Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Appelschriftuur tijdig ingediend? De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN BK5516. Een per fax verzonden appelschriftuur die ter griffie van het gerecht is begonnen binnen te komen vóór 24.00 uur op de laatste dag van de ingevolge art. 410.1 Sv geldende termijn van 14 dagen na het instellen van het hoger beroep, moet worden aangemerkt als binnen deze termijn ingediend (vgl. voor een cassatieschriftuur HR LJN AA5880). Het Hof heeft vastgesteld dat de namens verdachte per fax ingediende appelschriftuur ter griffie van de Rechtbank is binnengekomen op 28 april 2009 om 17.12 uur. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is 's Hofs oordeel dat de appelschriftuur niet binnen de in art. 410.1 Sv genoemde termijn van 14 dagen is ingediend, onjuist.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



12 april 2011

Strafkamer

nr. 10/03145

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 29 december 2009, nummer 20/001368-09, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Noord-Brabant Noord, locatie Oosterhoek" te Grave.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. W.B.M. Bos, advocaat te Breda, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel keert zich tegen 's Hofs oordeel dat de appelschriftuur niet tijdig is ingediend.

2.2. Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich een akte rechtsmiddel, inhoudende dat op 14 april 2009 namens de verdachte door mr. A.W.A.P. Doesburg, advocaat te Breda, hoger beroep is ingesteld tegen het vonnis van de Rechtbank te Breda van 31 maart 2009.

2.3. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 4 augustus 2009 houdt onder meer het volgende in:

"De voorzitter deelt voorts mede dat de terechtzitting van heden een regiezitting betreft en dat de verdediging eventuele onderzoekswensen kan opgeven.

De raadsman van verdachte deelt desgevraagd het volgende mede.

Op 28 april 2009 heb ik een appelschriftuur ingediend waarin ik een tweetal onderzoekswensen uiteen heb gezet. Allereerst wil ik een zestal getuigen doen horen en ten tweede wil ik het openbaar ministerie laten opdragen om een aantal onderzoeken te laten uitvoeren, als weergegeven in bedoelde schriftuur.

(...)

De advocaat-generaal deelt desgevraagd het volgende mede.

Ik wil het hof wijzen op de datum van instellen hoger beroep en de datum van indiening van de appelschriftuur. Blijkens de faxregel op het voorblad is de appelschriftuur buiten de termijn van 14 dagen ingediend, immers na sluitingstijd van de griffie. Aldus moet het noodzaakcriterium worden gehanteerd bij de beoordeling van de geponeerde onderzoekswensen.

(...)

De raadsman reageert hierop als volgt.

(...)

Ten aanzien van een eventuele termijnoverschrijding bij het indienen van de appelschriftuur stel ik mij op het standpunt dat, als het uitgewerkte vonnis van de rechtbank nog niet voorhanden is, een overschrijding met één dag niet fataal hoeft te zijn. (...) Zelfs als het noodzaakcriterium dient te worden toegepast, hetgeen ik bestrijd, is het horen van deze getuigen van belang. Ik handhaaf onverkort mijn verzoeken.

(...)

De voorzitter deelt als beslissing van het hof het volgende mede.

De appelschriftuur is niet tijdig, immers niet binnen de in artikel 410, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn van 14 dagen, ingediend. Blijkens de faxregel op de appelschriftuur is deze op 28 april 2009 om 17.12 uur, in ieder geval ná 17.00 uur bij de griffie van de rechtbank Breda binnengekomen, terwijl de griffie vanaf 17.00 uur is gesloten. Nu de appelschriftuur niet tijdig is ingediend, dient het hof te beoordelen of de noodzaak aanwezig moet worden geacht om de in de verzoeken van de verdediging bedoelde onderzoekshandelingen op te dragen/te (doen) verrichten.

(...)

Ten aanzien van de overige door de raadsman opgegeven getuigen zal het verzoek worden afgewezen, nu de noodzaak daartoe niet is gebleken.

(...)"

2.4. Een op de voet van art. 410, derde lid, Sv door de verdachte bij schriftuur gedane opgave van te horen getuigen wordt ingevolge die bepaling aangemerkt als een opgave in de zin van art. 263, tweede lid, Sv. Nu een opgave in laatstbedoelde zin ook per fax kan worden gedaan, moet ook ten aanzien van een bij appelschriftuur gedane opgave van te horen getuigen worden geoordeeld dat deze bij fax kan worden gedaan (vgl. HR 2 maart 2010, LJN BK5516, NJ 2010/145). Voorts geldt dat een per fax verzonden appelschriftuur die ter griffie van het gerecht is begonnen binnen te komen vóór 24.00 uur op de laatste dag van de ingevolge art. 410, eerste lid, Sv geldende termijn van veertien dagen na het instellen van het hoger beroep, moet worden aangemerkt als binnen deze termijn ingediend (vgl. voor een cassatieschriftuur HR 23 mei 2000, LJN AA5880, NJ 2000/465).

2.5. Het Hof heeft vastgesteld dat de namens de verdachte per fax ingediende appelschriftuur ter griffie van de Rechtbank te Breda is binnengekomen op 28 april 2009 om 17.12 uur. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is 's Hofs oordeel dat de appelschriftuur niet binnen de in art. 410, eerste lid, Sv genoemde termijn van veertien dagen is ingediend, onjuist.

2.6. Het middel slaagt.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voor-zitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 12 april 2011.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature