Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebieden:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

dwangakkoord artikel 287a Fw , schuldeiser Dienst Uitvoering Onderwijs

Uitspraak



RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

Rekestnummer: 11.223

uitspraakdatum: 4 april 2011

Verzoek gedwongen schuldregeling ex artikel 287a Faillissementswet

In de zaak van:

[ver[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

nader te noemen: [verzoekster].

1. De procedure

[verzoekster] heeft bij de rechtbank op 9 februari 2011 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Daarbij is tevens verzocht om de weigerachtige schuldeiser Dienst Uitvoering Onderwijs (nader te noemen: DUO) te bevelen in te stemmen met een vóór indiening van het verzoekschrift aangeboden schuldregeling als bedoeld in artikel 287a van de Faillissementswet .

[verzoekster] is door de rechtbank gehoord ter terechtzitting van 25 maart 2011. Namens DUO is niemand verschenen.

2. De feiten

2.1 Het verzoek betreft het opleggen van een schuldregeling aan de schuldeisers, inhoudende een betaling van 7,49% aan de concurrente schuldeisers en een betaling van 14,99% aan de preferente schuldeisers van de totale vordering tegen finale kwijting.

Het betreft een prognose aanbod, waarbij maandelijks het meerdere boven het conform de uniforme rekenmethode van Recofa vast te stellen vrij te laten bedrag wordt gereserveerd voor de schuldeisers. Het gereserveerde bedrag wordt elk jaar (drie keer in totaal) aan de schuldeisers uitgekeerd. Voor deze werkzaamheden worden door de gemeente Nijmegen 9% bemiddelingskosten en € 6,- per maand voor financieel beheer in rekening gebracht.

2.2 De schuldenlast van [verzoekster] bedraagt in totaal € 17.329,42. Haar inkomen bestaat uit een WWB-uitkering en ze is door de gemeente vrijgesteld van de sollicitatieplicht op grond van psychische problematiek. Ter zitting heeft [verzoekster] verklaard dat ze onder behandeling is van een psycholoog. Tot op heden heeft ze drie gesprekken gehad.

De vordering van DUO bedraagt € 2.670,57 en beslaat 15,41% van de totale schuldenlast. Zeven van de acht schuldeisers gaan akkoord met de aangeboden schuldregeling, zij vertegenwoordigen 84,59% van de totale schuldenlast.

2.3 DUO heeft bij verweerschrift van 22 maart 2011 primair gesteld dat voor verzoekster al eerder de toepassing van de schuldsaneringsregeling is uitgesproken. Deze schuldsaneringsregeling is in 2005 geëindigd op grond van het feit dat verzoekster haar verplichtingen niet goed was nagekomen. Het reeds eerder mislukken van een schuldregeling door eigen toedoen van [verzoekster] geeft DUO weinig vertrouwen dat zij het voorgestelde bedrag bijeen zal kunnen sparen. Bovendien speelt het eerdere mislukken van de wettelijke schuldsaneringsregeling een rol bij de beoordeling van de redelijkheid van de weigering tot instemming met het aangeboden akkoord. De rechtbank zal immers geen vergelijking kunnen maken met het bedrag dat DUO en de overige schuldeisers zouden kunnen verwachten indien op verzoekster de schuldsaneringsregeling van toepassing zou worden verklaard, omdat gelet op het bepaalde in artikel 288, tweede lid onder d Fw., haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling niet kan worden toegewezen.

Subsidiair heeft DUO gesteld dat het aangeboden akkoord niet voldoet aan artikel 287a Fw ., omdat het onzeker is wanneer de voor nakoming van het akkoord benodigde gelden beschikbaar komen. Hierbij verwijst DUO naar een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 5 november 2009 met zaaknummer 200.043.609.

Meer subsidiair heeft DUO gesteld dat de schuld van verzoekster door nalatigheid is ontstaan. De schuld van verzoekster bestaat grotendeels uit achterstallige (maandelijkse) aflossingsverplichtingen van de studieschuld. De Wet Studiefinancieringen 2000 biedt echter de mogelijkheid een aanvraag in te dienen om de draagkracht vast te stellen indien de debiteur niet in staat is de vastgestelde termijnen te voldoen. De maandelijkse termijn had desgevraagd wellicht op nihil gesteld kunnen worden. Omdat [verzoekster] in de desbetreffende periode geen compleet verzoek draagkrachtmeting heeft ingediend heeft DUO haar draagkracht niet kunnen vaststellen. Nu zij hier geen gebruik van heeft gemaakt mocht DUO er van uitgaan dat zij in staat was aan haar financiële verplichtingen jegens DUO te voldoen. Dat volgens het aangeboden akkoord slechts een klein percentage van de openstaande vordering zal worden voldaan is in dit licht bezien onacceptabel, aldus telkens DUO.

3. De beoordeling

3.1 Het verzoek tot het opleggen van deze schuldregeling aan DUO dient te worden toegewezen indien de weigerachtige schuldeiser in redelijkheid niet tot weigering van instemming met deze schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of van de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad. Blijkens de wetsgeschiedenis (MvT Kamerstukken II 2004/05 nr. 3 p. 18) bij de totstandkoming van artikel 287a Fw . kan een groot aantal toetsingscriteria van belang zijn bij de beantwoording van deze vraag.

3.2 Allereerst is de vraag of het voorstel goed is gedocumenteerd en of voldoende duidelijk is dat het bod het uiterste is waartoe [verzoekster] financieel in staat moet worden geacht. De schuldregeling is door gemeente Nijmegen voorbereid en getoetst. De verklaring is derhalve opgezet door een onafhankelijke en deskundige partij. Het verzoek is verder goed onderbouwd en gedocumenteerd.

Ten aanzien van de vraag of voldoende duidelijk is dat het bod het uiterste is waartoe [verzoekster] financieel in staat is, overweegt de rechtbank het volgende.

[verzoekster] ontvangt een WWB-uitkering en is door de gemeente Nijmegen vrijgesteld van de sollicitatieplicht in verband met psychische klachten. Er is echter niet gebleken dat [verzoekster] arbeidsongeschikt is verklaard noch is met medische verklaringen aangetoond dat zij niet tot werken in staat is, zodat niet is uitgesloten dat haar verdiencapaciteit hoger zou kunnen zijn. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet voldoende vast is komen te staan dat de uitvoering van het aanbod leidt tot een uitbetaling aan de schuldeisers die als het uiterste moet worden beschouwd waartoe [verzoekster] financieel in staat moet worden geacht.

3.3 Op [verzoekster] is eerder de schuldsaneringsregeling van toepassing geweest en deze is op 12 mei 2005 beëindigd, waarbij de schuldenaar de schone lei is onthouden. Gelet op artikel 288 lid 2 sub a Fw. acht de rechtbank het onaannemelijk dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden toegewezen. Bovendien is van belang dat een eerdere schuldregeling niet naar behoren is nagekomen.

3.4 DUO heeft gesteld dat [verzoekster] ten aanzien van het onbetaald laten van de schuld niet te goeder trouw is, omdat zij geen gebruik heeft gemaakt van de in de Wet Studiefinanciering 2000 opgenomen mogelijkheid een aanvraag in te dienen om de draagkracht vast te stellen. [verzoekster] heeft desgevraagd ter zitting bevestigd dat zij tot twee keer toe papieren heeft toegestuurd gekregen, maar dat zij heeft verzuimd deze in te dienen. De rechtbank acht het eveneens verwijtbaar dat [verzoekster] heeft nagelaten te trachten de maandelijkse termijn te verlagen door een compleet verzoek draagkrachtmeting in te dienen.

Bovendien heeft de wetgever in artikel 299a Fw . bepaald dat de wettelijke schuldsaneringsregeling niet werkt ten aanzien van studieschulden waarop hoofdstuk 6 van de Wet Studiefinanciering 2000 van toepassing is, behoudens voor zover deze vorderingen betrekking hebben op de in artikel 6.8 van die wet bedoelde achterstallige schulden die bestaan ten tijde van de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Door de mogelijkheid om de draagkracht nader vast te stellen kan immers op afdoende wijze worden tegengegaan dat een schuldenaar vanwege zijn studieschulden in de financiële problemen zou geraken (Derde NvW, Kamerstukken II, 22 969, nr. 14 p. 1 e.v.).

Aangezien de wetgever heeft bepaald dat een studieschuld niet wordt gesaneerd in een wettelijke schuldsaneringsregeling, omdat er andere mogelijkheden zijn om tot een oplossing voor deze schuld te komen, acht de rechtbank het in strijd met de ratio daarvan om DUO onder bovengenoemde omstandigheden wel te dwingen mee te werken aan een minnelijke regeling.

3.5 Tegen de achtergrond van genoemde feiten en omstandigheden kan niet geoordeeld worden dat DUO in redelijkheid niet tot weigering van instemming kon komen.

Het verzoek om DUO te bevelen in te stemmen met de schuldregeling zal derhalve worden afgewezen.

De beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek om DUO te bevelen in te stemmen met de door [verzoekster] aangeboden schuldregeling af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.M.I. de Waele en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 april 2011.

de griffier, de rechter,


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature