Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Weigering inzage te geven in de persoonsgegevens in de minuut bij een beschikking over de verblijfsvergunning. Geen recht op een afschrift van de minuut op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens. Geen rechtstreeks beroep op Richtlijn 2005/85/EG van de Raad van de Europese Unie van 1 december 2005 (de Procedurerichtlijn).

Uitspraak



RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht

registratienummer: AWB 10/2098

uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

van 5 april 2011

inzake

[naam], eiser,

wonende te [woonplaats], vertegenwoordigd door mr. W. de Vilder, advocaat te Beek, Limburg,

tegen

de minister van Justitie, thans de minister van Veiligheid en Justitie, verweerder.

1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerder van 4 mei 2010, verzonden op 6 mei 2010.

2. Procesverloop

Bij besluit van 1 februari 2010 heeft de staatssecretaris van Justitie (hierna: de staatssecretaris) geweigerd eiser inzage te geven in zijn persoonsgegevens in de minuut bij de beschikking van 10 juni 2005 (hierna: de minuut).

Bij het in rubriek 1 aangeduide besluit heeft verweerder het door eiser daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het eerder genoemde besluit gehandhaafd.

Tegen dit besluit heeft eiser beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd. Voorts heeft verweerder desgevraagd een afschrift van de minuut overgelegd. Ten aanzien van dit stuk is door verweerder een beroep gedaan op artikel 8:29 van de Awb, inhoudende dat uitsluitend de rechtbank hiervan kennis mag nemen.

Bij beslissing ex artikel 8:29, derde lid, van de Awb van 7 februari 2011 heeft de rechtbank bepaald dat de beperking van de kennisneming van dit stuk gerechtvaardigd is.

Bij schrijven van 8 februari 2011 heeft eiser de in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb bedoelde toestemming verleend om mede op grondslag van het betreffende stuk uitspraak te doen.

Naar de overige door partijen ingebrachte stukken wordt hier kortheidshalve verwezen.

Het beroep is behandeld ter zitting van de meervoudige kamer van de rechtbank van 18 februari 2011. Eiser is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door mr. De Vilder voornoemd. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. C. Clerx, werkzaam bij verweerders Immigratie- en Naturalisatiedienst.

3. Overwegingen

3.1 Aan eiser is bij besluit van 10 juni 2005 door de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000), met ingang van 21 februari 2005 en geldig tot 21 februari 2010.

Bij brief van 10 december 2009 heeft de staatssecretaris eiser medegedeeld dat, gelet op de beëindiging van het categoriale beschermingsbeleid op grond waarvan eiser een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd had, namens hem opnieuw beoordeeld zal worden of eiser in Nederland mag blijven.

Bij schrijven van 29 december 2009 heeft eiser verzocht om een kopie van de minuut van het inwilligende besluit. In reactie daarop heeft verweerder bij brief van 28 januari 2010 aangegeven dat in de minuut een opsomming wordt gegeven van de relevante stappen in de gevoerde procedure tot aan het moment van de beschikking, en aangegeven dat er reden is om de gevraagde verblijfsvergunning te verlenen. Vervolgens heeft eiser bij brief van 29 januari 2010 wederom verzocht om een kopie van de minuut en aangegeven dat hij inzage wenst in zijn persoonsgegevens.

Op 24 januari 2010 heeft eiser een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in de zin van artikel 33 van de Vw 2000 ingediend. Bij besluit van 17 juni 2010 is deze aanvraag afgewezen.

3.2 In het bestreden besluit heeft verweerder uiteengezet welke soorten persoonsgegevens in de minuut zijn opgenomen.

Standpunten van partijen

3.3 Bij het bestreden besluit heeft verweerder de weigering eiser inzage te geven in zijn persoonsgegevens in de minuut gehandhaafd. Hieraan is – voor zover thans van belang – artikel 43, aanhef en onder e van de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: de Wbp) ten grondslag gelegd. Verweerder heeft erop gewezen dat hij en de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen, waaronder de ambtenaren van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, in vrijheid van gedachten moeten kunnen wisselen over individuele zaken, zonder dat de persoon om wie het gaat kennis kan hebben van hetgeen daarover op papier is gezet. Onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis van de Vw 2000 (Nota naar aanleiding van het verslag, kamerstukken II 1999-2000, 26 732, nr. 7, p. 41; hierna: de Nota) heeft verweerder gesteld dat het gevaar zou kunnen ontstaan dat in het intern ambtelijk verkeer niet meer alle relevante gegevens worden vastgelegd en uitgewisseld, waardoor de zorgvuldigheid van de wijze waarop een besluit tot stand komt in geding is. Dit leidt ertoe dat volgens verweerder het belang om in vrijheid van gedachten te kunnen wisselen dient te prevaleren boven het belang van eiser bij inzage in zijn persoonsgegevens in de minuut.

3.4 Eiser kan zich met het bestreden besluit niet verenigen. Op de door hem aangevoerde gronden zal de rechtbank, waar nodig, in het navolgende ingaan.

Wettelijk kader

3.5 Ingevolge artikel 7:2, eerste lid, van de Awb stelt een bestuursorgaan, voordat hij op het bezwaar beslist, belanghebbenden in de gelegenheid te worden gehoord.

Ingevolge artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Awb kan van het horen van belanghebbenden worden afgezien indien het bezwaar kennelijk ongegrond is.

3.6 Ingevolge artikel 1, aanhef en onder a, van de Wbp wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen onder persoonsgegeven verstaan: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon.

Ingevolge artikel 35, eerste lid, eerste volzin, van de Wbp heeft de betrokkene het recht zich vrijelijk en met redelijke tussenpozen tot de verantwoordelijke te wenden met het verzoek hem mede te delen of hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt.

Ingevolge het tweede lid van dit artikel, voor zover thans van belang, bevat de mededeling, indien zodanige gegevens worden verwerkt, een volledig overzicht daarvan in begrijpelijke vorm, alsmede de beschikbare informatie over de herkomst van de gegevens.

Ingevolge artikel 43, aanhef en onder e, van de Wbp, voor zover thans van belang, kan de verantwoordelijke artikel 35 buiten toepassing laten, voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen.

3.7 Ingevolge artikel 9, eerste lid, van Richtlijn 2005/85/EG van de Raad van de Europese Unie van 1 december 2005 betreffende minimumnormen voor de procedures in de lidstaten voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus (hierna: de Procedurerichtlijn) zorgen de lidstaten ervoor dat beslissingen over asielverzoeken schriftelijk worden bekendgemaakt.

Het tweede lid van dit artikel bepaalt, voor zover thans van belang, het volgende. De lidstaten zorgen er tevens voor dat beslissingen waarbij asielverzoeken worden afgewezen, in feite en in rechte worden gemotiveerd en dat schriftelijk informatie wordt verstrekt over de wijze waarop een negatieve beslissing kan worden aangevochten. De lidstaten hoeven het niet toekennen van de vluchtelingenstatus niet te motiveren in de beslissing waarbij aan de asielzoeker een status wordt toegekend die dezelfde rechten en voordelen krachtens het nationale en het Gemeenschapsrecht biedt als de vluchtelingenstatus overeenkomstig Richtlijn 2004/83/EG. In deze gevallen zorgen de lidstaten ervoor dat het niet toekennen van de vluchtelingenstatus in het dossier van de asielzoeker wordt gemotiveerd en dat de asielzoeker op verzoek toegang krijgt tot zijn dossier.

Hoorplicht

3.8 Eiser heeft ter zitting aangevoerd dat verweerder hem ten onrechte niet heeft gehoord, alvorens op het bezwaar te beslissen.

3.9 Vaststaat dat eiser in de bezwaarfase niet in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord.

De rechtbank overweegt dat naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van ‘kennelijke ongegrondheid’ in de zin van artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Awb slechts sprake kan zijn wanneer uit een bezwaarschrift aanstonds volgt dat de bezwaren ongegrond zijn en redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is over die conclusie.

Gelet op de inhoud van het bezwaarschrift kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden geoordeeld dat redelijkerwijs geen twijfel mogelijk was over de ongegrondheid van het bezwaar. Verweerder had derhalve niet kunnen afzien van het horen van eiser. Dit leidt tot het oordeel dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 7:2, eerste lid, in samenhang met artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Awb. Reeds hierom zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen.

3.10 De rechtbank zal in het hiernavolgende bezien of aanleiding bestaat te bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel of gedeeltelijk in stand blijven, waarbij in aanmerking wordt genomen dat eiser zijn standpunt in de beroepsfase uitgebreid heeft kunnen bepleiten.

Persoonsgegevens

3.11 De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb van het door verweerder vertrouwelijk overgelegde stuk, de minuut, kennis genomen. Dit stuk betreft een aan de besluitvorming ten grondslag liggend intern ambtelijk voorstel. De rechtbank stelt vast dat in de minuut eiser betreffende persoonsgegevens in de zin van de Wbp zijn opgenomen. Ter beoordeling staat of verweerder de in de minuut neergelegde persoonsgegevens diende te verstrekken.

3.12 Onder verwijzing naar de uitspraak van de ABRvS van 2 februari 2011, LJN: BP2831, ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het belang van de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen, als bedoeld in artikel 43, aanhef en onder e, van de Wbp, zich ten tijde van het bestreden besluit tegen kennisneming van de in de minuut opgenomen persoonsgegevens verzette. Ter zitting is namens verweerder dit standpunt dan ook verlaten.

3.13 Voorts volgt uit de uitspraak van de ABRvS van 24 januari 2007, LJN: AZ6853, dat de Wbp niet voorziet in een recht op inzage in stukken waarin persoonsgegevens zijn opgenomen. Dit betekent dat verweerder niet zonder meer is gehouden de minuut integraal aan eiser te verstrekken. Gegeven het aan de Wbp ten grondslag liggende transparantiebeginsel is inzage in stukken waarin persoonsgegevens zijn opgenomen aan de orde indien niet op andere wijze adequaat kan worden voorzien in kennisgeving van die persoonsgegevens dan wel mededeling van de herkomst daarvan, behoudens toepasselijkheid van de in artikel 43 van de Wbp vervatte weigeringsgronden. Dat in dit geval niet anders dan door de integrale verstrekking van de minuut adequaat kan worden voorzien in kennisgeving van de daarin opgenomen persoonsgegevens dan wel mededeling van de herkomst daarvan, is niet gebleken. Volstaan kan worden met het doen van mededeling van persoonsgegevens, voor zover de minuut deze bevat. Verweerder was op grond van de Wbp niet gehouden tot het verstrekken van een afschrift van de minuut en heeft het verzoek om verstrekking van dit stuk reeds daarom kunnen weigeren. Dat voorheen op verzoek minuten aan betrokkenen zijn verstrekt, doet daar niet aan af.

3.14 Evenmin kan eiser recht doen gelden op een afschrift van de minuut met een beroep op artikel 9, tweede lid, van de Procedurerichtlijn. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Op grond van de transponeringstabel die is opgenomen in de memorie van toelichting bij de wijziging van de Vw 2000 ter implementatie van de Procedurerichtlijn (Kamerstukken II 2006-2007, 30 976, nr. 3, p. 15) is artikel 9, tweede lid, van de Procedurerichtlijn naar Nederlands recht neergelegd in artikel 3:48 van de Awb.

Het besluit van 10 juni 2005 is in rechte onaantastbaar geworden en staat in deze procedure niet ter discussie. Dit besluit betreft voorts een toewijzende beschikking. Nu artikel 9, tweede lid, van de Procedurerichtlijn enkel verplicht tot het motiveren van beslissingen waarbij asielverzoeken worden afgewezen, kan niet worden betoogd dat de Procedurerichtlijn in zoverre onvoldoende is geïmplementeerd. Eiser komt derhalve geen rechtstreeks beroep op deze richtlijn toe.

3.15 Het vorenstaande brengt de rechtbank tot de slotsom dat verweerder in dit geval, behoudens toepasselijkheid van de in artikel 43 van de Wbp vervatte weigeringsgronden, gehouden is tot verstrekking van een overzicht van de over eiser verwerkte persoonsgegevens, alsmede van informatie over het doel van de verwerking, de ontvangers en de herkomst van de gegevens. Het standpunt van verweerder dat met het bestreden besluit hieraan is voldaan, volgt de rechtbank niet. Verweerder dient concreet aan te geven welke persoonsgegevens over eiser zijn verwerkt. Met de enkele aanduiding van de verwerkte soorten gegevens heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet voldaan aan artikel 35, tweede lid, van de Wbp.

Nieuw besluit op bezwaar

3.16 Het vorenstaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat het bestreden besluit tevens is genomen in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Gelet op het in 3.15 overwogene, bestaat geen aanleiding te bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel of gedeeltelijk in stand blijven. De rechtbank zal verweerder dan ook opdragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen, met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen. In verband daarmee wordt opgemerkt dat verweerder bij het nieuw te nemen besluit rekening kan houden met de omstandigheid dat eiser in het bezit is van de processtukken in de vreemdelingenzaak en kan bezien in hoeverre kan worden volstaan met een verwijzing naar die stukken.

Proceskosten

3.17 Ten aanzien van het in bezwaar gedane verzoek van eiser om vergoeding van de kosten die eiser in verband met de behandeling van het bezwaar heeft moeten maken, merkt de rechtbank op dat verweerder bij het nieuw te nemen besluit op bezwaar daarover dient te beslissen.

De rechtbank acht wel termen aanwezig om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten in beroep, welke zijn begroot op € 874,- aan kosten van verleende rechtsbijstand. Van andere kosten in dit verband is de rechtbank niet gebleken. De genoemde kosten dienen, aangezien eiser met een toevoeging ingevolge de Wet op de rechtsbijstand heeft geprocedeerd, ingevolge artikel 8:75, tweede lid, van de Awb te worden voldaan door betaling aan de griffier van deze rechtbank.

Het hiervoor overwogene leidt de rechtbank, mede gelet op artikel 8:74 van de Awb, tot de volgende beslissing.

4. Beslissing

De rechtbank

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het bestreden besluit;

III. draagt verweerder op om opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van deze uitspraak;

IV. veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten ten bedrage van € 874,-;

V. bepaalt dat de betaling van dit bedrag dient te worden gedaan aan de griffier van de rechtbank Arnhem, waarvoor verweerder een nota zal worden toegestuurd;

VI. bepaalt voorts dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,- aan hem vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Post, voorzitter, en mr. S.W. van Osch-Leysma en mr. E. Klein Egelink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.A. Koster, griffier.

De griffier, De voorzitter,

Uitgesproken in het openbaar op: 5 april 2011

Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage.

Verzonden op: 5 april 2011


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature