoken en die [slachtoffer2] de woorden

heeft toegevoegd: "Ik wil geld" en/of "Ik wil groot geld", althans woorden van

gelijke strekking;

3.

hij op of omstreeks 11 juli 2010 te Eindhoven met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen ongeveer 100 Euro althans enig

geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan De

Haan Mineraliën Oliën te Alblasserdam, in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of

gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen K.I. [slachtoffer3], gepleegd met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte een vuurwapen

althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer3] heeft gericht

en/of gericht gehouden en/of die [slachtoffer3] de woorden heeft toegevoegd "Geld,

schiet op, geld geld, blijf rustig, niets aan de hand" althans woorden van

gelijke strekking;

4.

hij op of omstreeks 10 juli 2010 te Eindhoven met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen 500 Euro althans enig

geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan H.D.

[slachtoffer4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke

diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen H. [slachtoffer5], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit

van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat verdachte een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of

een (groot) mes althans een op een mes gelijkend voorwerp in de richting van

die [slachtoffer5] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of heeft gestoken en/of

die [slachtoffer5] de woorden heeft toevoegd: "Geef me geld, ik doe je niets" en/of

"Geef me geld, dit is een overval, maak je kas open" althans woorden van

gelijke strekking;

en/of

hij op of omstreeks 10 juli 2010 te Eindhoven met het oogmerk van om zich

en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging

met geweld H. [slachtoffer5] heeft gedwongen tot afgifte van 500 Euro althans enig

geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

H.D. [slachtoffer4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk

geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond)en) dat verdachte een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een (groot) mes althans een op een mes

gelijkend voorwerp in de richting van die [slachtoffer5] heeft gericht en/of gericht

gehouden en/of heeft gestoken en/of die [slachtoffer5] de woorden heeft toevoegd:

"Geef me geld, ik doe je niets" en/of "Geef me geld, dit is een overval, maak

je kas open" althans woorden van gelijke strekking;

5.

hij op of omstreeks 05 juni 2010 te Eindhoven met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen 255,10 Euro althans enig

geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

Achilles Brandstoffen Maatschappij, in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen B. [slachtoffer6], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte een mes, althans een

op een mes gelijkend voorwerp, in de richting van die [slachtoffer6] heeft gericht

en/of gericht gehouden en/of die [slachtoffer6] de woorden heeft toevoegd: "Geld,

geld, geld" althans woorden van gelijke strekking;

althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 05 juni 2010 te Eindhoven met het oogmerk om zich en/of een

ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld

B. [slachtoffer6] heeft gedwongen tot de afgifte van 255,10 Euro althans enig

geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

Achilles Brandstoffen Maatschappij, in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat verdachte een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp,

in de richting van die [slachtoffer6] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of

die [slachtoffer6] de woorden heeft toegevoegd:"Geld, geld, geld: althans woorden

van gelijke strekking;

6.

hij op of omstreeks 25 mei 2010 te Nuenen met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan Texaco, in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen C.A.H. [slachtoffer7], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte een mes, althans een op

een mes gelijkend voorwerp, in de richting van die [slachtoffer7] heeft gericht en/of

gericht gehouden en/of die [slachtoffer7] heeft toevoegd de woorden: "Geld, geld, dan

doe ik je niks" althans woorden van gelijke strekking;

en/of

hij op of omstreeks 25 mei 2010 te Nuenen met het oogmerk om zich of een

ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld

C.A.H. [slachtoffer7] heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Texaco, in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of bedreiging met geweld

hierin bestond(en) verdachte een mes, althans een op een mes gelijkend

voorwerp, in de richting van die [slachtoffer7] heeft gericht en/of gericht gehouden

en/of die [slachtoffer7] heeft toevoegd de woorden: "Geld, geld, dan doe ik je niks"

althans woorden van gelijke strekking;

7.

hij op of omstreeks 10 juni 2010 te Groningen met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen 310 Euro althans enig

geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Het

Kruitvat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke

diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen L.K. [slachtoffer8] en/of E. [slachtoffer9], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte een mes althans een op

een mes gelijkend voorwerp met de punt in de richting van die [slachtoffer9] en/of

[slachtoffer8] heeft gehouden en/of die [slachtoffer9] en/of [slachtoffer8] heeft toegevoegd de

woorden: "Geld"en/of "Geef me geld" althans woorden van gelijke strekking;

althans, indien het vorenstaande onder 7 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 10 juni 2010 te Groningen met het oogmerk om zich en/of een

ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld

L.K. [slachtoffer8] en/of E. [slachtoffer9] heeft gedwongen tot de afgifte van

310 Euro althans enig geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan Het kruidvat, in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat verdachte een mes althans een op een mes gelijkend voorwerp

met de punt in de richting van die [slachtoffer9] en/of [slachtoffer8] heeft gehouden en/of

die [slachtoffer9] en/of [slachtoffer8] heeft toegevoegd de woorden: "Geld"en/of "Geef me

geld" althans woorden van gelijke strekking; ;

8.

hij op of omstreeks 29 juli 2010 te Eindhoven R.J. [slachtoffer10] heeft bedreigd met

enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, hierin

bestaande dat verdachte opzettelijk dreigend een mes en/of een pistool althans

een op een mes en/of pistool gelijkend voorwerp op die [slachtoffer10] te richten en/of

gericht te houden en/of (daarbij) voornoemde [slachtoffer10] dreigend de woorden heeft

toegevoegd: "Ga naar achteren toe", althans woorden van gelijke dreigende aard

of strekking;

Ten aanzien van 05/800346-11

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 01 juli 2010 althans in de nacht van 30 juni 2010 op

1 juli 2010 te Nuenen, gemeente Nuenen Ca, V.G. [slachtoffer11] heeft bedreigd met enig

misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, hierin

bestaande dat verdachte opzettelijk voornoemde V.G.[slachtoffer11] dreigend de woorden

heeft toegevoegd :"Als jij er voor zorgt dat ik aangehouden wordt door de

politie en hierdoor mijn baan bij Defensie kwijt raak, dan ben jij de eerste

die ik afmaak. ...........nou ik ben inderdaad zo gek dat als ik vrij kom ik

je kom afmaken" en/of " Ik maak jullie allemaal dood" en/of "Ik maak je

kapot", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaken zijn op 10 mei 2011 laatstelijk ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. J.F. van Halderen, advocaat te Haarlem.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

D. [slachtoffer2],

H. [slachtoffer5],

Achilles Brandstoffen maatschappij,

Kruidvat Retail B.V.,

De benadeelde partij D. [slachtoffer2] is ter terechtzitting verschenen.

De officier van justitie, mr. S.Z. Wiarda, heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder parketnummer 05/800616-10 feit 6 tenlastegelegde zal worden vrijgesproken.

Tevens heeft de officier van justitie geëist dat verdachte ter zake van het onder parketnummer 05/800616-10 feit 1 subsidiair, feit 2, feit 3, feit 4 subsidiair, feit 5 subsidiair, feit 7 subsidiair, feit 8 en parketnummer 05/800346-11 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenis¬straf van 10 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij D. [slachtoffer2] heeft de officier van justitie verzocht deze volledig toe te wijzen tot een bedrag van € 796,80 en heeft zij gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door zestien dagen hechtenis.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij H. [slachtoffer5] heeft de officier van justitie verzocht deze volledig toe te wijzen tot een bedrag van € 929,25 en heeft zijgevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door achttien dagen hechtenis.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij Achilles Brandstoffen maatschappij heeft de officier van justitie verzocht deze volledig toe te wijzen tot een bedrag van € 255,- en heeft zij gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door vijf dagen hechtenis.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij Kruidvat Retail B.V.heeft de officier van justitie verzocht deze volledig toe te wijzen tot een bedrag van € 1.569,75 en heeft zij gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door zevenendertig dagen hechtenis.

Voorts heeft de officier van justitie ten aanzien van het beslag geen beslissing gevorderd en heeft zij medegedeeld dat het beslag zal worden afgedaan door het openbaar ministerie nu een beslaglijst ontbreekt.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

parketnummer 05/800616-10

Feit 1

Ten aanzien van het onder feit 1 tenlastegelegde is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, zijnde:

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 mei 2011;

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal nr. PL27YZ/10-004177, gesloten op 13 oktober 2010, opgemaakt door verbalisanten van de Koninklijke Marechaussee, district Zuid, brigade Brabant-Zuid, met bijlage, voor zover inhoudende:

- Het proces- verbaal van aangifte van V.A.S. [slachtoffer1] namens GALL& GALL, p. 136, 137, 138, 139 en 140;

- Het proces- verbaal van aangifte van R.J. [slachtoffer10], p. 144 en.145;

- Het proces- verbaal van bevindingen, p. 204, 205 en 206.

Feit 2

Ten aanzien van het onder feit 2 tenlastegelegde is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, zijnde:

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 mei 2011;

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal nr. PL27YZ/10-004177, gesloten op 13 oktober 2010, opgemaakt door verbalisanten van de Koninklijke Marechaussee, district Zuid, brigade Brabant-Zuid, met bijlage, voor zover inhoudende:

- Het proces-verbaal van aangifte van D. [slachtoffer2] namens Tankstation van Veen B.V, p. 288-290;

- Het proces- verbaal van bevindingen, p.293 en 294;

- Het proces- verbaal van onderzoek data, p.295-297 en 299;

- Een schriftelijk bescheid te weten een deskundigenrapport betreffende DNA- onderzoek, p. 331-333

Feit 3

Ten aanzien van het onder feit 3 tenlastegelegde is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, zijnde:

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 mei 2011;

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal nr. PL27YZ/10-004177, gesloten op 13 oktober 2010, opgemaakt door verbalisanten van de Koninklijke Marechaussee, district Zuid, brigade Brabant-Zuid, met bijlage, voor zover inhoudende:

- Het proces- verbaal van aangifte van K.I. [slachtoffer3] namens BP Tankstation, p. 340-342;

- Het proces- verbaal van bevindingen, p. 345 en 346;

- Het proces- verbaal van bevindingen camerabeelden, p. 348.

Feit 4

Ten aanzien van het onder feit 4 tenlastegelegde is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, zijnde:

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 mei 2011;

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal nr. PL27YZ/10-004177, gesloten op 13 oktober 2010, opgemaakt door verbalisanten van de Koninklijke Marechaussee, district Zuid, brigade Brabant-Zuid, met bijlage, voor zover inhoudende:

- Het proces- verbaal van aangifte van H. [slachtoffer5] namens zichzelf en namens H. [slachtoffer4], p. 351-353;

- Het proces- verbaal van bevindingen camerabeelden p. 370;

- Een schriftelijk bescheid te weten een deskundigenrapport betreffende DNA- onderzoek, p. 365, 366, 367 en 368.

Feit 5

Ten aanzien van het onder feit 5 tenlastegelegde is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, zijnde:

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 mei 2011;

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal nr. PL27YZ/10-004177, gesloten op 13 oktober 2010, opgemaakt door verbalisanten van de Koninklijke Marechaussee, district Zuid, brigade Brabant-Zuid, met bijlage, voor zover inhoudende:

- Het proces- verbaal van aangifte van A.N.M.P. [naam] namens Achilles Brandstoffen Maatschappij, p. 372 en 373;

- Het proces- verbaal van verhoor getuige B.P.G. [slachtoffer6], p. 376-378;

- Het proces- verbaal van bevindingen camerabeelden, p. 394;

- Een schriftelijk bescheid te weten een deskundigenrapport betreffende DNA- onderzoek, p.223 en 225.

Feit 6

Standpunt van de verdediging en het openbaar ministerie

De verdachte heeft ontkent dat hij op 25 mei 2010 de Texaco te Nuenen heeft overvallen. De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem ten laste gelegde

Vrijspraak van het onder feit 6 tenlastegelegde.

De militaire kamer acht, met de officier van justitie en de verdediging, niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 6 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij. De militaire kamer overweegt daartoe in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft bekend in de maanden juni en juli vier tankstations te hebben overvallen waarvan er 1 in Assen en 3 in Eindhoven.Hoewel verdachte heeft ontkend de overval bij de Texaco te Nuenen gepleegd te hebben is hij door meerdere collega’s op de beelden van de beveiligingscamera van het tankstation van 25 mei 2010 herkent. De militaire kamer acht de verklaringen van deze getuigen te weten D.F. van [getuige1], S. [getuige2] en S.P.G.L. [getuige3] op dit punt niet doorslaggevend. De militaire kamer merkt op dat de camera- beelden niet heel duidelijk zijn en daarom geen goed beeld geven van het signalement van de overvaller, hetgeen voorts bemoeilijk wordt doordat de overvaller een bivakmuts droeg. Verder ondersteunend bewijs is niet voorhanden.

Feit 7

Vaststaande feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 10 juni 2010 omstreeks 20.45 uur kwam bij het Kruidvat in Groningen een man het Kruidvat binnenlopen die een mes in zijn rechterhand had en de punt van het mes richtte naar L.K. [slachtoffer8] en de woorden bezigde “Geld” en ”Geef mij geld.” E. [slachtoffer9] is vervolgens richting L.K. [slachtoffer8] gelopen en heeft de kassa opengemaakt en heeft briefgeld aan de man gegeven. De man heeft daarbij gezegd dat zij op moest schieten omdat er anders rare dingen zouden gebeuren en dat hij vijftigjes wilde. De man heeft het geld in een plastic H&M tas gedaan en is de winkel uitgelopen.

Verdachte was op 10 juni 2010 in Groningen, is daar naar een Holland Casino geweest en heeft later op die avond iets gedronken met een aantal collega’s.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en verwijst daarbij naar de camerabeelden gemaakt op 10 juni 2010 bij het Kruidvat te Groningen, waarop het signalement van de overvaller overeenkomt met het signalement van verdachte. Dat wordt volgens de officier van justitie ondersteund door de herkenning van verdachte op de camerabeelden door zijn collega’s. Tevens heeft de officier van justitie gewezen op het feit dat het handelen van de overvaller overeenkomt met de modus operandi van verdachte.

Standpunt van de verdediging

De verdachte heeft verklaard dat hij niet op 10 juni 2010 het Kruidvat in Groningen heeft overvallen en heeft daartoe aangevoerd dat hij nooit winkels of tankstations heeft overvallen waar jonge meisjes werken. De raadman heeft in navolging daarvan vrijspraak bepleit voor verdachte omdat de 3 argumenten die er zijn om verdachte te verbinden met de overval op de Kruidvat, namelijk het feit dat hij de desbetreffende avond ook in Groningen was, dat hij diezelfde dag een bezoek heeft gebracht aan een Holland Casino, en het feit dat hij door collega’s op de camerabeelden is herkend, niet overtuigend zijn. Het feit dat verdacht op 10 juni ook een Holland Casino heeft bezocht heeft geen relatie met de overval omdat verdacht al eerder bij een Holland Casino in Groningen was geweest waarbij er geen overval had plaatsgevonden. Daarnaast heeft verdachte na het plegen van een overval op 11 juli tot 23 juli gewacht voordat hij naar het Holland Casino ging. Er is daarom geen link tussen het bezoeken van een Holland Casino van verdachte en het plegen van overvallen door hem. De herkenning van collega’s is tevens niet betrouwbaar. Het valt op dat de getuigen rond dezelfde tijd zijn gehoord terwijl ze wisten dat verdachte al vast zat. De door de getuigen aangedragen argumenten overtuigen evenmin.

Beoordeling van de standpunten

De militaire kamer acht, met de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 7 tenlastegelegde heeft begaan en overweegt daartoe het navolgende.

Van de overval op het Kruidvat zijn videobeelden gemaakt. Daarop is de overvaller te zien die een trui droeg met een grijze en een witte streep, een zwart horloge en lichtkleurige schoenen . De militaire kamer overweegt dat de beelden helder zijn, dat daarop details te onderscheiden zijn dat dat de beelden dus in beginsel geschikt zijn voor herkenning.

Vier collega’s van verdachte, D.F. van [getuige1], S. [getuige2], H. [getuige4] en S.P.G.L. [getuige3], hebben deze beelden bekeken en verklaard verdachte als de overvaller te herkennen. Zij zeggen deze herkenning onder meer te baseren op respectievelijk:

- zijn manier van lopen, postuur, kleding, dik zwart horloge en “niet professionele houding tijdens de overvallen” (van [getuige1] );

- zijn gezicht en lichaam, het loopje, de manier waarop hij zijn armen houdt, zijn brede neus, kaaklijn, stand van zijn oren en de trui met een opvallen witte horizontale band waarvan getuige verklaart dat hij heeft gezien dat verdachte die voor de zomervakantie droeg ([getuige2] );

- Bouw, dikke nek, manier van lopen, de houding van zijn armen, de trui met een witte en blauwe streep waarvan hij gezien heeft dat verdachte deze tussen april en juni 2010 op de kazerne droeg en zijn zwarte horloge ([getuige4] ) en

- Manier van lopen, witte petje en schoenen ([getuige3]) .

De omstandigheden dat de getuigen de beelden hebben bekeken nadat zij hadden gehoord dat verdachte vast zat op verdenking van de onder feit 1 tenlastegelegde overval en dat de vier collega’s deze beelden mogelijk gezamenlijk hebben bekeken en daarover met elkaar hebben gesproken betekenen niet dat aan de herkenningen geen bewijswaarde kan worden toegekend, temeer niet nu de getuigen uitgebreid verklaren waarop zij hun herkenning baseren en zij verdachte als collega redelijk tot zeer goed kennen. [getuige3] heeft daarover verklaard dat hij gedurende 1,5 jaar de kamergenoot was van verdachte, dat hij gedurende 1,5 jaar 24 uur per dag met hem gedeeld heeft en dat hij en verdachte elkaar zelf in het donker zouden herkennen aan bewegingen en bouw .

De verklaringen worden voorts ondersteund door de omstandigheid dat verdachte die avond rond de tijdstippen van de overval in Groningen was en kort na de overval is ingecheckt bij het Holland Casino en voorts door zijn modus operandi.

Verdachte heeft bekend in de maanden juni en juli 2010 een Gall & Gall-winkel en vier tankstations te hebben overvallen waarvan één in Assen en drie in Eindhoven. De militaire kamer overweegt dat de wijze waarop de overval in Groningen is uitgevoerd op een aantal punten grote gelijkenissen vertoont met de wijze waarop verdachte andere, door hem bekende, overvallen heeft begaan.

De overvaller van het Kruidvat in Groningen is diezelfde avond, ongeveer drie kwartier vóór de overval, in het Kruidvat geweest, er waren toen geen klanten aanwezig. Ook toen de overvaller de tweede keer binnen kwam lopen en de overval pleegde waren er geen klanten in de winkel aanwezig . Deze werkwijze komt overeen met de handelwijze van verdachte. Bij de overval op de Gall&Gall (feit 1) heeft verdachte voor de Gall & Gall staan wachten tot er geen mensen binnenwaren. Bij de overval op Tankstation Van Veen (feit 2) heeft verdachte aangegeven eerst een half uur buiten te hebben staan wachten totdat er geen mensen in de winkel waren maar toen dat niet lukte is hij later terug gekomen voor een geschikt moment. Ook bij de overval van de Q8 te Eindhoven (feit 4) heeft verdachte verklaard in de bosjes te hebben gewacht tot er geen klanten meer waren. Met betrekking tot de overval op de BP in Eindhoven ( feit 3) heeft verdachte verklaard te hebben willen wachten tot er geen mensen meer binnen waren, maar toen hij zag dat er niemand was is hij toch maar gelijk door is gelopen. Ook bij de overval op tankstation Avia (feit 5) heeft verdachte heel lang gewacht tot er niemand meer in de winkel was.

De overvaller van het Kruidvat te Groningen heeft bij zijn overval gebruik gemaakt van een plastic tas en een mes die hij na de overval net buiten de winkel heeft achtergelaten. Dat komt overeen met de wijze waarop verdachte heeft gehandeld bij de overval op tankstation Van Veen (feit 2). Verdachte heeft toen in de afvalbak naast de ingang van het tankstation het mes, de foudraal en de gebruikte plastic Albert Heijn tas achtergelaten. Ook bij de overval op het Avia Tankstation in Eindhoven ( feit 5) heeft verdachte gebruik gemaakt van een mes en een plastic tas die hij in de winkel heeft achtergelaten.

De overvaller van de Kruidvat te Groningen droeg een wit petje en had een trui aan die hij gedeeltelijk voor zijn gezicht droeg doordat hij deze over zijn neus had getrokken, daarnaast droeg hij een blauwe spijkerbroek en droeg hij geen handschoenen. Bij de overval op de Gall&Gall (feit 1) droeg verdachte een grijs vest, een blauwe spijkerbroek, witte Nike schoenen, een wit/beige petje, een zonnebril, geen handschoenen en een panty over zijn hoofd/neus en geen handschoenen. Tijdens de overval op het tankstation Van Veen in Assen (feit 2) droeg verdachte een dikke trui (die hij, naar hij heeft verklaard, ook heeft gebruikt bij de overval van de BP in Eindhoven (feit 3) en een witte pet. Tijdens de overval op de BP in Eindhoven (feit 3) droeg verdachte naast een trui ook een baseballpet en een zonnebril.

Daarnaast overweegt de militaire kamer dat het inderdaad niet zo is dat verdachte vóór ieder bezoek aan een Holland Casino een overval heeft gepleegd, maar overweegt dat er wel een relatie is tussen het bezoeken van casino’s en het feit dat verdachte overvallen heeft gepleegd. Verdachte heeft immers aangevoerd dat hij heel erg veel behoefte had aan gokken en daarom casino’s bezocht maar dat hij op een gegeven moment geen geld meer had om aan die behoefte te voldoen en dat dit de reden was om de overvallen te plegen. Nu verdachte op 10 juni 2010 in Groningen het Holland Casino heeft bezocht, terwijl hij in die periode nog wel schulden had en al eerder overvallen had gepleegd acht de militaire kamer dan ook aannemelijk dat verdachte op de bewuste avond de behoefte heeft gehad om aan geld te komen en aldus de Kruidvat in Groningen heeft overvallen.

Verdachte heeft nog aangevoerd dat hij nooit een winkel of een tankstation heeft overvallen waar vrouwen of meisjes in de winkel stonden. De militaire kamer is van oordeel dat uit het dossier inderdaad niet blijkt dat verdachte eerder een winkel en tankstations heeft overvallen waarbij een vrouw of meisje als personeelslid aanwezig was. De militaire kamer is echter van oordeel dat uit dit gegeven niet de conclusie kan worden getrokken dat verdachte nooit een overval zou plegen waarbij een vrouwelijk personeelslid als slachtoffer betrokken zou zijn.

Gelet op de herkenningen door de vier collega’s van verdachte en nu verdachte tevens de gelegenheid en het motief heeft gehad om de overval te plegen en nu de wijze waarop de overvaller de overval heeft uitgevoerd in grote lijnen overeenkomt met de modus operandi van verdachte, is de militaire kamer van oordeel dat daarmee wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte het hem tenlastegelegde feit heeft begaan.

Feit 8

Ten aanzien van het onder feit 1 tenlastegelegde is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, zijnde:

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 mei 2011;

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal nr. PL27YZ/10-004177, gesloten op 13 oktober 2010, opgemaakt door verbalisanten van de Koninklijke Marechaussee, district Zuid, brigade Brabant-Zuid, met bijlage, voor zover inhoudende:

- Het proces- verbaal van aangifte van R.J. [slachtoffer10], p. 144, en 145;

- Het proces- verbaal van bevindingen, p. 204-206.

parketnummer 05/800346-11

Vaststaande feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 01 juli 2010 te Nuenen, gemeente Nuenen heeft verdachte tegen V.G. [slachtoffer11] gezegd:"Als jij er voor zorgt dat ik aangehouden wordt door de politie en hierdoor mijn baan bij Defensie kwijt raak, dan ben jij de eerste die ik afmaak … nou ik ben inderdaad zo gek dat als ik vrij kom ik je kom afmaken" en "Ik maak jullie allemaal dood" en "Ik maak je kapot".

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Standpunt van de verdediging

De verdachte heeft aangevoerd dat hij niet de bedoeling had om zijn zus met de dood of zwaar lichamelijk letsel te bedreigen.

Beoordeling van de standpunten

De militaire kamer acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en overweegt daartoe het navolgende.

Volgens verdachte zelf was de relatie tussen hem en zijn zus niet goed. Aangeefster heeft aangegeven zeer bang te zijn voor haar broer te meer nu hij in de problemen zit en ze bang is dat hij geen uitweg ziet. Daarnaast is ook door een omstander, namelijk de vader van verdachte, waargenomen dat de woorden die verdachte tegen aangeefster heeft gesproken als “echt”op haar overkwamen. H.F.M. [naam] heeft hierover verklaard: “Ik zag dat [slachtoffer11] doodsbang was voor [verdachte]”. Daarnaast heeft hij verklaard: “Ik zag dat hij helemaal door het lint was en het schuim rond zijn mond had staan.” Daarbij zijn de woorden door verdachte, naar het oordeel van de militaire kamer van dien aard geweest, dat bij V.G. [slachtoffer11] de redelijke vrees kon ontstaan dat verdachte haar daadwerkelijk van het leven zou beroven.

De militaire kamer acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

Ten aanzien van parketnummer 05/800616-10

1

Hij op 29 juli 2010 te Eindhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag toebehorende aan Gall & Gall, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen V.A.S. [slachtoffer1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte een vuurwapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een (vlinder)mes op die [slachtoffer1] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of die [slachtoffer1] heeft toegevoegd de woorden: "Dit is een overval. Ik moet geld hebben. Geen geintjes. Ik wil vijftigjes en twintigjes" althans woorden van gelijke strekking;

en

hij op 29 juli 2010 te Eindhoven met het oogmerk om zich te bevoordelen bedreiging met geweld V.A.S. [slachtoffer1] heeft gedwongen tot afgifte van geldbedragen, geheel of ten delen toebehorende aan Gall & Gall welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte een op een uurwapen gelijkend voorwerp en een vlindermes op die [slachtoffer1] heeft gericht en gericht gehouden en die [slachtoffer1] heeft toegevoegd de woorden: "Dit is een overval. Ik moet geld hebben. Geen geintjes. Ik wil vijftigjes en twintigjes"

2.

hij 25 juli 2010 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van 385 euro geheel of ten dele toebehorende aan Tankstation Van Veen BV, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en van bedreiging met geweld tegen D. [slachtoffer2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte een Rambomes, (ongeveer 30 centimeter groot) in de richting van die [slachtoffer2] heeft gericht en gericht gehouden en heeft gestoken en die [slachtoffer2] de woorden heeft toegevoegd: "Ik wil geld" en "Ik wil groot geld",

3.

hij op 11 juli 2010 te Eindhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen ongeveer 100 Euro geheel of ten dele toebehorende aan De Haan Mineraliën Oliën te Alblasserdam, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en van bedreiging met geweld tegen K.I. [slachtoffer3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer3] heeft gericht en gericht gehouden en die [slachtoffer3] de woorden heeft toegevoegd "Geld, schiet op, geld geld, blijf rustig, niets aan de hand" althans woorden van gelijke strekking;

4.

hij op 10 juli 2010 te Eindhoven met het oogmerk van om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld H. [slachtoffer5] heeft gedwongen tot afgifte van enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan H.D. [slachtoffer4], welk bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een (groot) mes in de richting van die [slachtoffer5] heeft gericht en/ gericht gehouden en heeft gestoken en die [slachtoffer5] de woorden heeft toevoegd: "Geef me geld, ik doe je niets" en "Geef me geld, dit is een overval, maak je kas open"

5. Subsidiair

hij op 05 juni 2010 te Eindhoven met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen bedreiging met geweld B. [slachtoffer6] heeft gedwongen tot de afgifte van 255,10 Euro geheel of ten dele toebehorende aan Achilles Brandstoffen Maatschappij, welk bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte een mes, in de richting van die [slachtoffer6] heeft gericht en/of gericht gehouden en die [slachtoffer6] de woorden heeft toegevoegd:"Geld, geld, geld:

7. Subsidiair

hij op 10 juni 2010 te Groningen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld L.K. [slachtoffer8] en E. [slachtoffer9] heeft gedwongen tot de afgifte van 310 Euro geheel of ten dele toebehorende aan Het kruidvat, welk bedreiging met geweld hierin

bestond dat verdachte een mes de punt in de richting van die [slachtoffer9] en [slachtoffer8] heeft gehouden en/of die [slachtoffer9] en/of [slachtoffer8] heeft toegevoegd de woorden: "Geld"en/of "Geef me geld" althans woorden van gelijke strekking; ;

8.

hij op 29 juli 2010 te Eindhoven R.J. [slachtoffer10] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk dreigend een mes en pistool gelijkend voorwerp op die [slachtoffer10] te richten en gericht te houden en/of (daarbij) voornoemde [slachtoffer10] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Ga naar achteren toe", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Ten aanzien van parketnummer 05/800346-11

hij op 01 juli 2010 Nuenen, gemeente Nuenen Ca, V.G. [slachtoffer11] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk voornoemde V.G.[slachtoffer11] dreigend de woorden heeft toegevoegd :"Als jij er voor zorgt dat ik aangehouden wordt door de politie en hierdoor mijn baan bij Defensie kwijt raak, dan ben jij de eerste die ik afmaak. ...........nou ik ben inderdaad zo gek dat als ik vrij kom ik je kom afmaken" en " Ik maak jullie allemaal dood" en"Ik maak je kapot", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 05/800616-10

Ten aanzien van feit 1,

Diefstal vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

en

afpersing

Ten aanzien van feit 4, feit 5 en feit 7 telkens:

afpersing

Ten aanzien van de feiten 2 en 3 telkens:

Diefstal vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en, gemakkelijk te maken.

Ten aanzien van feit 8:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

waarbij ten aanzien van de feiten 1 en 8 artikel 55 lid 1 Sr (eendaadse samenloop) wordt toegepast

Parketnummer 05/800346-11

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de om¬stan¬dighe¬den waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke en financiële omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 10 februari 2011; en

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland gedateerd 20 juli 2010, betreffende verdachte.

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 22 april 2011, betreffende verdachte.

- een Pro Justitia rapportage, opgemaakt door drs. Drs. H.M.J. Vandenboorn, GZ psycholoog, betreffende verdachte, d.d. 15 oktober 2010.

- een aanvullende Pro Justitia rapportage, opgemaakt door drs. Drs. H.M.J. Vandenboorn, GZ psychoog, betreffende verdachte, d.d. 2 mei 2011.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de militaire kamer erop gewezen dat zij een principieel besluit moet nemen. Indien de militaire kamer de door de rapporten aangegeven problematiek bij verdachte wil verkleinen dan dient verdachte behandeld te worden en dient hem een gevangenisstraf voor de duur van maximaal 4 jaar opgelegd te worden. Daarnaast heeft de raadsman het oordeel van de psycholoog Vandenboorn dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar is, in twijfel getrokken. Voorts heeft de raadsman verwezen naar jurisprudentie op het gebied van gewapende overvallen waarbij naar zijn zeggen met meer geweld is gedreigd, dan wel meer geweld is gebruikt bij de overvallen en waar de straffen aanzienlijk lager uitvielen dan de eis van de officier van justitie in deze zaak. Aanvullend heeft de raadsman de militaire kamer nog verzocht met de strafoplegging rekening te houden met het feit dat verdacht First-offender is.

Beoordeling van de standpunten

Verdachte heeft zich in een tijdsperiode van minder dan 2 maanden schuldig gemaakt aan zes gewapende overvallen in Eindhoven, Assen en Groningen en heeft zowel winkel/tankstation medewerkers als zijn zus bedreigd. Verdachte is bij zijn overvallen steeds goed voorbereid te werk gegaan; hij hield de situatie in de winkel/tankstation goed in de gaten zodat hij zeker wist dat er geen klanten aanwezig zouden zijn. Daarnaast was hij vaak voorzien van twee wapens, een (groot) mes in combinatie met een imitatiewapen, en probeerde hij door middel van zijn kleding niet herkend te worden. Verdachte werd uiteindelijk op heterdaad betrapt waarna hij aan meerdere overvallen verbonden kon worden.

Dit zijn ernstige feiten.

Het plegen van gewapende overvallen houdt meer in dan het stelen van geld. Onder bedreiging van geweld, dan wel met gebruik van geweld worden niets vermoedende slachtoffers gedwongen tot afgifte van geld dan wel wordt er geld van hen weggenomen. Hoewel de buit in de onderhavige zaken steeds maar een paar honderd euro betreft is de emotionele schade bij de slachtoffers vaak onoverzienbaar. Zij zien zich nog lang geconfronteerd met het gevoel van onveiligheid wat dergelijk handelen teweeg heeft gebracht. Daarnaast draagt het plegen van gewapende overvallen ook bij aan een algemeen gevoel van onveiligheid onder winkelpersoneel.

Naar wettelijk voorschrift kan er voor een diefstal met geweld dan wel een afpersing, zoals begaan door verdachte, een gevangenisstraf voor de duur van negen jaren worden opgelegd, in geval van samenloop met meerdere feiten, te verhogen met drie jaren.

Verdachte heeft aangegeven tot zijn daden te zijn gekomen onder invloed van zijn gokverslaving, de door zijn verslaving inmiddels hoog opgelopen schulden, in combinatie met het gebruik van alcohol en/of cocaïne. Drs. H.M.J. Vandenboorn heeft in zijn Pro Justitia rapportage van 2 mei 2011 geen aanleiding gezien om verdachte ten aanzien van de door hem gepleegde feiten volledig dan wel gedeeltelijk ontoerekeningsvatbaar te verklaren. Naar het oordeel van de militaire kamer is niet aannemelijk geworden dat dit oordeel van Vandenboorn onjuist is, en de militaire kamer zal deze conclusie dan ook overnemen en tot de hare maken en acht verdachte derhalve volledig toerekeningsvatbaar voor de door hem begane feiten.

De militaire kamer is zich er terdege bewust van dat verdachte een gokverslaving heeft die behandeld moet worden. De militaire kamer is echter van oordeel dat de door verdachte begane feiten van dusdanige aard zijn dat voor afdoening geen andere staf in aanmerking komt dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

De militaire kamer zal zich dan bij het opleggen van de staf dan ook niet laten begrenzen door de grens van 4 jaar. Behandeling van verdachte dient dan na eigen inzicht dan wel in het kader van detentiefasering, voorwaardelijke invrijheidstelling of resocialisatie te worden uitgevoerd.

De militaire kamer houdt bij het opleggen van de straf in het voordeel van verdachte rekening met het feit dat hij first-offender is. Daarnaast houdt de militaire kamer bij het opleggen van de straf rekening met het feit dat verdachte bij zijn daden nooit daadwerkelijk geweld heeft gebruikt.

Voor het overige zal de militaire kamer de zaken afdoen in verhouding tot de afdoening in soortgelijke zaken en zal de militaire kamer aan verdachte, in afwijking van de officier van justitie, een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

6a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek

van Stafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding

van de geleden schade.

Parketnummer 05/800616-10

Feit 2

D. [slachtoffer2] vordert een bedrag van € 796,80 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade. Het bedrag ziet zowel op vergoeding van materiële schade als op vergoeding van de immateriële schade, geleden door de diefstal. De militaire kamer overweegt dat het ten laste gelegde feit bewezen is en dat de vordering voldoende onderbouwd is. Voorts overweegt de militaire kamer dat voldoende vast staat dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel is toegebracht dat niet uit vermogensschade bestaat. Aan de wettelijke eisen voor toewijzing van schadevergoeding, waaronder de vereisten bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek is dan ook voldaan.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal de militaire kamer de vordering van de benadeelde feit in zijn geheel toewijzen tot een bedrag van € 796,80,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 juli 2010.

Voor het toe te wijzen bedrag zal de militaire kamer tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, te vervangen door 15 dagen hechtenis bij niet of niet op correcte wijze betalen van dit bedrag.

Feit 4

H. [slachtoffer5], vordert een bedrag van € 929,25, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade. Het bedrag ziet zowel op vergoeding van materiële schade als op vergoeding van de immateriële schade, geleden door de afpersing. De militaire kamer overweegt dat het ten laste gelegde feit bewezen is en dat de vordering voldoende onderbouwd is. Voorts overweegt de militaire kamer dat voldoende vast staat dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel is toegebracht dat niet uit vermogensschade bestaat. Aan de wettelijke eisen voor toewijzing van schadevergoeding, waaronder de vereisten bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek is dan ook voldaan.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal de militaire kamer de vordering van de benadeelde feit in zijn geheel toewijzen tot een bedrag van € 929,25- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2010.

Voor het toe te wijzen bedrag zal de militaire kamer tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, te vervangen door 18 dagen hechtenis bij niet of niet op correcte wijze betalen van dit bedrag.

Feit 5

Achilles Brandstoffen maatschappij vordert een bedrag van € 255,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade. Het bedrag ziet op vergoeding van de materiële schade, geleden door de afpersing. De militaire kamer overweegt dat het ten laste gelegde feit bewezen is en dat de vordering voldoende onderbouwd is. Aan de wettelijke eisen voor toewijzing van schadevergoeding, waaronder de vereisten bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek is dan ook voldaan.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal de militaire kamer de vordering van de benadeelde feit in zijn geheel toewijzen tot een bedrag van € 255,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2010.

Voor het toe te wijzen bedrag zal de militaire kamer tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, te vervangen door 5 dagen hechtenis bij niet of niet op correcte wijze betalen van dit bedrag.

Feit 7

Kruidvat Retail B.V.,vordert een bedrag van € 1.876,90, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade. Het bedrag ziet op vergoeding van de materiële schade, geleden door de afpersing. De militaire kamer overweegt dat het ten laste gelegde feit bewezen is en dat de vordering voldoende onderbouwd is. Bij de beoordeling van de vordering gaat de rechtbank uit van het bewezen ten laste gelegde feit, namelijk dat er door bij de afpersing door verdachte gepleegd, twee medewerkers van de Kruidvat direct betrokken waren. Uit de bij de vordering bijgevoegde overzicht blijkt dat niet slechts de twee betrokken medewerkers van het Kruidvat professionele nazorg hebben genoten, maar dat de professionele nazorg voor het hele Kruidvat team heeft plaatsgevonden. De militaire kamer acht de professionele nazorg van het gehele team geen schade die rechtstreeks en direct uit het schadeveroorzakend feit voortvloeit, en zal daarom naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid de totale geleden materiële schade begroten op een bedrag van € 1000,-. Voor het overige bedrag van € 876,90 zal de militaire kamer de vordering niet- ontvankelijk verklaren.

Aan de wettelijke eisen voor toewijzing van schadevergoeding, waaronder de vereisten bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek is voldaan.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal de militaire kamer de vordering van de benadeelde feit ten dele toewijzen tot een bedrag van € 1000,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 juni 2010. Voor het meerdere wordt de vordering niet- ontvankelijk verklaard.

Voor het toe te wijzen bedrag zal de militaire kamer tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen,te vervangen door 20 dagen hechtenis bij niet of niet op correcte wijze betalen van dit bedrag.

6b. De beslissing omtrent het beslag

De officier van justitie heeft ten aanzien van het beslag geen beslissing gevorderd en heeft medegedeeld dat het beslag zal worden afgedaan door het openbaar ministerie nu een beslaglijst ontbreekt. De militaire kamer overweegt echter dat uit het faxbericht van de Koninklijke Marechaussee, distict Zuid aan het openbaar ministerie, betreffende het beslag van verdachte, d.d. 2 mei 2011 volgt dat er nog beslag resteert. Op het voorblad van de fax wordt expliciet vermeld dat de in de fax toegevoegde formulieren een overzicht bevat van de aan verdachte teruggegeven goederen. Tevens wordt vermeld dat van het beslag nog resteert de kleding, het wapen en patroonhouders welke verdachte droeg en bij zich had ten tijde van de overval op 29 juli 2010 en de kleding en messen die verdachte bij de overval heeft achtergelaten. Voorst heeft een vergelijking van de aan de fax toegevoegde formulieren met de in het dossier aanwezig processen verbaal van kennisgeving van inbeslagname en de processen verbaal ontvangstbewijs teruggeven goederen ( dossier pagina’s 13 tot en met 71) de militaire kamer tot het oordeel geleidt dat ook nog een telefoon merk Nokia met voorwerpnummer 22000400-2010115199-258706, in het beslag resteert.

Ten aanzien van het beslag overweegt de militaire kamer als volgt:

De na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwer¬pen, te weten het wapen, de patroonhouders en de messen met behulp waarvan het onder feit 1, feit 2, feit 4, feit 5, feit 7 en feit 8 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecon¬troleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

De inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven kleding betreft betreffen voorwerpen met behulp waarvan de feiten zijn begaan. De militaire kamer zullen deze voorwerpen verbeurd verklaren.

De militaire kamer overweegt dat de na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwer¬p, te weten een telefoon merk Nokia met voorwerpnummer 22000400-2010115199-258706 , die toebehoort aan verdachte, aan verdachte zal moeten worden teruggegeven nu niet is komen vast te staan dat verdachte de door hem gepleegde feiten met behulp daarvan heeft gepleegd.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24 c, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 55, 57, 285, 317 van het Wetboek van Straf¬recht.

8. De beslissing

De militaire kamer, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder feit 6 van parketnummer 05/800616-10 tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder parketnummer 05/800616-10 feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 5 subsidiair, feit 7 subsidiair, feit 8 en parketnummer 05/800346-11tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 6 ( zes) jaren.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op het beslag

Beveelt de teruggave van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven zaken, te weten een telefoon merk Nokia met voorwerpnummer 22000400-2010115199-258706, aan de rechthebbende.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomen wapen , de patroonhouders en de messen

Verklaart het inbeslaggenomen en nog niet terugggegeven kleding verbeurd.

De beslissingen op de vorderingen benadeelde partijen

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij D. [slachtoffer2] ( parketnummer 05/800616-10, feit 2)

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan D. [slachtoffer2] te betalen € 796,80 (zegge zevenhonderdzesennegentigeuro en tachtig eurocent) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 juli 2010.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begoot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 796,80 euro, subsidiair 15 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer B. [slachtoffer2] te betalen € 796,80 ( zegge zevenhonderdzesennegentigeuro en tachtig eurocent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 15 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat de voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij H. [slachtoffer5] ( parketnummer 05/800616-10, feit 4)

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan H. [slachtoffer5] te betalen € 929,25 ( zegge negenhonderdnegenentwintig euro en vijfentwintig eurocent) vermeerdert met de wettelijke rente van 10 juli 2010.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begoot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 929,25 euro, subsidiair 18 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer H. [slachtoffer5] te betalen € 929,25 ( zegge negenhonderdnegenentwintig euro en vijfentwintig eurocent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 18 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat de voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij Achilles Brandstoffen maatschappij ( parketnummer 05/800616-10, feit 5)

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan Achilles Brandstoffen maatschappij te betalen € 255,- ( zegge tweehonderdvijfenvijftig euro) vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 5 juni 2010.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begoot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 255 euro, subsidiair 5 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer Achilles Brandstoffen maatschappij te betalen € 255,- ( zegge tweehonderdvijfenvijftig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 5 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat de voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij Kruidvat Retail B.V.

( parketnummer 05/800616-10, feit 7)

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan Kruidvat Retail B.V.

€ 1.000 (zegge duizendeuro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 juni 2010.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begoot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk.

Maatregel van schadevergoeding ad € 1.000 euro, subsidiair 20 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer Kruidvat Retail B.V. te betalen € 1.000 ( zegge duizend euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 20 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat de voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. T.P.E.E. van Groeningen, als voorzitter,

mr. F.J.H. Hovens, rechter,

kolonel mr. B.F.M. Klappe, militair lid,

in tegenwoordigheid van M.H. van de Pol, griffier.

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 mei 2011.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature