Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Volgens een rapport van een door de brandweer gehouden schouw tijdens de weekmarkt te Eygelshoven op 18 december 2010 kon de brandweer toen in de Laurastraat te Eygelshoven geen opstelling voor een ladderwagen en blusvoertuig maken en waren twee aan deze straat gelegen appartementencomplexen niet bereikbaar voor de ladderwagen. Volgens de burgemeester van Kerkrade was hierdoor sprake van een structureel reële mogelijkheid dat een zodanig gevaarlijke situatie ontstaat dat een deel van de Laurastraat niet bereikbaar is voor de hulpverlening en voor de brandweer in het bijzonder. De burgemeester heeft op 7 januari 2011 daarom besloten het opstellen van marktkramen in de Laurastraat en het houden van de warenmarkt in een bepaald gedeelte van de Laurastraat met ingang van 8 januari 2011 te verbieden. Het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade heeft op 7 januari 2011 met een beroep op het besluit van de burgemeester en de aan dat besluit ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden de locatie van de weekmarkt per 8 januari 2011 gewijzigd waardoor de Laurastraat niet langer als marktlocatie is aangewezen. Volgens het college diende deze wijziging van de marktlocatie, gelet op de in het besluit van de burgemeester vermelde feiten en omstandigheden, met spoed plaats te vinden en hoefde daarom de marktcommissie in dit geval niet te worden gehoord.

Verzoekers, allen marktkooplieden van de weekmarkt te Eygelshoven, hebben verzocht de besluiten te schorsen. Zij hebben een rapport van een veiligheidsdeskundige in het geding gebracht volgens welk rapport op tijden dat de markt wordt gehouden in de Laurastraat geen sprake is van een onveilige situatie.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat bij het plaatsvinden van de weekmarkt in de Laurastraat ernstig gevreesd moest worden voor verstoring van de openbare orde, zodat de burgemeester de bevoegdheid tot het geven van het verbod niet aan artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet heeft kunnen ontlenen. De burgemeester heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook niet aannemelijk gemaakt dat sprake was van een zich direct aandienende, de veiligheid of gezondheid bedreigende situatie, zodat de burgemeester deze bevoegdheid ook niet aan artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet heeft kunnen ontlenen. De voorzieningenrechter verwijst hiervoor met name naar het rapport van de veiligheidsdeskundige en naar het feit dat ten tijde van het verbod de situatie dezelfde -veilige of onveilige- situatie was als die in de jaren daarvóór. De voorzieningenrechter heeft het besluit van de burgemeester geschorst tot zes weken na de verzending van de beslissing op het bezwaar. Gelet hierop is ook het besluit van het college, voor dezelfde termijn, geschorst.

Uitspraak



RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Bestuursrecht

Voorzieningenrechter

Procedurenummers: AWB 11 / 487 en AWB 11 / 488

Uitspraak

in de gedingen tussen

[verzoekers],

verzoekers,

en

de burgemeester van de gemeente Kerkrade respectievelijk

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kerkrade,

verweerders.

Datum bestreden besluiten: 7 januari 2011

Kenmerken bestreden besluiten: 11u0000549 resp. 11u0000549

1. Procesverloop

Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de in de aanhef van deze uitspraak vermelde besluiten.

Verzoekers hebben ten aanzien van deze besluiten bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ingediend.

Verweerder heeft de stukken die op de zaken betrekking hebben aan de rechtbank gezonden. De dossiers van de zaken met registratienummers AWB 10/1753 en AWB 10/2015 zijn ad informandum aan de gedingstukken van de onderhavige zaken toegevoegd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 13 april 2011. Ter zitting zijn vertegenwoordigd de verzoekers [namen verzoekers] bijgestaan door S.L.G.M. Roebroek, advocaat te Heerlen, en hebben verweerders zich laten vertegenwoordigen door N. van Dijk en W. van der Voort, beiden werkzaam bij de gemeente Kerkrade.

2. Overwegingen

In artikel 8:81 van de Awb is bepaald dat, indien tegen een besluit, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Tot het treffen van een voorziening zal in het algemeen slechts aanleiding bestaan, indien op grond van de beschikbare gegevens moet worden geoordeeld, dat zonder die voorziening het voor verzoeker uit het bestreden besluit voortkomend nadeel onevenredig is in verhouding tot het met dat besluit te dienen belang. Daarbij gaat het om een afweging van de belangen van de indiener van het verzoek bij een onverwijlde voorziening tegen de belangen die zijn gemoeid met onmiddellijke uitvoering van het besluit. Voor zover deze toetsing een beoordeling van de hoofdzaak meebrengt, is dat oordeel voorlopig van aard en niet bindend in de bodemprocedure.

Op 12 oktober 2010 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kerkrade (hierna: het college) besloten een gedeelte van de weekmarkt te Eygelshoven dat voordien in de Laurastraat stond opgesteld in verband met en voor de duur van de herinrichtingswerkzaamheden in de Laurastraat tijdelijk te verplaatsen naar, voor zover hier van belang, het plein op de hoek Laurastraat-Terbruggen. Volgens het besluit zou deze verplaatsing naar schatting duren tot 19 maart 2011.

Op 10 december 2010 heeft de voorzieningenrechter bij deze rechtbank, in de procedure bekend onder zaaknummer AWB 10 / 1753, dit besluit geschorst. Daarbij heeft de voorzieningenrechter doorslaggevende betekenis toegekend aan het feit dat de herinrichtingswerkzaamheden op dat tijdstip (nagenoeg) afgerond waren, zodat het college niet langer kon volhouden dat sprake was van een dringende reden als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, van het Marktbesluit Kerkrade 1999 (hierna: Marktbesluit). Daarmee was tevens de grondslag aan de tijdelijke verplaatsing komen te ontvallen terwijl, aldus de voorzieningenrechter in de uitspraak van 10 december 2010, niet valt in te zien dat een terugkeer van een gedeelte van de markt naar de Laurastraat niet meer mogelijk is.

Op 7 januari 2011 heeft de burgemeester van de gemeente Kerkrade (hierna: de burgemeester) besloten met ingang van 8 januari 2011 het opstellen van marktkramen, verkoopwagens etc. in de Laurastraat alsmede het houden van de warenmarkt in het gedeelte van de Laurastraat gelegen tussen de Veldhofstraat en de Molenweg te verbieden.

De burgemeester heeft daartoe overwogen dat tengevolge van de herinrichting van de Laurastraat de rijbaan smaller is geworden en dat het daardoor onmogelijk is geworden de warenmarkt op een ordentelijke en voor de directe omgeving veilige manier te plaatsen. Bovendien is het volgens de burgemeester, blijkens een rapport van de Brandweer Zuid-Limburg van 20 december 2010, naar aanleiding van een ter plaatse gehouden schouw, voor de brandweer niet mogelijk op de tijden dat de markt in de Laurastraat wordt gehouden een opstelling te maken voor een ladderwagen en blusvoertuig en bovendien zijn twee appartementencomplexen niet bereikbaar voor de ladderwagen. Daar komt bij dat de Laurastraat in 2007 is aangewezen als hoofdaanrijroute voor de brandweer in de gemeente Kerkrade.

Gelet hierop stelt de burgemeester zich op het standpunt dat sprake is van "een structureel reële mogelijkheid van het ontstaan van een zodanig gevaarlijke situatie, dat een deel van de Laurastraat niet bereikbaar is voor de hulpverlening in zijn algemeenheid en voor de brandweer in het bijzonder". Blijkens het besluit van 7 januari 2011 heeft de burgemeester die dreiging vervolgens dusdanig reëel ingeschat dat hij het, vanuit zijn verantwoordelijkheid voor het handhaven van de openbare orde en veiligheid, onaanvaardbaar heeft geacht dat de warenmarkt op zaterdagen mede in het betreffende gedeelte van de Laurastraat wordt gehouden. De burgemeester heeft daarom, onder gebruikmaking van zijn bevoegdheid om bevelen te geven die met het oog op de bescherming van veiligheid en gezondheid nodig zijn, het hierboven vermelde verbod uitgevaardigd.

Op 7 januari 2011 heeft het college besloten om, gelet op het besluit van de burgemeester van 7 januari 2011, artikel 1.3, eerste lid, onder b, van het Marktbesluit ingaande de eerstvolgende marktdag, te weten 8 januari 2011, te wijzigen in die zin dat als locatie voor de wekelijkse warenmarkt op zaterdag te Eygelshoven worden aangewezen de rondom het SocioProject gelegen pleingedeelten, conform de bij dit besluit behorende situatietekening. Volgens het college was het noodzakelijk om de locatie spoedig te wijzigen en is daarom, onder toepassing van artikel 1.4, derde lid, van de Marktverordening Kerkrade 1999, ervan afgezien de Marktcommisie Kerkrade (hierna: de marktcommissie) omtrent de locatiewijziging te horen.

Op 21 januari 2011 heeft de voorzieningenrechter bij deze rechtbank, in de procedure bekend onder zaaknummer AWB 10 / 2015, een verzoek van het college om de schorsing van het besluit van 12 oktober 2010 op te heffen afgewezen omdat het college naar het oordeel van de voorzieningenrechter, gelet op het besluit van het college van 7 januari 2011, geen belang had bij een zodanige opheffing. Hiertoe heeft de voorzieningenrechter doorslaggevend geacht dat hetgeen het college met opheffing van de schorsing voor ogen stond, namelijk definitieve verplaatsing van de weekmarkt naar de betreffende pleingedeelten rondom het SocioProject, met het besluit van het college van 7 januari 2011 was gerealiseerd.

Verzoekers hebben thans verzocht bij voorlopige voorziening:

- de besluiten van de burgemeester respectievelijk het college van 7 januari 2011 te schorsen totdat op hun bezwaren bij rechterlijke uitspraak onherroepelijk is beslist;

- het college te gelasten een aantal lantaarnpalen en bomen zodanig te verplaatsen dat de marktkramen in de Laurastraat kunnen worden opgesteld overeenkomstig het inrichtingsplan/opstellingsplan van 23 april 2001;

- het college te gelasten de weekmarkt te Eygelshoven te doen plaatsvinden overeenkomstig het inrichtingsplan/opstellingsplan van 23 april 2001;

- het college te gelasten dat op dagen en tijden dat de weekmarkt te Eygelshoven wordt gehouden, de gemeente Kerkrade het parkeerterrein aan Terbruggen openstelt voor het parkeren van vierwielige motorvoertuigen.

Verzoekers hebben hiertoe aangevoerd dat zij een voldoende spoedeisend belang hebben bij deze voorzieningen omdat het voor hun bedrijven en de daaraan verbonden medewerkers van levensbelang is dat de weekmarkt in de Laurastraat blijft met gebruikmaking van het parkeerterrein aan Terbruggen. Indien de weekmarkt niet meer in de Laurastraat zou plaatsvinden en geen gebruik meer kan worden gemaakt van het parkeerterrein Terbruggen, heeft dat volgens verzoekers dramatische gevolgen voor hun omzet. De burgemeester en het college hebben betwist dat verzoekers omzet als gevolg van de bestreden besluiten is gedaald.

De voorzieningenrechter acht het, gelet op de beschikbare stukken en hetgeen is aangevoerd, niet onaannemelijk dat verzoekers een zekere omzetdaling zullen ondervinden als gevolg van de locatiewijziging van de weekmarkt. Bovendien hebben verzoekers belang bij een zorgvuldige besluitvormingsprocedure, waarin ruimte is voor het horen van de marktcommissie zoals artikel 1.4. van de Marktverordening Kerkrade 1999 (hierna: Marktverordening) voorschrijft. Gelet op het voorgaande hebben verzoekers naar het oordeel van de voorzieningenrechter een voldoende spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen.

Verzoekers betogen dat de weekmarkt te Eygelshoven zonder enig risico en zonder enig gevaar in de Laurastraat kan worden opgesteld en gehouden. Volgens verzoekers is op de tijdstippen dat in de Laurastraat markt wordt gehouden voor brandweer en andere hulpdiensten voldoende ruimte beschikbaar om in die straat te kunnen rijden en de daar aanwezige appartementencomplexen te kunnen bereiken. Zij betwisten dat dan de openbare orde of veiligheid of gezondheid in het gedrang komt. Verzoekers hebben daartoe een rapport van R. Geys, veiligheidsdeskundige, van 18 maart 2011 in het geding gebracht. Verzoekers vinden daarom dat de burgemeester geen toepassing had mogen geven aan artikel 172 of artikel 174 van de Gemeentewet .

De burgemeester stelt zich, vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de openbare orde, op het standpunt dat het door hem uitgevaardigde verbod nodig is met het oog op de bescherming van veiligheid en gezondheid. De burgemeester beroept zich daarbij op het rapport van F.J.A. Gorissen, Teamleider Risicobeheersing district Parkstad van de Brandweer Zuid-Limburg, welk rapport is opgemaakt naar aanleiding van de door de brandweer gehouden schouw tijdens de weekmarkt te Eygelshoven van 18 december 2010. De conclusie van het rapport is dat ten tijde van de schouw het doorrijden met brandweerauto’s in de Laurastraat door de opstelling van marktkramen en verkoopwagens bemoeilijkt werd en dat twee appartementengebouwen voor de ladderauto niet of moeilijk bereikbaar waren.

Ingevolge artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet , is de burgemeester bevoegd bij verstoring van de openbare orde of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, de bevelen te geven die noodzakelijk te achten zijn voor de handhaving van de openbare orde. Voor zover het door de burgmeester gegeven verbod tot het opstellen van marktkramen, verkoopwagens etc. in de Laurastraat steunt op die bepaling, kan het besluit geen standhouden. Daartoe geldt dat de burgemeester onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die kunnen onderbouwen dat bij het onveranderd (blijven) plaatsvinden van de weekmarkt in de Laurastraat, ernstig moet worden gevreesd voor verstoring van de openbare orde ter plaatse. Bij die stand van zaken kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet ervan worden uitgegaan dat de burgemeester zijn bevoegdheid ter zake het door hem gegeven verbod aan artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet heeft kunnen ontlenen.

Voor zover de burgemeester zijn bevoegdheid ontleent aan artikel 174 van de Gemeentewet overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Ingevolge artikel 174, eerste lid, van de Gemeentewet is de burgemeester tevens belast met het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Ingevolge artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet is de burgemeester bevoegd bij de uitoefening van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, de bevelen te geven die met het oog op de bescherming van veiligheid en gezondheid nodig zijn. Een besluit als bedoeld in artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet kan worden genomen indien in een concreet geval onverwijld moet worden ingegrepen ter bescherming van de veiligheid en gezondheid. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het hierbij moet gaan om concrete, zich direct aandienende, de veiligheid of gezondheid bedreigende situaties (zie MvA, Kamerstukken II 19 403, nr. 10, p. 92/93). Van zo’n situatie zal in het algemeen eerst sprake kunnen zijn indien er geen andere, minder vergaande maatregelen aanwendbaar zijn.

De door verzoekers ingeschakelde veiligheidsdeskundige R. Geys heeft gerapporteerd dat de totale breedte van de rijbaan en de trottoirs in de Laurastraat als gevolg van de herinrichtingswerkzaamheden niet is gewijzigd en dat de doorgangsbreedte en bereikbaarheid van panden in de Laurastraat in 2006 door de brandweer is gecontroleerd en akkoord bevonden. De doorgangsbreedte en bereikbaarheid voldoen volgens de deskundige aan de voorwaarden in de standplaatsvergunningen en de voorwaarden in de "Handleiding Bluswatervoorziening en bereikbaarheid". Dat op 18 december 2010 de doorgang voor de brandweer hier en daar onvoldoende was, is volgens deze deskundige veeleer gevolg van het feit dat bij de herinrichting lantaarnpalen zijn verplaatst en bomen zijn geplant en wel dusdanig dat niet alle marktkramen en marktwagens meer overeenkomstig de verleende vergunning konden worden geplaatst. De deskundige is van oordeel dat met een andere indeling van marktkramen in combinatie met het verplaatsen van een lantaarnpaal en twee bomen de minimaal vereiste doorgangsbreedte verkregen kan worden. Wat betreft de bereikbaarheid van de twee appartementsgebouwen voor een ladderwagen merkt de deskundige op dat hij ervan uitgaat dat de appartementengebouwen voldoen aan het Bouwbeluit, in welk geval, gelet op genoemde "Handleiding Bluswatervoorziening en bereikbaarheid", geen opstelplaats voor een ladderwagen is voorgeschreven. Wat betreft de bereikbaarheid voor blusvoertuigen merkt de deskundige op dat de opstelling van de marktkramen en verkoopwagens dusdanig kan zijn dat in voldoende opstellingsplaatsen voor een blusvoertuig kan worden voorzien. De deskundige concludeert in het door hem uitgebrachte rapport dat een marktopstelling kan worden gerealiseerd die voldoet aan de geldende voorschriften inzake veiligheid en bereikbaarheid.

De voorzieningenrechter ziet binnen de beperkte toetsingsmogelijkheden van deze voorlopige voorzieningenprocedure op voorhand onvoldoende aanleiding de conclusies van de deskundige Geys, wiens deskundigheid bovendien door de burgemeester en het college niet gemotiveerd is weersproken, niet te volgen. Gelet daarop kan dan niet worden staande gehouden dat de burgemeester met de door hem in het besluit van 7 januari 2011 weergegeven en aan dat besluit ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt dat ten tijde dat hij het verbod tot het houden van de weekmarkt in de Laurastraat uitvaardigde, sprake was van een zodanige concrete, zich direct aandienende, de veiligheid of gezondheid bedreigende situatie, dat hem ter bescherming van die belangen, in redelijkheid geen andere keus restte dan het opstellen en houden van de warenmarkt in de Laurastraat onverwijld te verbieden. Behalve de twijfels die verzoekers met het rapport Geys zaaien aan het standpunt van de burgemeester neemt de voorzieningenrechter hierbij in het bijzonder in aanmerking dat de situatie ten tijde van het besluit van de burgemeester, naar ter zitting van de zijde van de burgemeester is erkend, in wezen dezelfde - veilig of onveilige - situatie was dan die van de jaren daarvoor. In dat verband is tekenend en zij herhaald [zie daarvoor de overwegingen van de voorzieningenrechter op pagina 3 van de uitspraak van 21 januari 2011] dat het besluit berust op de resultaten van de schouw die door de brandweer op 18 december 2010 eenmalig is gehouden en die, nog geheel daargelaten de kanttekeningen die daar vanwege de winterse omstandigheden bij zijn te plaatsen, geen nieuwe of gewijzigde inzichten heeft opgeleverd. Waar de brandweer bovendien stelt dat sprake is van een "jarenlang probleem" geldt ten slotte ook dat de burgmeester hierin kennelijk nooit eerder aansporing heeft gezien de markt in de Laurastraat te verbieden, ook niet toen de Laurastraat in 2007 werd aangewezen als hoofdaanrijroute voor de brandweer en andere hulpverleningsdiensten in de gemeente Kerkrade. Dit alles leidt ertoe dat het door de burgemeester op 7 januari 2011 uitgevaardigde verbod in deze vorm en aldus gemotiveerd geen stand kan houden. Die conclusie brengt de voorzieningenrechter ertoe het besluit van de burgemeester te schorsen.

Het besluit van het college treft hetzelfde lot. Hiertoe overweegt de voorzieningenrechter dat het college met een beroep op dezelfde door de burgemeester aan het verbod van de markt in de Laurastraat ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden, het besluit van de burgemeester van 7 januari 2011 en de eerstvolgende marktdag, te weten 8 januari 2011, heeft aangegrepen om met onverwijlde spoed de wijziging van het Marktbesluit en de daardoor mogelijk gemaakte definitieve verplaatsing van de weekmarkt in de Laurastraat naar, onder meer, het plein op de hoek Laurastraat-Terbruggen te bewerkstelligen. Hoewel het college in het algemeen niet de bevoegdheid kan worden ontzegd de weekmarkt te verplaatsen, mag van een zorgvuldig handelend bestuursorgaan wel worden verwacht dat het de daarvoor geldende procedureleregels, bij de totstandkoming waarvan het college nota bene zelf betrokken was, in acht neemt. Daaraan schort het in dit geval doordat het college het besluit van de burgemeester heeft aangegrepen en gebruikt als motivering voor het buiten toepassing laten van de verplichting van artikel 1.4, tweede lid, van de Marktverordening. Ingevolge die bepaling wordt een besluit tot verplaatsing van de weekmarkt niet genomen dan nadat de marktcommissie als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, ter zake is gehoord en kan het college uitsluitend in spoedeisende gevallen afzien van die verplichting. In deze zaak, waarin het college is afgeweken van het uitgestippelde tijdspad, dat voorzag in een definitieve verplaatsing van de weekmarkt naar de pleinen rondom het Socioproject in maart of april 2011 [zie daarvoor de overwegingen van de voorzieningenrechter op pagina 3 van de uitspraak van 12 december 2010] is de spoedeisendheid uiteindelijk door het college zelf in het leven geroepen. Met de schorsing van het besluit van de burgemeester van 7 januari 2011, waarop het besluit van het college voortbouwt, is evenwel de grondslag aan het besluit van het college komen te ontvallen. Op zichzelf is dat voldoende aanleiding ook het besluit van het college van 7 januari 2011 te schorsen.

De voorzieningenrechter zal de besluiten van de burgemeester en het college van 7 januari 2011 schorsen tot en met zes weken na de datum van bekendmaking van de beslissing op het bezwaar tegen de betreffende besluiten. Het verzoek het college te gelasten lantaarnpalen en bomen te verplaatsen, de weekmarkt volgens het inrichtingsplan/opstellingsplan van 23 april 2001 te doen houden en het parkeerterrein Terbruggen weer voor vierwielige motorvoertuigen open te stellen gaat het kader van deze voorlopige voorziening te buiten. Daarover gaan die besluiten ook niet zodat de verzoeken, voor zover zij daarop zien, moeten worden afgewezen.

Omdat het verzoek deels wordt toegewezen, zal de voorzieningenrechter tevens bepalen dat de burgemeester aan verzoekers het door hen in zaak AWB 11/487 (gezamenlijk) betaalde griffierecht vergoedt. In zaak AWB 11/488 heeft de rechtbank geen griffierecht geheven.

De voorzieningenrechter ziet verder aanleiding de burgemeester en het college te veroordelen in de kosten, die verzoekers in verband met de behandeling van de verzoeken redelijkerwijs hebben moeten maken.

De onderhavige zaken zijn samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht en moeten daarom voor de vaststelling van de kosten van rechtsbijstand als één zaak worden beschouwd. De proceskosten wegens verleende rechtsbijstand worden vastgesteld op € 874,-. Aan verzoekers wordt de helft van dat bedrag ten laste van de burgemeester toegewezen en de andere helft ten laste van het college.

Van overige voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter:

-wijst het verzoek om ten aanzien van de bestreden besluiten een voorlopige voorziening

te treffen toe en bepaalt dat deze besluiten worden geschorst tot en met zes weken na de

datum van bekendmaking van de beslissingen op bezwaar;

-wijst hetgeen door verzoekers meer of anders is verzocht af;

-bepaalt dat de burgemeester aan verzoekers het door hen in de procedure AWB 11/487

betaalde griffierecht van € 302,- vergoedt;

-veroordeelt de burgemeester in de kosten van procedure AWB 11/487 tot een bedrag van

€ 437,-, te vergoeden aan verzoekers;

-veroordeelt het college van burgemeester en wethouders in de kosten van procedure

AWB 11/488 tot een bedrag van € 437,-, te vergoeden aan verzoekers.

Deze uitspraak is gedaan door F.L.G. Geisel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van A.G.P.M. Zweipfenning, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2011.

w.g. A. Zweipfenning w.g. Geisel

Voor eensluidend afschrift:

de griffier

Verzonden: 17 mei 2011

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature