Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Superheffing. Medeplichtigheid aan het leveren van melk aan niet erkende koper en gewoonte maken van medeplegen van witwassen gedurende een lange periode. Lagere straf dan gevorderd, onder meer gelet op zeer langdurig tijdverloop.

Uitspraak



RECHTBANK ROERMOND

Sector strafrecht

Parketnummer: 04/990004-05

Datum uitspraak: 13 mei 2011

Tegenspraak overeenkomstig artikel 279 Wetboek van Strafvordering

Vonnis van de rechtbank Roermond, meervoudige economische strafkamer,

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats],

wonende te [adres].

1.Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 26, 27, 28 en 29 april 2011.

2.De tenlastelegging

De verdachte staat na wijziging van de tenlastelegging terecht ter zake dat:

1.

- [melkproducent 1], althans de maatschap [melkproducent 1], als producent van melk op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 februari 2004 tot en met 29 juni 2005 te Haarle (gemeente Hellendoorn), althans in het arrondissement Almelo, opzettelijk een of meer hoeveelheden/heid melk ten belope van 48.975 kilogram totaal, in ieder geval een of meer hoeveelheden/heid melk, heeft geleverd aan de niet door het productschap voor

Zuivel erkende koper, te weten aan het Duitse bedrijf [naam], althans niet heeft geleverd aan de wel door het productschap erkende koper [koper 1] (zaak 2.3, pagina 3096-3098 van het proces-verbaal) en/of

-[melkproducent 2], althans de maatschap [melkproducent 2], als producent van

melk in of omstreeks de nacht van 1 op 2 juli 2005 te Broek (gemeente Skasterlan), althans in het arrondissement Leeuwarden, opzettelijk een hoeveelheid melk van 9000 kilogram, in ieder geval een hoeveelheid melk, heeft geleverd aan de niet door het productschap voor Zuivel erkende koper, te weten aan het Duitse bedrijf [naam], althans niet heeft geleverd aan de wel door het productschap erkende koper [koper 2](zaak 2.6, pagina 3102-3104) en/of

-[melkproducent 3] , althans de vof [melkproducent 2], als producent van melk op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 februari 2005 tot en met 15 september 2005 te Hemmen (gemeente Overbetuwe), althans in het arrondissement Arnhem, opzettelijk een of meer hoeveelheden/heid melk ten belope van 56.144 kilogram totaal, in ieder geval een of meer hoeveelheden/heid melk, heeft geleverd aan de niet door het productschap voor Zuivel erkende koper, te weten aan het Duitse bedrijf [naam], althans niet heeft geleverd aan de wel door het productschap erkende koper [koper 2](zaak 2.8, pagina

3108-3111) en/of

-[melkproducent 4] als producent van melk op of omstreeks 20 januari 2005 te Aadorp (gemeente Almelo), althans in het arrondissement Almelo, opzettelijk een hoeveelheid melk van 6000 kilogram, in ieder geval een hoeveelheid melk, heeft geleverd aan de niet door het productschap voor Zuivel erkende koper, te weten aan het Duitse bedrijf [naam], althans niet heeft geleverd aan de wel door het productschap erkende koper [koper 1] b.a. (zaak 2.11, pagina 3118-3119),

hebbende hij, verdachte, toen en in de gemeente Hellendoorn en/of bovengenoemde plaatsen voornoemd(e) feit(en) (telkens) opzettelijk uitgelokt door beloften en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, althans,

hebbende hij, verdachte, toen en in de gemeente Hellendoorn en/of bovengenoemde plaatsen opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen verschaft tot het plegen van voornoemd(e) misdrijven/misdrijf, door:

- telefonisch kontakt met voornoemde melkproducent(en) op te nemen met de vraag of hij/zij melk over had(den) en/of melk aan de niet erkende koper wilde(n) leveren en/of

- met voornoemde melkproducent(en) een datum en/of tijdstip af te spreken waarop de melk zou worden opgehaald en/of

- met voornoemde melkproducent(en) een prijs per kilogram of liter melk af te spreken en/of

- telefonisch contact met een chauffeur van ISO Tank voornoemd op te nemen en met deze een prijs en/of datum en/of tijdstip van ophalen af te spreken dan wel aan de chauffeur het telefoonnummer van de melkproducent(en) door te geven;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling met strafoplegging

leidt:

dat hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2003 tot en met 11 oktober 2005 in de gemeente Hellendoorn en/of andere plaatsen/gemeenten in Nederland tezamen en in vereniging met de hieronder genoemde melkveehouders/ melkveehoudsters, als producent van melk, opzettelijk meermalen, althans eenmaal, een of meer hoeveelheden/heid melk heeft geleverd aan de niet door het productschap voor Zuivel erkende koper, te weten het Duitse bedrijf [naam]:

-een of meer hoeveelheden/heid melk ten belope van 48.975 kilogram totaal, in ieder geval een of meer hoeveelheden/heid melk, afkomstig van melkveehouder [melkproducent 1], althans de maatschap [melkproducent 1], op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 februari 2004 tot en met 29 juni 2005 te Haarle (gemeente Hellendoorn), althans in het arrondissement Almelo (zaak 2.3, pagina 3096-3098 van het proces-verbaal) en/of

-een hoeveelheid melk van 9000 kilogram, in ieder geval een hoeveelheid melk, afkomstig van melkveehouder [melkproducent 2], althans de maatschap [melkproducent 2], in of omstreeks de nacht van 1 op 2 juli 2005 te Broek (gemeente Skasterlan), althans in het arrondissement Leeuwarden (zaak 2.6., pagina 3102-3104) en/of

-een of meer hoeveelheden/heid melk ten belope van 56.144 kilogram totaal, in ieder geval een of meer hoeveelheden/heid melk, afkomstig van melkveehouder [melkproducent 3], althans de vof [melkproducent 2], op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 februari 2005 tot en met 15 september 2005 te Hemmen (gemeente Overbetuwe), althans in het arrondissement Arnhem (zaak 2.8, pagina 3108-2111) en/of

-een hoeveelheid melk van 6000 kilogram, in ieder geval een hoeveelheid melk, afkomstig van melkveehouder [melkproducent 4], op of omstreeks 20 januari 2005 te Aadorp (gemeente Almelo), althans in het arrondissement Almelo (zaak 2.11, pagina 3118-3119);

(artikel 13 van de Regeling superheffing 1993 , vanaf 1 april 2004 vervangen door artikel 18 van de Regeling superheffing en melkpremie 2004 , juncto artikel 19 van de Landbouwwet , strafbaar gesteld in artikel 1 onder 1e van de Wet op de economische delicten , in verband met artikel 47 danwel 48 van het wetboek van strafrecht )

2.

-[melkproducent 5], althans de maatschap [melkproducent 5], als producent van melk op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 februari 2005 tot en met 2 augustus 2005 te Zetten (gemeente Overbetuwe), althans in het arrondissement Arnhem, opzettelijk een of meer hoeveelheden/heid melk ten belope van 35.134 kilogram totaal, in ieder geval een of meer hoeveelheden/heid melk, heeft geleverd aan de niet door het productschap voor

Zuivel erkende koper, te weten aan het Duitse bedrijf [naam], althans niet heeft geleverd aan de wel door het productschap erkende koper [koper 3] (zaak 2.2, pagina 3055-3056 van het proces-verbaal) en/of

-[melkproducent 6] als producent van melk in of omstreeks de periode van 27 maart 2004 tot en met 4 augustus 2005 te Zuidlaren (gemeente Tynaarlo), althans in het arrondissement Assen, opzettelijk een of meer hoeveelheden/heid melk ten belope van 26.870 kilogram totaal, in ieder geval een of meer hoeveelheden/heid melk, heeft geleverd aan de niet door het productschap voor Zuivel erkende koper, te weten aan het Duitse bedrijf [naam], althans niet heeft geleverd aan de wel door het productschap erkende koper [koper 2](zaak 2.13, pagina 3120-3123) en/of

-[melkproducent 7], althans de maatschap [melkproducent 7], als producent van melk op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 januari 2005 tot en met 9 februari 2005 te Donderen (gemeente Tynaarlo), althans in het arrondissement Assen, opzettelijk een of meer hoeveelheden/heid melk ten belope van 118.000 kilogram totaal, in ieder geval een of meer hoeveelheden/heid melk, heeft geleverd aan de niet door het productschap voor

Zuivel erkende koper, te weten aan het Duitse bedrijf [naam], althans niet heeft geleverd aan de wel door het productschap erkende koper [koper 2](zaak 2.14, pagina 3124-3127) en/of

-[melkproducent 8] als producent van melk in of omstreeks de periode van 11 juli 2005 tot en met 31 augustus 2005 te Vegelinsoord (gemeente Skasterlan), althans in het arrondissement Leeuwarden, opzettelijk een of meer hoeveelheden/ heid melk ten belope van 23.905 kilogram totaal, in ieder geval een of meer hoeveelheden/heid melk, heeft geleverd aan de niet door het productschap voor Zuivel erkende koper, te weten aan het Duitse bedrijf

[naam], althans niet heeft geleverd aan de wel door het productschap erkende koper [koper 2] (zaak 2.10, pagina 3115-3117),

hebbende hij, verdachte, toen en in de gemeente Hellendoorn en/of bovengenoemde plaatsen opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen verschaft tot het plegen van voornoemd(e) misdrijven/misdrijf, door:

- telefonisch contact met voornoemde melkproducent(en) op te nemen met de vraag of hij/zij melk over had(den) en/of melk aan de niet erkende koper wilde(n) leveren en/of

- met voornoemde melkproducent(en) een datum en/of tijdstip af te spreken waarop de melk zou worden opgehaald en/of

- met voornoemde melkproducent(en) een prijs per kilogram of liter melk af te spreken en/of

- telefonisch kontakt met een chauffeur van [ naam] voornoemd op te nemen en met deze een prijs en/of datum en/of tijdstip van ophalen af te spreken danwel aan de chauffeur het telefoonnummer van de melkproducent(en) door te geven;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling met strafoplegging leidt:

dat hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2003 tot en met 11 oktober 2005 in de gemeente Hellendoorn en/of andere plaatsen/gemeenten in Nederland tezamen en in vereniging met de hieronder genoemde melkveehouders/ melkveehoudsters, als producent van melk, opzettelijk meermalen, althans eenmaal, een of meer hoeveelheden/heid melk heeft geleverd aan de niet door het productschap voor Zuivel erkende koper, te weten het Duitse bedrijf [naam]:

-een of meer hoeveelheden/heid melk ten belope van 35.134 kilogram totaal, in ieder geval een of meer hoeveelheden/heid melk, afkomstig van melkveehouder [melkproducent 5], althans de maatschap [melkproducent 5], op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 februari 2005 tot en met 2 augustus 2005 te Zetten (gemeente Overbetuwe), althans in het arrondissement Arnhem (zaak 2.2, pagina 3055-3056 van het proces-verbaal) en/of

-een of meer hoeveelheden/heid melk ten belope van 26.870 kilogram totaal, in ieder geval een of meer hoeveelheden/heid melk, afkomstig van melkveehouder [melkproducent 6], in of omstreeks de periode van 27 maart 2004 tot en met 4 augustus 2005 te Zuidlaren (gemeente Tynaarlo), althans in het arrondissement Assen (zaak 2.13., pagina 3120-3123) en/of

-een of meer hoeveelheden/heid melk ten belope van 118.000 kilogram totaal, in ieder geval een of meer hoeveelheden/heid melk, afkomstig van melkveehouder [melkproducent 7], althans de maatschap [melkproducent 7], op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 januari 2005 tot en met 9 februari 2005 te Donderen (gemeente Tynaarlo), althans in het arrondissement Assen (zaak 2.14, pagina 3124-3127) en/of

-een of meer hoeveelheden/heid melk ten belope van 23.905 kilogram totaal, in ieder geval een of meer hoeveelheden/heid melk, afkomstig van melkveehouder [melkproducent 8] , in of omstreeks de periode van 11 juli 2005 tot en met 31 augustus 2005 te Vegelinsoord (gemeente Skasterlan), althans in het arrondissement Leeuwarden (zaak 2.10, pagina 3115-3117);

(artikel 13 van de Regeling superheffing 1993 , vanaf 1 april 2004 vervangen door artikel 18 van de Regeling superheffing en melkpremie 2004 , juncto artikel 19 van de Landbouwwet , strafbaar gesteld in artikel 1 onder 1e van de Wet op de economische delicten , in verband met artikel 48 van het wetboek van strafrecht )

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2003 tot en met 11 oktober 2005 te Hellendoorn en/of andere plaatsen in Nederland, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (een) voorwerp(en), te weten een of meer hoeveelheden/heid melk ten belope van 544.322 kilogram (= 528.468 liter) totaal, althans een of meer hoeveelheden/heid melk, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, terwijl hij en/of

zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of

middellijk - afkomstig waren/was uit levering(en) aan (een) niet erkende koper(s) als bedoeld in artikel 13 van de Regeling superheffing 1993 (vanaf 1 april 2005 artikel 18 van de Regeling superheffing en melkpremie 2004), in ieder geval uit enig misdrijf,

van het plegen van bovengenoemde strafbare feiten hij, verdachte en/of zijn mededader(s) een gewoonte heeft gemaakt.

(artikel 420bis en ter van het wetboek van strafrecht )

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3.De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4.De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5.De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6.Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7.Bewijsoverwegingen

7.1.Standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 26 april 2011 gevorderd dat het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder feit 1 primair ten laste gelegde uitlokking, omdat bij de melkveehouders [naam], [melkproducent 2] en [melkproducent 2] de wil om melk aan een andere dan een erkende koper te leveren en het besluit om dat, als de gelegenheid zich voordeed, ook daadwerkelijk te doen, al aanwezig respectievelijk genomen was. Met betrekking tot [melkproducent 4] is er geen bewijs dat deze melk heeft geleverd en evenmin bewijs voor uitlokking.

Van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde medeplegen van het afleveren van melk aan een niet erkende koper is volgens de verdediging evenmin sprake. Er is slechts sprake geweest van opzet tot het bij elkaar brengen van twee partijen, derhalve van bemiddeling, en niet van een bewuste en nauwe samenwerking tot de levering van melk aan [naam].

Ten aanzien van het onder feit 2 primair ten laste gelegde heeft de verdediging aangevoerd dat uit de stukken niet blijkt dat verdachte zelf melkveehouders heeft benaderd. Voorts was er geen ruimte voor onderhandelen over de prijs. De keuze om al dan niet te leveren werd dan ook door de melkveehouders gemaakt. Het in de tenlastelegging onder het eerste en derde gedachtenstreepje gestelde is derhalve niet te bewijzen.

Met betrekking tot het onder 2 subsidiair ten laste gelegde medeplegen van het afleveren van melk aan [naam] heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte slechts bemiddeld heeft en dat het opzet van verdachte niet gericht was op het bij elkaar brengen van twee partijen. Het initiatief ging uit van de melkveehouders. Van een gezamenlijke melkleverantie en een bewuste en nauwe samenwerking was geen sprake. Voor zover er sprake was van een vergoeding, kwam die van [naam] en niet van de melkveehouders.

Met betrekking tot het onder feit 3 ten laste gelegde witwassen heeft de verdediging aangevoerd dat pas aan de delictomschrijving voldaan kan zijn als de melk ook daadwerkelijk geleverd is, derhalve niet eerder dan dat de melk aan [naam] ter beschikking werd gesteld. Van melk die uit misdrijf afkomstig was kon pas op zijn vroegst sprake zijn op het moment dat de melk door [naam] was geladen. Het wit te wassen voorwerp dient afkomstig te zijn van een voorafgaand misdrijf, derhalve zodra de melkveehouder aan de niet erkende koper geleverd heeft kan sprake zijn van een misdrijf. Omdat verdachte niet bij handelingen ten aanzien van die melk betrokken was, heeft hij die ook niet verworven, voorhanden gehad, overgedragen of omgezet. Het onder 3 tenlastegelegde kan dan ook niet bewezen worden.

De verdediging heeft voorts nog aangevoerd dat verdachte de juistheid van de in de tenlastelegging vermelde hoeveelheden melk bestrijdt, voor zover deze in zijn verklaringen niet door hemzelf zijn bevestigd.

7.2.Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

De hieronder vermelde bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De genoemde geschriften zijn slechts gebruikt in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen.

Ten aanzien van feit 1 primair.

Met betrekking tot de maatschap [melkproducent 1]:

[melkproducent 1] verklaart dat hij in de periode vanaf april 2003 met zijn vader [naam] in de Maatschap [melkproducent 1] zit, welke maatschap de melkveehouderij uitoefent. Hij is bevoegd de maatschap te vertegenwoordigen.

[melkproducent 1] verklaart dat door bemiddeling van [verdachte] op de volgende data melk is geleverd aan een niet erkende koper, welke melk steeds is opgehaald met een tankauto voorzien van een Duits kenteken:

op 2 februari 2004 tenminste 6.096 kg melk;

op 5 februari 2004 tenminste 3.858 kg melk;

op 18 januari 2005 tenminste 2.961 kg melk;

tussen 27 januari 2005 en 5 februari 2005 tenminste 15.161 kg melk;

tussen 11 februari 2005 en 17 februari 2005 tenminste 7.721 kg melk;

op 1 maart 2005 tenminste 5.121 kg melk;

op 29 juni 2005 tenminste 8.057 kg melk.

In totaal is er 48.975 kg melk geleverd aan een niet erkende koper door bemiddeling van [verdachte].

Als er melk werd afgeleverd door bemiddeling van [verdachte] werd er telefonisch een afspraak gemaakt wanneer de melk werd opgehaald en werden er afspraken gemaakt over de prijs. Als deze melk werd opgehaald werd er gebeld hoe laat ze kwamen. Dit werd gedaan door [verdachte]. De chauffeur kwam als het donker was met een vrachtwagen met een witte cabine en een aluminiumkleurige tank en aanhanger.

[naam] wist dat hij alleen melk mocht leveren aan zijn erkende koper.

Verdachte verklaart op 27 april 2006 dat er melk is opgehaald bij [naam], [adres]. Sinds 2004 had hij contact over melk met [naam]. [naam] heeft vier of vijf keer door zijn melkkoeien geproduceerde melk aan hem of via hem en niet aan de erkende koper omdat hij anders superheffing zou moeten betalen. Dat was in 2004 en 2005. Hij schat dat [naam] 30.000 of 40.000 liter melk aan hem geleverd heeft. De melk werd opgehaald met de vrachtwagen van [naam] of [naam]. Dezen haalden de melk ook op.

In de avond van 29 juni 2005 is rond de 8 of 9 duizend liter melk opgehaald bij [naam] door zijn zwager [naam]. Dit is gebeurd met de oplegger van [naam]. De melk is afgeleverd op het bedrijf van [naam] en de vracht is tot stand gekomen door bemiddeling van verdachte.

Op 28 februari 2005 is bij [naam] zo’n 6.000 liter melk opgehaald door [naam] of [naam]. Ook die melk is naar Duitsland gegaan en deze vracht is tot stand gekomen door bemiddeling van verdachte.

Op 14 februari 2005 zal waarschijnlijk 8.000 liter melk bij [naam] zijn opgehaald en op 17 januari 2005 is 3.000 liter melk opgehaald bij [naam].

Met betrekking tot de maatschap [melkproducent 2]:

[melkproducent 2] verklaart op 27 april 2006 dat hij de maatschap in en buiten rechte kan vertegenwoordigen. Hij verklaart dat hij begin juli 2005 één keer melk via [verdachte] heeft laten ophalen. Hij heeft toen circa 9.000 liter melk aan [verdachte] en niet aan zijn erkende koper afgeleverd. De transporteur die de melk ophaalde was een auto met een Duits kenteken. De chauffeur sprak Duits/Nederlands. [melkproducent 2] werd door de chauffeur betaald.

Verdachte verklaart op 27 april 2006 dat hij minstens één keer contact heeft gehad met [melkproducent 2], [adres] over het afleveren van melk door [melkproducent 2] aan een niet erkende koper. Hij denkt dat [melkproducent 2] via hem 10.000 liter melk aan een niet erkende koper heeft afgeleverd. Via zijn bemiddeling is op 1 juli 2005 door [naam] melk geladen bij [melkproducent 2]. Hij denkt dat deze melk ook naar het bedrijf van [naam] in Duitsland is gegaan.

Met betrekking tot de v.o.f. [melkproducent 2]:

[melkproducent 3] verklaart op 25 april 2006 dat hij vennoot is van het melkveehouderijbedrijf [melkproducent 2] vof en dat hij vanaf maart 2005 met [verdachte] contact heeft gehad over eventuele leveringen van de op zijn bedrijf geproduceerde melk. In de periode van februari en maart 2005 is de op het bedrijf geproduceerde melk twee keer via [verdachte] opgehaald. In juni/juli 2005 is de melk ongeveer zeven keer via [verdachte] opgehaald. Uitgaande van 6.000 kg per keer gaat het om 54.000 kg in 2005.

Over de leveringen van melk aan [verdachte] verklaart hij dat de tankwagen is geweest op 15 februari 2005, 21 februari 2005 en in de nachten van 29 op 30 juni 2005, 8 op 9 juli 2005, 14 op 15 juli 2005, 22 op 23 juli 2005, 27 op 28 juli 2005, 19 op 20 augustus 2005 en 14 op 15 september 2005.

De afspraken om de melk niet aan [koper 2] te leveren heeft hij gemaakt met ene [verdachte] die woont in Hellendoorn. De reden om in dit circuit af te leveren is dat er sprake was van overproductie op het bedrijf. Hij heeft wel eens gehoord dat de melk naar Duitsland ging. Een van de wagens was voorzien van een Duits kenteken.

Verdachte verklaart op 25 april 2006 dat hij door Melkveebedrijf [melkproducent 2] V.O.F., gevestigd [adres], is gebeld omdat [melkproducent 2] melk kwijt wilde. Hij denkt dat de melk door [naam] met de vrachtwagen is opgehaald en dat ook [naam] er een keer is geweest. Op zijn initiatief is op 8 juli 2005 zo’n 7.000 liter melk opgehaald door zijn zwager [naam] bij [melkproducent 3]. [melkproducent 3] heeft die melk aan hem afgeleverd en niet aan zijn erkende koper omdat als hij de melk aan zijn erkende koper zou afleveren [melkproducent 3] misschien superheffing zou hebben moeten betalen.

Verdachte verklaart op 25 april 2006 voorts dat in de nacht van 29 juni 2005 op 30 juni 2005 bij [melkproducent 3] melk is opgehaald door [naam] met zijn vrachtwagen. Het is ongeveer 6.500 liter geweest.

De verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] confronteren verdachte op 25 april 2006 met telefoongesprekken tussen verdachte en [melkproducent 3] van 29 juni 2005 waarin [melkproducent 2] zegt dat hij 20.000 liter boven het quotum zit en 7 juli 2005 waarin [melkproducent 2] zegt dat er nog drie of vier tanken weg kunnen en verdachte zegt dat hij zal proberen om voor augustus 26.000 liter weg te hebben.

Verdachte verklaart daarop dat er naar aanleiding van deze telefoongesprekken 20.000 liter melk via bemiddeling door hem, door [melkproducent 2] is afgeleverd aan [naam].

Met betrekking tot [melkproducent 4]:

Bij de in beslag genomen zaken was onder meer aanwezig een jaarkalender 2005 met daarin op de datum 20 januari 2005 op de achterzijde vermeld: “[melkproducent 4]”. Op een faxbericht van [verdachte] d.d. 20 januari 2005 staat op de achterzijde onder meer vermeld “20/1 Aadorp 6500 x 3 €195”.

In een telefoongesprek tussen verdachte en [melkproducent 4] van 2 juli 2005 zegt verdachte tegen [melkproducent 4] dat ze afgelopen winter bij [melkproducent 4] zijn geweest om melk op te halen. [melkproducent 4] bevestigt dat vervolgens.

[melkproducent 4] verklaart dat hij zich een telefoongesprek van 2 juli 2005 tussen hem en [verdachte] kan herinneren. Er is een keer melk gehaald. Vanwege de superheffing heeft hij een keer aan iemand geleverd. [melkproducent 4] heeft contact met hem opgenomen om een afspraak te maken om die melk op te halen. Hij denkt dat dit in januari of februari 2005 was. Het ging om een volle tank die opgehaald zou worden. De melk is in de avond of ’s nachts opgehaald.

Overweging ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde.

Onder 1 primair is tenlastegelegd dat verdachte de misdrijven heeft uitgelokt althans dat hij medeplichtig is van die misdrijven. In het onderzoek in deze zaak is een groot aantal telefoongesprekken afgeluisterd waarbij het initiatief soms van verdachte uitging en soms van de melkveehouders. Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat in sommige zaken de contacten tussen verdachte en de melkveehouders reeds bestonden voordat de telefoongesprekken werden afgeluisterd. Ook is gebleken dat melkveehouders al eerder zelf contact hadden gezocht met een niet erkende koper. Ook overigens kan uit de bewijsmiddelen niet worden vastgesteld dat verdachte de melkveehouders heeft overgehaald dan wel op het idee heeft gebracht om melk niet aan de erkende koper maar aan hem af te leveren. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat er sprake is geweest van uitlokking, zodat verdachte van dit onderdeel van het primair tenlastegelegde wordt vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 2 primair:

Met betrekking tot de maatschap [melkproducent 5]

[melkproducent 5] verklaart dat hij een maatschap heeft genaamd [melkproducent 5] en dat Vijfheerenlanden in Leerdam zijn gehele melkquotum afneemt. Voorts verklaart hij dat hij [verdachte] kent en deze melk bij hun bedrijf heeft opgehaald. Die [verdachte] wist wel een adres waar de melk naar toe kon als je melk over zou hebben. Hij heeft twee en mogelijk drie keer aan [verdachte] geleverd. Dat waren zes melkmalen per tank dus twee keer 6.000 liter en mogelijk drie keer. [melkproducent 5] heeft vooraf contact met [verdachte] opgenomen.

[naam] is een Duitser die een keer bij het bedrijf is geweest. Hij heeft het nummer van [verdachte] gekregen via [naam]. Daarna heeft hij zaken gedaan met [verdachte]. In februari 2005 is [verdachte] een keer geweest en een keer in de zomer van 2005.

Op of rond 15 februari 2005 kunnen ongeveer 7.000 liter melk zijn geleverd. Hij had dat met [verdachte] geregeld. Voorts denkt [melkproducent 5] dat op 29 juni 2005 en op 14 of 15 juli 2005 twee leveringen aan [verdachte] hebben plaatsgevonden. Ook in de periode van 23 juli 2005 tot en met 30 juli 2007 is vermoedelijk een of meerdere keren melk opgehaald.

Verdachte verklaart dat hij contact heeft gehad met het bedrijf [melkproducent 5], [adres] over melk die dat bedrijf te veel had. Via bemiddeling van verdachte is in de nacht van 29 juni 2005 op 30 juni 2005 door [naam] circa 6.000 liter melk opgehaald bij [melkproducent 5]. Voorts gelooft hij dat door [melkproducent 5] op 29 juli 2005 tenminste 4.174 kg melk aan verdachte is afgeleverd. Hij denkt dat hij in 2005 4 of 5 keer heeft bemiddeld bij het afleveren van melk door [melkproducent 5] aan [naam] of [naam].

De verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] confronteren verdachte met de volgende bij verdachte in beslag genomen bescheiden: de jaarkalender 2005 met op de datum 15 februari 2005 de aantekening “21000 Zetten”, op de datum 21 februari 2005 de aantekening: “20000 vol zetten” (vol is doorgestreept) en 27 juli 2005 onder meer “zetten 1100 x 2 220”.

Verdachte verklaart daarover dat met de aantekening bij de datum 15 februari 2005 bedoeld wordt dat er in de buurt van Zetten 21.000 liter melk was, waaronder [melkproducent 5], dat met de aantekening op 21 februari 2005 bedoeld wordt dat er op die datum in de buurt van Zetten 20000 liter melk zat, die door [naam] of [naam] bij de boeren is opgehaald en dat hij denkt dat het onder meer bij [melkproducent 5] is geweest en dat met de aantekening bij de datum 27 juli 2005 bedoeld wordt dat de 1100 waarschijnlijk 11000 zijn en dat 2 220, 2 eurocent x 11000 = € 220,-- zijn en dat het bedrag kan zijn dat hij voor die vracht heeft gekregen.

Met betrekking tot [melkproducent 6]

Bij verdachte is een jaarkalender 2005 in beslag genomen. De jaarkalender vermeldt op datum 12 januari 2005 “zuidlaren”, op 15 januari 2005 “Zuidlaren vol”, op 18 januari 2005 “Zuidlaren”, op 21 januari 2005 “Zuidlarenvol” (doorgestreept), op 22 januari 2005 “Zuidlaren”, op 16 februari 2005 “Zuidlaren 6000”, op 23 februari 2005 “Zuidlaren 4000”, op 25 februari 2005 “Zuidlaren”en op 4 augustus 2005 “Zuidlaren 6000 12c”.

[melkproducent 6] verklaart dat hij denkt dat hij melk heeft geleverd aan [verdachte]. Het ging dan om hoeveelheden van 2.000 tot 6.000 kg. Dit is onder meer geweest in het voorjaar 2004. Hij heeft aan [verdachte] geleverd en niet aan zijn erkende koper omdat hij toen zijn quotum vol had.

Verdachte verklaart dat hij contact heeft gehad met het bedrijf [melkproducent 6] te Zuidlaren. Door zijn bemiddeling is circa vijf keer melk opgehaald bij [melkproducent 6]. Hij heeft bemiddeld in de afvoer van een hoeveelheid melk in de periode na 27 maart 2004. 27 maart 2004 is in zijn beleving de eerste ophaaldatum bij [melkproducent 6].

Met betrekking tot de maatschap [melkproducent 7]

[melkproducent 7] verklaart dat de navolgende hoeveelheden op zijn bedrijf geproduceerde melk via bemiddeling van [verdachte] is afgeleverd: op 12 januari 2005 19.000 kg, op 15 januari 2005 19.000 kg, op 19 januari 2005 24.000 kg, op 22 januari 2005 16.000 kg, op 26 januari 2005 22.000 kg en op 9 februari 2005 18.000 kg.

[melkproducent 7] heeft via [verdachte] geleverd en niet via een erkende koper vanwege zijn quotum.

Verdachte verklaart dat hij de maatschap [melkproducent 7], [adres] kent omdat [melkproducent 7] hem ooit gebeld heeft over melk. Hij denkt dat plaatsvond in januari 2005. Hij heeft bemiddeld in het ophalen van melk op of omstreeks de perioden januari, februari 2005. Het was circa vijf keer en in zijn beleving totaal circa 125.000 kilogram koemelk. Deze melk is door [naam] opgehaald en, naar hij denkt, naar Duitsland vervoerd. Hij heeft vanaf 10 januari 2005 bemiddeld in de afvoer van melk bij [melkproducent 7]. Op 12 januari 2005 is door [naam] bij [melkproducent 7] 19.000 kg melk opgehaald.

Op 26 januari 2005 is er een vracht melk gehaald door [naam] waar hij in heeft bemiddeld.

Op 9 februari 2005 is er door zijn bemiddeling door [naam] een volle vracht, wellicht ruim 24.000 kg melk, bij [melkproducent 7] opgehaald.

Met betrekking tot [melkproducent 8]

[melkproducent 8] , wonende [adres], gemeente Skarsterlan, verklaart dat op 12 juli 2005 iemand bij hem melk heeft opgehaald. Hij heeft hem opgehaald van een plek waar hij stond met een melkauto met aanhanger. Hij had hem gebeld en [melkproducent 8] is toen voor hem uit gaan rijden. Er hebben acht melkmalen in de tank gezeten, totaal ongeveer 13.000 à 14.000 liter melk schat hij. De melk is contant door de chauffeur betaald. De chauffeur sprak half Duits half Nederlands. Na dit transport is er nog een transport geweest. Dat is minder melk geweest dat is voor augustus 2005 geweest. De auto was dezelfde als de vorige auto die melk kwam halen. [verdachte] zei dat de melk naar Duitsland zou gaan. Hij schat dat in totaal ongeveer 25.000 liter aan [verdachte] is verkocht.

Verdachte verklaart dat op 11 juli 2005 door [naam] melk is opgehaald bij [melkproducent 8]. Hij heeft [naam] het telefoonnummer van [melkproducent 8] per sms toegezonden waardoor [naam] het adres van [melkproducent 8] in de computer kon opzoeken. De melk is waarschijnlijk naar het bedrijf van [naam] in Duitsland gegaan. Als uit de bevindingen van de verbalisanten blijkt dat door [melkproducent 8] op 11 juli 2005 vermoedelijk tenminste 11.471 kg melk aan hem is afgeleverd, dan zal dat wel zo zijn. [melkproducent 8] leverde aan verdachte en niet aan zijn erkende koper vanwege de superheffing.

Overwegingen ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

Uit het dossier blijkt dat de rechtsvorm van de ondernemingen van [melkproducent 1] en [melkproducent 2], [melkproducent 5] en [melkproducent 7] die ten tijde van het ten laste gelegde het melkveebedrijf uitoefenden een maatschap vormden en dat de rechtsvorm van de onderneming van [melkproducent 3] een vof betrof. Voor de beoordeling van het daderschap van de verweten gedragingen dient de vraag te worden gesteld of deze aan de verdachte als natuurlijke persoon dan wel aan de maatschap c.q. de vof dient te worden toegerekend. Hiertoe moet afhankelijk van de concrete omstandigheden worden beoordeeld of de (verboden) gedragingen in redelijkheid moeten worden toegerekend aan verdachte of aan de rechtspersoon.

De verweten gedragingen werden verricht uit hoofde van de normale werkzaamheden ten behoeve van de onderneming en deze zijn de maatschap c.q. de vof ook dienstig geweest. Uit de gang van zaken zoals die bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, leidt de rechtbank af dat de verweten gedragingen hebben plaatsgevonden in de sfeer van de rechtspersoon.

De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat de onder 1 en 2 verweten gedragingen moeten worden toegerekend aan de maatschap [melkproducent 1], de maatschap [melkproducent 2], de maatschap [melkproducent 5], de maatschap [melkproducent 7] en de vof [melkproducent 2].

Ten aanzien van de deelname van verdachte bij de feiten 1 en 2 overweegt de rechtbank als volgt. Verdachte was bij een aanzienlijke groep melkveehouders bekend als een persoon die benaderd kon worden indien melkveehouders melk te veel hadden en deze niet aan de erkende koper wilden leveren. Zijn naam en telefoonnummer circuleerden binnen deze kring en hij was bereikbaar via advertenties in een vakblad. Gebleken is dat verdachte in veel gevallen een actieve rol had bij de aflevering van de melk. Wanneer hij door melkveehouders gebeld werd regelde verdachte transporten en indien de melkwagen niet vol was benaderde hij anderen met de vraag of zij melk wilden leveren. Hij sprak met de producenten van de melk een prijs af waarvoor zij de melk konden leveren. Met de chauffeur van het melktransport werd door hem vervolgens het transport geregeld en werden de gegevens van de producenten en de afgesproken prijs uitgewisseld. Met de producenten werd vervolgens afgesproken wanneer de melk zou worden opgehaald. Nadat de melk bij de melkveehouders was getankt werd meteen de afgesproken prijs uitbetaald. Hieruit leidt de rechtbank af dat er sprake is van medeplichtigheid tot verdachte aan het afleveren van melk door de melkveehouders aan een niet erkende koper.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat door bemiddeling van verdachte meermalen melk is afgeleverd aan een niet erkende koper. De in de tenlastelegging vermelde totale hoeveelheid is gebaseerd op schattingen op basis van eerdere en latere leveringen aan de erkende koper. Exacte meting van de hoeveelheden melk heeft echter niet plaatsgevonden, zodat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van het exacte in de tenlastelegging vermelde aantal kilogrammen melk kan komen.

Ten aanzien van feit 3:

Bovenstaande bewijsmiddelen en –bewijsoverwegingen ten aanzien van de feiten 1 en 2 dienen als hier letterlijk herhaald en ingelast en aldus ook geldend ten aanzien van feit 3 te worden beschouwd.

[melkproducent 9] heeft verklaard dat hij eenmalig via [verdachte] en niet aan zijn erkende koper 3200/3300 kg melk heeft afgeleverd aan een niet erkende koper. De melk is in de nacht van 8 op 9 juli 2005 om ongeveer 12.00 uur maar mogelijk later opgehaald. Hij had tevoren telefonisch aangegeven dat er ongeveer 3.500 liter melk in de tank zat en de tank is leeggehaald.

[melkproducent 10] heeft verklaard dat verdachte heeft geregeld dat er melk bij hem is opgehaald. De melkauto die in 2005 kwam had een Duits kenteken en in 2004 is twee keer melk opgehaald door een Duitser, in totaal zeker 12.000 liter. [melkproducent 10] heeft melk [afgeleverd via] [verdachte] en niet aan zijn erkende koper omdat hij niet wilde dat de melk in de put kwam.

[melkproducent 11] heeft verklaard dat hij in de avond van 9 maart 2005 gebeld is door een persoon die Duits sprak of met een Duits dialect. Hij vroeg naar de postcode en het huisnummer. Hij begreep hem wel want hij sprak over melk en vroeg zijn postcode. Hij heeft hem zijn postcode en nummer gegeven. [melkproducent 11] heeft zijn reguliere melkrijder afgebeld. De volgende morgen was zijn melktank leeg en er lag geld op de melktank. De melk is ’s nachts opgehaald. Het totaal van 4500 kg melk die toen is opgehaald kan wel kloppen. Hij heeft dit toen gedaan omdat anders de melk de put in zou gaan.

[melkproducent 12] verklaart dat hij verdachte een keer gebeld heeft. Het eerste contact moet in januari 2004 geweest zijn. Verdachte was contactadres voor het afleveren van melk. [melkproducent 12] zag het mogelijk afleveren aan verdachte en niet aan de erkende koper als alternatief voor het in de kelder laten lopen van melk. Er is een keer een vrachtwagen geweest en die heeft melk bij hem opgehaald. Dit was medio januari 2004. Voor deze vracht heeft verdachte bemiddeld. Telefonisch zijn afspraken gemaakt met verdachte over de prijs en datum en tijdstip van ophalen. Hij denkt dat hij € 0,05 of € 0,06 per liter heeft ontvangen. Hij heeft een keer melk afgeleverd aan verdachte, maar er is volgens hem ook nog een keer ’s nachts melk opgehaald via verdachte. Hij weet zeker dat hij in 2004 maar twee keer melk heeft afgeleverd aan verdachte.

[melkproducent 12] verklaart voorts dat op 10 maart 2005 de tankwagen melk bij hem kwam ophalen. Hij heeft toen een partij melk, ongeveer 4500/4700 liter, afgeleverd via verdachte en niet heeft afgeleverd aan zijn erkende koper.

[melkproducent 13] verklaart dat hij, als zijn melkkoeien meer melk produceren dan de hoeveelheid melkquotum dat hij heeft, je de melk kunt opvoeren aan de kalveren of in de put kunt laten lopen. Daarnaast was de mogelijkheid om melk te leveren aan een niet erkende koper zijnde [verdachte]. Dit heeft hij ook gedaan. Hij wist dat het leveren aan [verdachte] niet legaal was. Hij heeft telefonisch contact opgenomen met [verdachte]. De melk werd opgehaald door een tankauto met een Duits kenteken. Er zijn twee verschillende Duitse chauffeurs bij hem op het bedrijf geweest. Het geld beurde hij direct van de Duitse chauffeur contant in de hand. Ze zijn in totaal drie keer bij hem geweest om melk op te halen in het superheffingsjaar 2004/2005. Hij schat dat de laatste keer ongeveer februari 2005 was.

In totaal is er volgens [melkproducent 13] door hem 30.276 kg melk afgeleverd aan een niet erkende koper, maar is die geleverd via bemiddeling van [verdachte].

[melkproducent 14] verklaart dat het klopt dat hij via bemiddeling door verdachte op 8 maart 2005 zo’n 6200, 6300 liter melk heeft afgeleverd aan een Duitser en niet aan zijn erkende koper. Hij heeft dit gedaan om de superheffing te ontlopen.

[melkproducent 15] verklaart dat hij in de periode tussen 6 februari 2005 en 12 februari 2005 ongeveer 6097 kg melk heeft geleverd aan een Duits sprekende chauffeur via bemiddeling van verdachte. Hij heeft hiervoor ongeveer 4 à 5 cent de liter ontvangen.

[melkproducent 16] verklaart dat hij twee keer melk heeft afgeleverd aan verdachte. Tussen 21 juli 2005 en 2 augustus 2005 is er tenminste 5.345 kg melk door hem geleverd door bemiddeling van verdachte aan een niet erkende koper. Tussen 21 februari 2005 en 28 februari 2005 is er tenminste 5.440 kg melk door hem geleverd door bemiddeling van verdachte aan een niet erkende koper.

[melkproducent 17] verklaart dat hij wel eens wat aan de Duitser heeft afgeleverd. Er is door de Duitser anderhalve eurocent voor de melk betaald. De Duitser haalde de melk op, hij deed echter zaken met verdachte. De contacten met verdachte over de zwarte melk zijn in januari 2005 begonnen. Degene die de melk kwam halen was een truck met oplegger. Hij denkt dat er een Duits kenteken op de auto zat.

[melkproducent 17] verklaart dat hij tweemaal melk heeft geleverd aan een niet erkende koper uit Duitsland, op 13 januari 2005 voor circa 4200 liter en tussen 21 en 23 juli 2005 circa 5.000 liter.

[melkproducent 18] verklaart dat hij rond 4 maart 2005 via een [verdachte] melk heeft afgeleverd buiten zijn erkende koper om, het zou rond de 3200 liter kunnen zijn. Er kwam een truck met aanhanger melk ophalen. Volgens hem zat er een Duits kenteken op. De chauffeur was een Duits sprekende man. Hij heeft van de chauffeur ongeveer 150 euro gebeurd contant in de hand. [verdachte] bemiddelde in melk.

[melkproducent 19] verklaart op 24 april 2006 dat in het voorjaar van 2005, in de maand februari, één keer een vracht melk is opgehaald via verdachte en niet via zijn erkende koper. Hij zag ruim van tevoren dat hij over zijn quotum heen ging en toen is er een keer een vracht melk opgehaald in de maand februari 2005. Er is contant betaald bij de auto, dat was ongeveer 400 euro denkt hij. Hij heeft toen ongeveer 7.000 liter geleverd. Hij heeft verdachte gesproken over de telefoon.

[melkproducent 20] verklaart dat hij twee keer via [verdachte] melk heeft afgeleverd. Het zou rond 25 februari 2005 geweest kunnen zijn dat hij via verdachte melk heeft afgeleverd. De eerste aflevering via verdachte ging volgens [melkproducent 20] als volgt. Er is een tankwagen, een RMO, geweest ze hebben de melk middels een slang en eigen pomp uit de melktank gepompt. De eerste keer kwam er een auto met een aanhanger, het was een auto met buitenlands kenteken. De chauffeur sprak volgens hem Duits. Er is direct contant betaald, volgens hem € 0,02. De tweede keer dat er melk via verdachte is opgehaald zijn ze ’s nachts geweest. De volgende ochtend heeft hij het geld voor de melk aangetroffen op de trap van de melktank.

Onder verdachte zijn in beslag genomen een vel papier, dat onder documentnummer D/013 in het dossier is opgenomen, met de vermelding “Someren 6500 liter [nummer]”en een vel papier, dat onder documentnummer D/014 in het dossier is opgenomen, met de vermelding “Someren [nummer] / 8500 Liter [nummer] (met de hand bijgeschreven)”. Het nummer [nummer] is het telefoonnummer van [melkproducent 21], [adres].

Onder verdachte zijn in beslag genomen een vel papier, dat onder documentnummer D/014 in het dossier is opgenomen, met de vermelding “Someren [nummer] / 8500 Liter” en een vel papier, dat onder documentnummer D/016 in het dossier is opgenomen, met de vermelding “Someren 9000 liter [nummer]”.

Bij [naam] in Duitsland is in een vrachtwagen in beslag genomen een notitieblaadje, dat onder codenummer D/112 in het dossier is opgenomen, met de vermelding “Someren [nummer] 10000 Liter [adres] x7”.

Uit onderzoek blijkt dat het nummer [nummer] het telefoonnummer is van [melkproducent 22], [adres].

Op de bij verdachte in beslag genomen jaarkalender is op de datum 27 september 2005 vermel[melkproducent 23]ag [nummer]”, op de datum 29 september 2005 “[melkproducent 23]” en op de datum 7 oktober 2005 “[melkproducent 23]”.

Onder verdachte is in beslag genomen een vel papier, dat onder documentnummer D/008 in het dossier is opgenomen, met de vermelding “Raalte 5000 [nummer]”.

Uit onderzoek blijkt dat het nummer [nummer] het telefoonnummer is van [melkproducent 23], [adres].

Voorts zijn onder verdachte in beslag genomen een faxbericht (documentnummer D/031) met daarop onder meer vermeld “26-mrz-04 22:57 undercover 000000000 seite 1”en als tekst onder meer “Raalte / broekland 11000 li [nummer]”, en een tweede exemplaar van faxbericht D/031 met daarop onder meer dezelfde faxverzendgegevens en tekst vermeld. Daarnaast staat achter het telefoonnummer met pen bijgeschreven “8250 350 €”.

Uit onderzoek blijkt dat de nummers [nummer] en [nummer] het telefoonnummer zijn van [melkproducent 23], [adres].

[melkproducent 24] verklaart ten aanzien van de telefoongesprekken van 28 en 29 juni 2005 dat hij verdachte kent en dat hij contact opnam met verdachte voor de op zijn bedrijf geproduceerde melk die hij door verdachte wilde laten ophalen, dat er 4.931 kg melk namens verdachte is opgehaald, dat de melk cash is betaald en dat hij € 0,12 per kilogram melk zal hebben ontvangen. Voorts verklaart hij ten aanzien van het telefoongesprek van 25 februari 2005 dat hij namens verdachte 4.165 kg melk weg heeft laten halen voor een prijs van 5 0,02 per kilogram melk.

Met betrekking tot document D/012 verklaart hij onder meer dat op 4 of 5 januari 2005 circa 7000, op zijn bedrijf geproduceerde kilogrammen melk is geladen, dat dit ook weer was afgesproken met verdachte en dat hij € 0,02 per kilogram melk heeft ontvangen. De totale afwijking van 16.133 kilogrammen melk zou zijn wat via verdachte is afgeleverd

[melkproducent 25] verklaart dat verdachte hem heeft gebeld om melk op te halen. Hij heeft melk in 1.000 litervaten getapt. Hij heeft ’s avonds 29 juni 2005 de vaten gevuld en de vaten in een weiland gezet. ’s Avonds rond elf uur werd hij wakker gebeld via de telefoon door [naam] die vertelde dat hij melk op kwam halen. Hij heeft [naam] verteld dat de melk in de vaten in het weiland stonden, het waren 8 vaten van 1.000 liter.

8 Juli 2005 is de tweede keer geweest dat er melk via verdachte is opgehaald bij hem. Deze aflevering op 8 juli 2005 is op dezelfde manier verlopen als op 29 juni 2005. In de avond of nacht van 8 op 9 juli 2005 is hij gebeld door [naam] de chauffeur. De volgende ochtend heeft hij de envelop met geld in de brievenbus gevonden. Het klopt dat er 8.471 kilo melk niet is afgeleverd aan [koper 4]. Deze melk heeft hij afgeleverd via verdachte.

[melkproducent 25] verklaart nog te weten dat er een keer een kleinere hoeveelheid dan op 29 juni 2005 en 8 juli 2005 is afgeleverd via verdachte. Dit zou 23 juli 2005 geweest kunnen zijn.

In totaal heeft hij ongeveer 21.000 liter afgeleverd via verdachte en niet aan de erkende koper.

[melkproducent 26] verklaart op 4 mei 2006 dat hij [verdachte] kent en dat hij weet dat deze melk kon gebruiken. Hij wist dat van [melkproducent 2], die ook melkveehouder is. Hij heeft één keer melk aan of via verdachte geleverd. De melk werd opgehaald door een aparte auto. Het was volgens hem een vrachtwagen met een Duits kenteken. De chauffeur sprak gebroken Nederlands. Hij is cash betaald. De chauffeur betaalde hem bij het laden. Hij heeft er denkt hij € 0,14 per kilogram melk voor ontvangen.

[melkproducent 26] verklaart dat hij op 1 juli 2005 6.645 kg op zijn bedrijf geproduceerde melk heeft afgeleverd aan of via verdachte.

Verdachte verklaart dat hij mensen met elkaar in contact heeft gebracht. De ene had melk over en de andere had melk nodig. Degene die melk nodig had, had deze melk nodig voor zijn kalveren. Hij werd gebeld door boeren die melk over hadden. De melk bij de boeren is gequoteerd. Als ze boven het quotum produceren hebben ze melk over. Hij gaf de telefoonnummers van de boeren door aan eerst [naam], dat was tot april 2005 en daarna aan [naam]. [naam] woont in Vreden net over de grens in Duitsland. [naam] woont in [plaats], ook in Duitsland. Nadat [naam] gestopt was heeft hij van [naam] het telefoonnummer van [naam] gekregen, dat was in april 2005. [naam] haalde de melk in Nederland bij de boeren op met een Duitse vrachtwagen. Volgens hem huurde [naam] deze vrachtwagen. [naam] haalde volgens hem de melk in Nederland op met zijn eigen vrachtwagen. [naam] heeft een legale melkhandel, hij koopt melk in en verkoopt deze ook weer. [naam] heeft zelf kalveren, daar koopt hij afgekeurde melk voor in, bijvoorbeeld penicillinemelk. De melk die door [naam] en [naam] bij de Nederlandse boeren werd opgehaald was in principe geen afgekeurde melk. De melk werd bij het ophalen contant betaald door de chauffeur. Rond maart kregen de boeren 3 tot 4 eurocent per liter melk betaald. In juni, juli kregen de boeren 14 tot 15 eurocent per liter melk betaald. Hij kreeg 1, 2 of 3 eurocent per liter melk betaald door [naam] en [naam]. Van de laatste periode van maart 2005 heeft hij helemaal niets gekregen omdat hij [naam] niet meer gezien heeft. Hij kreeg contant betaald, dit was als [naam] bij hem thuis was of als hij bij [naam] thuis was. Van [naam] kreeg hij contant geld als hij bij hem was, hij is een paar keer bij hem geweest. Hij heeft geen flauw idee bij hoeveel liters melk hij bemiddeld heeft tussen de Nederlandse boeren en [naam] en [naam]. In het begin dacht hij dat wat hij deed bij het bemiddelen geen probleem was, later kreeg hij zijn twijfels. Hij kreeg zijn twijfels omdat hij er achter kwam dat [naam] een melkhandel had. Volgens hem was er geen scheiding meer mogelijk tussen de melk die [naam] legaal in Nederland inkocht en de melk die hij rechtstreeks bij de Nederlandse boeren kocht.

Voorts heeft verdachte verklaard dat via hem meermalen hoeveelheden melk aa[naam] zijn geleverd door de melkproducenten [melkproducent 9] , [melkproducent 10] , [melkproducent 17] , [melkproducent 21] , [melkproducent 22] , [melkproducent 23] en [melkproducent 25] .

Overweging ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde.

Voor bewezenverklaring van witwassen is het enkel voorhanden hebben van melk niet voldoende. Er moet in elk geval sprake zijn van het verbergen dan wel verhullen van de criminele herkomst van de melk en het geven van een wettige herkomst aan de uit misdrijf verkregen melk. Verdachte werkte bewust en nauw samen met de personen, genaamd [naam] en [naam]. De taken waren duidelijk verdeeld. Hij speelde bij die samenwerking een wezenlijke rol doordat hij de contactpersoon met de boeren was en de gegevens aan [naam] en later [naam] doorgaf zodat dezen in staat waren de melk op te halen. Volgens eigen zeggen belde hij met [naam] voor de transporten, maar zou [naam] hem gebeld hebben wanneer hij niet gebeld zou hebben. Hij moest er onder meer voor zorgen dat de vrachtwagen bij elk transport vol zou zijn. Dit ophalen vond hoofdzakelijk ’s avonds en ’s nachts plaats zodat niet zou worden opgemerkt dat de melkveehouders de melk aan een niet erkende koper leverden. Kortom, er was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte, [naam] en [naam], gericht op de levering van melk door Nederlandse melkveehouders aan een niet erkende koper. Verdachte zorgde hierbij voor de contacten met de melkveehouders en de aankoop van de melk en regelde in overleg met [naam] en [naam] het transport van die melk naar Duitsland.

Vanaf het moment dat de melk in de (Duitse) tankauto was gepompt, bevond deze zich in de macht van [naam] en [naam], zijnde niet erkende kopers, waarna de melk naar Duitsland werd getransporteerd. Door deze verboden overdracht en bestemming was de melk vanaf het moment waarop deze in de tank was gepompt, van misdrijf afkomstig. Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist wat er met de melk zou gebeuren en dat hij aanvankelijk dacht dat deze bestemd was voor veevoer. Later kreeg hij, naar eigen zeggen, twijfels omdat hij er achter kwam dat [naam] een melkhandel had. Er vonden transacties plaats en er werd voor de melk betaald, soms – met name in de zomer – zelfs een behoorlijke prijs. Ook verdachte werd voor zijn activiteiten betaald. De melk vertegenwoordigde derhalve economische waarde. De zwarte melk uit Nederland was kennelijk voor verdachte en ook voor [naam] en [naam] in Duitsland handelswaar. Dat verdachte van de verdere gang van zaken met de handel in Duitsland niet op de hoogte was, doet niet af aan de wetenschap van verdachte van en zijn bijdrage aan het verbergen dan wel verhullen van de criminele herkomst van de melk vanaf het moment dat de melk in de tankauto werd gepompt. Zijn bovenomschreven bijdrage in de handel met zwarte melk is naar het oordeel van de rechtbank zodanig substantieel dat van medeplegen gesproken kan worden.

Verdachte heeft zich derhalve naar het oordeel van de rechtbank samen met [naam] en [naam] gedurende lange tijd en op grote schaal schuldig gemaakt aan witwassen. De rechtbank acht dan ook bewezen dat er sprake was van - kort gezegd - gewoontewitwassen.

7.3.Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

- de maatschap [melkproducent 1], als producent van melk op tijdstippen in de periode van 2 februari 2004 tot en met 29 juni 2005 te Haarle (gemeente Hellendoorn), opzettelijk hoeveelheden melk heeft geleverd aan een niet door het productschap voor Zuivel erkende koper, en

- de maatschap [melkproducent 2], als producent van melk in de nacht van 1 op 2 juli 2005 te Broek (gemeente Skasterlan), opzettelijk een hoeveelheid melk heeft geleverd aan een niet door het productschap voor Zuivel erkende koper, en

- de vof [melkproducent 2], als producent van melk op tijdstippen in de periode van 15 februari 2005 tot en met 15 september 2005 te Hemmen (gemeente Overbetuwe), opzettelijk hoeveelheden melk heeft geleverd aan een niet door het productschap voor Zuivel erkende koper, en

- [melkproducent 4] als producent van melk op 20 januari 2005 te Aadorp (gemeente Almelo), opzettelijk een hoeveelheid melk heeft geleverd aan een niet door het productschap voor Zuivel erkende koper,

hebbende hij, verdachte, toen en in de gemeente Hellendoorn en/of bovengenoemde plaatsen opzettelijk gelegenheid en/of inlichtingen verschaft tot het plegen van voornoemde misdrijven, door:

- met voornoemde melkproducent(en) een datum en/of tijdstip af te spreken

waarop de melk zou worden opgehaald en/of

- met voornoemde melkproducent(en) een prijs per kilogram of liter melk af te

spreken;

2.

- de maatschap [melkproducent 5], als producent van melk op tijdstippen in de periode van 15 februari 2005 tot en met 2 augustus 2005 te Zetten (gemeente Overbetuwe), opzettelijk hoeveelheden melk heeft geleverd aan een niet door het productschap voor Zuivel erkende koper, en

- [melkproducent 6] als producent van melk in de periode van 27 maart 2004 tot en met 4 augustus 2005 te Zuidlaren (gemeente Tynaarlo), opzettelijk hoeveelheden melk heeft geleverd aan een niet door het productschap voor Zuivel erkende koper, en

- de maatschap [melkproducent 7], als producent van melk op tijdstippen in de periode van 11 januari 2005 tot en met 9 februari 2005 te Donderen (gemeente Tynaarlo), opzettelijk hoeveelheden melk heeft geleverd aan een niet door het productschap voor Zuivel erkende koper, en

- [melkproducent 8] als producent van melk in de periode van 11 juli 2005 tot en met 31 augustus 2005 te Vegelinsoord (gemeente Skasterlan), opzettelijk hoeveelheden melk heeft geleverd aan een niet door het productschap voor Zuivel erkende koper,

hebbende hij, verdachte, toen en in de gemeente Hellendoorn en/of bovengenoemde plaatsen opzettelijk gelegenheid en/of inlichtingen verschaft tot het plegen van voornoemde misdrijven, door:

- met voornoemde melkproducenten een datum en/of tijdstip af te spreken waarop de melk zou worden opgehaald en/of

- met voornoemde melkproducenten een prijs per kilogram of liter melk af te spreken;

3.

hij op tijdstippen in de periode van 1 april 2003 tot en met 11 oktober 2005 te Hellendoorn en/of andere plaatsen in Nederland, een gewoonte heeft gemaakt van het tezamen en in vereniging met anderen, voorwerpen, te weten hoeveelheden melk, te verwerven, voorhanden te hebben, over te dragen en om te zetten, terwijl hij en/of zijn mededaders wisten dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit leveringen aan niet erkende kopers als bedoeld in artikel 13 van de Regeling superheffing 1993 (vanaf 1 april 2005 artikel 18 van de Regeling superheffing en melkpremie 2004).

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen.

Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op de navolgende strafbare misdrijven.

Ten aanzien van feit 1 primair:

medeplichtigheid aan: overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 19 van de Landbouwwet , opzettelijk meermalen begaan door een rechtspersoon

en

medeplichtigheid aan: overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 19 van de Landbouwwet , opzettelijk begaan.

De misdrijven zijn strafbaar gesteld bij artikel 1 en 6 van de Wet op de economische delicten in verband met de artikelen 48 en 51 respectievelijk artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van feit 2 primair:

medeplichtigheid aan: overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 19 van de Landbouwwet , opzettelijk meermalen begaan door een rechtspersoon

en

medeplichtigheid aan: overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 19 van de Landbouwwet , opzettelijk meermalen gepleegd.

De misdrijven zijn strafbaar gesteld bij artikel 1 en 6 van de Wet op de economische delicten in verband met de artikelen 48 en 51 respectievelijk artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van feit 3:

een gewoonte maken van het medeplegen van witwassen.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 420ter in verband met de artikelen 420bis en 47 het Wetboek van Strafrecht.

9.De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10.De straffen en/of maatregelen

10.1.De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 26 april 2011 met betrekking tot de op te leggen straf gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van 12 maanden, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

10.2.Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van de gevorderde straf aangevoerd dat rekening dient te worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hij heeft samen met zijn vrouw een agrarisch bedrijf met ongeveer 100 koeien en 30 hectare landbouwgrond en de werkzaamheden worden voor het overgrote deel door hemzelf uitgevoerd. In 2009 heeft het bedrijf een verlies geleden van ongeveer € 25.000,--. Verdachte is sedert de huiszoeking in 2005 niet opnieuw met justitie in aanraking geweest. Zijn detentie in 2006 heeft hem diep geraakt. De antecedenten van verdachte zijn beperkt, waaruit blijkt dat verdachte geen grote crimineel is. De situatie op het bedrijf laat niet toe dat aan verdachte een vrijheidsstraf wordt opgelegd, omdat vervanging van het bedrijfshoofd praktisch niet mogelijk is.

De raadsman heeft dan ook, mede gelet op het lange tijdsverloop sedert het plegen van de feiten, gepleit voor het opleggen van een geheel voorwaardelijke straf.

10.3.De overwegingen van de rechtbank

Verdachte is als medeplichtige melkproducenten behulpzaam geweest bij het in strijd met de regelgeving afleveren van melk aan een niet erkende koper. Door de EU zijn regels gesteld met betrekking tot het opleggen van een heffing indien melkproducenten te veel melk produceren. Het hoofddoel van de regelgeving is het gebrek aan evenwicht tussen vraag en aanbod op de markt voor melk en zuivelproducten en de daaruit voortvloeiende structurele overschotten te verminderen zodat een beter marktevenwicht tot stand komt. Het doel komt er op neer de melkproductie zodanig te beheersen dat eer geen overschotten ontstaan. Voor de uitvoering van de regeling is aan elke producent een melkquotum toegekend. Om te kunnen vaststellen wat de werkelijke productie is geweest schrijft de nationale regelgeving voor op welke wijze de productie moet worden afgezet en geadministreerd. Ter controle op de productie moet de producent de door zijn bedrijf geproduceerde melk verkopen aan een erkende koper. Door zijn medeplichtigheid tot het leveren van melk aan een niet erkende koper heeft verdachte de exacte controle op de handhaving van zijn quotum gefrustreerd.

Door erkende kopers gekochte melk is voortdurend onderworpen aan kwaliteitscontroles, zodat er geen gevaar bestaat voor de volksgezondheid. Het komt voor dat melkproducenten, om problemen met de erkende koper te vermijden, melk die niet aan de juiste kwaliteitseisen voldoet, zoals penicillinemelk of melk met een te hoog celgetal, leveren aan een niet erkende koper. Het risico bestaat dat in het zwarte circuit goede melk wordt vermengd met melk die niet aan de kwaliteitseisen voldoet en dat deze melk uiteindelijk – zonder voldoende controles - weer voor menselijke consumptie wordt bestemd. Door zich hierom niet te bekommeren heeft verdachte door zijn handelen niet alleen de uitvoering van regelgeving met betrekking tot het tegengaan van overschotten gefrustreerd, maar ook risico’s voor de volksgezondheid veroorzaakt.

Verdachte heeft bij de verboden handelingen een zeer actieve en wezenlijke rol gespeeld doordat hij de afspraken maakte en zorgde dat de vrachtwagen bij elke rit zo vol mogelijk was. Door op grote schaal te bemiddelen tussen Nederlandse melkveehouders en Duitse opkopers heeft verdachte gedurende lange tijd grote hoeveelheden melk in het illegale circuit gebracht en heeft hij zich met zijn mededaders schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen.

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank er ten bezware van verdachte rekening mee dat verdachte heeft erkend zich schuldig te hebben gemaakt aan de onder feit 2 aan de dagvaarding ad informandum gevoegde feiten, te weten:

medeplichtigheid aan 8 andere verboden melkleveranties (zaken 2.1, 2.4, 2.17, 2.19, 2.39, 2.40, 2.45 en 2.50).

De door verdachte begane misdrijven moeten als ernstig worden beoordeeld. Op grond hiervan is de rechtbank dan ook van oordeel dat de eis van de officier van justitie op zich recht doet aan de ernst van de door verdachte gepleegde feiten.

De rechtbank houdt echter rekening met de volgende omstandigheden.

Verdachte is blijkens het uittreksel uit de Justitiële Documentatie niet eerder voor soortgelijke feiten veroordeeld. De door verdachte gepleegde feiten zijn reeds meer dan zes jaar geleden gepleegd. De doorzoeking bij verdachte heeft op 11 oktober 2005 plaatsgevonden. Sedertdien is een periode van meer dan vijf jaar verstreken waarin verdachte in onzekerheid heeft verkeerd omtrent de afloop van de zaak. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de gehele termijn bij de strafoplegging dient te worden meegenomen. Verdachte heeft weliswaar bezwaar gemaakt tegen de dagvaarding, waardoor de voortgang is vertraagd, maar de rechtbank is niet van oordeel dat dit ten nadele van verdachte moet worden meegenomen. Immers, verdachte heeft in eerste instantie gelijk gekregen en na hoger beroep door de officier van justitie heeft het hof anders geoordeeld, later bevestigd door de Hoge Raad. Er kan derhalve niet gesproken worden van een volstrekt zinloze of kansloze exercitie met als doel vertraging.

De rechtbank constateert voorts dat verdachte zich niet opnieuw heeft schuldig gemaakt aan soortgelijke feiten als de onderhavige.

Onder deze omstandigheden is de rechtbank, ofschoon de officier van justitie heeft aangegeven dat zij voor een deel reeds rekening heeft gehouden met het tijdsverloop, van oordeel dat volstaan kan worden met de oplegging van een deels voorwaardelijke vrijheidsstraf van kortere duur dan gevorderd met een onvoorwaardelijk gedeelte overeenkomstig het voorarrest. De proeftijd zal worden bepaald op één jaar. Wel zal de rechtbank daarnaast, gelet op de aard van de delicten een aanzienlijke geldboete opleggen.

Bij de vaststelling van de geldboete heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van verdachte in een mate waarin dat nodig wordt geacht met het oog op een passende bestraffing van verdachte. Verdachte wordt door die vaststelling in diens inkomen en vermogen niet onevenredig getroffen.

11.Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wet op de economische delicten: artikel 1 en 6;

Wetboek van Strafrecht: 10, 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 27, 47, 48, 51, 57, 91, 420bis, 420ter;

Regeling superheffing 1993: artikel 1 3;

Regeling superheffing en melkpremie 2004: artikel 1 8;

Landbouwwet: artikel 13 en 19.

12.Beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 191 dagen;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf 180 dagen niet zullen worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 1 jaar, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een geldboete van € 7.500,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 72 dagen hechtenis.

Vonnis gewezen door mrs. E.H.M. Druijf, M.B.T.G. Steeghs en P.M.S. Dijks, rechters, van wie mr. E.H.M. Druijf voorzitter, in tegenwoordigheid van P.J.T. Frijns als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 13 mei 2011.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature