Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

WW. Afwijzing aanvraag overname betalingsverplichtingen bij faillissement. De voormalig werkgever, en daarmee ook verweerder, waren niet bevoegd tot verrekening over te gaan, nu niet is gebleken van een opeisbare vordering op eiser.

Uitspraak



RECHTBANK AMSTERDAM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 09/2562 WW

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser],

wonende te [woonplaats] (België),

eiser,

gemachtigde mr. A.H.M. van den Broek,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

verweerder,

gemachtigde mr. L.H.J. Ambrosius.

Procesverloop

Bij besluit van 31 januari 2009 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om overname van de betalingsverplichtingen op grond van hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet (WW) afgewezen.

Bij besluit van 15 april 2009 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 september 2010.

Partijen zijn vertegenwoordigd door bovengenoemde gemachtigden.

Overwegingen

1. Feiten en omstandigheden

1.1. Eiser is van 30 oktober 2006 tot 30 januari 2008 als chauffeur in dienstbetrekking werkzaam geweest bij [werkgever] (de werkgever). De arbeidsovereenkomst met eiser is beëindigd omdat hij door de werkgever ervan wordt verdacht zich op 11 december 2007 schuldig te hebben gemaakt aan de smokkel van tabaksartikelen. De werkgever is vervolgens op 3 juni 2008 in staat van faillissement verklaard.

1.2. Op 22 december 2008 heeft eiser bij verweerder een aanvraag ingediend om overname van de betalingsverplichtingen wegens betalingsonmacht van de werkgever op grond van hoofdstuk IV van de WW.

1.3. Bij het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag van eiser afgewezen. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

1.4. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het door eiser gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd. Hiertoe heeft verweerder overwogen dat de opeisbare vordering van de werkgever op eiser groter is dan de over te nemen vordering van eiser op de werkgever. Verweerder verwijst hierbij naar de brief van de werkgever van 31 januari 2008 en naar de brief van de curator van 30 juli 2008. Aan de door eiser niet onderbouwde betwisting van deze vordering kan niet die betekenis worden gehecht die eiser daaraan toegekend wil zien. De omstandigheid dat de curator geen rechtsmiddelen heeft aangewend teneinde de vordering op eiser te incasseren doet aan het voorgaande evenmin af, nu daaraan niet de gevolgtrekking kan worden verbonden dat de vordering van de werkgever niet opeisbaar zou zijn, aldus verweerder.

1.5. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat hij zich op of omstreeks 11 december 2007 niet schuldig heeft gemaakt aan het smokkelen van rookwaren, zodat de werkgever geen vordering op hem heeft. Gelet hierop kan niet gesteld worden dat de betalingsverplichtingen van de werkgever teniet zouden zijn gegaan door verrekening. Van verrekening kan pas sprake zijn, wanneer de curator in een procedure tegen eiser bij de rechter aantoont dat eiser zich aan smokkel schuldig heeft gemaakt en dat daardoor bij de werkgever schade is ontstaan. De bewijslast ligt dan ook bij de curator, aldus eiser.

2. Wettelijk kader

2.1. Ingevolge artikel 61 van de WW - voor zover hier van belang - heeft een werknemer recht op uitkering op grond van dit hoofdstuk, indien hij van een werkgever, die in staat van faillissement is verklaard, loon, vakantiegeld, of vakantiebijslag te vorderen heeft of indien hij geldelijk nadeel kan ondervinden doordat deze werkgever bedragen die hij in verband met de dienstbetrekking met de werknemer aan derden verschuldigd is, niet heeft betaald.

3. Beoordeling van het geschil

3.1. In geschil is de vraag of verweerder de aanvraag van eiser om overname van de betalingsverplichtingen op grond van hoofdstuk IV van de WW terecht heeft geweigerd. Het geschil spitst zich daarbij toe op de vraag of verweerder bevoegd was over te gaan tot verrekening.

3.2. Volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (zie onder meer de uitspraak van 16 maart 1995, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder LJ-nummer AN4456) mag verweerder in het kader van een beoordeling van een vordering waarvan overneming op grond van hoofdstuk IV van de WW wordt verlangd dezelfde verweren voeren als de werkgever tegenover de werknemer zou mogen voeren.

3.3. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder verklaard dat het bestreden besluit uitsluitend is gebaseerd op de brief van de werkgever van 31 januari 2008 en de brief van de curator van 30 juli 2008. In de brief van 31 januari 2008 heeft de werkgever eiser aansprakelijk gesteld voor de door de werkgever geleden schade ten bedrage van € 12.489,95 en eiser medegedeeld dat hij zijn persoonlijke spullen uit de cabine van de bij hem in gebruik zijnde truck pas terug krijgt, nadat eiser de volledige schade heeft vergoed. In de brief van 30 juli 2008 heeft de curator voorts betwist iets aan eiser verschuldigd te zijn en eiser meegedeeld dat hij zich nog zal beraden of namens de boedel een vordering tegen hem zal worden ingesteld.

3.4. De rechtbank is anders dan verweerder van oordeel dat het voorgaande onvoldoende is om te kunnen spreken van een opeisbare vordering. De rechtbank acht hierbij met name van belang dat eiser de vordering van de werkgever gemotiveerd heeft betwist, dat eiser zijn persoonlijke spullen uit de cabine van de truck terug heeft gekregen van zijn voormalig werkgever en dat de curator nimmer een rechtzaak tegen eiser heeft aangespannen teneinde de door hem gestelde vordering in rechte te laten vaststellen.

3.5. Nu niet is gebleken van een opeisbare vordering is de rechtbank, onder verwijzing naar de artikelen 6:127 en 6:136 van het Burgerlijk Wetboek , van oordeel dat de voormalig werkgever niet de bevoegdheid toekwam tot verrekening over te gaan. Hieruit volgt tevens dat ook verweerder niet bevoegd was tot verrekening over te gaan.

3.6. Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond en komt het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht . De rechtbank zal verweerder opdragen binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

3.7. De rechtbank ziet voorts aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Die kosten worden, onder toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 644,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting). Verweerder dient tevens het door eiser betaalde griffierecht van € 41,- aan hem te vergoeden. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af nu eiser dit verzoek niet nader heeft onderbouwd.

Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

- bepaalt dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht van € 41,- vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van het geding tot een bedrag van € 644,-, te betalen aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Raat, rechter, in aanwezigheid van mr. S. van Excel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 september 2010.

de griffier de rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Afschrift verzonden op:

D: B

SB


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature