Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Beroep tegen de bouwvergunning ten behoeve van het realiseren van een nieuw stadhuis met tweelaagse ondergrondse parkeergarage gelegen op de hoek van de Wilhelminasingel en de Driesveldlaan te Weert ongegrond. Gesteld noch gebleken is dat de bouwplannen waarvoor de betreffende vergunning is verleend (te weten het stadhuis en de daaronder gelegen parkeergarages) in strijd zijn met het bestemmingsplan of dat het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk of de standplaats in strijd is met de redelijke eisen van welstand. Nu ook anderszins niet is gebleken van weigeringsgronden als bedoeld in artikel 44 van de Ww , is verweerder gehouden aan de gemeente Weert de gevraagde bouwvergunning ten behoeve van het stadhuis en de ondergrondse parkeergarages te verlenen. Voor zover eiser zich niet kan verenigen met de hoogte van het te bouwen appartementencomplex nabij zijn perceel, overweegt de rechtbank dat het bestreden besluit enkel ziet op de bouw van het stadhuis en de ondergrondse parkeergarages, en niet op de bouw van het appartementencomplex.

Uitspraak



RECHTBANK ROERMOND

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 10 / 1514

Uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], te Weert, eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van [derde-partij], verweerder

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:

[derde-partij].

Procesverloop

Bij besluit van 31 augustus 2010 (het primaire besluit) heeft verweerder aan [derde-partij] een reguliere bouwvergunning verleend voor de bouw van een stadhuis met een tweelaagse ondergrondse parkeergarage op de percelen, kadastraal bekend gemeente Weert onder nummers R 3479, 3579, 3480 en 3580, plaatselijk bekend als Wilhelminasingel-Driesveldlaan te Weert.

Bij besluit van 2 november 2010 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met het onderzoek in de zaaknummers 10/1048, 10/1049 en 10/1572 inzake de gedingen tussen [eiseres in procedures 10/1048, 10/1049 en 10/1572] en verweerder, plaatsgevonden op 23 maart 2011. Eiser is verschenen. Verweerder en [derde-partij] hebben zich laten vertegenwoordigen door mr. S. [vertegenwoordiger 1 van verweerder en derde-partij], [vertegenwoordiger 2 van verweerder en derde-partij] en [vertegenwoordiger 3 van verweerder en derde-partij]. Na sluiting van het onderzoek ter zitting zijn de gevoegde zaken weer gesplitst. In de gedingen met zaaknummers 10/1048, 10/1049 en 10/1572 wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.

Overwegingen

1. De rechtbank stelt allereerst vast dat verweerder aan [derde-partij] bij besluit van 28 januari 2011 een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht heeft verleend ten behoeve van een gewijzigd bouwplan inzake de ondergrondse parkeergarages. De rechtbank is - ambtshalve - van oordeel dat met het besluit van 28 januari 2011 geen sprake is van een nader besluit als bedoeld in artikel 6:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De gewijzigde bouwvergunning is verleend naar aanleiding van een nieuwe, op 8 november 2010 ingediende, bouwaanvraag terwijl voorts, gelet op de wijziging in de omvang van de parkeergarage en de ruimtelijke gevolgen hiervan voor onder meer eiser, niet gezegd kan worden dat hiermee sprake is van een wijziging van ondergeschikte aard. Het beroep van eiser wordt dan ook niet met toepassing van artikel 6:19, eerste lid, van Awb mede gericht geacht tegen het besluit van 28 januari 2011. Dit betekent dat de rechtbank enkel het bestreden besluit zal beoordelen.

2. In het bestreden besluit heeft verweerder zich onder meer op het standpunt gesteld dat de bezwaren van eiser tegen de invulling van de strook grond van 10 meter breed langs het perceel van eiser en de vrees voor het voortbestaan van zijn bomen, bij verwezenlijking van het bouwplan niet meegewogen kunnen worden bij de heroverweging in bezwaar. Verweerder heeft in dat verband verwezen naar artikel 44 van de Woningwet (Ww). Indien geen van de in die bepaling genoemde weigeringsgronden zich voordoen, is verweerder gehouden de bouwvergunning te verlenen. Ten aanzien van de bomen heeft verweerder overwogen dat voor de meeste bomen op het perceel van eiser niet hoeft te worden gevreesd. Daarnaast zal het hemelwater worden opgevangen, geborgen en geïnfiltreerd zodat de tuin van eiser hiervan zal profiteren.

3. Eiser kan zich in beroep - kort samengevat - niet verenigen met de hoogte van het bouwplan.

4. De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.

5. Een bouwvergunning kan alleen worden geweigerd indien zich één van de in artikel 44 van de Ww – limitatief en imperatief – genoemde weigeringsgronden voordoet.

In artikel 44, eerste lid, van de Ww is, voor zover relevan t, bepaald dat de reguliere bouwvergunning slechts mag en moet worden geweigerd, indien:

(…)

c. het bouwen in strijd is met een bestemmingsplan of met de eisen die krachtens zodanig plan zijn gesteld (…);

d. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk of de standplaats, waarop de aanvraag betrekking heeft, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk als bedoeld in artikel 45, eerste lid, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel a, tenzij burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de bouwvergunning niettemin moet worden verleend.

(…)

6. Op de percelen waarvoor de bouwvergunning is verleend, rust ingevolge het bestemmingsplan “Wilhelminasingel-Driesveldlaan” (hierna: het bestemmingsplan) de bestemming ‘Kantoor’ met de functieaanduiding parkeergarage. In artikel 4.1 van de bestemmingsplanregels is omschreven waar de met ‘Kantoor’ aangewezen gronden voor zijn bestemd. Blijkens artikel 4.2.2 van de bestemmingsplanregels en de plankaart mag de bebouwingshoogte van de gebouwen op de met de bestemming ‘Kantoor’ aangewezen gronden niet meer dan 27 meter bedragen. Gesteld noch gebleken is dat de bouwplannen waarvoor de betreffende vergunning is verleend (te weten het stadhuis en de daaronder gelegen parkeergarages) in strijd zijn met het bestemmingsplan of dat het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk of de standplaats in strijd is met de redelijke eisen van welstand. Nu ook anderszins niet is gebleken van weigeringsgronden als bedoeld in artikel 44 van de Ww , is verweerder gehouden aan [derde-partij] de gevraagde bouwvergunning ten behoeve van het stadhuis en de ondergrondse parkeergarages te verlenen.

7. Voor zover eiser zich niet kan verenigen met de hoogte van het te bouwen appartementencomplex nabij zijn perceel, overweegt de rechtbank dat het bestreden besluit enkel ziet op de bouw van het stadhuis en de ondergrondse parkeergarages, en niet op de bouw van het appartementencomplex. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan de beroepsgronden van eiser betreffende de hoogte van dat complex.

8. Uit het onder 6 en 7 overwogene vloeit voort dat verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit terecht ongegrond heeft verklaard, zodat het beroep van eiser tegen het bestreden besluit niet kan slagen. De rechtbank zal dit beroep dan ook ongegrond verklaren.

10. De rechtbank ziet ten slotte geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mrs. M.C.M. Hamer (voorzitter), P.J. Voncken en Th.M. Schelfhout, in aanwezigheid van mr. J.C. Sluymer als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 april 2011.

w.g. mr. J.C. Sluymer,

griffier w.g. mr. M.C.M. Hamer,

rechter

Voor eensluidend afschrift:

de griffier,

Afschrift verzonden aan partijen op: 21 april 2011.

Rechtsmiddel

Een belanghebbende en een bestuursorgaan kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature