Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Art. 8.1 Wet milieubeheer, art. 37 en 45 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en art. 2 Honden- en kattenbesluit 1999.

Uitspraak



Parketnummer: 20-002065-08

Uitspraak: 21 december 2010

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische kamer van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 29 mei 2008 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 01/875054-05 en 01/995641-07, tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1981],

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de eerste rechter zal bevestigen.

Door en namens verdachte is vrijspraak ten aanzien van alle onder de parketnummers 01/875054-05 en 01/995641-07 ten laste gelegde feiten bepleit.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 01-875054-05

1.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 15 februari 2005 te Deurne, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, al dan niet opzettelijk, zonder daartoe verleende vergunning, een of meer in of op de/het perce(e)l(en) [adres 1] en/of [adres 2] gelegen inrichting(en) voor ondermeer het houden van dieren, zijnde (een) inrichting(en) genoemd in Categorie 8 van de bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer behorende Bijlage I, heeft veranderd of de werking daarvan heeft veranderd door daar honden te houden en/of te fokken, of

ten aanzien van die verandering(en) in werking heeft gehad;

2.

zij in of omstreeks de periode van 1 november 2002 tot en met 15 februari 2005 in de gemeente Deurne, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk de/een hondenpaspoort(en), zijnde hondenpaspoort(en) (een) geschrift(en) dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, althans heeft vervalst hebbende zij, verdachte en/of haar mededader(s), toen daar opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid dat/die paspoort(en) voorzien van een stempel van een dierenarts [dierenarts 1] als ware het een paspoort opgemaakt door een dierenarts en/of daarin valse informatie opgenomen met betrekking tot ras, gezondheid en/of toegediende entingen, met het oogmerk om voormeld(e) paspoort(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door een ander of anderen te doen gebruiken;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij in of omstreeks de periode van 1 november 2002 tot en met 15 februari 2005 te Deurne meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e) hondenpaspoort(en), - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken telkens hierin dat dat/die paspoort(en) als bewijsstuk voor gezondheid, enting en/of afstamming bij het afleveren van die hond werd afgegeven en bestaande die valsheid of vervalsing telkens hierin dat daarin was geplaatst een stempel van een dierenarts niet zijnde de dierenarts die de bijbehorende hond(en) had, althans zou hebben geënt en/of de vermelding van (een) enting(en) die niet had(den) plaatsgevonden en/of de vermelding van foutieve gegevens omtrent ras en/of gezondheidsstaat van de bijbehorende hond(en);

3.

zij in of omstreeks de periode van 1 november 2002 tot en met 15 februari 2005 te Deurne, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer (potentiële) koper(s) van (een) hond(en) heeft bewogen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of haar mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- aan een of meer van die bedoelde (potentiële) koper(s) een hondenpaspoort getoond en/of afgegeven met een stempel van een dierenarts ([dierenarts 1]) welk stempel door of namens hem, verdachte en/of haar mededader(s), in elk geval niet door die dierenarts ([dierenarts 1]) was geplaatst en/of een hondenpaspoort getoond en/of afgegeven dat niet bij de te kopen althans gekochte hond behoorde en/of

- aan een of meer van die bedoelde (potentiële) koper(s) meegedeeld dat die hond(en) ingeënt was/waren en/of gezond waren en/of in huiselijke kring waren opgegroeid en/of aan kinderen en/of andere dieren gewend waren, en/of

- aan een of meer van bedoelde (potentiële) koper(s) meegedeeld dat de door hen te kopen hond(en) drachtig was/waren en weldra zou(den) werpen waardoor bedoelde potentiële koper(s) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4.

zij te Deurne, Sterksel en/of Heythuysen, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, als houder van een of meer dieren, te weten paarden en/of honden, aan dat/die dier(en) de nodige verzorging heeft onthouden, hebbende zij en/of voornoemde ander(en) toen

te Deurne op het adres [adres 1]

in de periode van 22 februari 2005 tot en met 31 maart 2005, in elk geval op of omstreeks 22 februari 2005 meerdere paarden gehouden, in een wei zonder of met onvoldoende voer, water en/of schuilmogelijkheid, in elk geval in een wei die niet voor het houden van paarden geschikt was en/of die leden aan schurft, luis en/of wormeieren en/of waarvan de hoeven niet tijdig bekapt waren en/of

in of omstreeks de periode van 19 januari 2004 tot en met 22 februari 2005, in elk geval op of omstreeks 22 februari 2005, meerdere honden gehouden die aan oormijt leden en/of in een met Parvo besmette omgeving en onvoldoende ondernomen om die omgeving Parvo vrij te krijgen en/of

te Heythuysen

op 4 maart 2005 paarden gehouden met wonden veroorzaakt door prikkeldraad en/of die mager waren en/of die onvoldoende voer en/of water hadden;

Parketnummer 01/995641-07

1.

zij op of omstreeks 20 februari 2006, in de gemeente Deurne, bedrijfsmatig honden heeft verkocht, ten verkoop in voorraad heeft gehad en/of heeft gefokt ten behoeve van de verkoop en/of aflevering van de nakomelingen terwijl die activiteiten niet werden verricht in een bij de Minister van LNV als zodanig aangemelde bedrijfsinrichting, asiel en/of pension;

2.

zij in of omstreeks de periode van 20 februari 2006 tot en met 24 februari 2006 te Deurne, Liessel en/of Heythuysen als houder van een of meer dieren, te weten 24, in elk geval een aantal honden en/of twee, in elk geval een paard(en), aan dat/die dier(en) de nodige verzorging heeft onthouden, immers

- beschikten die honden niet over voldoende vers drinkwater en/of juiste voeding en/of verbleven die honden in met uitwerpselen verontreinigde, natte en/of onhygiënische ruimten en/of

- was een paard (met transpondernr 528 210000510636) ernstig kreupel en/of vermagerd en/of

- had een paard (met transpondernr 985 100006524802) scheuren in de hoeven en/of was dat paard kreupel en/of had dat paard regeneczeem, een oude wond en een schimmelplek;

3.

zij op of omstreeks 20 februari 2006, te Deurne, toen de aldaar dienstdoende [verbalisant 1], brigadier van politie en/of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 3] (beiden) hoofdagent van politie, haar in het kader van de handhaving der orde ter gelegenheid van ambtsverrichtingen als bedoeld in artikel 124 van het Wetboek van Strafvordering wilde (n) (doen) verwijderen en tot de afloop der ambtsverrichtingen in verzekering (doen) houden en haar daartoe hadden vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde haar weg te voeren van die plaats van ambtsverrichtingen, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening zijner/hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig te trekken in een andere richting als waarin genoemde opsporingsamtena(a)r(en) haar trachtten te brengen en/of door te schoppen tegen het/de be(e)n(en) van die opsoringsamtena(a)r(en).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof is van oordeel dat bij gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen niet kan worden bewezen dat verdachte het ten aanzien parketnummer 01/875054-05 onder feit 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten aanzien van parketnummer 01/875054-05 onder feit 1, feit 2 subsidiair, feit 3 en feit 4 en ten aanzien van parketnummer 01/995641-07 onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Parketnummer 01-875054-05

1.

zij in de periode van 1 januari 2003 tot en met 15 februari 2005 te Deurne, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk, zonder daartoe verleende vergunning, een op het perceel [adres 1] gelegen inrichting voor ondermeer het houden van dieren, zijnde een inrichting genoemd in Categorie 8 van de bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer behorende Bijlage I, heeft veranderd door daar honden te houden;

2 subsidiair.

zij in de periode van 1 november 2002 tot en met 15 februari 2005 te Deurne meermalen, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals of vervalst hondenpaspoort, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat dat paspoort als bewijsstuk voor gezondheid, enting en/of afstamming bij het afleveren van die hond werd afgegeven en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat daarin was geplaatst een stempel van een dierenarts niet zijnde de dierenarts die de bijbehorende hond had geënt en/of de vermelding van een enting die niet had plaatsgevonden en/of de vermelding van foutieve gegevens omtrent ras en/of gezondheidsstaat van de bijbehorende hond;

3.

zij in de periode van 1 november 2002 tot en met 15 februari 2005 te Deurne, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, (potentiële) koper(s) van (een) hond(en) heeft bewogen tot de afgifte van geld, hebbende verdachte en/of haar mededader met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- aan bedoelde (potentiële) koper(s) een hondenpaspoort getoond en afgegeven met een stempel van een dierenarts ([dierenarts 1]) welk stempel niet door die dierenarts ([dierenarts 1]) was geplaatst en/of een hondenpaspoort getoond en afgegeven dat niet bij de te kopen althans gekochte hond behoorde en/of

- aan bedoelde (potentiële) koper(s) meegedeeld dat die hond(en) ingeënt was/waren en/of gezond waren en/of in huiselijke kring waren opgegroeid en/of aan kinderen en/of andere dieren gewend waren waardoor bedoelde potentiële kopers werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4.

zij te Deurne en Heythuysen, tezamen en in vereniging met een ander, als houder van dieren, te weten paarden en honden, aan die dieren de nodige verzorging heeft onthouden, hebbende zij en voornoemde ander toen

te Deurne op het adres [adres 1]

in de periode van 22 februari 2005 tot en met 31 maart 2005, paarden gehouden, in een wei zonder of met onvoldoende voer, water en/of schuilmogelijkheid en die leden aan schurft, luis en/of wormeieren en/of waarvan de hoeven niet tijdig bekapt waren en

in de periode van 19 januari 2004 tot en met 22 februari 2005, meerdere honden gehouden in een met Parvo besmette omgeving en onvoldoende ondernomen om die omgeving Parvo vrij te krijgen en

te Heythuysen op 4 maart 2005 paarden gehouden met wonden veroorzaakt door prikkeldraad en/of die mager waren en/of die onvoldoende voer en/of water hadden;

Parketnummer 01/995641-07

1.

zij omstreeks 20 februari 2006, in de gemeente Deurne, bedrijfsmatig honden ten verkoop in voorraad heeft gehad terwijl die activiteiten niet werden verricht in een bij de Minister van LNV als zodanig aangemelde bedrijfsinrichting, asiel en/of pension;

2.

zij in de periode van 20 februari 2006 tot en met 24 februari 2006 te Liessel en Heythuysen als houder van dieren, te weten twee paarden, aan die dieren de nodige verzorging heeft onthouden, immers

- was een paard (met transpondernr 528 210000510636) ernstig kreupel en

- had een paard (met transpondernr 985 100006524802) scheuren in de hoeven en was dat paard kreupel en had dat paard regeneczeem, een oude wond en een schimmelplek;

3.

zij op 20 februari 2006, te Deurne, toen de aldaar dienstdoende [verbalisant 1], brigadier van politie en [verbalisant 2] en [verbalisant 3] (beiden) hoofdagent van politie, haar in het kader van de handhaving der orde ter gelegenheid van ambtsverrichtingen als bedoeld in artikel 124 van het Wetboek van Strafvordering wilden verwijderen en tot de afloop der ambtsverrichtingen in verzekering houden en haar daartoe hadden vastgegrepen, teneinde haar weg te voeren van die plaats van ambtsverrichtingen, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig te trekken in een andere richting als waarin genoemde opsporingsambtenaren haar trachtten te brengen en door te schoppen tegen de benen van die opsporingsambtenaren.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan wordt vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

A.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

B.

Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep ten verweer betoogd dat verdachte van alle onder de parketnummers 01/875054-05 en 01/995641-07 ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken. Daartoe is per ten laste gelegd feit het volgende aangevoerd.

C

Parketnummer 01/875054-05

Ten aanzien van feit 1:

Door en namens de verdachte is aangevoerd dat er geen sprake is geweest van het veranderen van een inrichting nu er slechts sprake was van het hobbymatig houden van honden in de periode van 1 januari 2003 tot en met 15 februari 2005.

C.1

Dienaangaande overweegt het hof als volgt.

Ten tijde van het bewezen verklaarde luidde artikel 8.1 van de Wet milieubeheer , voor zover van belang, als volgt:

“1. Het is verboden zonder daartoe verleende vergunning een inrichting:

a.(…);

b. te veranderen of de werking daarvan te veranderen;

(…).

C.2

Op grond van artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer , zoals dat luidde ten tijde van het bewezen verklaarde, moet onder een "inrichting" worden verstaan: “elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht”.

C.3

Uit het dossier blijkt dat voor het perceel [adres 1] te Deurne op 1 juni 1999 een milieuvergunning is afgegeven voor een rundvee en varkenshouderij.

C.4

Uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat op het onderhavige perceel bij controles werden aangetroffen een groot aantal honden en pups van verschillende rassen en stallen die waren ingericht voor het huisvesten van de honden. Er werden op de site marktplaats regelmatig advertenties geplaatst waarbij pups te koop werden aangeboden. Tevens bevinden zich in het dossier een groot aantal verklaringen van getuigen/aangevers waaruit naar voren komt dat zowel verdachte als haar vader [medeverdachte 1] betrokken waren bij de verkoop van pups.

C.5

Het hof neemt bij de vraag of sprake is geweest van bedrijfsmatig handelen door verdachte tevens in aanmerking de verklaring van dierenarts [dierenarts 2], afgelegd bij de politie op 24 maart 2005 (p. 194 ev.), inhoudende als volgt:

“- Hoeveel honden heeft [verdachte] gemiddeld op zijn terrein zitten?

Ik kan alleen praten voor de [adres 1]. Ik schat dat er ca. 25 honden rondlopen. Dit betreft dat waarschijnlijk fokmateriaal.

- Wat voor rassen houdt [verdachte]?

Duitse doggen, dwergpinksters, Jack Russelterriers, Labrador en retrievers, dus voornamelijk rassen die gewild zijn.

- Wat doet [verdachte] met deze honden?

Fokken en verkopen, dus voor de handel, vooral particulier.

- Hoe vaak lagen er nestjes jonge honden bij [verdachte]? Hoe groot waren die nestjes? Om hoeveel honden ging het ongeveer op jaarbasis?

Ik schat dat er iedere maand wel een nestje lag. De nest grootte varieert van 2 tot 10 stuks. Ik denk dat er op jaarbasis ca. 100 pups geboren en verkocht werden.”

C.6

Uit het proces-verbaal van bevindingen met nummer 25003, opgemaakt door [verbalisant 4] en [verbalisant 5], beiden ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst d.d. 14 maart 2005 (p. 1950 ev.), blijkt dat op 22 februari 2005 onderzoek is gedaan op het adres [adres 1] te Deurne naar de naleving van de regelgeving met betrekking tot het Honden- en kattenbesluit 1999. Op genoemde locatie werden in meerdere stallen in totaal 25 honden aangetroffen. In een hok waren zes pups van ongeveer zeven weken oud aanwezig. In een andere hok waren 11 pups van ook ongeveer zeven weken oud aanwezig. Aan de achterzijde van de schuur werden vier honden van ongeveer zes maanden oud aangetroffen.

C.7

De aangetroffen hoeveelheden honden, de huisvesting van de honden, de verklaring van dierenarts [dierenarts 2] en de overige genoemde omstandigheden gaat naar het oordeel van het hof een normaal particulier bezit te boven. Het hof is van oordeel dat er sprake is van het bedrijfsmatig houden van honden zodat gesproken kan worden van een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer .

Naar het oordeel van het hof levert het voorgaande het wettig en overtuigend bewijs dat verdachte zonder daartoe verleende vergunning de inrichting, zijnde immers een rundvee en varkenshouderij, heeft veranderd. Het verweer wordt mitsdien verworpen.

D.

Ten aanzien van feit 2 en feit 3:

Door de verdediging is betoogd dat vrijspraak ten aanzien van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde zou moeten volgen. Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde heeft verdachte verklaard dat zij in een aantal gevallen mogelijk vervalste paspoorten heeft afgegeven, doch zij daar niet van op de hoogte is geweest, zodat tevens geen sprake is van het opzettelijk gebruik maken van valse of vervalste paspoorten.

De raadsman heeft voorts bepleit dat verdachte van het onder 3 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, nu verdachte betwist de kopers van de honden te hebben opgelicht, op een wijze zoals omschreven in de tenlastelegging.

D.1

Ten aanzien van het onder 2 subsidiair en onder 3 ten laste gelegde overweegt het hof als volgt.

Uit het proces-verbaal van bevindingen (nummer 26391) met bijlagen, opgemaakt door

[verbalisant 6], ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst, d.d. 27 december 2004

(p. 617 ev.), is het navolgende gebleken.

Bij de AID Zuid Nederland, afdeling Deurne-Asten-Someren en de Landelijke Inspectie Dierenbescherming zijn in het voorjaar van 2003 een aantal klachten binnengekomen met betrekking tot het ter verkoop aanbieden van honden(pups) met een kennelijk valselijk opgemaakt dierenpaspoort.

D.2

Door de stafmedewerker Veterinaire Zaken van de KNMvD, [medewerker KNMvD], is op 5 maart 2003 en op 4 juni 2003 een (schriftelijke) verklaring afgelegd met betrekking tot het in omloop zijn van vervalste dierenpaspoorten. Vanaf eind 2002 zouden er op het secretariaat van de KNMvD regelmatig meldingen binnen zijn gekomen van vervalste dierenpaspoorten. Het zou altijd gaan om een redelijk goede kleurenkopie van het originele dierenpaspoort. In de meeste gemelde gevallen zouden de boekjes zijn afgetekend en gestempeld door dierenarts [dierenarts 1] te Poppel (België). Tegenover de KNMvD heeft [dierenarts 1] verklaard dat hij al enkele jaren niet meer als praktiserend dierenarts werkzaam was en bovendien dat het adres op de stempel ook al sinds lange tijd niet meer als praktijkpand gebruikt werd. [dierenarts 1] verklaarde dat de in de dierenpaspoorten aanwezige stempelafdrukken en de daarover geplaatste handtekeningen niet door hem waren geplaatst. [dierenarts 1] verklaarde tevens aangifte te hebben gedaan bij de politie in België van misbruik van zijn dierenartsstempel. De KNMvD heeft getracht te achterhalen van welke fokker de pups van de vervalste paspoorten afkomstig waren. Uit onderzoek bleek dat de meldingen van de valse paspoorten allemaal hoorden bij pups afkomstig van de familie [verdachte] uit Deurne. Het zou gaan om meer dan 20 meldingen van valse paspoorten. In de meeste gevallen waren de paspoorten voorzien van een stempel met daarin de naam [dierenarts 1], dierenarts te Poppel.

D.3

Vervolgonderzoek naar de gedupeerden resulteerde in 26 aangiften/klachten/meldingen ter zake oplichting, valsheid in geschrifte en overtreding van het Honden- en kattenbesluit 1999, gepleegd in de periode tussen juli 2002 en december 2005, alsmede meerdere meldingen van benadeelde personen, die bij de verdachten [medeverdachte 1] en/of [verdachte] een pup of meerdere pups hadden gekocht. De pups bleken kort na de aankoop ziek te zijn en kwamen in veel gevallen te overlijden.

Tevens is in de aangiften meerdere malen melding gemaakt van het verstrekken door de verdachten van een vals of vervalst hondenpaspoort. De paspoorten zouden in strijd met de waarheid vermeldden dat de pups waren ingeënt en tevens zouden er onjuiste gegevens in de paspoorten staan met betrekking tot ras en gezondheid van de pups. De kopers zijn via advertenties op internet bij de verdachten [verdachte] terechtgekomen. De honden (pups) werden zowel door verdachte, als door haar vader [medeverdachte 1] verkocht. In hoofdzaak werden de honden (pups) verkocht door of middels verdachte. Mondeling dan wel via de advertenties werd de kopers beloofd dat de pups gevaccineerd en ontwormd zouden zijn, dat zij in het bezit zouden zijn van een gezondheidsverklaring, dat zij in huiselijke kring zouden zijn opgegroeid en dat zij aan kinderen en huisdieren gewend zouden zijn.

Uit het dossier blijkt dat verdachte en/of haar mededader door de gedane mededelingen een onjuiste voorstelling van zaken hebben gegeven ten opzichte van de werkelijke situatie van de pups.

Aan de houder/eigenaar van een pup wordt, zo mag als feit van algemene bekendheid worden aangenomen, na de eerste vaccinatie en/of ontworming een hondenpaspoort verstrekt. Onderhavige pups waren afkomstig uit nesten van het terrein van de familie [verdachte], en zo blijkt uit het dossier werden door verdachte verkocht met hondenpaspoorten waarin in strijd met de waarheid was vermeld dat de betreffende honden waren ingeënt.

D.4

Gelet op bovenstaande feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte wetenschap heeft gehad van het feit dat de litigieuze paspoorten vervalst dan wel valselijk opgemaakt waren. Deze paspoorten bevatten immers voor verdachte en haar mededader kenbaar onjuiste gegevens zoals een stempel van een dierenarts die niet bij de afgifte van het paspoort betrokken was. Nu deze paspoorten tevens opzettelijk door verdachte en haar mededader zijn gebruikt als middel tot misleiding van derden kan het onder 2 subsidiair ten laste gelegde bewezen worden verklaard.

D.5

Uit vorenstaande gang van zaken volgt naar het oordeel van het hof tevens dat verdachte door de in de bewezenverklaring van feit 3 weergegeven oplichtingsmiddelen de (potentiële) kopers van honden heeft bewogen tot afgifte van geld.

D.6

Het hof zal verdachte vrijspreken van het laatste onderdeel van de tenlastelegging van feit 3, te weten dat verdachte in strijd met de waarheid zou hebben medegedeeld dat de te kopen hond drachtig zou zijn, nu er onvoldoende bewijs voorhanden is dat deze mededeling onjuist is geweest.

Voor het overige worden de verweren van de raadsman verworpen.

E

Ten aanzien van feit 4:

De verdachte heeft ter verdediging aangevoerd dat zij van mening is dat de paarden en honden niet in verwaarloosde staat waren en dat zij niet de nodige verzorging aan de dieren heeft onthouden.

E.1

Dienaangaande overweegt het hof als volgt.

E.1.1

• Met betrekking tot de paarden te Deurne.

Uit het proces-verbaal van de Stichting Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming d.d.

3 maart 2005 (p. 1890-1892) is gebleken dat op 22 februari 2005 een opsporingsactie heeft plaatsgevonden op het perceel aan de [adres 1] te Deurne tegen de verdachten [medeverdachte 1] en [verdachte]. Daarbij zijn een koppel van ongeveer 20 paarden en pony’s bekeken die in eigendom toebehoorde aan genoemde verdachten.

Dierenarts [dierenarts 3] heeft de gezondheidstoestand van de dieren beoordeeld en geconcludeerd dat aan vijf van deze dieren, te weten drie paarden en twee pony’s, de nodige verzorging was onthouden. Uit de diergeneeskundige verklaring (p. 1893) komt naar voren dat de paarden en pony’s uitgemergeld, dan wel vermagerd waren, een slechte vacht hadden, ernstige regenschurft hadden en/of te lange tonen hadden.

Naar aanleiding van bovenstaande heeft op 8 maart 2005 een hercontrole plaatsgevonden op genoemd adres (p. 1908). De verbalisanten stelden middels telling vast dat er 19 paarden op het perceel liepen en voorts:

- dat op ongeveer de helft van het perceel veel plassen water en modderpoelen lagen;

- dat de aanwezige paarden niet over een toereikende hoeveelheid schoon water konden beschikken;

- dat geen drinkbak of andere drinkwatervoorziening in het voornoemd perceel stond;

- dat van enige grasgroei op voornoemd perceel geen sprake was;

- dat het gehele terrein zeer drassig was met uitzondering van het beboste gedeelte;

- dat de helft van voornoemd perceel was bezaaid met bouwpuin en stukken plastic;

- dat er geen beschuttingsplek voor de paarden aanwezig was, alleen een paar bomen.

Dierenarts [dierenarts 4] constateerde op 9 maart 2005 dat vijf van de 19 aanwezige paarden in een zeer schrale conditie waren. Drie van deze paarden verkeerden in zo’n schrale conditie dat ze acute verzorging nodig hadden. Voorts constateerde [dierenarts 4] dat de hoefverzorging van alle 19 genoemde paarden te wensen overliet. [dierenarts 4] concludeerde dat bovengenoemd perceel duidelijk niet voldeed aan de minimale eisen voor het houden van paarden.

Op 11 maart 2005 heeft dierenarts [dierenarts 5] het betreffende perceel geïnspecteerd en de paarden bekeken (p. 1930 ev.). Hij verklaarde dat het terrein ongeschikt was voor het houden van dieren wegens het ontbreken van geschikt voer, geschikt water en een groot risico voor verwondingen en worminfecties (door ontbreken van gras en hoge bezettingsgraad). Gelet op het feit dat het terrein drassig was en er geen schutstal aanwezig was konden niet alle dieren droog liggen en staan. Voornoemde dierenarts heeft verklaard dat naar zijn mening sprake is het onthouden van de nodige verzorging door het houden van paarden in of op een dergelijk terrein. Ten aanzien van de conditie van de paarden en pony’s heeft [dierenarts 5] verklaard dat alle dieren in het algemeen een te schrale conditie hadden en voorts onbehandelde infecties met ectoparasieten (schurft en luis). Ook zouden veel paarden en pony’s achterstallige hoefverzorging hebben.

Voorts heeft [dierenarts 5] op 12 maart 2005 schriftelijk verklaard (p. 1935) dat het mengmonster mest genomen van de door hem onderzochte in beslaggenomen paarden zeer ernstig besmet was met wormeieren.

E.1.2

• Met betrekking tot de paarden te Heythuysen.

Uit het proces-verbaal van bevindingen (met nummer 25192) van de Algemene Inspectiedienst d.d. 7 maart 2005 (p. 2012 ev.) is gebleken dat op 4 maart 2005 een controle heeft plaatsgevonden op het perceel gelegen aan de Heibloem te Heythuysen. Dit perceel bouwland is eigendom van [medeverdachte 1], zijnde de vader van verdachte. Middels telling stelden de verbalisanten vast dat er 16 paarden op voornoemd perceel liepen. De verbalisanten zagen dat de paarden geen voer en geen toereikende hoeveelheid schoon water ter beschikking hadden en dat de paarden ook niet op een andere wijze aan hun behoeften aan water konden voldoen. Tijdens de controle zagen de verbalisanten dat er her en der verspreid over het perceel lange stukken oud prikkeldraad lagen. De 16 genoemde paarden zijn individueel geïnspecteerd door keuringsdierenarts [dierenarts 6] en voor twee van de paarden is een diergeneeskundige verklaring opgemaakt. Hieruit is gebleken dat beide paarden oude exudatieve draadwonden hadden en dat deze wonden waarschijnlijk waren veroorzaakt door het vele op het terrein liggende prikkeldraad.

Ten aanzien van het onthouden van de nodige verzorging aan de paarden door verdachte neemt het hof tevens in de aanmerking de verklaring van [medeverdachte 2] (zijnde de broer van verdachte), afgelegd bij de politie d.d. 12 april 2005 (p. 517-519), inhoudende als volgt:

“Ik weet dat [verdachte] ook een eigen handel heeft in paarden. Ze deed dit samen met mijn vader. (…) Ik weet dat [verdachte] en mijn vader de paarden voerde. Ik vind wel dat ze regelmatig te weinig gevoerd werden, ik weet dit omdat ik zelf heb gezien dat 1 kar hooi te weinig is voor 20 paarden. Dit staat niet in verhouding. (…) Ik heb ook zelf gezien dat de paarden niet goed bekapt waren. (…) Ik heb ook nooit een hoefsmid op ons bedrijf gezien.”

E.1.3

• Met betrekking tot de honden.

Op 22 februari 2005 zijn op het bedrijf aan de [adres 1] te Deurne 26 honden in beslaggenomen (p. 1964). Uit de verklaring van [naam beheerster], beheerster van het dierenasiel [naam asiel] te Almelo, waar een aantal van de honden is ondergebracht, is gebleken dat twee pups zijn overleden met als doodsoorzaak Parvo (p. 1962-1963).

Ook uit diverse aangiften (onder andere zaak 12, 14, 15 en 20) is gebleken dat honden zijn overleden met diagnose Parvo-infectie.

Dierenarts [dierenarts 2] heeft op 24 maart 2005 tegenover de politie onder meer de navolgende verklaring afgelegd met betrekking tot de vraag of op het terrein van [verdachte] besmettelijke ziekten heersten:

“Er is door Intervet ongeveer anderhalf jaar geleden Parvo vastgesteld op het bedrijf van [verdachte]. Ik als dierenarts heb geadviseerd om een tijdje geen honden te houden om zo de cyclus te doorbreken. Dit advies is ook door Intervet aan mij gegeven. Dit stilleggen van de handel was niet direct een optie die [medeverdachte 1] en [verdachte] de beste oplossing vonden. Ze dachten dat het toch terug zou komen.”

Naar het oordeel van het hof staat vast dat sprake is geweest van een met Parvo besmette omgeving. Zelfs na het advies van dierenarts [dierenarts 2] om een tijdje geen honden te houden om verdere besmetting te voorkomen is verdachte doorgegaan met het fokken van hondenpups.

Gelet hierop acht het hof bewezen dat verdachte onvoldoende maatregelen heeft ondernomen om de omgeving Parvo vrij te krijgen.

F.

Alles overziende acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren , zoals ten laste gelegd.

De verweren van de raadsman worden derhalve verworpen.

G.

Parketnummer 01/995641-07

Ten aanzien van feit 1:

Door de raadsman is aangevoerd dat verdachte betwist dat zij op 20 februari 2006 het Honden- en kattenbesluit 1999 heeft overtreden, aangezien er geen sprake was van bedrijfsmatige exploitatie van honden.

G.1

Het hof overweegt als volgt.

Uit het Algemeen proces-verbaal zaak 1 (nummer PL2219/001917) van Regiopolitie Brabant Zuid-Oost, Regionale Milieurecherche, opgemaakt door [verbalisant 7], brigadier van politie, d.d. 12 april 2006 (p. 133-142) is het navolgende gebleken.

Op 22 februari 2005 werd door de Regionale Milieurecherche een onderzoek ingesteld op onder meer de locatie [adres 1] te Deurne. Uit dit onderzoek bleek dat handel in honden en paarden werd gedreven door verdachte en haar vader [medeverdachte 1]. Uit raadpleging van het I&R systeem van de Gezondheidsdienst voor Dieren bleek dat voornoemd adres niet geregistreerd stond voor de diersoort ‘hond’, zodat deze inrichting niet was aangemeld als een inrichting als bedoelt in artikel 3, eerste lid, van het Honden- en Kattenbesluit 1999 .

Op 4 januari 2006 is door [verbalisant 6], ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst,

de internetsite www.marktplaats.nl geraadpleegd. Hierbij heeft hij vier advertenties aangetroffen waarin Duitse Dog (€395,-), Labrador (€250,-), Boomer (€225,-) en een kruising hondenpups te koop werden aangeboden. De data van plaatsing van de advertenties betrof 29 december 2005, 27 december 2005, 13 december 2005 en 16 december 2005 onder vermelding van de telefoonnummers [telefoonnummer 1] en/of [telefoonnummer 2]. Van deze advertenties had [verbalisant 6] het vermoeden dat deze van de familie [verdachte] afkomstig waren.

Op 1 februari 2006 is door [verbalisant 6] wederom de genoemde internetsite geraadpleegd. [verbalisant 6] heeft daarbij weer vier, andere dan voornoemde, advertenties aangetroffen, waarvan ook het vermoeden bestond dat deze afkomstig waren van de familie [verdachte].

In de advertenties werden Duitse Dog (€250,-), Maltezer Leeuwtjes (€250,-) en Boomer (€250,-) pups te koop aangeboden. De advertenties waren geplaatst op 23 januari 2006, 6 januari 2006, 20 december 2005 en 20 januari 2006 onder vermelding van de telefoonnummers [telefoonnummer 1] en/of [telefoonnummer 2].

Bij raadpleging van de internetsite www.speurders.nl trof [verbalisant 6] vervolgens op

7 februari 2006 vier advertenties aan, geplaatst op 10 en 17 november 2005, waarin Labrador (€175,-), Boomer (€225,-) en Maltezer Leeuwtjes (€225,-) pups te koop werden aangeboden. In deze advertenties werd de plaatsnaam Someren opgenomen alsmede het telefoonnummer [telefoonnummer 2]. Wederom was er het vermoeden dat deze advertenties van de familie [verdachte] afkomstig waren.

Op 10 februari 2006 werd op de internetsite www.marktplaats.nl één advertentie aangetroffen, waarin Jack Russell pups te koop werden aangeboden voor €199,-. In de advertentie werd het [telefoonnummer 1] opgenomen.

Door [verbalisant 6] werden de twee voornoemde telefoonnummers middels de internet zoekmachine google.nl bevraagd. Hieruit werd op het telefoonnummer [telefoonnummer 2] een verwijzing aangetroffen naar een inmiddels verwijderde advertentie van Labrador pups, waarbij werd aangegeven: “[familie naam], [telefoonnummer 2], woonplaats Someren, Noord-Brabant”. Hierbij is door [verbalisant 6] opgemerkt dat hij er ambtshalve mee bekend is dat verdachte [verdachte] een relatie heeft met [partner verdachte], te Someren.

Door de Stichting Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming werden bij bevraging van het [telefoonnummer 1] op de internetsite www.marktplaats.nl in de maand februari 2006 drie advertenties aangetroffen waarin Jack Russell (€175,-), bruine Labrador (€250,-) en blonde Labrador (€250,-) pups werden aangeboden. De betreffende advertenties waren geplaatst op 9 februari 2006, 10 februari 2006 en 11 februari 2006 met vermelding van [telefoonnummer 1].

Op 22 februari 2006 werd door [verbalisant 6] nogmaals de voornoemde internetsite geraadpleegd waarbij middels de zoekmachine het [telefoonnummer 1] werd bevraagd. Hierbij trof [verbalisant 6] drie advertenties aan, waarin Labradorpups te koop werden aangeboden voor €250,-. De advertentie was geplaatst op 29 december 2005 onder vermelding van de telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2].

Op 20 februari 2006 werd door de Regio Politie Brabant Zuid-Oost, de Algemene Inspectiedienst en de Stichting Landelijk Inspectiedienst Dierenbescherming een onderzoek ingesteld in de inrichting aan de [adres 1] te Deurne.

G.2

Bij de controle werden in één van de stallen vijf hokken aangetroffen die waren ingericht voor het huisvesten van honden. In twee van de hokken werden in totaal vier honden aangetroffen, namelijk twee Jack Russell pups, een Golden Retriever pup en een nagenoeg volwassen Kooiker hond. Tegen een andere stal van de inrichting werden ongeveer 12 open rennen aangetroffen die waren ingericht voor het huisvesten van honden. In twee van deze open rennen werden honden aangetroffen, te weten vier Labrador Retriever pups en een volwassen American Bulldog met tien pups. Op een afgerasterd stuk grond achter de woning werden vier volwassen Boxers en een Cavellier King Charles Spaniel aangetroffen.

G.3

Gelet op bovengenoemde omstandigheden is het hof van oordeel dat verdachte omstreeks

20 februari 2006 bedrijfsmatig honden ten verkoop in voorraad heeft gehad, terwijl deze activiteiten niet werden verricht bij een als zodanig aangemelde bedrijfsinrichting, asiel en/of pension. Anders dan de verdediging is het hof van oordeel dat de vastgestelde handelsactiviteiten van verdachte het particulier karakter verre te boven zijn gegaan.

Het hof neemt daarbij in het bijzonder in aanmerking de omvang van de aangetroffen inrichting, de aanzienlijke hoeveelheid aangetroffen honden en diversiteit van de honden, de diverse advertenties en de frequentie van adverteren.

Het verweer wordt mitsdien verworpen.

H.

Ten aanzien van feit 2:

Door de raadsman is betoogd dat verdachte betwist zich schuldig te hebben gemaakt aan het onthouden van verzorging aan honden en paarden in de periode van 20 februari 2006 tot en met 24 februari 2006. Daartoe is - kort gezegd - aangevoerd dat uit de stukken niet is gebleken dat sprake was van verwaarloosde honden en paarden.

H.1

Het hof overweegt als volgt.

Met de verdediging is het hof van oordeel dat er onvoldoende bewijs voorhanden is om bewezen te verklaren dat verdachte gedurende de ten laste gelegde periode de nodige verzorging aan de honden heeft onthouden.

De verdachte zal derhalve van dit gedeelte van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

H.2

Met betrekking tot het paard met transpondernummer 985 100006524802 acht het hof van belang het proces-verbaal van bevindingen met nummer 32248 van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, met bijlagen (p. 530-546). Hieruit is gebleken dat het paard met voornoemd chipnummer door dierenarts [dierenarts 3] is beoordeeld.

De diergeneeskundige verklaring van [dierenarts 3] d.d. 24 februari 2006 (bijlage 1, p. 533-534) geeft op de vraag welk(e) letsel/aandoening(en) bij vermeld dier werden waargenomen als antwoord: “Alle hoeven zijn gescheurd, zowel linksvoor als rechtsachter steenkreupel, regenexceem, linksvoor een oude wond, schimmelplek rechtsachter en heeft dunne mest.”

Op de vraag waardoor de aangetroffen toestand naar de mening van de dierenarts is ontstaan, antwoord [dierenarts 3]: “Onvoldoende hoefverzorging, huisvesting niet voldoende voor dit dier.” De vraag of de gezondheidstoestand van het dier daardoor benadeeld is, beantwoord [dierenarts 3] bevestigend. Ook de vraag of - gelet op de toestand waarin het dier is aangetroffen - sprake is van het onthouden van de nodige verzorging van het dier, beantwoord [dierenarts 3] bevestigend.

H.3

Voorts blijkt uit het taxatierapport d.d. 24 februari 2006, opgemaakt door [naam taxateur] (bijlage 5, p. 541-544) dat de voeten van paard met chipnummer 985 100006524802 zeer slecht zijn onderhouden.

H.4

Met betrekking tot het paard met transpondernummer 528 210000510636 acht het hof van belang het proces-verbaal van bevindingen met nummer 32249 van de

Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, met bijlagen (p. 547-561). Hieruit is gebleken dat ook het paard met voornoemd chipnummer door dierenarts [dierenarts 3] is beoordeeld.

De diergeneeskundige verklaring van [dierenarts 3] d.d. 24 februari 2006 (bijlage 1, p. 549-550) geeft op de vraag welk(e) letsel/aandoening(en) bij vermeld dier werden waargenomen als antwoord onder meer: “Rechtsvoor ernstig kreupel (op 3 benen).”

Op de vraag waardoor de aangetroffen toestand naar de mening van de dierenarts is ontstaan, antwoord [dierenarts 3]: “Hoornscheur, onvoldoende verzorgd door verminderde mobiliteit.” De vraag of de gezondheidstoestand van het dier daardoor benadeeld is, beantwoord [dierenarts 3] bevestigend. Ook de vraag of - gelet op de toestand waarin het dier is aangetroffen - sprake is van het onthouden van de nodige verzorging van het dier, beantwoord eveneens [dierenarts 3] bevestigend.

H.5

Voorts blijkt uit het taxatierapport d.d. 24 februari 2006, opgemaakt door [naam taxateur] (bijlage 4, p. 556-559) dat de voeten van paard met chipnummer 528 210000510636 zeer slecht zijn onderhouden.

H.6

Op grond van bovenstaande diergeneeskundige verklaringen en taxatierapporten, kan naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 ten laste gelegde met betrekking tot de twee paarden.

I

Ten aanzien van feit 3:

De raadsman heeft namens verdachte aangevoerd dat zij, verdachte, ontkent zich schuldig te hebben gemaakt aan wederspannigheid.

I.1

Het hof verwerpt het verweer van de verdediging en verwijst daartoe naar de

processen-verbaal van de verbalisanten [verbalisant 1] d.d. 1 maart 2006, [verbalisant 8] d.d. 12 maart 2006 en [verbalisant 9] d.d. 11 maart 2006 (p. 616-625). Hieruit is – kort en zakelijk weergegeven – het volgende gebleken.

I.2

Op 20 februari 2006 werd door verbalisanten voornoemd een onderzoek ingesteld in de inrichting [adres 1] te Deurne. Aanleiding tot dit onderzoek was onder andere het vermoeden dat in de inrichting honden werden gehouden en verhandeld. Tijdens dit onderzoek verscheen verdachte [verdachte] op de onderzoekslocatie en gedroeg zich, ondanks herhaalde waarschuwingen, hinderlijk ten opzichte van de controlerende opsporingsambtenaren die bezig waren met de inbeslagname van de in de inrichting aangetroffen honden. Verdachte werd hierop door verbalisant [verbalisant 1] op grond van artikel 124 van het Wetboek van Strafvordering in verzekering gesteld waarbij haar werd gezegd dat ze naar het politiebureau zou worden gebracht. Verdachte werd hierbij vastgepakt teneinde haar naar het dienstvoertuig te geleiden. Hierbij verzette verdachte zich door in een andere richting te trekken dan die waarin de politieambtenaren haar wilden bewegen. Tevens schopte verdachte hierbij met geschoeide voet tegen de benen van de politieambtenaren die haar begeleidden.

I.3

Het hof ziet geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid en juistheid van de door de drie verbalisanten op ambtseed opgemaakte processen-verbaal, zodat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan wederspannigheid.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Parketnummer 01/875054-05

Het bewezen verklaarde onder 1 is als misdrijf voorzien bij artikel 8.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet milieubeheer , juncto artikel 1a, aanhef en onder 1 °, en artikel 2, eerste lid, van de Wet op de economische delicten en strafbaar gesteld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder 1° van de Wet op de economische delicten , zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Het bewezen verklaarde onder 2 is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 225, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit luidde ten tijde van het bewezen verklaarde.

Het bewezen verklaarde onder 3 is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 326, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit luidde ten tijde van het bewezen verklaarde.

Het bewezen verklaarde onder 4 is als misdrijf voorzien bij artikel 37 juncto artikel 121, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en strafbaar gesteld bij artikel 122, eerste lid, van die wet, zoals deze bepalingen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Parketnummer 01/995641-07

Het bewezen verklaarde onder 1 is als overtreding voorzien bij artikel 45, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en strafbaar gesteld bij artikel 122, tweede lid, van die wet, zoals deze bepalingen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Het bewezen verklaarde onder 2 is als misdrijf voorzien bij artikel 37 juncto artikel 121, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en strafbaar gesteld bij artikel 122, eerste lid, van die wet, zoals deze bepalingen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Het bewezen verklaarde onder 3 is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 180 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidde ten tijde van het bewezen verklaarde.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten worden gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De inhoud van het procesdossier geeft het hof aanleiding te onderzoeken of in de onderhavige zaak het recht van verdachte op berechting binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM is geschonden.

De termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM van gt aan op het moment dat vanwege de Staat jegens verdachte een handeling is verricht waaruit verdachte heeft opgemaakt en redelijkerwijs heeft kunnen opmaken dat het openbaar ministerie het ernstig voornemen had tegen verdachte een strafvervolging in te stellen. In het onderhavige geval moet de termijn worden gerekend vanaf 22 februari 2005, de dag waarop de verdachte in verzekering werd gesteld.

Het vonnis in eerste aanleg is gewezen op 29 mei 2008. Derhalve is er sprake van een tijdsverloop van meer dan drie jaar na aanvang van de hiervoor genoemde termijn tot aan de afronding van de behandeling in eerste aanleg, terwijl het hof geen bijzondere omstandigheden aanwezig acht die deze overschrijding rechtvaardigen.

De verdachte heeft op 2 juni 2008 hoger beroep ingesteld. Het hof doet uitspraak meer dan 2 jaar na de datum waarop hoger beroep is ingesteld, te weten op 21 december 2010, terwijl het hof geen bijzondere omstandigheden aanwezig acht die deze overschrijding rechtvaardigen.

Een en ander brengt met zich mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden, hetgeen in casu moet leiden tot strafvermindering.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft het hof in het bijzonder gelet op:

- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de omstandigheid dat verdachte kennelijk slechts heeft gehandeld met het oog op persoonlijk financieel gewin en zich daarbij niet heeft bekommerd om het dierenwelzijn.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van het haar betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d.

30 augustus 2010, waaruit blijkt dat zij eerder door de strafrechter is veroordeeld;

- de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Gelet op de aard en de ernst van de gepleegde feiten acht het hof - naast de opgelegde deels voorwaardelijke gevangenisstraf, waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de duur van het reeds ondergane voorarrest - in beginsel een deels voorwaardelijke geldboete van een aanzienlijke hoogte, zoals opgelegd door de rechtbank, passend en geboden.

In de huidige financiële toestand van verdachte, zoals gebleken ter terechtzitting in hoger beroep, alsmede het feit dat tegen verdachte in verband met de onderhavige feiten nog een ontnemingsvordering van aanzienlijke omvang aanhangig is, ziet het hof echter aanleiding om het gedeelte van de op te leggen onvoorwaardelijke geldboete ten bedrage van

EUR 5.000,-- om te zetten in een werkstraf.

In de hiervoor geconstateerde schending van de redelijke termijn ziet het hof aanleiding de voorwaardelijke geldboete van EUR 5.000,-- te verminderen met EUR 500,--.

Met oplegging van deze voorwaardelijke geldboete wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Ten aanzien van de onder parketnummer 01/995641-07 feit 1 bewezen verklaarde overtreding acht het hof tevens een taakstraf, in de vorm van een werkstraf, passend en geboden.

Beslag

De na te melden in beslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan haar toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met betrekking tot welke het onder parketnummer 01/875054-05 ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24, 33, 33a, 47, 57, 180, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1 en 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten , de artikelen 37, 45, 121 en 122 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren , artikel 8.1 van de Wet milieubeheer en artikel 2 van het Honden- en kattenbesluit 1999, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder parketnummer 01/875054-05 feit 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het ten aanzien van parketnummer 01/875054-05 onder feit 1, feit 2 subsidiair, feit 3 en feit 4 en ten aanzien van parketnummer 01/995641-07 onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte ten aanzien van parketnummer 01/875054-05 onder feit 1, feit 2 subsidiair, feit 3 en feit 4 en ten aanzien van parketnummer 01/995641-07 onder feit 1, feit 2 en feit 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

Ten aanzien van parketnummer 01/875054-05

1.

Medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 8.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet milieubeheer , opzettelijk begaan.

2.

Medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, lid 1, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

3.

Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

4.

Medeplegen van zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 37 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren , meermalen gepleegd.

Ten aanzien van parketnummer 01/995641-07

1.

Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 45, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren .

2.

Zich gedragen in strijd met het voorschrift gesteld bij artikel 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren , meermalen gepleegd.

3.

Wederspannigheid.

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Ten aanzien van het onder parketnummer 01/875054-05 feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 en onder parketnummer 01/995641-07 feit 2 en feit 3 bewezen verklaarde:

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) dagen.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 161 (honderdeenenzestig) dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van EUR 4.500,00 (vierduizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 55 (vijfenvijftig) dagen hechtenis.

Bepaalt, dat de geldboete niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Ten aanzien van het onder parketnummer 01/995641-07 feit 1 bewezen verklaarde:

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.

Verklaart verbeurd de in beslaggenomen voorwerpen, ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven, te weten:

- vier vaccinatieboeken (B.BG0701).

Aldus gewezen door

mr. H. Harmsen, voorzitter,

mr. K. van der Meijde en mr. F.P.E. Wiemans,

in tegenwoordigheid van mr. M.C.H. van der Heijden, griffier,

en op 21 december 2010 ter openbare terechtzitting uitgesproken.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature