Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit van 22 maart 2011 heeft verweerder bepaald dat de warenmarkt van zaterdag 30 april 2011 in verband met Koninginnedag wordt verplaatst naar vrijdag 29 april 2011. Daarnaast heeft verweerder bepaald dat de zaterdagmarkt van 1 oktober 2011 komt te vervallen.

De voorzieningenrechter overweegt dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat Koninginnedag een feestdag met een bijzonder karakter is en dat de activiteiten die op die dag plaatsvinden van bijzondere betekenis zijn voor de lokale gemeenschap. Dat de Evenementenkalender eerst onlangs is vastgesteld, waardoor tot voor kort minder zicht zou kunnen bestaan op de op Koninginnedag te plannen activiteiten, doet hier niet aan af.

Verweerder heeft zich door de toename van aanvragen van kinderen voor een plaats op de kindervrijmarkt, de daaraan verbonden veiligheidsaspecten en het ontbreken van een vergelijkbare alternatieve locatie voor de kindervrijmarkt, in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat een combinatie van de weekmarkt, eventueel in afgeslankte vorm, en de kindervrijmarkt tijdens Koninginnedag op 30 april 2011 niet haalbaar is te achten.

Verweerder was derhalve bevoegd om de weekmarkt te verplaatsen naar 29 april 2011, wat in beginsel niet anders wordt als verzoekster daardoor schade lijdt. Verzoekster heeft gesteld, doch niet gespecificeerd, dat door de verplaatsing van de weekmarkt (beduidend) minder inkomsten zullen worden gegenereerd. Daarbij komt dat, zoals evenmin door verzoekster is weersproken, verzoekster in de jaren 2005 en 2006, waarin wel een combinatie van weekmarkt en kindervrijmarkt heeft plaatsgevonden, haar marktplaats niet heeft ingenomen. Niet gebleken is dat de financiële gevolgen van het bestreden besluit het normale ondernemersrisico van verzoekster te boven gaat.

Uitspraak



VOORZIENINGENRECHTER VAN DE RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Afdeling 3

Reg.nr.: AWB 11/2652 BESLU

UITSPRAAK ingevolge artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

op het verzoek om een voorlopige voorziening van

de vennootschap onder firma [A] en [B], gevestigd te

[plaats], verzoekster,

gemachtigde [C].

Bij besluit van 22 maart 2011 heeft, het college van burgemeester en wethouders van Leiden, verweerder, bepaald dat de warenmarkt van zaterdag 30 april 2011 in verband met Koninginnedag wordt verplaatst naar vrijdag 29 april 2011. Daarnaast heeft verweerder bepaald dat de zaterdagmarkt van 1 oktober 2011 komt te vervallen.

Dit besluit is verzoekster bekend gemaakt bij brief van verweerder van 24 maart 2011, verzonden op 25 maart 2011.

Verzoekster heeft bij brief van 25 maart 2011 bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Bij brief van 25 maart 2011 heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, voor zover het betreft de verplaatsing van de warenmarkt naar vrijdag 29 april 2011.

Het verzoek is op 8 april 2011 ter zitting behandeld.

[A] is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R. Lever.

Voorts is verschenen [D].

I OVERWEGINGEN

1 Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Voor zover deze toetsing meebrengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter daaromtrent een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor de beslissing in die procedure.

2 Verweerder heeft aan de verplaatsing van de warenmarkt naar 29 april 2011 ten grondslag gelegd dat sprake is van een bijzondere omstandigheid, nu Koninginnedag op zaterdag 30 april 2011 valt. Een belangrijk onderdeel van deze viering is de kindervrijmarkt. In verband met de kindervrijmarkt, die op het marktterrein wordt georganiseerd, is het niet mogelijk om gelijktijdig de vaste weekmarkt te houden. De ruimte kan niet door beide markten gelijktijdig worden ingenomen en de veiligheid van de kinderen kan niet worden gegarandeerd indien de marktondernemers op dezelfde locatie hun handel aan- en afvoeren. In voorgaande jaren heeft er voor Koninginnedag altijd een inventarisatie plaatsgevonden bij marktondernemers die naar de weekmarkt wilden komen. Op basis van de reacties werd dan bekeken hoeveel ruimte beschikbaar moest worden gehouden voor de weekmarkt. Het kwam, ondanks de inventarisaties, vaak voor dat ondernemers, die hadden aangegeven naar de markt te komen, - soms zonder bericht - wegbleven. Dit gegeven is dit jaar ook meegewogen, aldus verweerder.

3 Verzoekster heeft aangevoerd dat het de vraag is of verweerder bevoegd is tot verplaatsing van de markt naar de vrijdag. Voorts is aangevoerd dat verweerder het advies van de Commissie voor Ambulante Handel (hierna: de commissie) heeft gepasseerd. De commissie heeft overwogen dat het mogelijk moet zijn om beide markten tegelijk te laten plaatsvinden, hetgeen in het verleden ook is geschied. Voorts is aangevoerd dat in het bestreden besluit is nagelaten om te bepalen of verweerder zich nu beroept op dwingende omstandigheden of op een bijzondere omstandigheid. Het besluit is derhalve gebrekkig gemotiveerd. In het bestreden besluit is voorts geen belangenafweging opgenomen. De ambulante handelaars, waaronder verzoekster, zullen als gevolg van het bestreden besluit niet op de gebruikelijke manier hun omzet kunnen behalen. De klanten weten immers niet dat de markt op vrijdag plaatsvindt en zijn deels op deze werkdag ook niet in de gelegenheid om de markt te bezoeken. Met betrekking tot de gestelde veiligheid mist het besluit onderbouwing. Op grond van de Marktverordening en -reglement zijn de vergunning-houders gehouden om de veiligheid ter plaatse te garanderen. Ook de commissie heeft geoordeeld dat een veilige samenwerking mogelijk moet zijn.

4.1 Ingevolge artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet is het college bevoegd jaarmarkten of gewone marktdagen in te stellen, af te schaffen of te veranderen.

4.2 Artikel artikel 2, derde lid, van de Verordening op de warenmarkt (en) voor de gemeente Leiden (hierna: de Marktverordening) luidt als volgt:

Het college kan:

a. bepalen dat om dwingende redenen of bijzondere gelegenheid geen markt wordt gehouden;

b. bepalen dat een markt tijdelijk geheel of gedeeltelijk wordt gehouden op een andere locatie.

In artikel 3 van de Martkverordening is bepaald dat het college bevoegd is nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onder e, van het Marktreglement gemeente Leiden 2008, houdende nadere regels voor de warenmarkt in de gemeente Leiden, wordt de door het college ingestelde markt, behoudens het tweede lid van dit artikel, gehouden op zaterdag in het gebied rond de Nieuwe Rijn tussen Karnemelksebrug/Gangetje en Waaghoofdbrug.

5.1 De voorzieningenrechter acht voldoende spoedeisend belang aanwezig en ziet geen

aanleiding, zoals verweerder heeft verzocht, de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening aan te houden tot 27 april 2011, welke datum door verweerder is voorgesteld om hem de gelegenheid te bieden om een beslissing op bezwaar te nemen.

5.2 De voorzieningenrechter overweegt dat bij het onderhavige verzoek om een

voorlopige voorziening alleen de belangen van verzoekster en niet die van andere marktkooplieden aan de orde kunnen komen. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat verweerder ter zitting desgevraagd heeft medegedeeld dat alle marktkooplieden afzonderlijk schriftelijk zijn geïnformeerd.

5.3 Verweerder heeft ter zitting desgevraagd medegedeeld dat in artikel 2, eerste lid,

aanhef en onder e, van het Marktreglement weliswaar is verwezen naar het tweede lid van dit artikel, maar dat dit tweede lid niet bestaat. Dit reglement is opgesteld naar een VNG-model en gaandeweg is geconstateerd dat zich in dit model enkele manco's bevinden.

5.4 Verweerder heeft ter zitting aangevoerd dat Koninginnedag een feestdag is met een

bijzonder karakter en dat de activiteiten die op die dag plaatsvinden van bijzonder betekenis zijn voor de Leidse bevolking, zodat sprake is van een bijzondere gelegenheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder a, van de Marktverordening. Op Koninginnedag wordt thans voorrang gegeven aan niet commerci ële activiteiten, zoals een kindervrijmarkt. Er zijn dit jaar meer aanvragen voor een plaats op de kindervrijmarkt ingediend dan voorheen. Voorheen zijn ongeveer 550 plaatsen vergeven en veel kinderen moesten worden teleurgesteld vanwege het gebrek aan plaatsen. Dit jaar konden, door de verplaatsing van de weekmarkt, 650 à 700 plaatsen worden vergeven. Daarbij komt dat tijdens de kindervrijmarkt het Gouden Petje wordt gehouden, een straatmuzikantenconcours voor kinderen, waarbij kinderen verspreid tussen de kinderen die op de kindervrijmarkt hun waren aanbieden muziek ten gehore kunnen brengen.

Verweerder heeft de weekmarkt verplaatst om de veiligheid van de kinderen te kunnen waarborgen. Daarbij is betrokken dat de marktkooplieden 's morgens vroeg met onder meer vrachtwagens naar de marktlocatie komen om hun waren aan te voeren en dat daarna de vrachtwagens weer vertrekken, tenzij verkoop van waren vanuit een vrachtwagen plaats- vindt. Bij het einde van de markt herhaalt zich dit. Verweerder heeft bekeken of er alternatieve locaties, vergelijkbaar met de locatie Nieuwe Rijn en Botermarkt, voor de kindermarkt voorhanden zijn. De Hooglandse Kerkgracht zou een alternatief kunnen zijn, ware het niet dat daar onvoldoende ruimte is voor de kindervrijmarkt. De Haarlemmerstraat en de Breestraat vormen geen goed alternatief. Er zijn in die straten toch wel winkels geopend op Koninginnedag, waardoor het winkelend publiek zich telkens door de kindervrijmarkt zal bewegen om de winkels te bezoeken. Ook hebben deze locaties veel zijstraten, waardoor veel (brom)fietsers zich door de kindervrijmarkt zullen bewegen. Deze aspecten zijn niet aan de orde bij een kindervrijmarkt aan de Nieuwe Rijn en Botermarkt omdat de kinderen daar aan het water zitten en derhalve geen last zullen hebben van publiek dat de kindervrijmarkt doorkruist.

Ten slotte heeft verweerder aangevoerd dat de Evenementenkalender 1 april 2011 tot

1 april 2012 onlangs is vastgesteld en dat vergunningenverlening voor evenementen nu zal gaan plaatsvinden. Er zal op Koninginnedag een braderie op de Breestraat plaatsvinden. Voorts is er een concert van Armin van Buuren op de Garenmarkt, de kindervrijmarkt op de marktlocatie en diverse andere activiteiten.

5.5 Verzoekster heeft ter zitting aangevoerd dat een combinatie van weekmarkt en

kindervrijmarkt, anders dan in Delft, mogelijk is. In Leiden heeft, anders dan in Delft, jarenlang een combinatie van weekmarkt en kindervrijmarkt plaatsgevonden. De commissie heeft vastgesteld dat dit ook nu weer in de rede ligt.

5.6 Partijen hebben ter zitting uiteengezet dat de commissie bestaat uit

marktkooplieden, de marktmeester en enkele ambtenaren van de gemeente. Aangelegenheden worden mondeling besproken. Een advies van de commissie wordt niet altijd overgenomen door de gemeente. De commissie geeft nooit een schriftelijk advies.

5.7 De voorzieningenrechter overweegt dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat Koninginnedag een feestdag met een bijzonder karakter is en dat de activiteiten die op die dag plaatsvinden van bijzondere betekenis zijn voor de lokale gemeenschap. Dat de Evenementenkalender eerst onlangs is vastgesteld, waardoor tot voor kort minder zicht zou kunnen bestaan op de op Koninginnedag te plannen activiteiten, doet hier niet aan af.

Verweerder heeft zich door de toename van aanvragen van kinderen voor een plaats op de kindervrijmarkt, de daaraan verbonden veiligheidsaspecten en het ontbreken van een vergelijkbare alternatieve locatie voor de kindervrijmarkt, in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat een combinatie van de weekmarkt, eventueel in afgeslankte vorm, en de kindervrijmarkt tijdens Koninginnedag op 30 april 2011 niet haalbaar is te achten.

Verweerder was derhalve bevoegd om de weekmarkt te verplaatsen naar 29 april 2011, wat in beginsel niet anders wordt als verzoekster daardoor schade lijdt. Verzoekster heeft gesteld, doch niet gespecificeerd, dat door de verplaatsing van de weekmarkt (beduidend) minder inkomsten zullen worden gegenereerd. Daarbij komt dat, zoals evenmin door verzoekster is weersproken, verzoekster in de jaren 2005 en 2006, waarin wel een combinatie van weekmarkt en kindervrijmarkt heeft plaatsgevonden, haar marktplaats niet heeft ingenomen. Niet gebleken is dat de financiële gevolgen van het bestreden besluit het normale ondernemersrisico van verzoekster te boven gaat.

5.8 Gelet op het vorenstaande dient het verzoek om een voorlopige voorziening te worden afgewezen.

6 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

II BESLISSING

De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Aldus vastgesteld door mr. M.M.F. Holtrop, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van de griffier A.J. Faasse - van Rossum.

Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2011.

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature