Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Geschil over de vraag of eiseres o.g.v. art. 843a RV recht heeft op afschrift van een verzekeringspolis van gedaagd. Voorzieningenrechter erkent rechtmatig belang, het gaat om bepaalde bescheiden en het betreft een rechtsbetrekking waarin eiseres partij is. Het belang is of eiseres meeverzekerd is op de polis.

Vordering toegewezen.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

" \* MERGEFORMAT

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 76943 / KG ZA 11-10

Vonnis van 22 februari 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap

DANA PETROLEUM NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Den Haag,

eiseres,

advocaat: mr. O. Böhmer te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap

VOS SYMPATHY B.V.,

en

2. de besloten vennootschap

VROON B.V.,

beiden gevestigd te Breskens, gemeente Sluis,

gedaagden,

advocaat: mr. M.M. van Leeuwen te Rotterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als respectievelijk Dana, Vos en Vroon.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 26 januari 2011 met producties;

- de mondelinge behandeling op 8 februari 2011;

- de conclusie van antwoord houdende exceptie van onbevoegdheid van Vroon;

- de pleitnota van Vos;

- de pleitnotities van Dana.

De feiten

Dana (voorheen genaamd Petro-Canada Netherlands B.V.) exploiteert een olieproductieplatform op de Noordzee met een nabij gelegen aanmeer- en laadfaciliteit ook wel genoemd ‘Tanker Mooring and Loading System’ (TMLS).

In januari 2006 heeft Dana aan een gespecialiseerd duikbedrijf, GB Diving B.V. (hierna: GBD) opdracht gegeven voor onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan onder meer de TMLS.

In maart 2006 heeft GBD ten behoeve van de uitvoering van de hiervoor genoemde werkzaamheden een overeenkomst van tijdbevrachting gesloten met Vos.

Vos is eigenaar van het duik- en bevoorradingsschip genaamd “Vos Sympathy”, een speciaal voor “offshore” (duik)werkzaamheden uitgerust vaartuig.

Op of omstreeks 30 juni 2006 is de “Vos Sympathy” in het kader van de hiervoor beschreven werkzaamheden de veiligheidszone van de TMLS binnen gevaren. Kort daarna is de bij de TMLS behorende messenger line in de schroeven van het schip geraakt waardoor de aandrijving van het schip is beschadigd.

Vos heeft, in het kader van regres voor de door verzekeraars uitgekeerde schade, een procedure jegens Dana aanhangig gemaakt. Bij vonnis van 13 oktober 2010 heeft de rechtbank Den Haag voor recht verklaard dat het hiervoor onder 2.5. beschreven ongeval in overwegende mate is veroorzaakt door onrechtmatig handelen of nalaten van Dana en dat de schade voor 75% is toe te rekenen aan Dana met veroordeling van Dana in de kosten van de procedure. Dana heeft van voornoemd vonnis appel ingesteld.

Het door Dana als productie 1 bij de dagvaarding overgelegde “statement of particular average” vermeldt dat de “Vos Sympathy” is verzekerd onder de polis van Vroon met nummer M0660101.

Dana en Vroon zijn beiden partij bij de Mutual Indemnity Agreement (hierna: MIA) van de Netherlands Oil and Gas Exploration and Production Association (NOGEPA). De MIA voorziet in een zogenaamde knock-for-knock regeling met de bedoeling overlappende verzekeringen voor dezelfde risico’s te voorkomen.

Artikel 11 van de MIA luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“The validity, application, interpretation and implementation of this Agreement shall be exclusively governed by Netherlands law and each party hereby irrevocably submits to the court of competent jurisdiction in the Hague, the Netherlands.”

Dana heeft Vos en Vroon gevraagd om afschrift van de Vroon polis. Zij hebben haar deze echter niet willen verstrekken.

Het geschil

Dana vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Vos en Vroon te veroordelen om binnen zeven dagen na dit vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom ter hoogte van € 5.000,00, dan wel een door de voorzieningenrechter te bepalen bedrag, voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Vos en Vroon daarmee in gebreke blijven, kopie te verstrekken aan de advocaat van Dana van de verzekeringspolis M0660101, althans de verzekeringspolis waarop Vroon als assured staat vermeld en waarop de in dezen relevante schade van de “Vos Sympathy” is verzekerd inclusief alle daarbij behorende clausules en aanhangsels, inclusief bijbehorende voorwaarden en clausules zoals geldig in de periode van het incident voornoemd, juni/juli 2006, alsmede het tekenblad en de maatschappijverdeling, alles met veroordeling van Vos en Vroon in de kosten van dit geding.

Ter onderbouwing van haar vordering voert Dana -kort samengevat- het navolgende aan. Uit de bij de dagvaarding gevoegde productie 1 is Dana gebleken dat de “Vos Sympathy” is verzekerd onder de polis van Vroon met nummer M0660101 (hierna: de Vroon polis). Dit betekent volgens Dana dat er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat haar belang mede is verzekerd onder de Vroon polis, althans dat de verzekeraars op die polis afstand van regres jegens haar hebben gedaan. In de offshore branche is het immers gebruikelijk dat verzekeraars een knock-for-knock agreement met elkaar hebben. Bovendien is Vroon, net als Dana, partij bij de MIA van de NOGEPA en derhalve mag van haar worden verwacht dat zij in haar verzekeringspolis heeft geregeld dat verzekeraars het recht op regres prijsgeven ingeval van uitkering onder de polis. Om haar rechten onder de Vroon polis vast te kunnen stellen, dient Dana over de polis te beschikken. Het is voor Dana van belang om spoedig afschrift te hebben omdat zij wordt aangesproken voor door verzekeraars van Vos aan Vos uitgekeerde schade en zij in appel aanstonds een memorie van grieven moet nemen. Bovendien dateert de schade van juni 2006 zodat Dana rekening moet houden met spoedig verlopen van termijnen onder de polis.

Vos en Vroon voeren verweer. Op de stellingen van gedaagden wordt hierna, zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling

In dit geding gaat het om de vraag of Dana in dit kort geding en op grond van het bepaalde in artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) recht heeft op -kort gezegd- een afschrift van de Vroon polis.

Bevoegdheid;

Het meest verstrekkende verweer van Vroon is dat de voorzieningenrechter niet bevoegd zou zijn om van de vordering jegens haar kennis te nemen. Volgens Vroon voorziet de overeenkomst die Dana aan haar vordering tegen Vroon ten grondslag legt, de MIA, in een exclusieve regeling die met zich meebrengt dat de rechtbank Den Haag bevoegd is.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter slaagt dit verweer niet. In dit kort geding gaat het om een vordering op grond van artikel 843a Rv. Eén van de vereisten die dit artikel aan toewijzing stelt is dat de bescheiden waarvan afschrift wordt gevorderd betrekking moeten hebben op een rechtsbetrekking waarin Dana partij is. Voor die rechtsbetrekking verwijst Dana naar de MIA, waar Vroon en Dana beiden partij bij zijn. Anders dan Vroon betoogt staat de geldigheid, toepassing, uitleg of werking van de MIA zelf tussen partijen niet ter discussie, zodat het hiervoor onder 2.9. weergegeven artikel 11 van de MIA geen toepassing vindt. De voorzieningenrechter is dan ook bevoegd van de vordering tegen Vroon kennis te nemen.

Vereisten artikel 843a Rv ;

Uit de tekst van artikel 843a lid 1 Rv blijkt dat voor toewijzing van een vordering tot inzage, afschrift of uittreksel aan drie cumulatieve voorwaarden moet zijn voldaan.

In elk geval moet de eiser een rechtmatig belang hebben bij de inzage, het afschrift of het uittreksel. Verder moet hij inzage, afschrift of een uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn. In het licht van de door Vos en Vroon aangevoerde verweren zal worden beoordeeld of Dana aan de hiervoor genoemde voorwaarden voldoet.

rechtmatig belang

Gedaagden kunnen niet worden gevolgd in hun verweer dat Dana geen rechtmatig belang heeft bij afschrift van de Vroon polis en alle daarbij behorende clausules en voorwaarden. Indien juist is, zoals Dana stelt, dat zij is meeverzekerd op de polis van Vroon althans dat verzekeraars op die polis het recht op regres jegens Dana in de polis hebben prijs gegeven, dan heeft zij met het oog op het door haar in de bodemzaak tegen Vos te voeren verweer er belang bij van die verzekeringsvoorwaarden kennis te nemen. Voorts kan op voorhand niet worden uitgesloten dat de polis voor Dana een grondslag biedt om Vroon aan te spreken voor hetgeen Dana zal moeten betalen aan Vos. Immers, als uit de Vroon polis blijkt dat verzekeraars geen afstand hebben gedaan van regres, dan is Vroon mogelijk tekort geschoten in haar verplichtingen onder de MIA. Behalve dat gedaagden bij herhaling hebben betoogd dat Dana geen rechten aan de Vroon polis kan ontlenen, hebben zij geen zwaarwegende argumenten aangevoerd op grond waarvan voorshands geoordeeld moet worden dat het door Dana gestelde belang illusoir is. Vast staat immers dat Vroon partij is bij de MIA en verder hebben gedaagden niet of nagenoeg niet weersproken dat knock-for-knock overeenkomsten in de offshore branche gebruikelijk zijn.

bepaalde bescheiden

Ook aan de voorwaarde dat het moet gaan om bepaalde bescheiden heeft Dana voldaan. Dana heeft immers in haar dagvaarding de polis met naam en toenaam genoemd. Gedaagden betwisten dit ook niet, maar stellen met een beroep op artikel 843a lid 4 Rv dat gewichtige redenen in de weg staan aan de gevorderde afgifte. Volgens gedaagden gaat het om commercieel zeer gevoelige informatie, namelijk verzekeringsvoorwaarden en -prijzen die een rol spelen bij de prijsvorming van de dienstverlening in een sterk concurrerende markt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter hebben gedaagden tegenover de betwisting door Dana hun stelling dat de polis waarvan Dana afgifte vordert commercieel gevoelige informatie bevat onvoldoende feitelijk onderbouwd. Derhalve valt niet in te zien op welke wijze bekendheid van Dana met de in de polis opgenomen verzekeringsvoorwaarden en -prijzen de concurrentiepositie van gedaagden zou verzwakken. Om die reden slaagt het beroep van gedaagden op de aanwezigheid van gewichtige redenen niet.

een rechtsbetrekking

Niet in geschil is dat ten aanzien van Vos is voldaan aan de voorwaarde van een rechtsbetrekking waarin Dana partij is. Anders ligt dat voor Vroon. Vroon betoogt dat er tussen haar en Dana geen rechtsbetrekking bestaat die meebrengt dat Vroon de polis waarvan afschrift wordt gevraagd aan Dana zou moeten overhandigen. Vroon kan in haar verweer niet worden gevolgd. Dana heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat als zij moet vaststellen dat de Vroon polis geen dekking biedt en Vroon evenmin in haar polis, waarop de schade van de “Vos Sympathy” is verzekerd, heeft geregeld dat verzekeraars het recht op regres prijsgeven, zij gronden heeft Vroon aan te spreken op grond van wanprestatie onder de MIA. Aldus is een rechtsbetrekking gegeven.

Maar ook overigens kan het betoog van Vroon dat er geen enkele grond is voor toewijzing van de vordering van Dana niet slagen. De omstandigheid dat de “Vos Sympathy” verzekerd blijkt te zijn op de polis van Vroon, terwijl Vos en Vroon bovendien beiden aan Dana te kennen hebben gegeven over de polis te beschikken, rechtvaardigt naar het oordeel van de voorzieningenrechter het instellen door Dana van een vordering op grond van artikel 843a Rv jegens Vroon.

spoedeisendheid

De voorzieningenrechter is voorts van oordeel dat Dana een voldoende spoedeisend belang heeft bij haar vordering jegens gedaagden. Weliswaar hebben gedaagden nog betoogd dat gelet op het stadium waarin de bodemprocedure zich thans bevindt (appel) Dana te lang heeft stilgezeten, maar dit leidt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet tot de conclusie dat Dana geen spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening (meer) heeft. Ook de omstandigheid dat Dana niet in de bodemprocedure een incidentele vordering op grond van artikel 843a Rv heeft ingesteld, staat niet aan toewijzing van de vordering in de weg. Het feit dat een bodemprocedure tussen Dana en Vos aanhangig is, doet niet af aan de mogelijkheid ook of alsnog door middel van een kort geding te bewerkstelligen dat over de gewenste bescheiden kan worden beschikt.

Tegenover het onder 4.4. besproken belang aan de zijde van Dana is niet gebleken van een materieel belang aan de zijde van gedaagden. Gedaagden hebben geen ander belang aangevoerd dan dat zij in verband met gewichtige redenen niet tot het verstrekken van de Vroon polis gehouden zouden zijn. Mede gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen valt een belangenafweging daarom uit in het voordeel van Dana.

Het vorenstaande brengt met zich mee dat de vordering van Dana tot afgifte van een kopie van de Vroon polis jegens Vos en Vroon zal worden toegewezen, met dien verstande dat de termijn waarbinnen de kopie aan de advocaat van Dana dient te worden verstrekt zal worden bepaald op twee weken na dit vonnis. Verder zal aan de te verbeuren dwangsommen een maximum worden verbonden.

Vos en Vroon zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Dana worden begroot op:

- dagvaarding € 90,81

- vast recht € 568,00

- salaris advocaat € 1.054,00

Totaal € 1.712,81

De beslissing

De voorzieningenrechter:

veroordeelt Vos en Vroon om binnen twee weken na dit vonnis kopie van de verzekeringspolis M0660101, althans de verzekeringspolis waarop Vroon als assured staat vermeld en waarop de in dezen relevante schade van de “Vos Sympathy” is verzekerd inclusief alle daarbij behorende clausules en aanhangsels, inclusief bijbehorende voorwaarden en clausules zoals geldig in de periode van het incident voornoemd, juni/juli 2006, alsmede het tekenblad en de maatschappijverdeling, aan de advocaat van Dana af te geven, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- per dag of gedeelte van een dag dat Vos en Vroon daarmee in gebreke blijven, dit tot een maximum van

€ 500.000,00,

veroordeelt Vos en Vroon in de proceskosten, aan de zijde van Dana tot op heden begroot op € 1.712,81,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2011.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature