Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit van 1 december 2009 heeft de hoofdbewaarder het resultaat van een bijhouding van de kadastrale registratie van een gedeelte van het perceel kadastraal bekend gemeente 't Zandt, sectie H, nummer 71 aan [appellant] door toezending bekendgemaakt.

Uitspraak



201007850/1/H3.

Datum uitspraak: 16 maart 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 25 juni 2010 in zaak nr. 10/109 in het geding tussen:

[appellant]

en

de hoofdbewaarder van het kadaster en de openbare registers.

1. Procesverloop

Bij besluit van 1 december 2009 heeft de hoofdbewaarder het resultaat van een bijhouding van de kadastrale registratie van een gedeelte van het perceel kadastraal bekend gemeente 't Zandt, sectie H, nummer 71 aan [appellant] door toezending bekendgemaakt.

Bij besluit van 22 december 2009 heeft de hoofdbewaarder het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 25 juni 2010, verzonden op 30 juni 2010, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 augustus 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 9 september 2010.

De hoofdbewaarder heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 maart 2011, waar [appellant], in persoon en bijgestaan door mr. A.A. Westers, advocaat te Groningen, en de hoofdbewaarder, vertegenwoordigd door mr. I.J. Kloek-Tromp, werkzaam bij de Dienst voor het Kadaster en de openbare registers, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 7, eerste lid, van de Kadasterwet (hierna: de Kw), voor zover thans van belang, is de bewaarder belast met het verrichten van inschrijvingen in de openbare registers en het stellen van aantekeningen in die registers en het bijwerken van de basisadministratie kadaster.

Ingevolge artikel 34 wordt ter inschrijving van een verjaring een authentiek afschrift van een door een notaris met inachtneming van artikel 37 opgemaakte verklaring aangeboden, inhoudende dat naar de verklaring van degene die de inschrijving verlangt, de verjaring is ingetreden, alsmede

a. welk registergoed door verjaring is verkregen, dan wel welk beperkt recht op een registergoed is tenietgegaan;

b. tegen wie de verjaring werkt, indien dit bekend is;

c. welke feiten tot de verjaring hebben geleid, en

d. dat de verjaring wordt betwist of niet wordt betwist door degene tegen wie zij werkt, zo dit bekend is.

Ingevolge artikel 37, eerste lid, houdt een notari ële verklaring, als bedoeld in de artikelen 26, 30, 34 en 36, behalve hetgeen in deze artikelen is voorgeschreven, tevens in een verklaring van de notaris:

a. hetzij dat allen die als partij bij het in te schrijven feit betrokken zijn aan de notaris hebben medegedeeld met de inschrijving in te stemmen;

b. hetzij dat bewijsstukken aan hem zijn overgelegd en aan de verklaring gehecht, die genoegzaam aantonen dat het in te schrijven feit zich inderdaad heeft voorgedaan dan wel, in geval van een verklaring als bedoeld in artikel 36, tweede lid, dat het recht bestaat;

c. hetzij dat hij niet aan het onder a en b gestelde kan voldoen.

Ingevolge het tweede lid, eerste volzin, boekt de bewaarder, in het in het eerste lid, onder c, bedoelde geval, de aanbieding van de notariële verklaring slechts in het register van voorlopige aantekeningen en kan inschrijving alleen plaatsvinden op bevel van de rechter.

Ingevolge artikel 53 vindt bijwerking plaats als bijhouding dan wel als vernieuwing.

Ingevolge artikel 54, eerste lid, aanhef en onder a, vindt bijhouding, onverminderd het bepaalde bij of krachtens deze of een andere wet, plaats op grond van veranderingen blijkens in de openbare registers ingeschreven stukken, voor zover die betrekking hebben op onroerende zaken en rechten waaraan die zaken zijn onderworpen.

Ingevolge artikel 56 wordt de wijze van bijwerking, onverminderd het bepaalde bij of krachtens deze of een andere wet, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur geregeld in dier voege dat na een inschrijving de bijwerking terstond aanvangt, en dat tenminste ingeval een bijwerking leidt tot het wijzigen of aanvullen van de in de basisregistratie kadaster vermeld staande gegevens betreffende de eigenaars of beperkt gerechtigden, de kadastrale aanduiding dan wel de grootte, in de registratie wordt vermeld op grond van welk ingeschreven of ander stuk een bijwerking heeft plaatsgevonden.

Ingevolge artikel 17, eerste lid, aanhef en onder i, van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: het BW) kan in de openbare registers verjaring die leidt tot verkrijging van een registergoed of tenietgaan van een beperkt recht dat een registergoed is, worden ingeschreven.

Ingevolge artikel 19, eerste lid, geschiedt de inschrijving terstond na de aanbieding indien de voor een inschrijving nodige stukken worden aangeboden, de aangeboden stukken aan de wettelijke eisen voldoen en andere wettelijke vereisten voor inschrijving zijn vervuld.

Ingevolge artikel 39, tweede lid, van de Kadasterregeling 1994 (hierna: de Regeling) worden, indien de inschrijving in de openbare registers een wijziging betreft in de rechtstoestand naar burgerlijk recht dan wel een wijziging of aanvulling van de gegevens omtrent een rechthebbende en die inschrijving aanleiding geeft tot een wijziging of aanvulling van de in de kadastrale registratie vermelde gegevens, laatstbedoelde gegevens met het ingeschreven stuk in overeenstemming gebracht.

2.2. Op 18 november 2009 is in de openbare registers van het Kadaster in hypotheken 4 deel 57457 nummer 165 een verklaring van verjaring ingeschreven. Op grond van de verandering blijkens deze in de openbare registers ingeschreven verklaring heeft de hoofdbewaarder een gedeelte van het perceel kadastraal bekend gemeente 't Zandt, sectie H, nummer 71 in de basisregistratie kadaster op naam gesteld van [twee personen], de eigenaren van het naastgelegen perceel 't Zandt, sectie H, nummer 70. Het betreft een gedeelte dat voorheen toebehoorde aan [appellant]. Bij besluit van 1 december 2009 heeft de hoofdbewaarder [appellant] op de hoogte gesteld van deze bijhouding van de basisregistratie kadaster.

2.3. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de hoofdbewaarder gehouden was de verklaring van de notaris in te schrijven. Hij voert aan dat de door de notaris opgestelde verklaring evident onjuist en innerlijk tegenstrijdig is. De hoofdbewaarder had moeten concluderen dat de notariële verklaring niet voldoet aan de wettelijke vereisten, zodat hij de verzochte inschrijving had moeten weigeren. Volgens [appellant] gaat de notaris ten onrechte voorbij aan de titelzuiverende werking van artikel 82 Wet inrichting landelijk gebied , zodat [twee personen] het in geding zijnde perceel niet door verkrijgende verjaring in eigendom hebben verkregen. Voorts betoogt [appellant] dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de notariële verklaring niet ingeschreven had mogen worden, aangezien de notariële verklaring in strijd is met artikel 37, eerste lid, aanhef en onder b, van de Kw , nu de bewijsstukken niet genoegzaam de verjaring aantonen.

2.4. De Afdeling stelt vast dat in deze bestuursrechtelijke procedure uitsluitend de vraag voorligt of de hoofdbewaarder overeenkomstig artikel 39, tweede lid, van de Regeling de gegevens van het betreffende perceel in de kadastrale registratie in overeenstemming heeft gebracht met de gegevens van het betreffende perceel in de openbare registers. De inschrijving van de verklaring van verjaring in de openbare registers staat in deze procedure niet ter beoordeling. Voor zover [appellant] wenst op te komen tegen deze inschrijving dient hij zich te wenden tot de burgerlijke rechter. De rechtbank heeft, door te overwegen dat is voldaan aan de vereisten van artikel 37, eerste lid, aanhef en onder b, van de Kw , ten onrechte een oordeel gegeven over de inschrijving.

Voor zover het betoog van [appellant] ertoe strekt dat de hoofdbewaarder had moeten afzien van bijhouding van de kadastrale registratie indien de in de openbare registers ingeschreven notariële akte evident onjuist of innerlijk tegenstrijdig is, faalt het. De hoofdbewaarder heeft in deze slechts een lijdelijke rol, hetgeen meebrengt dat het niet tot zijn taak behoort om te controleren of de inschrijving terecht is geschied.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd, met verbetering van gronden waarop deze rust.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. de Leeuw-van Zanten, ambtenaar van staat.

w.g. Konijnenbelt w.g. De Leeuw-van Zanten

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2011

97-697.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature