Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Vrijspraak van overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 , om

dat niet (overtuigend) is vast te stellen dat verdachte wist, althans redelijkerwijs had moeten weten, dat, toen hij op 2 juli 2009 op een brommobiel reed, hem dat krachtens een ruim negen jaar eerder gegeven verbod niet was toegestaan.

Uitspraak



Parketnummer: 24-000713-10

Parketnummer eerste aanleg: 07-490311-09

Arrest van 12 april 2011 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 26 februari 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1969] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

ter terechtzitting van 15 oktober 2010 verschenen, maar niet ter terechtzitting van

29 maart 2011. Wel verschenen op laatstgenoemde zitting is mr. A.R. Maarsingh, advocaat te Deventer, raadsman van verdachte.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van 15 oktober 2010 en 29 maart 2011, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte voor het hem ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 02 juli 2009 in de gemeente [gemeente] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [straat], een motorrijtuig, (brommobiel), heeft bestuurd.

Vrijspraak

Aan verdachte wordt verweten dat hij op 2 juli 2009 een brommobiel heeft bestuurd, terwijl hem de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen was ontzegd, hetgeen hij wist of althans redelijkerwijs had moeten weten.

Het hof heeft vastgesteld dat het een ontzegging van de rijbevoegdheid betreft voor de duur van vijf jaren, die hem bij arrest van 27 maart 2000 is opgelegd en voorts dat de betreffende uitspraak op 26 maart 2002 aan verdachte in persoon is betekend. Vanwege een reeds lopende ontzegging ingevolge een andere rechterlijke uitspraak zou de onderhavige ontzegging ingaan op 2 februari 2004 en eindigen op 30 januari 2009, derhalve enkele maanden vóór de aanhouding van verdachte, die tot de onderhavige vervolging heeft geleid.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting van het hof van 15 oktober 2010 naar voren gebracht dat op 30 januari 2009 een mededeling naar de penitentiaire inrichting, waar verdachte op dat moment verbleef, is gezonden, inhoudende dat de looptijd van

de onderhavige ontzegging in verband met diverse detenties was verschoven van

30 januari 2009 naar 25 oktober 2010. Op voornoemde terechtzitting heeft verdachte daartegen ingebracht dat hij, bij zijn aanhouding op 2 juli 2009, in de veronderstelling verkeerde dat de betreffende ontzegging "erop zat". Hij zou zelfs doende zijn met het behalen van een rijbewijs.

De advocaat-generaal heeft daarop gerequireerd tot veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand. Door de raadsman is het een en ander ter verdediging aangevoerd.

Het hof heeft daarop het onderzoek gesloten en op 29 oktober 2010 (tussen)arrest gewezen, waarbij het onderzoek werd heropend. In bedoeld tussenarrest is de advocaat-generaal gelast om nadere informatie te verschaffen over de aanvang en de duur van de lopende rijontzegging ten tijde van de betekening van het arrest van 27 maart 2000 alsmede de grondslag daarvan. Voorts is de advocaat-generaal bevolen om de periodes waarin verdachte gedurende de looptijd van de onderhavige ontzegging gedetineerd is geweest in kaart te brengen.

Het hof stelt vast dat de advocaat-generaal slechts ten dele heeft voldaan aan de door het hof gegeven bevelen, hetgeen in de weg staat aan een zorgvuldige beoordeling van de zaak. Voorts kan niet worden vastgesteld of de mededeling over de gewijzigde looptijd van de onderhavige ontzegging verdachte destijds daadwerkelijk heeft bereikt.

Alles afwegende is het hof van oordeel dat niet (overtuigend) is vast te stellen dat verdachte wist, althans redelijkerwijs had moeten weten, dat, toen hij op 2 juli 2009 op een brommobiel reed, hem dat krachtens een ruim negen jaar eerder gegeven verbod niet was toegestaan.

Het hof acht daarom niet bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G.M. Meijer-Campfens, voorzitter, mr. J.A.A.M. van Veen en mr. H.K. Elzinga, in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel als griffier, zijnde mr. Elzinga voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature