Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit 14 oktober 2008 heeft verweerder op grond van artikel 13b van de Opiumwet in samenhang met artikel 5:21 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) besloten om bestuursdwang toe te passen, inhoudende de sluiting van de woning voor een periode van drie maanden (van 15 oktober 2008 tot 15 januari 2009

Uitspraak



RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Bestuursrecht

Enkelvoudige kamer

Procedurenummer: AWB 09 / 336

Uitspraak

in het geding tussen

[eiseres]

wonend te Maastricht, eiseres,

en

de burgemeester van de gemeente Maastricht,

verweerder.

Datum bestreden besluit: 20 januari 2009

Kenmerk: 2008.44795

1. Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het in de aanhef van deze uitspraak genoemde besluit.

Verweerder heeft de stukken die op de zaak betrekking hebben aan de rechtbank gezonden en heeft tevens een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft op 19 november 2009 plaatsgevonden. Namens eiseres is verschenen P.M.J. Graus, advocaat te Heerlen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door J.L. de Caluwe-Peters.

2. Overwegingen

In de woning gelegen aan de [adres] te Maastricht (hierna: woning) is op 22 juli 2008 een huiszoeking geweest door de politie. Eiseres was destijds huurster van de woning. Tijdens voornoemde huiszoeking is een pakketje van 56 gram heroïne, twee weegschaaltjes en diverse verpakkingsmaterialen aangetroffen. Verder heeft de politie ten tijde van de huiszoeking onder meer eiseres, twee mannen met de Franse nationaliteit en een man met de Marokkaanse nationaliteit in de woning aangetroffen.

Verweerder heeft bij brief van 18 september 2008 aan eiseres zijn voornemen kenbaar gemaakt om de woning voor een periode van drie maanden te sluiten. Eiseres heeft op 3 oktober 2008 haar zienswijzen hierover gegeven.

Bij besluit 14 oktober 2008 heeft verweerder op grond van artikel 13b van de Opiumwet in samenhang met artikel 5:21 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) besloten om bestuursdwang toe te passen, inhoudende de sluiting van de woning voor een periode van drie maanden (van 15 oktober 2008 tot 15 januari 2009). Verweerder stelt zich op het standpunt dat, gelet op het feit dat er klanten in de woning aanwezig waren, er een hoeveelheid verdovende middelen is aangetroffen, er voorwerpen zijn aangetroffen bestemd voor de handel in verdovende middelen en er verklaringen zijn waarin bevestigd wordt dat er sprake is van handel in verdovende middelen, geconcludeerd kan worden dat deze middelen in de woning aanwezig waren met het oogmerk deze te verkopen, af te leveren en/of te verstrekken.

Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Voorts heeft zij de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht ter zake een voorlopige voorziening, als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb , te treffen. Bij uitspraak van 21 november 2008 (AWB 08 / 1820) heeft de voorzieningenrechter dit verzoek afgewezen. Verweerder heeft bij het thans bestreden besluit het bezwaar ongegrond verklaard.

In beroep heeft eiseres - samengevat weergegeven - aangevoerd dat zij op 22 juli 2008 in haar woning drie onbekende mannen heeft aangetroffen. Deze mannen bleken vrienden van haar vriend te zijn. De vriend van eiseres, aan wie eiseres de sleutel van de woning had gegeven, had haar beloofd de mannen uit de woning te halen, hetgeen hij niet heeft gedaan. Vervolgens stond de politie voor de deur. Anders dan verweerder heeft gesteld, zijn de drugs niet in de woning, maar in de heuptas van één van de in de woning aanwezige mannen, gevonden. Het is mogelijk dat de overige materialen, die eiseres niet kende, ook in tassen van deze mannen zijn aangetroffen. Verder heeft verweerder ten onrechte gesteld dat er in de woning drugs zijn gekocht en dat eiseres hier weet van zou hebben. Formeel is eiseres nog verdachte, maar zij verwacht niet veroordeeld te worden. Eiseres is van mening dat het enkele feit dat er verdovende middelen in de woning zijn aangetroffen, niet voldoende is om de woning te kunnen sluiten. Verweerder heeft ten onrechte gesteld dat de drugs in de woning aanwezig waren met het oogmerk om deze te verkopen, af te leveren en/of te verstrekken. Het beleid van verweerder dient meer waarborgen te hebben. Zo dient, indien sprake is van drugshandel, verweerder eerst een waarschuwing te geven alvorens tot sluiting over te gaan. In het onderhavige geval is sprake van een eenmalig voorval en staat vast dat eiseres geen strafblad heeft en geen drugs gebruikt. Verweerder had rekening moeten houden met het feit dat eiseres niet wist welke bijbedoelingen haar vriend had. Eiseres is slachtoffer van een loverboy en ondervindt daarvan enorme gevolgen, zo heeft zij dubbele woonlasten, weinig tot geen inkomen, schulden, geen (thuis)basis en is haar studie noodgedwongen stilgevallen. Verder toont het tijdsverloop tussen de huiszoeking in de woning en de sluiting van de woning aan dat de maatgeregel, ongepast, prematuur en tardief is. Eiseres is van mening dat aangezien geen sprake was van verstoring van de openbare orde, verweerder zich ten onrechte bevoegd heeft geacht om, op grond van artikel 174a van de Gemeentewet , tot sluiting van de woning over te gaan, hetgeen niet anders is wanneer verweerder zijn bevoegdheid baseert op het bepaalde in artikel 13b van de Opiumwet . Verder blijkt uit artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) dat een beperking van het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer alleen is toegestaan indien deze beantwoordt aan een dringende maatschappelijke behoefte. Ten slotte verzoekt eiseres de rechtbank om verweerder te veroordelen in de door haar gemaakte proceskosten en de door haar geleden schade.

De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.

De rechtbank stelt allereerst vast dat verweerder zijn besluit heeft gebaseerd op het bepaalde in artikel 13b van de Opiumwet . Voor zover eiseres heeft gesteld dat verweerder zich ten onrechte bevoegd heeft geacht om op grond van artikel 174a van de Gemeentewet tot sluiting van de woning over te gaan, stelt de rechtbank vast dat verweerder dit artikel niet aan zijn besluit ten grondslag heeft gelegd. Om die reden kan voornoemde stelling geen stand houden.

Ingevolge artikel 13b van de Opiumwet , zoals dit artikel luidde ten tijde hier van belang, is de burgemeester bevoegd tot toepassing van bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.

Ter zake van dit artikel heeft verweerder het Damoclesbeleid Lokalen en woningen (hierna: Beleid) vastgesteld. Het Beleid is op 25 januari 2008 in werking getreden. Blijkens punt 15 van het Beleid wordt indien er sprake is van het verkopen, afleveren of verstrekken dan wel daartoe aanwezig zijn van harddrugs bij de eerste overtreding de woning gesloten voor drie maanden.

Gezien het bepaalde in artikel 13b van de Opiumwet , speelt voor de vaststelling of dit artikel is overtreden, anders dan eiseres heeft gesteld, de vraag of de openbare orde is verstoord, geen rol. De bevoegdheid genoemd in dit artikel is geen strafrechtelijke, maar een bestuursrechtelijke bevoegdheid. Verweerder is dan ook niet afhankelijk van een strafrechtelijke veroordeling. De stelling van eiseres dat de sluiting van de woning prematuur is, kan daarom niet opgaan. Voorop staat dus niet de vraag naar de eventuele strafbaarheid van eiseres, maar of verweerder bevoegd was op grond van voornoemd artikel de woning te sluiten, en zo ja, of verweerder in redelijkheid tot sluiting daarvan kon overgaan.

Gezien vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie onder meer de uitspraak van 5 januari 2005, LJN: AR8730, volgt uit het woord “daartoe”, als genoemd in artikel 13b van de Opiumwet , dat de enkele aanwezigheid van een in dit artikel genoemd middel de bevoegdheid tot sluiting verschaft, indien de aanwezigheid van de middelen de verkoop, aflevering of verstrekking van die middelen dient. Dat is het geval als het gaat om handel in die middelen, waaronder verkoop, verstrekking en aflevering vallen, en om het aanwezig hebben van een handelshoeveelheid.

Bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van een handelshoeveelheid dienen naar het oordeel van de rechtbank alle omstandigheden van het geval te worden betrokken, zoals het gewicht van de gevonden drugs. Vaststaat dat in de woning 56 gram aan heroïne is aangetroffen. Deze drug is opgenomen in de in artikel 13b van de Opiumwet genoemde lijst I. Voor zover eiseres heeft gesteld dat de heroïne niet in de woning maar in de heuptas van één van de mannen is aangetroffen, kan het gegeven dat de drugs in een tas zijn gevonden, niet afdoen aan het feit dat de drugs zich in de woning bevonden. Gelet op de hoeveelheid heroïne die is aangetroffen, welke meer betrof dan de maximaal 0,5 gram die volgens het Openbaar Ministerie als voorraad voor eigen gebruik wordt aangemerkt, heeft verweerder op goede gronden geoordeeld dat sprake is van een handelshoeveelheid. Gezien het vorenstaande acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat de drugs in de woning aanwezig waren in verband met de verkoop, aflevering of verstrekking van die drugs. Daarbij merkt de rechtbank op dat in de woning materialen zijn aangetroffen, welke wijzen op handel in verdovende middelen en dat uit twee processen-verbaal van twee als verdachte gehoorde personen blijkt dat zij in de woning verdovende middelen hebben gekocht. Gezien al het vorenstaande was verweerder bevoegd de woning te sluiten en kon verweerder, op grond van punt 15 van het Beleid, de woning voor een periode van drie maanden sluiten.

Voor zover eiseres heeft gesteld dat het beleid meer waarborgen dient te kennen, is de rechtbank van oordeel dat de bevoegdheid hiertoe bij verweerder ligt. Zo kan verweerder in zijn beleid bepalen of hij al dan niet een waarschuwing geeft alvorens tot sluiting van de woning over te gaan. Dat verweerder in zijn beleid heeft gekozen om bij het aantreffen van harddrugs niet eerst een waarschuwing te geven, is dan ook zijn keuze. De rechtbank kan wel een oordeel geven over de vraag of het beleid past binnen het wettelijk kader van artikel 13b van de Opiumwet , hetgeen het geval is. Verder is de rechtbank niet gebleken dat het beleid als kennelijk onredelijk is aan te merken.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de beantwoording van de vraag gesteld of sprake is van bijzondere omstandigheden aan de zijde van eiseres die verweerder hadden moeten nopen tot afwijken van zijn beleid. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend, waarbij zij onder meer verwijst naar de overwegingen in de voornoemde uitspraak van de voorzieningenrechter. Deze overwegingen onderschrijft de rechtbank. Verder stelt de rechtbank, ten aanzien van de stelling van eiseres dat verweerder te lang heeft gewacht voordat hij tot sluiting van de woning is overgegaan, het navolgende vast. Verweerder heeft op 15 september 2009 het rapport van de politie ontvangen, waardoor hij van de huiszoeking in de woning op de hoogte is geraakt. Op 26 september 2009 heeft verweerder eiseres laten weten dat hij voornemens was tot sluiting van de woning over te gaan. Op 14 oktober 2008, drie maanden nadat de huiszoeking heeft plaatsgevonden, heeft verweerder het bestreden besluit genomen. Deze termijn acht de rechtbank onredelijk noch tardief. Dat eiseres geen strafblad heeft, zij geen drugs gebruikt, zij slachtoffer zou zijn van een loverboy en daarvan gevolgen ondervindt, kan aan het vorenstaande niet afdoen. Verweerder heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de met de sluiting van de woning gediende belangen zwaarder wegen dan het belang van eiseres om in de woning te blijven wonen.

Gelet op het vorenstaande heeft verweerder derhalve in redelijkheid gebruik kunnen maken van zijn bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang in de vorm van sluiting van de woning voor de duur van drie maanden.

Ten slotte ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of verweerder desalniettemin op grond van artikel 8 van het EVRM had moeten afzien van gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang. Voor de beantwoording van de vraag verwijst de rechtbank naar de overwegingen in de voornoemde uitspraak van de voorzieningenrechter. Deze overwegingen onderschrijft de rechtbank. Verweerder heeft derhalve terecht in artikel 8 van het EVRM geen aanleiding gezien om toepassing van zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet achterwege te laten.

Al het vorenstaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat het beroep ongegrond is. Om die reden dient het verzoek van eiseres om verweerder te veroordelen in de door haar gemaakte proceskosten en de door haar geleden schade te worden afgewezen.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan door R.J.G.H. Seerden in tegenwoordigheid van C.H.C.M. Lennertz als griffier en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2009.

w.g. C. Lennertz w.g. Seerden

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

Verzonden: 2 december 2009

Voor belanghebbenden en het bestuursorgaan staat tegen deze uitspraak het rechtsmiddel hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA ’s-Gravenhage. De termijn voor het instellen van het hoger beroep bedraagt zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak.

Indien hoger beroep is ingesteld kan ingevolge het bepaalde in artikel 39 van de Wet op de Raad van State juncto artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onver¬wijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde jurisprudentie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature