Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Kort geding. Onrechtmatige overheidsdaad? Eiser stelt detentieongeschikt te zijn nu de penitentiaire inrichtingen niet over adequate verblijfsfaciliteiten ten aanzien van eiser beschikken, zodat zijn detentie inhumaan is. Naar voorlopig oordeel is onvoldoende gebleken dat sprake is van detentieongeschiktheid van eiser en dat zulks een inhumane situatie als bedoeld in artikel 3 EVRM oplevert. Het voorgaande neemt niet weg dat separate voor eiser getroffen voorzieningen mogelijk voor verbetering vatbaar zijn, doch daarvoor staat de rechtsgang ex artikel 60 Pbw (Penitentiaire beginselenwet) ter beschikking. Alle vorderingen van eiser worden afgewezen.

Uitspraak



RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 383582 / KG ZA 10-1639

Vonnis in kort geding van 8 februari 2011

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats], thans gedetineerd in de PI [PI],

eiser,

advocaat mr. B.D.W. Martens te 's-Gravenhage,

tegen:

de Staat der Nederlanden (Ministerie van Veiligheid en Justitie, Dienst Justitiële Inrichtingen),

zetelende te 's-Gravenhage,

gedaagde,

advocaat mr. A.Th.M. ten Broeke te 's-Gravenhage.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 27 januari 2011 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Eiser heeft een lengte van 2,07 meter en een gewicht van 240 kilogram.

1.2. Eiser is van 1 december 2004 tot 24 februari 2005 en van 8 augustus 2005 tot 17 januari 2006 gedetineerd geweest in een standaardcel.

1.3. Eiser is bij arrest van 16 april 2007 door het gerechtshof 's-Gravenhage veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden en tot betaling van een bedrag van € 1.000,-- aan een benadeelde partij. Het arrest is op 1 juli 2008 onherroepelijk geworden.

1.4. In verband met de onder 1.3 vermelde opgelegde straf is eiser vanaf 29 september 2010 tot 23 november 2010 gedetineerd geweest in de penitentiaire inrichting te Breda (hierna: PI Breda). Op 23 november 2010 is eiser overgeplaatst naar de penitentiaire inrichting te [PI] (hierna: PI [PI]). De einddatum van zijn detentie is 12 april 2012.

1.5. Op 20 oktober 2010 is namens eiser een gratieverzoek ingediend. Naar aanleiding daarvan is de medisch adviseur verzocht om een oordeel over de detentiegeschiktheid van eiser. Bij brief van 7 december 2010 heeft de medisch adviseur, voor zover relevant, bericht:

'' (…), op basis van de ontvangen gegevens uit MicroHis (PI Breda en PI [PI]) en overleg met de medische dienst van PI [PI] blijkt betrokkene detentiegeschikt.

Voor betrokkene wordt een groot bed en verlengd matras aangeschaft. Hij is ADL zelfstandig. Er zijn daarom geen redenen waardoor de zorg niet geleverd kan worden binnen detentie.

Ik ondersteun derhalve het gratieverzoek niet.

(…)"

De tenuitvoerlegging van de aan eiser opgelegde gevangenisstraf is in afwachting van de beslissing op het gratieverzoek niet geschorst.

1.6. Bij brief van 2 december 2010 heeft de directeur van PI [PI] aan de advocaat van eiser, voor zover relevant, bericht:

"(…)

Naar aanleiding van uw schrijven van 26 november 2010 waarin u mij verzoekt een aanpassing te doen met betrekking tot verblijfsfaciliteiten van de heer [eiser] gezien zijn omvang en gewicht bericht ik u het volgende.

De heer [eiser] krijgt de noodzakelijke aandacht van de medische dienst. Tijdens zijn verblijf in de vorige inrichting, PI Breda, heeft er geen bijzondere en aangepaste zorg plaatsgevonden.

(…)

Tot mijn spijt hebben wij binnen de inrichting niet de beschikking over invalidencellen. Wel hebben wij inmiddels een groter bed geplaatst in de cel van de heer [eiser].

(…)"

1.7. Bij e-mail van 18 januari 2011 heeft het afdelingshoofd van PI [PI] onder meer aan de advocaat van gedaagde, voor zover relevant, bericht:

"(…)

Wat betreft het bed daarvoor is een verlengstuk aangebracht. Er is een extra matras op de cel.

Ged staat vrij om mee te gaan met activiteiten zoals bibliotheek ed. Neemt hieraan deel, echter gaat niet altijd mee maar dat is zijn eigen keus.

Ook bezoek is voor hem geen behindering. Neemt ook hier aan deel.

(…)

Deelname aan de arbeid is door een MD een AO advies gegeven. Mits i.h.k.v. ergonomische aanpassingen plaats vinden zou hij deel kunnen nemen aan de arbeid.

Echter onze werkplaatsen zijn hier niet voor ingesteld. Vaste hoge tafels, c.q. vaststaande metaalbewerkingsmachines.

Tijdens arbeidstijd wordt hij niet ingesloten op cel en kan zich ''vrij bewegen'' over de afdeling. Ook al is het bloktijd voor niet werkenden.

Hij heeft een verzoek tot het verkrijgen van bezoek zonder toezicht aangevraagd. Dit is door mij gehonoreerd. De MD heeft verzocht om voor hem een uitzondering te maken wat betreft de dagelijkse deelname aan het luchten. Normaliter indien een gedetineerde kiest voor deelname aan de lucht dient hij voor de duur van deze activiteit te weten een uur naar buiten te gaan. Voor [eiser] hebben wij toegestaan dat hij na een half uur naar binnen mag. Of zelfs eerder indien dat gewenst is.

Wat betreft het eten, iedere gedetineerde eet op zijn cel.

Het aanpassen van de standaard cel, daarvoor heb ik mij laten informeren bij de TD die zien geen heil in aanpassingen. De verblijfsruimte kan nu eenmaal niet opgerekt worden, ook het aanwezige sanitair is volgens geldende eisen aangebracht.

Een aangepaste stoel kan worden aangeschaft, hiervoor heeft de directeur zijn fiat gegeven.

(…)"

2. Het geschil

2.1. Eiser vordert – zakelijk weergegeven – gedaagde te bevelen:

I. (primair) de detentie van eiser op te heffen, dan wel te schorsen, dan wel op te schorten eventueel met bepaling dat het resterende deel van de gevangenisstraf door hem moet worden uitgediend in de vorm van een daarmee equivalente duur aan elektronische detentie;

II. (subsidiair) eiser het strafrestant uitsluitend te laten ondergaan in dagdetentie;

III. (meer subsidiair) in de penitentiaire inrichting waar eiser verblijft passende voorzieningen te treffen, inhoudende een bed van 2,30 meter lang en 1,40 meter breed en met een matras van minimaal 30 centimeter dik, passende ergonomische stoelen in de bibliotheek, bezoekersruimte, recreatieruimte en op de luchtplaats en bestaande in een cel die twee keer zo groot is als de huidige cel.

IV. tot betaling van een voorschot op schadevergoeding van € 95,-- per dag dat de faciliteiten binnen en buiten zijn cel onaangepast blijven, waardoor eiser niet kan deelnemen aan de diverse activiteiten.

2.2. Daartoe voert eiser het volgende aan. De faciliteiten binnen de cel van eiser zijn niet geschikt voor iemand met zijn omvang. Het bed is te kort en te smal. Als gevolg van het te dunne matras heeft eiser rugklachten gekregen. Daarnaast is de doorgang in zijn cel te smal. Voorts past hij niet op het toilet en is de doucheruimte te klein. Naast de problematiek in de cel van eiser, zijn de faciliteiten buiten zijn cel evenmin geschikt voor iemand met zijn omvang. Door zijn omvang is sporten niet mogelijk. Hij past niet op de stoelen in de cel, in de recreatieruimte, in de bibliotheek, in de eetzaal en de bezoekersruimte. Hierdoor moet hij bijvoorbeeld altijd in zijn eigen cel eten terwijl hij op bed zit. Zelfs luchten is voor hem een te zware belasting nu hij niet zo ver en zo lang kan lopen en niet zo lang kan staan. Daarnaast kan eiser ook geen arbeid verrichten. Nu de penitentiaire inrichtingen niet over adequate verblijfsfaciliteiten beschikken, dient eiser ongeschikt worden geacht voor verblijf in deze inrichtingen. Door de gebrekkige faciliteiten van de inrichtingen wordt de detentie voor eiser onredelijk zwaar nu hij wordt gedwongen om bijna 24 uur per dag op zijn cel door te brengen. Gelet op het bepaalde in artikel 3 van de Penitentiaire maatregel (Pm), dat voor een regime van algehele gemeenschap minimaal 59 uren per week aan een dagprogramma moet worden besteed, is de detentie van eiser inhumaan als bedoeld in artikel 3 EVRM .

2.3. Gedaagde voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Eiser heeft aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd dat gedaagde jegens hem onrechtmatig handelt. Daarmee is de bevoegdheid van de burgerlijke rechter, in dit geval de voorzieningenrechter in kort geding, gegeven.

3.2. In geschil is of de omstandigheden waaronder eiser is gedetineerd inhumaan zijn.

3.3. Voor de beoordeling van de door eiser gevorderde opheffing van zijn detentie, wordt vooropgesteld dat in het wettelijke stelsel besloten ligt dat een veroordelende beslissing van de strafrechter, waartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat, niet alleen mag maar ook moet worden ten uitvoer gelegd. Tenuitvoerlegging van een onherroepelijke opgelegde straf kan slechts achterwege blijven nadat gratie is verleend. Hiervan is thans geen sprake nu nog niet op het gratieverzoek van eiser is beslist, zodat het onderdeel van de vordering van eiser tot opheffing van zijn detentie zal worden afgewezen.

3.4. Vervolgens is aan de orde of voor schorsing van de tenuitvoerlegging in verband met het door eiser ingediende gratieverzoek voldoende grond bestaat. Met betrekking tot het gratieverzoek merkt de voorzieningenrechter op dat de Minister van Veiligheid en Justitie bevoegd is de tenuitvoerlegging in afwachting van de beslissing op het gratieverzoek te schorsen. Vast beleid is dat de executie van de vrijheidsstraf alleen wordt opgeschort als honorering hoogstwaarschijnlijk is. De Minister van Veiligheid en Justitie komt bij de beoordeling hiervan beleidsvrijheid toe, zodat de rechter diens beslissing terughoudend dient te toetsen.

3.5. Eiser heeft in verband met het gratieverzoek aangevoerd dat hij detentieongeschikt is nu de penitentiaire inrichtingen niet over adequate verblijfsfaciliteiten ten aanzien van eiser beschikken, zodat zijn detentie inhumaan is. Volgens gedaagde is geen sprake van een inhumane detentiesituatie nu eiser niet detentieongeschikt is, mede gelet op het oordeel van de medisch adviseur van 7 december 2010 en het feit dat de eerdere detenties van eiser en zijn huidige functioneren in de inrichting dat oordeel reeds kunnen billijken.

3.6. Nu partijen verdeeld zijn over de vraag of de detentiesituatie van eiser inhumaan is, zullen de in het geschil zijnde voorzieningen in de penitentiaire inrichtingen afzonderlijk worden besproken. Uitgangspunt voor de beoordeling staat echter of de detentiesituatie van eiser in zijn geheel genomen, alles is onderling verband en samenhang beschouwd, als inhumaan dient te worden aangemerkt. Niet doorslaggevend is of één of meer van de voorzieningen mogelijk verbeterd kan/kunnen worden. In dat verband wordt verwezen naar hetgeen hierna onder 3.17 zal worden overwogen.

Cel

3.7. Tussen partijen is niet in geschil dat er in PI [PI] geen grotere cel beschikbaar is. Gelet op de omvang van eiser wil de voorzieningenrechter aannemen dat de grootte van de standaardcel aan de krappe kant zal zijn, doch dat rechtvaardigt nog niet de daaraan door eiser verbonden conclusie dat de tenuitvoerlegging van de detentie inhumaan of anderszins onrechtmatig is. Nog daargelaten de discussie tussen partijen of eiser in PI Breda een invalidencel of een standaardcel heeft gehad, is voldoende aannemelijk geworden dat eiser tijdens zijn eerdere detenties in een standaardcel heeft verbleven. Het betoog van eiser dat deze detenties van kortere duur waren, maakt het voorgaande niet anders. Gedaagde heeft in dat verband nog de mogelijkheid genoemd van een overplaatsing naar een penitentiaire inrichting die beschikt over invalidencellen en daaraan toegevoegd dat eiser aan de selectiefunctionaris schriftelijk om overplaatsing kan verzoeken.

3.8. Ook ten aanzien van de beschikbare sanitaire voorzieningen in de cel van eiser, kan niet worden gezegd dat de tenuitvoerlegging van de detentie inhumaan is. Met gedaagde is de voorzieningenrechter van oordeel dat gelet op de omvang van eiser de beschikbare sanitaire ruimte niet comfortabel zal zijn, doch dat bouwkundige aanpassingen ten aanzien van deze ruimte dermate ingrijpend zouden zijn dat deze niet in redelijkheid van gedaagde kunnen worden gevergd. Uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting is besproken kan bovendien worden afgeleid dat eiser zelf naar het toilet kan en gebruik maakt van de beschikbare doucheruimte.

3.9. Vaststaat dat de bedden in PI [PI] vastgeklonken bakken zijn van circa 1,96 meter lang en 0,77 meter breed, waarin een matras ligt. Voorts staat vast dat gedaagde ten aanzien van het bed van eiser een houten constructie van pallets heeft geplaatst welke het matras moet optillen uit de bak. Op deze bak zijn planken neergelegd waardoor meer lengte ontstaat. Op deze planken zijn vervolgens twee matrassen op elkaar gelegd, met opvulstukken voor de lengte. Ook heeft gedaagde onweersproken naar voren gebracht dat eiser thans over een bed beschikt dat 0,9 meter breed is.

3.10. Dat de gestapelde matrassen niet zijn aangepast aan het gewicht van eiser en daarmee onvoldoende steun aan hem zullen bieden, komt de voorzieningenrechter niet onaannemelijk voor maar naar voorlopig oordeel heeft eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zijn rug-, schouder- en heupklachten het gevolg zijn van het (aangepaste) bed en de gestapelde matrassen. Zo heeft hij aangegeven dat hij al met medische klachten de gevangenis is ingegaan. Daarmee is onvoldoende aannemelijk geworden dat eiser vanwege het (aangepaste) bed dat hem in de penitentiaire inrichting ter beschikking staat met fysieke problemen wordt geconfronteerd.

3.11. Nu de directeur van de penitentiaire inrichting toestemming heeft gegeven voor de aanschaf van een passende stoel voor in de cel van eiser, is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat aan de opgeworpen bezwaren van eiser met betrekking tot zijn stoel in de cel in voldoende mate wordt tegemoet gekomen. Hoewel partijen verschillen van mening over de vraag waarom gedaagde nog niet is overgegaan tot aanschaf van deze stoel, gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat gedaagde zijn toezegging voor de aanschaf van een passende stoel op zeer korte termijn gestand zal doen.

Overige verblijfsfaciliteiten

3.12. De stelling van eiser dat door de gebrekkige faciliteiten van de penitentiaire inrichting de detentie voor eiser onredelijk zwaar wordt nu hij wordt gedwongen om bijna 24 uur per dag op zijn cel door te brengen, is onvoldoende aannemelijk geworden. Als niet weersproken staat vast dat eiser in beginsel aan alle activiteiten kan deelnemen. In dat kader is van belang dat als gevolg van zijn eigen keuze om niet te gaan sporten, hij alleen tijdens het sporten in zijn cel wordt gelaten. Gelet op de rechtspraak van de Centrale Raad voor Strafrechttoepassing is het insluiten geoorloofd nu alle PIW-ers nodig zijn voor het toezicht op de sport. Het betoog van eiser dat hij niet kan fitnessen omdat de apparaten zijn lichaamsgewicht niet zouden houden, maakt het voorgaande niet anders.

3.13. Weliswaar is niet in geschil dat eiser niet kan deelnemen aan arbeid zolang geen ergonomische aanpassingen hebben plaatsgevonden, maar onweersproken is aangevoerd dat eiser nimmer om vervangende arbeid heeft verzocht. Daar komt bij dat eiser gedurende de voor werk beschikbare tijd niet wordt ingesloten op zijn cel en zich vrij kan bewegen over de afdeling. Voorts is onvoldoende betwist dat eiser niet de mogelijkheid heeft tot een bezoek aan de bibliotheek en de recreatieruimte. Nu is toegestaan dat eiser zijn bezoek in een afzonderlijke ruimte kan ontvangen, kan het betoog van eiser op dit punt niet worden gevolgd. Aangezien het regime van luchten voor eiser is aangepast, inhoudende dat hij al eerder dan een uur naar binnen mag, is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat aan de opgeworpen bezwaren van eiser met betrekking tot het luchten in voldoende mate tegemoet wordt gekomen.

3.14. Tegen de achtergrond van het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, is onvoldoende gebleken dat sprake is van detentieongeschiktheid van eiser en dat zulks een inhumane situatie als bedoeld in artikel 3 EVRM oplevert. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat niet kan worden gezegd dat het gratieverzoek van eiser hoogstwaarschijnlijk zal slagen, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om tot schorsing van de detentie over te gaan. Dit onderdeel van de vordering zal dan ook worden afgewezen. Het voorgaande neemt niet weg dat separate voor eiser getroffen voorzieningen mogelijk voor verbetering vatbaar zijn, doch daarvoor staat eiser de hierna onder 3.17 vermelde rechtsgang ter beschikking.

3.15. Ook het onderdeel van de vordering dat strekt tot opschorting van de detentie van eiser, eventueel met bepaling dat het resterende deel van de gevangenisstraf moet worden uitgediend in de vorm van elektronische detentie, dient te worden afgewezen. Nog daargelaten of eiser aan de voorwaarden voor elektronische detentie voldeed, is met ingang van 1 juli 2010 de Circulaire Wijziging toepassing Elektronische Detentie ingetrokken. De overgangsbepaling is niet op eiser van toepassing nu hij niet tot de personen behoort die op 1 juli 2010 nog hun straf in Elektronische Detentie ondergaan dan wel een oproep van de Penitentiaire inrichting administratief (PIA) hebben ontvangen voor een intake Elektronische Detentie. Weliswaar zou elektronisch toezicht onderdeel kunnen uitmaken van een fasering naar een penitentiair programma, maar op grond van het bepaalde in artikel 4 lid 2 en 3 aanhef c van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) en artikel 7a van de Pm is dat thans nog niet aan de orde.

3.16. De vordering van eiser om het strafrestant in dagdetentie (naar de voorzieningenrechter begrijpt deelname aan het basis penitentiair programma) te ondergaan, is evenmin toewijsbaar nu dit is bedoeld voor gedetineerden met een strafrestant van minimaal vier tot maximaal acht weken. Nu 12 april 2012 de einddatum van de detentie van eiser is, zal dat, nadat een positieve beslissing tot deelname aan het basis penitentiair programma door de selectiefunctionaris is genomen, eerst mogelijk zijn vanaf medio februari 2012.

3.17. Voor zover eiser bezwaar maakt tegen hem onwelgevallige beslissingen van de directeur van de inrichting, indien en voor zover de directeur in zijn brief van 2 december 2010 geen gevolg heeft gegeven aan verzoeken van eiser tot aanpassing van zijn detentiesituatie, alsmede dat het dagprogramma van eiser in strijd is met artikel 3 Pm, geldt dat hij op grond van het bepaalde in artikel 60 Pbw beklag bij de beklagcommissie en zo nodig een beroepschrift bij de beroepscommissie van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) kan indienen. Deze commissies worden beschouwd als onafhankelijke rechterlijke instanties en procedures die daarbij aanhangig (kunnen) worden gemaakt, bieden daarom met voldoende waarborgen omklede rechtsgangen die de weg naar de burgerlijke rechter afsluiten. Nu die andere rechtsgangen bovendien op korte termijn tot rechterlijke beslissingen kunnen leiden, is voor een voorziening in kort geding geen plaats, ook niet met een beroep op de spoedeisendheid van de zaak. De stelling van eiser dat hij zowel bij de directeur van PI Breda als PI [PI] beklag heeft gedaan doch geen enkele reactie heeft ontvangen, maakt het voorgaande niet anders nu het op de weg van eiser had gelegen om aan te dringen op beslissingen van de directeuren van de betreffende penitentiaire inrichtingen. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat eiser niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het onder III gevorderde. Dit brengt mee dat de vordering tot betaling van een voorschot schadevergoeding zal worden afgewezen nu daarvoor geen rechtsgrond bestaat.

3.18. Eiser zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het gevorderde af;

- veroordeelt eiser in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van gedaagde begroot op € 1.384,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat, € 568,-- aan griffierecht;

- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.Th. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2011.

mn


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature