Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Het hof veroordeelt verdachte wegens mishandeling en diefstal tot een werkstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis en beslist op de vordering van de benadeelde partij.

Uitspraak



Parketnummer: 24-002528-10

Parketnummers eerste aanleg: 07-603202-09 en 07-603122-09

Arrest van 21 april 2011 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 8 oktober 2010 in de oorspronkelijk onder de parketnummers 07-603202-09 en 07-603122-09 afzonderlijk aangebrachte, maar ter terechtzitting in eerste aanleg gevoegde strafzaken, hierna te noemen respectievelijk zaak A en zaak B, tegen:

[verdachte],

geboren op [1976] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsvrouw van verdachte mr. L. Scheffer, advocaat te Amsterdam.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis, in de gevoegde zaken, wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, heeft een maatregel opgelegd en beslist op de vordering van de benadeelde partij, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsvrouw van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter - waarin verdachte een werkstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis is opgelegd en de vordering van de benadeelde partij ten bedrage van € 300,- volledig is toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel - zal bevestigen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

Zaak A

hij op of omstreeks 17 juli 2009 te in de gemeente [gemeente 1] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde]), (met kracht) in/op/tegen het gezicht, in ieder geval op/tegen het hoofd heeft geslagen/gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Zaak B

hij op of omstreeks 13 oktober 2009 in de gemeente [gemeente 2] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bromfiets (merk Ducati Sky Team), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 oktober 2009 in de gemeente [gemeente 2] opzettelijk een bromfiets (merk Ducati Sky Team), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als vinder, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

Zaak A

hij op 17 juli 2009 in de gemeente [gemeente 1] opzettelijk mishandelend [benadeelde] in het gezicht heeft geslagen, waardoor deze pijn heeft ondervonden;

Zaak B

hij op 13 oktober 2009 in de gemeente [gemeente 2] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bromfiets (merk Ducati Sky Team), toebehorende aan [slachtoffer].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld in zaak A en B primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

Zaak A:

mishandeling;

Zaak B primair:

diefstal.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 17 juli 2009 schuldig gemaakt aan mishandeling door een medewerkster van het postkantoor in het gezicht te slaan. Hiermee heeft verdachte een inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit. Voorts heeft verdachte zich op 13 oktober 2009 schuldig gemaakt aan diefstal van een bromfiets. Hiermee heeft hij een inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de betrokkene.

Het hof heeft gelet op het de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 16 februari 2011, waaruit blijkt dat verdachte vele malen eerder onherroepelijk wegens strafbare feiten is veroordeeld. Deze veroordelingen hebben hem er niet van weerhouden de bewezen verklaarde feiten te begaan.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat een werkstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis een passende en noodzakelijke bestraffing is.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat de benadeelde partij, [benadeelde], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat de vordering geheel, vermeerderd met de wettelijke rente, is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van de gehele schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De benadeelde partij heeft door het in zaak A bewezen verklaarde feit rechtstreekse schade geleden, welke aan verdachte kan worden toegerekend. Het hof zal de vordering toewijzen nu deze voldoende is onderbouwd en het hof niet onredelijk of ongegrond voorkomt. De vordering van € 300,- zal derhalve worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 juli 2009 tot aan de dag van algehele voldoening.

Gelet hierop dient de verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de hierboven genoemde benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade van € 300,- die door het in zaak A bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht en het belang van het slachtoffer ermee is gediend, zal aan de verdachte de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dit schadebedrag ten behoeve van het slachtoffer, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 juli 2009 tot aan de dag van algehele voldoening.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 36f, 57, 63, 300 en 310 van het Wetboek van Strafrecht , zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte in zaak A en B primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als hiervoor vermeld in zaak A en in zaak B primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van veertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van twintig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van driehonderd euro, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 juli 2009 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van driehonderd euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde], wonende te [woonplaats], vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 juli 2009 tot aan de dag van algehele voldoening;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van zes dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J. Hielkema, voorzitter, mr. P. Koolschijn en mr. J.A.A.M. van Veen, in tegenwoordigheid van S. van Krugten als griffier.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature