Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Lijfsdwang bij niet betalen kinderbijrage.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 107141 / KG ZA 11-44

Vonnis in kort geding van 11 april 2011

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. A.A.M. Olde Loohuis te Boxmeer,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. J.W.C. Giebels te Nijmegen.

Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Tussen partijen is bij uitspraak van de rechtbank Arnhem van 24 april 2008 de echtscheiding uitgesproken, welke uitspraak op 22 mei 2008 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Voorts is bepaald dat het aan die uitspraak gehechte convenant deel uitmaakt van die uitspraak. In dat convenant zijn partijen met ingang van 1 maart 2006 ten laste van de man een kinderbijdrage ten behoeve van de bij de vrouw verblijvende vier minderjarige kinderen van partijen overeengekomen van EUR 175,= per maand per kind.

Bij uitspraak van deze rechtbank van 12 mei 2010 is de kinderbijdrage met ingang van

1 november 2009 gewijzigd in EUR 197,= per maand per kind.

3. Het geschil

3.1. De vrouw vordert samengevat - veroordeling van de man tot nakoming van de beschikkingen van de rechtbank te Arnhem en Roermond. Voorts verzoekt zij verlof te verlenen betreffende beschikkingen ten uitvoer te leggen bij lijfsdwang en de man in gijzeling te doen stellen voor maximaal 12 maanden, totdat de opgelegde onderhoudsbijdragen zijn voldaan, met veroordeling van de man in de proceskosten.

3.2. De man voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De vrouw heeft onweersproken gesteld dat de man een achterstand in de betaling van kinderbijdragen heeft van meer dan EUR 10.000,=. De vrouw heeft getracht de vordering via het LBIO te executeren. Het LBIO heeft, omdat de man in Duitsland woont, de tenuitvoerlegging overgedragen aan de Duitse uitvoeringsinstantie, echter zonder resultaat.

Voorts heeft zij onweersproken gesteld dat zij voor de voorziening in de kosten van het levensonderhoud van de kinderen in hoge mate afhankelijk is van de bijdrage van de man. Zij heeft tengevolge van het niet betalen van de man bij haar vader moeten lenen. De vrouw stelt dat de man onwillig is te betalen. Hij heeft altijd tegen haar gezegd dat hij niet voornemens is een onderhoudsbijdrage te betalen omdat hij zich niet als vader gekend voelt. De vrouw betwist dit laatste. De kinderen zijn vrij om naar de man te gaan wanneer zij willen. De vrouw kan zelfs instemmen met een co-ouderschap.

4.2. De advocaat van de man heeft ter zitting gesteld dat het feit dat de man zich niet serieus genomen voelt als vader, weliswaar in het verleden een rol heeft gespeeld bij de (niet) betaling van de kinderbijdrage, maar dat daarvan op dit moment niet langer sprake is. De man is niet langer in staat de geldende kinderbijdrage te voldoen, omdat hij geen recht meer heeft op Duitse kinderbijslag en in plaats van een uitkering op grond van de ziektewet thans een veel lagere WW-uitkering geniet. Hij betaalt nu de bijdrage die hij op grond van zijn draagkracht kan betalen. De man is voornemens een wijzigingsverzoek in te dienen.

4.3. De voorzieningenrechter overweegt ter zake als volgt.

Op grond van artikel 585 aanhef en sub b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder Rv) kan de voorzieningenrechter tenuitvoerlegging van een beschikking waarbij een kinderbijdrage is vastgesteld, bij lijfsdwang toestaan. Op grond van artikel 588 Rv kan lijfsdwang niet worden uitgesproken indien de schuldenaar buiten staat is aan de verplichting waarvoor tenuitvoerlegging bij lijfsdwang wordt verlangd, te voldoen.

De man heeft niet aangetoond noch aannemelijk gemaakt dat hij niet in staat is de (achterstallige) kinderbijdrage te voldoen. Hij heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat de kinderbijslag is vervallen en zijn inkomen is afgenomen. Voorts heeft hij onweersproken gelaten de stellingen van de vrouw dat hij na de echtscheiding de beschikking heeft gekregen over een bedrag van EUR 118.000,=, een dure auto heeft, een auto voor zijn vriendin heeft gekocht, vorig jaar met de vier kinderen op wintersportvakantie is geweest en de zomervakantie met de kinderen voor dit jaar aan het boeken is.

Onder de gegeven omstandigheden mag van de man verwacht worden dat hij zijn stellingen nader onderbouwd zou hebben en de stellingen van de vrouw gemotiveerd zou hebben weersproken. Dat heeft hij nagelaten. De voorzieningenrechter houdt het er dan ook voor dat de man in staat moet worden geacht aan zijn verplichtingen te voldoen.

4.4. De voorzieningenrechter acht het voldoende aannemelijk dat er geen ander dwangmiddel is dat voldoende uitkomst kan bieden. Het belang van de vrouw en de kinderen rechtvaardigt de toepassing van lijfsdwang. De voorzieningenrechter zal de vordering dan ook toewijzen.

4.5. De voorzieningenrechter zal het verlof beperken tot een periode van maximaal zes maanden.

4.6. De man zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de vrouw worden begroot op:

- dagvaarding EUR 90,80

- betaald griffierecht EUR 258,00

- overige kosten EUR 0,00

- salaris advocaat EUR 527,00

Totaal EUR 875,80

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt de man om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis alle op hem rustende alimentatieverplichtingen, uit hoofde van de beschikking van de rechtbank te Arnhem van 24 april 2008 en de beschikking van deze rechtbank van 12 mei 2010, na te komen;

5.2. verleent de vrouw verlof om de beschikkingen van de rechtbank te Arnhem van

24 april 2008 en van deze rechtbank van 12 mei 2010 ten uitvoer te leggen bij lijfsdwang en de man in gijzeling te doen stellen voor een periode van maximaal zes maanden, totdat de uit dien hoofde verschuldigde alimentatiebedragen zijn voldaan;

5.3. veroordeelt de man in de proceskosten, aan de zijde van de vrouw tot op heden begroot op EUR 875,80;

5.4. bepaalt dat van voornoemde proceskosten een bedrag van EUR 90,80 (explootkosten) dient te worden betaald aan de griffier der gerechten in het arrondissement Roermond op rekening 56.99.90.661 ten name van MvJ Arrondissement Roermond (544), onder vermelding van proceskostenveroordeling, de namen van partijen en het zaaknummer;

5.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.R.A. Timmermans-Vermeer en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2011.?


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature